Mauro Meru 04 oktober 2022, 12:00

Deze QR-code laat zien waar gerecycled plastic echt vandaan komt

Als je tegenwoordig boodschappen doet, struikel je zowat over de flessen, bakjes of kuipjes met de aanduiding ‘gemaakt van gerecycled plastic’. Omgekeerd wordt volgens een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – OESO – wereldwijd slechts 9 procent van het plastic gerecycled. Hoeveel van die beweringen zijn louter greenwashing? Daar kun je nu achterkomen dankzij een Italiaans bedrijf. De onderneming heeft een systeem gelanceerd waarmee je de oorsprong en de kwaliteit van gerecycled plastic kunt achterhalen.

Adobe Stock 427050063 In 2021 kwam er in Nederland een verbod op het gebruik van plastic wegwerpbekers | Credits: AdobeStock

PlasticFinder – een internationale marktplaats voor plastic – heeft een op blockchain-technologie gebaseerd systeem opgezet om alle informatie over gerecyclede plastics goederen bij elkaar te brengen. Certified Recycled Plastic (CRP) biedt de gebruikers van het platform de mogelijkheid om gerecyclede kunststoffen te classificeren volgens de regelgeving van de Europese Unie.

Dat is voordelig voor zowel kopers als verkopers. Want wie koopt, kan vertrouwen op de kwaliteit. En wie verkoopt kan daarvoor prijzen vragen die gebaseerd zijn op de kwaliteitsnormen van de EU. Bovendien krijgen kopers na elke aankoop op de website een QR-code, waarmee alle informatie over de plastics kan worden opgevraagd.

Aanvankelijk was CRP bedoeld als een back-end tool voor de markt, die zelf de kwaliteit van de materialen controleert. “Het innovatieve idee bestaat erin alle informatie over de producten in een onveranderlijk register op te nemen, tot het punt waarop de kwaliteit van de materialen zelf kan worden vastgesteld. Toen we beseften dat het systeem werkte en dat het voldeed aan de Europese regelgeving, kwamen we op het idee om het als een extra dienst aan te bieden aan de gebruikers van ons platform”, zegt Riccardo Parrini, CEO van PlasticFinder.

Blockchain

“Door onze jarenlange ervaring merkten we dat het bieden van een platform waarop ondernemingen plastic kunnen verhandelen, niet de enige prioriteit was. We realiseerden ons dat er tot dusver geen mogelijkheid was voor klanten om te controleren of ze ook daadwerkelijk gerecycled plastic kochten”, legt Parrini uit. Zo ontstond het idee om door middel van blockchaintechnologie dergelijke gegevens inzichtelijk te maken.

Kort gezegd is een blockchain een digitaal grootboek. Het bestaat uit een lijst van records – blokken genoemd – die elk aan de vorige zijn gekoppeld met een zogenaamde cryptografische hashcode. Hierdoor kan een keten worden gevormd. Bovendien kunnen blockchaintransacties niet worden teruggedraaid. Je kunt namelijk geen gegevens wijzigen in individuele blokken. Dit systeem maakt het mogelijk informatie op een veilige manier op te slaan.

Lees ook: Vijf opvallende voorbeelden die de weg vrijmaken voor de circulaire economie

Wettelijke kaders

Om kunststoffen als gerecycled aan te merken, moet het materiaal aan verschillende normen voldoen. Deze omvatten de materiaalbron en de hoeveelheid gerecycled materiaal. Italië heeft wat dit betreft een van de meest geavanceerde regelingen. De Europese Unie heeft zich er zelf door laten inspireren. Verklaren dat een partij plastic gerecycled is, gebeurt via een internationale norm: de zogenaamde UNI14021.

Op het Certified Recycled Plastic-platform vult de kunststofverwerker een eigen verklaring in met de herkomst en geschiedenis van het materiaal. “Producenten geven dus zelf de hoeveelheid gebruikt gerecycled materiaal aan”, legt Parrini verder uit. “Aan de andere kant heeft degene die het materiaal koopt, het recht om te controleren of het materiaal echt gerecycled is. CRP certificeert zelf niet. Het is een voorbereiding op de certificering van een product. Met andere woorden, ons systeem kan worden gebruikt om gegevens te transcriberen en verkopers te helpen bij de controle door autoriteiten.”

Gerecyclede spullen of afval?

Als niet aan alle wettelijke criteria wordt voldaan om onder de gewenste categorie te vallen, komt het materiaal in een andere categorie terecht. Details maken het verschil en kunnen bedrijven geld en tijd kosten. PlasticFinder helpt bedrijven om de zaken in goede banen te leiden. Ondernemingen kunnen via dit platform gerecyclede kunststoffen, industriële bijproducten, traaglopende voorraden en nieuwe kunststoffen kopen en verkopen.

Het verschilt in die zin niet veel van andere online winkelplatforms. Verkopers plaatsen aanbiedingen en kopers kunnen op de website door de artikelen bladeren om te vinden wat ze zoeken. Naast de stappen die bij een online aankoop komen kijken, kan de koper na de kwaliteitscontroles van PlasticFinder het product weigeren, als het niet aan de normen voldoet. De website werkt ook als garantie voor transacties en bindt de twee partijen via een slim contract.

Lees ook: Online supermarkt Picnic gaat glas inzamelen voor hergebruik

Kwaliteit

Gerecycled plastic is om verschillende redenen nu een hot item. De EU overweegt om tegen 2030 te eisen dat plastic voedselverpakkingen voor 30 procent uit hergebruikt materiaal bestaan. Bovendien voeren de EU-lidstaten een plasticbelasting in, waardoor bedrijven gedwongen worden geen nieuw plastic meer te kopen, maar hergebruikt plastic. Vanaf 2023 wordt in Italië op elke kilogram nieuw of eenmalig gebruikt plastic 0,45 eurocent geheven. Spanje past sinds januari vorig jaar hetzelfde tarief toe op elke kilo niet-herbruikbare verpakking.

Certificering is niet alleen relevant om na te gaan of het materiaal al dan niet gerecycleerd is, maar ook om de kwaliteit te controleren. “Consumenten zijn nu gevoelig voor deze zaken. Ze zijn bereid meer uit te geven als het materiaal gerecycled is, om zo het milieu te helpen. Weten we altijd zeker dat die kunststoffen veilig zijn? Het gaat immers om voedselverpakkingen. Waar we voor nieuwe kunststoffen de kwaliteit kunnen volgen, kan niet hetzelfde worden gezegd van gerecyclede artikelen. Daar bestaat geen duidelijke informatie over. Het is essentieel om gerecycled plastic batch per batch te volgen,” stelt Parrini.

Binnenkort verschijnt het Certified Recycled Plastics-keurmerk op gerecycled plastic productverpakkingen in de schappen van de supermarkten. Plastic Finder werkt samen met voedselverpakkingsbedrijven om eindgebruikers de mogelijkheid te geven de herkomst te zien van het plastic waarom de fles gemaakt is die ze net hebben gekocht.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

3 ingrediënten voor een véél lagere energierekening (en in Denemarken werkt het al)

Welke vorm van warmte je in Nederland ook afneemt, het tarief dat je ervoor betaalt, is nooit hoger dan het aardgastarief. Een prijsplafond op basis van de aardgasprijzen dus, dat jaren geleden in het leven werd geroepen door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die constructie had als doel om consumenten te beschermen tegen hoge warmtetarieven. Aardgas was decennialang immers één van de goedkoopste warmtebronnen die er in Nederland beschikbaar was. Maar de gasprijzen stijgen inmiddels al jaren en sinds de oorlog in Oekraïne rijzen ze zelfs de pan uit. Door de koppeling met aardpasprijzen stijgen de tarieven van andere (vaak duurzamere) warmtesystemen nu óok. Dat is eigenlijk een beetje gek, want de kosten ervan staan in sommige gevallen grotendeels los van de aardgasprijzen, bijvoorbeeld bij kleinschalige warmtenetten op basis van aquathermie. Waarom stijgen de tarieven bij dergelijke warmtesystemen dan toch mee? Omdat ze in bijna alle gevallen worden geëxploiteerd door bedrijven met winstoogmerk. Lees ook: Nederland als kampioen chemische recycling: wat is daar voor nodig? Stijgende warmtetarieven Is dat oneerlijk? Ja en nee, zegt Roelof Kooistra van Rebel. “Dat energiebedrijven winst maken, is prima. Zo is het nu eenmaal geregeld in Nederland; we laten de warmtevoorziening over aan commerciële partijen. Die doen grote voorinvesteringen in warmtenetprojecten, wat gepaard gaat met grote financiële risico’s. Dan mogen ze daar best winst op maken. Daarnaast worden de kosten van alternatieve warmtesystemen vaak wel degelijk beïnvloed door de aardgasprijs. Neem biomassa-projecten: die teren op subsidie van het Rijk, maar de hoogte daarvan is deels afhankelijk van de aardgasprijs.” “Oneerlijk is het dus niet. De vraag is wel of de warmtetarieven die bedrijven tegenwoordig kunnen hanteren (door koppeling met aardgasprijzen, red.) nog wel reëel zijn”, vervolgt hij. “Zeker bij kleinschalige warmtenetten kunnen de tarieven hoog oplopen, omdat je veel infrastructuur moet aanleggen voor relatief weinig aansluitingen. Dat maakt dergelijke warmtenetten een stuk minder aantrekkelijk, terwijl ze essentieel zijn in de warmtetransitie. Zo zet je dus een rem op de energietransitie.” Lees ook: Zuid-Holland opent waterstoftankstation: wat komt hier allemaal bij kijken? Kostprijs-plus model Kan het ook anders? Ja, zegt Kooistra. Samen met collega Wouter Tettero deed hij onderzoek naar het zogeheten kostprijs-plus model, dat veelvuldig wordt toegepast in Denemarken. Het Scandinavische land is volgens hem een belangrijk voorbeeld van hoe het ook kan. Denemarken is rijk aan zowel grootschalige als kleinschalige warmtenetprojecten (63 procent van de gebouwde omgeving is er aangesloten op een warmtenet). In Nederland worden dergelijke projecten uitgerold door commerciële warmteleveranciers, die hun projectrendement bepalen op basis van het prijsplafond van de ACM. In Denemarken zijn ze juist in handen van gemeentelijke overheden en/of bewoners (bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedscoöperatie) en wordt er géén winst gemaakt op de levering van warmte. Het warmtetarief in Denemarken kan daarom flink verschillen per regio en per warmtesysteem. Die komt namelijk tot stand op basis van de investeringskosten en operationele kosten van het warmtesysteem in kwestie. En die kunnen per project behoorlijk uiteenlopen. Daarnaast wordt er vaak een kleine ‘plus’ bij het tarief opgeteld, om eventuele tegenslagen te kunnen opvangen. Vandaar de naam: kostprijs-plus model. Een ander belangrijk element van het Deense model: de kosten en daarop gebaseerde warmtetarieven zijn volledig transparant en openbaar. Iedereen kan inzien welke tarieven er gerekend worden en waar die op gebaseerd zijn. De warmtevoorziening in Denemarken is door deze kenmerken vergelijkbaar met de drinkwatervoorziening in Nederland; er is weinig tot geen winstoogmerk. Een belangrijk voordeel daarvan is dat de kosten voor warmte beduidend lager kunnen uitvallen. Lees ook: Zorginstelling wordt vastgoedpartij met energieneutrale woningen Collectieve warmteprojecten in Nederland Nederland heeft momenteel nog maar weinig ervaring met warmtesystemen die door bewoners of gemeenten beheerd en geëxploiteerd worden. Een voorbeeld van een warmtenet dat wel door bewoners wordt gerund, is Thermo Bello in Culemborg. Het burgerinitiatief levert warmte op een temperatuur van 50 graden Celsius aan 220 huishoudens, met als warmtebron een warmtepomp bij een drinkwaterinstallatie. Voorbeelden zoals Thermo Bello zijn vooralsnog schaars, maar Kooistra en Tettero verwachten dat daar de aankomende jaren snel verandering in komt. Tettero: “Gemeenten zullen steeds vaker een rol krijgen in de uitrol en het beheer van warmtenetten. Maar ook bewoners zullen steeds vaker zelf de handschoen oppakken. Zij zien hun jaarlijkse energierekening nu immers met honderden euro’s stijgen. Het is logisch dat ze daar invloed op willen hebben.” Verwarmen met oppervlaktewater Kooistra en Tettero onderzochten in opdracht van gemeente Tilburg en het programma SIE (Sociale Innovatie en Energietransitie) de mogelijkheden van een duurzaam warmtesysteem in de Tilburgse nieuwbouwwijk Fabriekskwartier. De wijk van vierhonderd woningen ligt direct aan de Piushaven en dat maakt verwarming op basis van aquathermie (oppervlaktewater) mogelijk. Het is de bedoeling dat inwoners van de wijk het warmtesysteem zoveel mogelijk zelf en collectief exploiteren. Tettero: “Hoe organiseer je dat? Welke risico’s gaan ermee gepaard? Wat kost het om zo’n warmtesysteem aan te leggen en te onderhouden? Welke energieprijzen levert dat op als het zonder winstoogmerk geëxploiteerd wordt? En hoe verhouden die kosten zich tot het prijsplafond van de ACM? Dat hebben we vóór de huidige energiecrisis al onderzocht. En er kwamen toen al schokkende getallen uit.” Lees ook: Luchtvervuiling Nederland ondergeschoven kindje in klimaatdebat Ruim 600 euro besparen op energie Rebel onderzocht twee situaties: een nieuw te bouwen wijk (in dit geval Fabriekskwartier), waarbij de ontwikkelaar de investering in het warmtesysteem voor zijn rekening neemt. Dit omdat er nog geen bewoners zijn die zelf kunnen investeren. In de tweede (fictieve) situatie werd een reeds bestaande wijk onderzocht, waarbij bewoners de investering in het warmtesysteem zelf en collectief voor hun rekening nemen. In beide situaties werd het kostprijs-plus model vergeleken met een commercieel model waar het maximaal toegestane warmtetarief gehanteerd wordt. “De conclusie: bij de wijk Fabriekskwartier vallen de energiekosten bij een kostprijs-plus model 624 euro lager uit dan bij een commercieel model. Per jaar en per woning. Dat staat gelijk aan 40 procent minder energiekosten”, zegt Kooistra. “Bij bestaande bouw is het verschil tussen een kostprijs-plus en commercieel model kleiner, omdat bewoners zelf in het warmtesysteem moeten investeren. Maar in ons onderzoek ging het alsnog om een besparing van 299 euro per jaar, per woning; een verschil van 17 procent ten opzichte van een commercieel model.” Nutsvoorziening? Die cijfers liegen er niet om. Een nuance is echter wel op zijn plaats, zegt Tettero: “Deze cijfers zijn bij de nieuwbouw-situatie gebaseerd op een eerste warmtesysteemontwerp in Fabriekskwartier. Bij het scenario over bestaande bouw gaat het om een fictieve situatie. Er is meer informatie en onderzoek nodig om het kostprijs-model door te ontwikkelen en tot concretere cijfers te komen.” Verder onderzoek is dan ook noodzakelijk en staat op de planning bij Rebel, maar dat het kostprijs-plus model tot aanzienlijk lagere warmtetarieven kan leiden, staat buiten kijf. Tettero en Kooistra verwachten dat het kostprijs-plus model hoe dan ook steeds prominenter op de agenda van de Nederlandse energietransitie komt te staan. “Dit alles grijpt terug op de discussie of warmte een commerciële voorziening of een nutsvoorziening moet zijn”, besluit Kooistra. “Ik verwacht dat we het in de Nederlandse energietransitie steeds vaker als nutsvoorziening zullen benaderen.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.