Rianne Lachmeijer 10 november 2022, 09:05

Oprichter CO2-verwijderingsplatform: “Wij zien het niet als een aflaat, maar als een afvalstoffenheffing”

Climate Cleanup lanceert tijdens de klimaattop in Egypte een platform waar bedrijven hun CO2-uitstoot kunnen compenseren door het kopen van zogenoemde removal credits van bedrijven die aantoonbaar CO2 uit de lucht halen met natuurlijke oplossingen. Voor de ontwikkeling van het platform ONCRA werkt Climate Cleanup samen met financiële partijen, regionale overheden en de Europese Commissie. Oprichter Sven Jense hoopt dat het platform een opstapje vormt voor Europese wetgeving. “We organiseren ONCRA ook alsof het een overheidsdienst is.”

TSC Seaweed Farm Netherlands Zeewierboerderijen komen in aanmerking voor het uitgeven van carbon credits. | Credits: The Seaweed Company

Volgens Sven Jense, oprichter van de NGO Climate Cleanup, hebben we voor het oplossen van het klimaatprobleem twee dingen nodig. “Het eerste is uitstoot terugdringen en het tweede is het teveel aan CO2 in onze atmosfeer er weer uithalen.” Dat laatste wil hij doen door bedrijven via het accounting platform ONCRA de kans te geven om hun CO2-uitstoot op te ruimen. “Voor de kopers van deze credits zien wij het niet als een aflaat maar als een soort afvalstoffenheffing: geld dat je betaalt om je rommel op te ruimen.”

Greenwashing voorkomen

Om ervoor te zorgen dat bedrijven ONCRA (dat staat voor Open Natural Carbon Removal Accounting) niet gebruiken als excuus om door te gaan met vervuilen, werkt het platform met de Oxford Offsetting Principles. Dit betekent dat alleen partijen die hun uitstoot op een manier reduceren die in lijn is met deze principes credits kunnen kopen. Daarmee komen de allergrootste klimaatvervuilers niet in aanmerking. Daarvoor kijkt het platform naar de Carbon Underground: een lijst van olie- gas-, en kolenbedrijven met de grootste fossiele brandstofreserves ter wereld.

ONCRA beoordeelt wat kopers al hebben gedaan aan CO2-reductie en het gewicht van de plannen die nog op de plank liggen. In theorie zou het kunnen dat bedrijven deze momentopname gebruiken om credits
voor de komende tien jaar te kopen en vervolgens hun plannen niet uit te voeren. Maar de praktijk is anders, verwacht Jense. “Het lijkt mij aannemelijk – en dat zien we ook – dat bedrijven gewoon per jaar hun rest-uitstoot opruimen.”

Jense merkt dat vooral ICT-bedrijven serieus werk maken van het opruimen van hun CO2-uitstoot. Dat komt enerzijds door hun businessmodel dat niet afhankelijk is van de fossiele industrie en anderzijds door de werknemers. “Dat zijn vaak jonge programmeurs die het voor het uitkiezen hebben.” Steeds meer mensen werken liever voor bedrijven die de planeet niet schaden. Dat motiveert bedrijven om hun CO2-uitstoot te compenseren.

Drie voorwaarden voor het uitgeven van credits

Mede omdat het platform de Oxford Offsetting Principles volgt, kunnen alleen projecten en bedrijven die meetbaar CO2 uit de lucht halen met natuurlijke oplossingen credits uitgeven. Bijvoorbeeld zeewierboerderijen, houtbouwers en bamboeboskwekers. Bedrijven waar de organisatie nu mee samenwerkt zijn onder andere: BambooLogic, The Seaweed Company, Scave en greenSand. “Die ruimen allemaal CO2 op met natuur”, aldus Jense.

Hoe het werkt, legt Jense uit aan de hand van een duurzame boer. Als deze credits wil uitgeven moet hij of zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Ten eerste moet diegene aantonen eigenaar te zijn van het bedrijf. Ten tweede moet de boer metingen presenteren die aantonen hoeveel CO2 er wordt opgeslagen. Volgens Jense heeft een regeneratieve boer die cijfers vaak al liggen. Bij een zeewierboer ligt het wat ingewikkelder, omdat daar de kennis nog in ontwikkeling is. “Dan gaan we samen aan de slag om een indicatie te krijgen.” Ten derde moet een boer verklaren deze CO2-uitstoot niet aan een ander te verkopen en – indien van toepassing – verzekeren dat een partij verderop in de keten niet diezelfde CO2 verkoopt. “Als dat allemaal oké is, dan krijg je credits.”

Eén ton is geen ton

ONCRA heeft ook verzekeringen ingebouwd voor CO2 die toch weer vrijkomt als bijvoorbeeld een bamboebos sterft door een schimmel of een boer failliet gaat. Net als de traditionele carbon accounting organisaties hanteert het platform een buffer van 20 procent, wat relatief hoog is. Dit zijn credits die wel bestaan, maar die niet worden verkocht.

Daarnaast doet het platform nog iets anders: zij rekenen met ‘permanente opslag’. “Dat wil zeggen dat we alles omrekenen naar wat de Verenigde Naties als permanent bestempelt: honderd jaar.” Dat betekent dat een ton CO2 bij ONCRA niet leidt tot een ton aan CO2-credits. Als zij bijvoorbeeld verwachten dat een gebied binnen vijftig jaar last zou kunnen krijgen van droogte dan wordt maar 50 procent van die credits vrijgegeven. Op diezelfde manier kijkt het platform naar innovaties. Zo zouden de credits van de eerdergenoemde zeewierboerderij waarschijnlijk niet allemaal vrijgegeven worden, omdat nog niet met zekerheid te zeggen valt hoeveel CO2-opslag het voor langere tijd oplevert.

Versnelling van de duurzame economie

Door innovatieve bedrijven via credits toegang tot extra geld te geven, hoopt Climate Cleanup de transitie naar een duurzame economie te versnellen. Maar worden de bedrijven op deze manier niet afhankelijk van het geld om rond te komen? Jense denkt van niet. Zo helpen de kredieten bedrijven bij opschaling en dat kan weer leiden tot efficiëntie.

Daarnaast benadrukt hij dat de bestaande economie ook allerlei voordelen geniet. Zoals de exportkredietverzekeringen voor fossiele bedrijven die nu veel in het nieuws zijn. Ook zijn het de traditionele bedrijven die vaak aan tafel zitten om de normen te bepalen. Bijvoorbeeld in de bouw. “We zien dat de normen de oude economie faciliteren en de nieuwe nog niet”, zegt Jense. Met ONCRA hoopt hij de nieuwe economie naast de oude op te bouwen. Zodra mensen inzien dat die beter is, stappen ze over.

CO2-opruimen als overheidsdienst

In eerste instantie kunnen bedrijven op vrijwillige basis gebruikmaken van het platform, maar Jense sluit niet uit dat het over een paar jaar onder toezicht van overheden gebeurt. Mede daarom werkt ONCRA samen met de Europese Commissie. “De Commissie is een wetgevingstraject gestart wat in 2028 in precies dit moet uitmonden”, aldus Jense. “CO2-regels voor het certificeren van removal.” Het platform werkt aan de ontwikkeling van die regels en houdt daarbij rekening met de mogelijkheden voor wetgeving.

In de toekomst hoopt Jense dat CO2-opruimen hetzelfde werkt als het betalen van afvalstoffenheffingen. “Dat removal een overheidsservice is. Net zoals de gemeente onze afvalverwerking regelt. We organiseren ONCRA ook alsof het een overheidsdienst is”, zegt Jense. Dat maakt het mogelijk voor gemeenten en overheden om – als ze er klaar voor zijn – het systeem makkelijk over te nemen.

Lees ook: ‘CO2 is de nieuwe geldeenheid’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Xander Meijer van The Farm Kitchen laat bedrijven een hectare gezonde landbouwgrond adopteren

Xander Meijer is ondernemer en staat aan de wieg van The Farm Kitchen. Het bedrijf biedt teambuilding kookworkshops en innovatieve catering voor bedrijven en evenementen aan. Ze koken met lokale, seizoensgebonden producten van regeneratieve boeren - een landbouwmethode die biodiversiteit herstelt en de bodem gezonder maakt. Samen met chef-kok Jonathan Karpathios zet hij zich in om plant-based, duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel op de kaart te zetten. Ben je altijd al met duurzaam voedsel bezig geweest? “In het begin van mijn carrière heb ik voor grote bedrijven gewerkt zoals Unilever en Procter & Gamble. Eind twintig kwam ik erachter dat ik zelf ontzettend gevoelig ben voor chemicaliën. Mijn persoonlijke gezondheid heeft er enorm baat bij om conserveermiddel- en chemicaliënvrij te eten. Toen ik me daarin ging verdiepen, kwam ik vanzelf uit bij het landbouwsysteem. Dat kan er niet alleen voor zorgen dat de persoonlijke gezondheid van mensen verbetert, maar ook herstellend zijn voor de bodem, het milieu en de aarde als geheel." “Ik heb een belofte aan mezelf gemaakt om alleen nog maar voor bedrijven te werken die een positieve impact op het milieu maken. Ik ben onder andere directeur geweest van Ecover, Zonnatura en Natudis, een groothandel in natuurvoeding. Wat er daar in de jaren 90 gebeurde, was echt het pionieren voor wat wij nu duurzaam noemen. Er werd al heel vroeg nagedacht over kringlooplandbouw en gezonde bodems. Maar het was ook een beweging die zich buiten de maatschappij had neergezet. Als je in de biowinkel kwam, rook het bijvoorbeeld niet per se aantrekkelijk.” Hoe ben je vanuit daar The Farm Kitchen begonnen? “Ik ben er verbaasd over geraakt wat er allemaal van de Nederlandse bodem komt. Je kan er het hele jaar door van eten. En als je focust op wat van dichtbij is, betekent dat een enorme verrijking van je voedselbeleving. Je eet ineens allerlei lokale boontjes die bijna vergeten zijn - producten die je in normale supermarkten nooit tegenkomt.” “In 2018 kwam ik Jonathan Karpathios tegen om hem te vragen voor een future proof voedselprogramma voor bedrijven. Hij had net zijn restaurant Vork en Mes, waar hij met zelfgekweekte groenten kookte, verkocht en wilde dat concept breder trekken. Hij zag in mij de partner die zoiets kan uitrollen. Ik zag in Jonathan de man die de smaakbeleving van duurzaam voedsel naar een hoger niveau kan tillen en wil experimenteren met wat er allemaal van het land kan komen. We vonden elkaar meteen. Twintig minuten na onze ontmoeting hebben we elkaar de hand geschud en zijn we The Farm Kitchen begonnen. We willen mensen en bedrijven laten ontdekken hoe gaaf het is om met verse producten van een lokale boer te werken.” Waar lopen die lokale boeren tegenaan? “Mijn ervaring is dat er een redelijk grote groep boeren is die wel de overstap naar regeneratieve landbouw wil maken, maar dit nu niet kan. Wij bieden hun steun, een afzetmarkt en een gezicht. Wij zorgen ervoor dat ze niet kopje onder gaan. Er is grote onzekerheid over de afnamezekerheid van producten en de prijs. Die zekerheid bieden wij. We garanderen een vaste afname en omdat we niet met tussenpersonen werken, kunnen we meer bieden dan de marktprijs.” Hoe doen jullie dat precies? “The Farm Kitchen biedt grote bedrijven aan om een hectare land te ‘adopteren’. Wij hebben contact met boeren uit de omgeving die bereid zijn een hectare zo te verbouwen dat de grond er gezonder van wordt - dat is de kern van regeneratieve landbouw. Het bedrijf krijgt de opbrengst van de hectare en wij zorgen ervoor dat het in de lunches van de werknemers terechtkomt. Ook neemt het programma werknemers mee naar de boer om de oogst te plukken. Met de kookworkshops ervaren werknemers de rijke smaak van die producten. Daarnaast cateren we er evenementen mee en krijgen werknemers groentepakketten mee naar huis. Het uiteindelijke doel is om mensen te inspireren milieubewust en lokaal voedsel te consumeren.” Wat levert dat op voor jullie klanten? “Ze zien wat een enorme overvloed er van het land komt. Van wortels, bonen en kolen maken we soepen en sauzen. Of we wekken ze in, zoals vroeger ook gebeurde. Het allerleukste is dat mensen zich realiseren wat een wintergerecht is, of een typisch herfstgerecht. Zelf venkel van de grond snijden, en bieten uit de grond trekken en daar een maaltijd van maken, is een rijke ervaring. Het is iets wat je raakt, graag doorvertelt en weer betrokken maakt met wat je kan eten en makkelijk duurzaam kan doen.” Lees ook: Changemaker Jonathan Karpathios: "Absurd dat ik als kok vlees serveerde van uitstervend ras"Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.