Teun Schröder
08 maart 2024, 10:30

Klimaatoplossingen slagen pas als successen minstens zoveel aandacht krijgen als faillissementsdrama’s

Niet vaak was er in Nederland zoveel aandacht voor de circulaire economie als een maand geleden. Als er iets misgaat, in dit geval het faillissement van plasticrecycler Umincorp, dan zijn de media er als de kippen bij om het tragische verhaal op te pennen. Wil de circulaire economie – en eigenlijk elke klimaattransitie – slagen, dan wordt het tijd dat media ook andere verhalen brengen.

Ramptoeristen | Credits: AI generated image Pixlr

‘Spotgoedkoop nieuw plastic draait recyclingbedrijven de nek om’, ‘Crisis in de plasticrecycling’ en ‘Drama voor Nederlandse plasticrecycling’ (onze eigen kop). Het is een greep uit de tragische koppen die de ondergang van Umincorp inluiden. In mijn eigen bubbel worden de berichten veelvuldig gedeeld, vaak voorzien van commentaar dat zich nog het best doet samenvatten als: ‘erg hè’.

De belangrijkste oorzaak voor het faillissement van Umincorp was zonneklaar. Het bedrijf kon niet opboksen tegen de lage marktprijzen van nieuw plastic dat in China en de VS van goedkope olie wordt gemaakt. Daar valt door recyclingbedrijven niet tegen te concurreren.

‘Moeten we niet willen’

NRC, Volkskrant, Het Parool, Quote en NU.nl brachten uitgebreide verhalen over het faillissement en 1Vandaag wijdde er een reportage aan. De artikelen hadden als resultaat dat de penibele situatie in de recyclingbranche veel aandacht kreeg. Invest-NL CEO Rinke Zonneveld schreef eerder al op LinkedIn: “Als er nu geen politieke oplossing komt, dan zullen in 2027 vrees ik de meeste plasticrecyclers niet meer actief zijn”. En recent hoorde ik staatssecretaris Vivianne Heijnen op een event zeggen dat “we als overheid eigenlijk niet moeten willen dat dit soort bedrijven failliet gaat.”

Profetische woorden

Media moeten dan ook vooral verslag blijven doen van faillissementsdrama’s. Deze verhalen kunnen een discussie doen oplaaien waar andere noodlijdende bedrijven wat aan kunnen hebben. Maar voor het slagen van een transitie als de circulaire economie zou het nuttiger zijn als media in een veel eerder stadium schrijven over de uitdagingen in een sector. Trouw
deed precies dit in 2022, over *tromgeroffel*: Umincorp. De krant interviewde de toenmalige CEO Jaap Vandehoek. Toen al sprak hij de inmiddels profetische woorden ‘zonder strengere regels komen we er niet’, doelend op de bijmengverplichting van gerecycled materiaal in nieuwe verpakkingen die ingaat in 2027. Voor Umincorp komt die wetgeving dus veel te laat.

Lezers zijn ramptoeristen

Als er iets faliekant mis is gegaan, willen we dat lezen. Als het op nieuws aankomt, zijn we ramptoeristen. Onze hersenen worden nu eenmaal getriggerd door ellende. Maar als we willen dat de klimaattransitie slaagt, dan moet er meer media-aandacht uitgaan naar worstelingen die gaande zijn. Zo komt in een veel eerder stadium aandacht voor obstakels waar innovatieve en duurzame bedrijven tegenaan lopen en kan er nagedacht worden over constructieve oplossingen. Op z’n minst dragen deze verhalen bij aan meer bewustwording rond alle uitdagingen die met transities gepaard gaan.

Doodzonde

En om te zorgen dat we het vertrouwen in plasticrecycling – en eigenlijk elke klimaatoplossing die een deuk oploopt – niet volledig verliezen, mag er nog veel meer aandacht besteed worden aan wat er nu al mogelijk is. Afgelopen week was ik bij de opening van een nieuwe sorteerinstallatie voor plastic afval van recycler Renewi. De media-aandacht die deze opening trok, valt in het niet bij de aandacht voor een faillissement. En dat is eigenlijk doodzonde. Het was fascinerend om de wirwar van loopbanden vol kunststof deeltjes in actie te zien. Voor mijn ogen zag ik van onze plastic troep nieuwe grondstoffen gemaakt worden.

Sjakie en de Chocoladefabriek

Thuis vertelde ik enthousiast over mijn bezoek aan de ‘Sjakie en de Chocoladefabriek, maar dan voor plastics’. Mensen zouden vaker moeten zien welke inspanningen al geleverd worden die bijdragen aan oplossingen. Overal wordt namelijk al onverminderd hard gewerkt aan onze klimaatdoelstellingen. Faillissementsdrama’s, zeker voor bedrijven die we eigenlijk niet moeten missen, blijven belangrijk om te delen. Maar naast ramptoeristen zijn lezers net zo goed normale toeristen die mooie dingen willen zien. In die behoefte moeten media ons veel vaker voorzien.

Lees ook:

Je collega's overtuigen van klimaatactie? Laat ze een brief aan hun kinderen schrijven

Wat zijn effectieve manieren om mensen klimaatvriendelijker in de wereld te laten staan? Gedragspsychologen doen daar uitgebreid onderzoek naar. Data van tientallen onderzoeken naar de effecten van ‘gedragsinterventies’ op hoe mensen denken en doen op klimaatvlak, zijn in een nieuwe studie met elkaar vergeleken. De wetenschappers verzamelden informatie van 60.000 mensen verspreid over 63 landen. Sterkste uitkomsten Inwoners van landen blijken heel verschillend te reageren op psychologische beïnvloeding. Door de bank genomen neemt geloof in klimaatverandering het meest toe als de psychologische afstand tot het onderwerp kleiner wordt. Benadrukken dat klimaatverandering geen abstract gegeven is, maar reële consequenties heeft voor de leefomgeving van mensen, zorgt voor een grotere overtuiging dat klimaatverandering een bestaand, door mensen veroorzaakt probleem is.Brief schrijven Steun voor klimaatbeleid neemt het meest toe bij psychologische interventies waarbij proefpersonen werden gevraagd om een brief te schrijven aan de volgende generatie. Deelnemers moesten een brief schrijven aan een kind over hoe de acties van vandaag de wereld van morgen vormgeven. Dit blijkt een prima methode om enthousiasme voor groen beleid toe te laten nemen. Zelf klimaatgerelateerde informatie delen op social media (bijvoorbeeld dat minder vlees eten tot een grote CO2-besparing leidt) wordt aantrekkelijker nadat mensen bang zijn gemaakt voor de effecten van klimaatverandering. Het lezen van nieuwsberichten die hel en verdoemenis voorspellen, maakt mensen meer geneigd klimaatfeitjes te delen met hun netwerk. Land tot land, groep tot groep Welk soort psychologische beïnvloeding effect sorteert, verschilt sterk van land tot land, en van groep tot groep. Wie benieuwd is hoe er in een bepaald land op klimaatinterventies wordt gereageerd, kan dit zelf op een website opzoeken. Je kan daar ook uitfilteren op specifieke persoonskenmerken. Zoals leeftijd en geslacht, maar ook politieke overtuiging en inkomen.Zweden en Nigeria Wat zet Zweedse jongeren aan tot klimaatactie? Ze erop wijzen dat heel veel mensen zich zorgen maken over het klimaat. En wat zorgt ervoor dat conservatieve Nigerianen sterker geloven in klimaatverandering? Laten zien dat in het verleden collectieve actie effectief milieuproblemen heeft opgelost. Hoe dat laatste dan zou moeten werken, vertelt het onderzoek niet. Gezien de kleine sample sizes die het uitfilteren op specifieke demografische informatie oplevert, zijn deze resultaten niet keihard - maar ze geven wel een indruk van welk type interventie voor welke doelgroep kan werken. Nederland In Nederland is het schrijven van een brief aan de volgende generatie een bijzonder krachtig middel, komt uit de data naar voren. Het wakkert de steun voor klimaatbeleid flink aan - dit effect is ruim drie keer zo sterk als het wereldwijde gemiddelde. En ook voor het delen van klimaatfeitjes op social media lopen Nederlanders een stuk warmer nadat ze zich in een emotionele brief tot een kind hebben gericht. Lees meer: HvA start met master klimaatpsychologie en -gedrag: “Hard nodig”Duurzaam gedrag werkt aanstekelijk: hoe komt dat? Kleurrijke omgeving met veel groen is goed voor het welzijn