Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 januari 2019, 09:26

Column: 'De circulaire economie moet van bubbel naar mainstream'

Als je naar de hoeveelheid aan initiatieven kijkt, kan je vaststellen dat de circulaire economie hot is. Maar Erik Hoeksema, manager bij innovatiedivisie Wastelab van Milgro , vindt niet alle initiatieven even zinvol. Hij vraagt zich af of de samenleving gebaat is bij ‘suboptimale oplossingen’.

Circulaire economie

Auteur: Erik Hoeksema

De circulaire economie is hot. Tegelijkertijd dreigt ‘circulair’ langzamerhand net zo’n hol begrip te worden als het woord ‘duurzaam’. Het label wordt op heel veel initiatieven geplakt, ook als die eigenlijk helemaal niet zo circulair zijn. Of op initiatieven die voorheen nog gewoon ‘duurzaam’ waren, terwijl dat zeker niet hetzelfde is. Voorbeelden zijn circulaire koffiebekers, maatpakken en fietspaden (van plastic).

Of de samenleving echt gebaat is met deze oplossingen, is lang niet altijd evident; ik vermoed dat de producenten vooral een verkoopkans ruiken. Zo zorgt een fietspad van plastic hoogstens voor een verlenging van de levensduur (van het plastic), maar van een optimale materiaalkringloop lijkt me geen sprake. Veel kunststoffen zijn in principe namelijk geschikt om zonder (veel) kwaliteitsverlies weer als nieuwe grondstof voor producten terug te komen, als we de keten hiervoor maar op de juiste manier organiseren. Dus zijn we nu echt gebaat bij dit soort suboptimale oplossingen?

Zinvolle circulaire initiatieven

Het gevaar van deze ontwikkeling is dat we niet inzetten op de echt zinvolle initiatieven. En dat circulair op een gegeven moment niet meer serieus wordt genomen. De uitdaging is juist om circulair mainstream te maken en uit onze bubbel te halen.

De circulaire economie gaat wat mij betreft over het streven naar zoveel mogelijk waardebehoud van grondstoffen. En dus niet (alleen) over recycling, omdat dit in de praktijk nog vaak ‘downcycling’ betekent: betongranulaat als fundering onder wegen en kunststoffen waarvan bermpaaltjes (of fietspaden) worden gemaakt. Daarnaast gaat de circulaire economie voor mij over een integrale aanpak, waarbij overheden, bedrijven én consumenten nodig zijn om een omwenteling te maken.

Concrete, kleine stappen naar circulaire economie

Het huidige overheidsbeleid helpt overigens niet om de circulaire economie concreet te maken. De belangrijkste doelstelling is om in 2050 volledig circulair te zijn. Los van de vraag wat dit precies inhoudt (en of het überhaupt kan, want volgens de natuurwetten zijn materialen nu eenmaal aan slijtage onderhevig): Wie kan het oneens zijn met een doelstelling die pas over 31 jaar behaald moet zijn? Om het in perspectief te plaatsen: in 1988 belden we nog vanuit een telefooncel.

'We hebben concrete, kleinere stappen nodig richting de circulaire economie, met duidelijke doelstellingen en een helder stappenplan'

Naast vergezichten hebben we juist concrete, kleinere stappen nodig, met duidelijke doelstellingen en een helder stappenplan die ervoor zorgen dat het vergezicht tastbaar wordt. Juist op dit vlak laat de overheid het afweten en worden er geen maatregelen genomen die de lineaire economie (en de gevestigde orde dus) pijn doen. Neem bijvoorbeeld de discussie over statiegeld op PET-flesjes en blik. Alhoewel dit volgens CE-Delft de hoeveelheid zwerfafval met 70-90% vermindert, en er veel maatschappelijke support is, aarzelt de overheid al jarenlang om dit in te voeren.

Inzichten uit data

Hoe moet het dan wel? Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch, laat ik een poging wagen. Waardebehoud van grondstoffen begint bij het nadenken hierover in de ontwerpfase van producten, en moet de aandacht hebben in alle fasen die een product doorloopt, inclusief de verwerking tot nieuwe grondstof. Een op data gebaseerde aanpak is hierbij essentieel. Door het meten van de prestaties in alle fasen van het proces kan verspilling gereduceerd worden en kan optimale ‘verwaarding’ plaatsvinden van de reststromen die vaak onvermijdelijk zijn. Meten is weten dus. Pas als je in kaart hebt gebracht hoe efficiënt je met grondstoffen omgaat, kun je streven naar verbetering.

Modulair bouwen

De inzichten uit de data, bijvoorbeeld over hoe producten zijn samengesteld, verbeteren de recycling ervan significant en leveren veel meer behoud van waarde op. Een voorbeeld hiervan is een materialenpaspoort, of een gebouwenpaspoort zoals Madaster. Doordat je weet welke materialen er in een gebouw (maar dat kan net zo goed een PC zijn) zitten, kun je bij einde levensduur de grondstoffen er gepland uithalen en worden bouwmaterialen niet (zoals vaak nu nog het geval is) op een grote hoop gegooid waar je vervolgens weinig mee kunt. Belangrijke voorwaarde is om in de fasen hieraan voorafgaand hier al goed over na te denken, zodat er modulair wordt gebouwd en materialen goed van elkaar te scheiden zijn.

Door middel van data maken we van ‘afval’ dus een te verwachten uitkomst van het proces en niet iets dat toevallig ontstaat. We kunnen dan toe naar gebruik, in plaats van naar verbruik van grondstoffen. Zo geven we de circulaire economie handen en voeten.

Een ingrijpende verandering als deze moeten we als samenleving gezamenlijk oppakken. De overheid kan de circulaire economie faciliteren (lagere belasting op arbeid, gebruikte grondstoffen aantrekkelijker maken, vervuilers laten betalen), bedrijven en consumenten moeten hem realiseren. En daarbij mogen we best wat kritischer zijn over wat écht circulair is.

Vestas: Waarom sociale verantwoordelijkheid keiharde business is

Vestas verkocht in 1979 zijn allereerste windturbine. Inmiddels heeft het florerende bedrijf wereldwijd bijna 65.000 windturbines geïnstalleerd, met een gezamenlijke capaciteit van ruim 94 gigawatt. Het deed dit in 79 landen, verspreid over 6 continenten. Vestas heeft tegenwoordig meer dan 24.000 werknemers in dienst en mocht in het derde kwartaal van 2018 een omzet van € 2.8 mrd noteren.Waar Vestas tien jaar geleden vooral in geïndustrialiseerde landen opereerde, richt het zijn pijlen tegenwoordig steeds vaker op opkomende markten, zoals India en Afrika. Sociale verantwoordelijkheid is daarmee een veel belangrijker thema geworden voor de Deense windturbinefabrikant. “De context is heel anders in deze groeimarkten”, vertelt Heydenreich. “Je krijgt te maken met lokale stammen, andere leefomstandigheden: de menselijke kant is dan een veel grotere factor in het wel of niet slagen van een windenergie-project.”Sociale verantwoordelijkheidVoor Vestas is CSR dan ook een ingebed onderdeel van het businessmodel geworden. Maar CSR is niet alleen voor de Deense windturbinefabrikant van belang; Heydenreich merkt dat sociale verantwoordelijkheid bij meer en meer bedrijven prominent op de agenda staat. De groeiende welvaart in opkomende markten zoals Afrika is daar een belangrijke reden voor: “Er zijn altijd sociale uitdagingen, maar juist in die markten speelt CSR een extra belangrijke rol, om de risico’s te verlagen.”Tegelijkertijd merkt Heydenreich op dat CSR nog steeds in de kinderschoenen staat: “Je ziet dat beleid op het gebied van milieu al veel meer geïnstitutionaliseerd is: het is meetbaar en daar zijn ook instrumenten voor. Wat betreft sociale verantwoordelijkheid is dat nog veel minder het geval.”"Dankzij een goed CSR-beleid doen we het ook in bedrijfseconomisch opzicht beter"SDG’sWie denkt aan meetbaarheid op het gebied van sociale verantwoordelijkheid, denkt wellicht meteen aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Hoewel Heydenreich vindt dat sociale verantwoordelijkheid in het bedrijfsleven meer geïnstitutionaliseerd en gereguleerd zou moeten zijn, ziet hij de Sustainable Development Goals niet als middel om dat te doen. “De SDG’s zijn ontwikkeld door de Verenigde Naties en specifiek bedoeld voor landen. Voor bedrijven hangt er dus geen enkele verplichting aan vast. Toegegeven, ze kunnen de SDG’s gebruiken als hulpmiddel om hun rol in de maatschappij beter te definiëren, maar daar blijft het bij.”Overigens doet dat volgens Heydenreich niets af aan de kwaliteit van de SDG’s. Het is een prachtig raamwerk, stelt hij, waar ook Vestas dankbaar gebruik van maakt: “Iedereen kent de SDG’s; het is heel herkenbaar. Dat vergemakkelijkt onze gesprekken met overheden. We kunnen ze aan de hand van de SDG’s simpelweg veel beter uitleggen wat onze windturbines voor hen betekenen.”Weerstand voorkomenJuist voor bedrijven als Vestas, die projectmatig te werk gaan, is een goed CSR-beleid onmisbaar. Heydenreich legt uit: “Vestas installeert windturbines over de hele wereld. Dat zijn grote projecten, die vaak impact hebben op de lokale samenlevingen. Het volstaat dan ook niet om de turbines te plaatsen en weer te vertrekken. We moeten rekening houden met de impact die we hebben op die lokale samenlevingen, om weerstand tegen de projecten te voorkomen.”Vestas spreekt ook wel van een social license to operate: de goedkeuring van lokale samenlevingen om een project in de regio te realiseren. “Ik hoef niet uit te leggen hoe belangrijk dat is, zeker op het gebied van windenergie”, aldus Heydenreich. “Er zijn meerdere voorbeelden te noemen van windenergieprojecten die gecanceld zijn of stilstaan vanwege aanhoudende weerstand vanuit de omgeving.”“CSR is dan ook geen filantropie”, vervolgt hij. “Dankzij een goed CSR-beleid verlagen we dat risico en doen we het ook in bedrijfseconomisch opzicht dus beter.”Hoe ga je te werk?Een gouden formule voor CSR-beleid heeft Heydenreich niet: het te voeren beleid verschilt immers per land en per regio. Wel zijn er terugkerende elementen: “Leer de omgeving kennen en de mensen die er wonen. Praat met ze en identificeer de problemen waar een regio mee kampt. Identificeer daarnaast de mogelijke problemen die het project met zich mee kan brengen. Formuleer vervolgens op basis daarvan een passend beleid.”Een beroemd voorbeeld van uitdagingen op het gebied van CSR is het Turkanameer in Kenia, waar Vestas een windpark van 365 windturbines realiseerde. “Dat is een regio in de middle of nowhere, waar ineens een gigantisch energieproject gerealiseerd wordt. Dat gaat natuurlijk gepaard met sociale risico’s en uitdagingen”, aldus Heydenreich. “Het is van levensbelang om die in kaart te brengen en daarop te anticiperen.”Dit leidde tot verschillende initiatieven. Zo startte het consortium, waar Vestas deel van uitmaakte, educatieprogramma’s op het gebied van HIV, nam het veel lokale werknemers aan en legde het 212 kilometer aan nieuwe wegen aan in de regio. “Die wegen legden we aan om de projectlocatie bereikbaar te maken”, benadrukt Heydenreich. “Maar dat heeft natuurlijk ook sociale gevolgen, zowel positief als negatief. Ook daarop anticipeer je.”Onderdeel van het businessmodelVoor Vestas is CSR inmiddels een vast en onmisbaar onderdeel van het businessmodel geworden. Sterker nog, het is een vast onderdeel van het verhaal dat Vestas aan klanten, financiële instituties achter windenergieprojecten en aandeelhouders vertelt. “We hebben inmiddels zoveel ervaring en expertise opgedaan op dit gebied; vanuit risico-perspectief hebben we op dit gebied dus enorm veel te bieden. Het stelt ons in staat om meerwaarde te bieden.”“En daar gaat het uiteindelijk om”, besluit hij. “Nogmaals: we doen dit niet uit filantropische overwegingen. Het is simpelweg een onmisbaar onderdeel van je strategie, om risico’s te verlagen en projecten te laten slagen.”DuurzaamBedrijfsleven bezocht Vestas tijdens een innovatiereis in september vorig jaar. Op 11 en 12 april 2019 gaan wij weer binnen Europa op pad om de meest innovatieve bedrijven te bezoeken. Wil jij ook van koplopers leren hoe zij succesvol duurzaam ondernemen? Met hen in gesprek gaan over het aanpakken van duurzame uitdagingen? En andere professionals uit het bedrijfsleven ontmoeten die ook voorop willen lopen? Voor meer informatie kun je mailen naar info@duurzaambedrijfsleven.nl.Foto's: Vestas