Hannah van der Korput
04 april 2023, 14:45

Melkveehouders aan de slag met plantaardige alternatieven: “Bijt elkaar niet”

Haver en soja zijn in trek, onder andere om plantaardige alternatieven voor melk en yoghurt mee te maken. De gewassen worden veelal geïmporteerd, terwijl ze ook van Nederlandse bodem kunnen komen. Daarom starten dertig melkveebedrijven met lokale haver- en sojateelt. De proef is een initiatief van zuivelproducent FrieslandCampina en landbouwcoöperatie Agrifirm.

Afbeelding Haveroogst kleinschalige proef vorig jaar in Giethoorn Haveroogst in Giethoorn, geteeld door melkveehouders. | Credits: FrieslandCampina

Het klinkt misschien tegenstrijdig: melkveehouders die meewerken aan zuivel waar geen koe aan te pas komt. Toch is dit precies wat er gebeurt op de boerderij van Peter Aalberts en Jeanet Brandsma. Op hun land verbouwen ze haver, met het idee dat de oogst uiteindelijk wordt verwerkt in de plantaardige producten van FrieslandCampina. Volgens melkveehouder Aalberts bijt dat elkaar niet: “Er zal altijd een markt zijn voor zuivel, daar ben ik van overtuigd. Het is een goed en mooi product. Alleen er is ook een markt voor andere producten. Ik zie mezelf meer als voedselproducent dan zuivelproducent. We kijken welke ontwikkelingen interessant zijn voor het bedrijf. Zien we kansen, dan gaan we ervoor.”

De melk blijft

Floor Meijnders van FrieslandCampina benadrukt dat de melkproducten niet worden vervangen. “We zitten in de zuivel en dat blijft ook zo. De Nederlandse consument gebruikt zuivel en plantaardige alternatieven naast elkaar. Het is niet het één of het ander. Dus bieden we het allebei aan.” Zo bracht FrieslandCampina al plantaardige Chocomel op de markt. Onder de naam Campina Plantaardig zijn inmiddels ook soja drink, haver drink en barista haver drink gelanceerd. “Onze zuivel komt van leden-melkveehouders. Die ambitie hebben we ook voor de plantaardige lijn. Met deze proef verkennen we welke mogelijkheden er zijn om grondstoffen zoals haver en soja lokaal te produceren”, aldus Meijnders.

Goed te combineren

Aalberts en Brandsma kunnen acht hectare haver kwijt op hun land. Dit is goed te combineren met hun melkveebedrijf, zegt het stel. Brandsma: “We hoeven niet alles alleen te doen. Het inzaaien wordt bijvoorbeeld uitbesteed en we worden bijgestaan door adviseurs van Agrifirm. Daar zit veel kennis, bijvoorbeeld als het gaat om bemesting. Vorig jaar bleek dat we minder mest konden gebruiken dan van tevoren gedacht, waardoor de stengel van de haver wat langer werd. Dat soort dingen moeten we beter in de vingers zien te krijgen.”

Daarnaast werken de melkveehouders nauw samen met de buurman, een akkerbouwer die verschillende soorten granen verbouwt. “Teelttechnisch rusten we op zijn expertise. Wij zijn net beginners, dus die samenwerking zoeken we op”, zegt Brandsma.

Het verbouwen van haver bevalt goed en levert wat op. Alle deelnemers krijgen een vooraf vastgestelde prijs en een afnamegarantie voor de door hun geteelde haver en soja. Maar Aalberts verkiest zijn koeien nog altijd boven de haver. “Gelukkig kunnen deze twee takken gewoon naast elkaar bestaan.”

Haver en soja

In totaal wordt 200 hectare haver en 50 hectare soja weggezet bij Nederlandse boeren. Agrifirm adviseert welk gewas het beste bij welk bedrijf en welke grond past. Rens Kuijten van Agrifirm: “Aan de ene kant is er haver, wat al lang wordt geteeld in Nederland. Door die ruime ervaring is er veel kennis over dit gewas. Het voelt toch vertrouwd, al is de groep die er nu mee aan de slag gaat vrij nieuw.” Volgens Kuijten past haverteelt goed bij melkveehouders. “Haver wordt al vroeg in het jaar geoogst, waardoor er nog tijd overblijft om nieuw gras in te zaaien. Dit is niet voor ieder bedrijf relevant, maar wel voor melkveehouderijen.”

Met de sojateelt heeft Nederland minder ervaring, maar Kuijten ziet ook daar kansen. “Vooral in het zuiden van het land kan het verbouwd worden. Daar is het net wat warmer, waardoor soja beter groeit.”

Pilot

De pilot om lokaal haver en soja te telen is vorig jaar gestart en inmiddels uitgebreid. “De eerste haver is inmiddels van het land en momenteel organiseren we testproducties om er haverdrank van te maken”, vertelt Kuijten. FrieslandCampina verwerkt de grondstof in plantaardige drank en doet de benodigde testen. Tot nu toe zijn de resultaten goed. Kuijten: “De Nederlandse haver heeft een vergelijkbare kwaliteit als de haver die nu nog geïmporteerd wordt. Maar het is nog te vroeg om te oordelen. Om zeker te zijn van de kwaliteit zijn meerdere oogsten nodig. We moeten ervaring opdoen en leren hoe het nog beter kan. Zo’n pilot is daar perfect voor.”

Meer lezen?

Meer dan de helft van alle stroom in maart was groen

Dat blijkt uit cijfers die het Nationaal Klimaat Platform bijhoudt op Energieopwek.nl. In maart 2022 kwam nog 39 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als zon, wind en biomassa. Vooral wind Windturbines leverden de meeste groene stroom: 28 procent. Zonnepanelen leverden 15 procent en de verbranding van biomassa 10 procent. Maart had minder zonuren dan vorig jaar en minder dan het gemiddelde in die maand. Maart was echter wel een winderige maand, waardoor turbines bijna het dubbele aan stroom leverden vergeleken met vorig jaar. In totaal steeg de productie van hernieuwbare elektriciteit met 17 procent ten opzichte van maart 2022. Het Klimaatakkoord stipt bij deze cijfers steeds aan dat het om elektriciteit gaat en niet om alle energie. Stroom maakt slechts 20 procent uit van het totale energieverbruik in Nederland. Door elektrificatie van industrie, elektrisch rijden en verwarmen via warmtepompen zal dat aandeel volgens het PBL in 2030 groeien tot 24 procent van het energieverbruik. Slechte winter 2022 was voor de opwek van groene stroom een recordjaar. Toen kwam 41 procent van de Nederlandse elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Toch werd de afgelopen winter 12 procent minder groene stroom opgewekt dan in de vorige winter. Vooral zonnepanelen leverden minder stroom op omdat er minder zonnige dagen waren. Windmolens produceerden minder groene stroom dan in de winter van 2021/2022. Dat beeld is wat vertekend omdat het die winter uitzonderlijk zonnig en stormachtig was. Wind en zon blijven groeien Overigens blijft de capaciteit aan zonne- en windenergie fors groeien. In Nederland kwamen er vorig jaar opnieuw voor 4 gigawattpiek (GWp) aan nieuwe zonnepanelen bij. Daarnaast gingen nieuwe windparken stroom leveren. Nederland is inmiddels koploper in het overstappen naar wind en zon. Ander goed nieuws komt uit de Amsterdamse haven. Die heeft zijn doel om eind volgend jaar 250.000 vierkante meter aan zonnepanelen op daken van bedrijven te hebben liggen nu al gehaald. Een verdubbeling ten opzichte van 2020. Het nieuwe doel is 350.000 vierkante meter voor 1 januari 2025. Lees ook: Meer zonnepanelen dan ooit, maar deze winter toch 12 procent minder opwek groene stroom: hoe kan dat?Alle hernieuwbare energie is al op: hoe worden we in 2050 zelfvoorzienend?2022 was recordjaar voor opwekken groene stroomZon- en windbranche wil groeien zonder vernietiging oerwouden en natuur