Teun Schröder
02 september 2021, 15:53

Nederlandse modeontwerper recyclet textiel voor duizenden ‘slaappakken’ voor daklozen

Onlangs presenteerde de NGO Sheltersuit en matrassenfabrikant Auping hun nieuwste innovatie: de Shelterbag: wind- en waterdichten slaapzak met daarin een oprolbaar, lichtgewicht matje. Gemaakt van gerecyclede materialen van textielproducenten. De constructie moet daklozen bescherming bieden tegen de grillen van het straatleven. “Het succes van mijn onderneming is eigenlijk heel dubbel.”

Shane1 1 2048x2048 Met Sheltersuit kunnen daklozen zich iets beter beschermen tegen de grillen van het straatleven | Credits: Sheltersuit

Oprichter van Sheltersuit Bas Timmer is opgeleid als modeontwerper. “Ik begon met een eigen kledinglijn die steeds groter werd en in verschillende winkels kwam te liggen”, vertelt Timmer aan de telefoon. “Maar in 2014 kreeg ik het nare nieuws dat de vader van een vriend was overleden aan de gevolgen van onderkoeling. Hij was dakloos en de opvang was gesloten, waardoor hij op straat moest slapen.”

Daarop besloot Timmer het roer om te gooien. Hij wilde iets ontwerpen waarmee hij daklozen kon helpen. Als eenmalig project maakte hij honderd ‘Sheltersuits’: een waterdichte jas met slaapzak. Deze deelde hij via organisaties als het Leger des Heils uit aan daklozen. “De reacties waren heel goed”, zegt Timmer. “En ik merkte dat de waardering van anderen bij mezelf ook iets deed. Dus besloot ik ermee door te gaan. De komende jaren willen we de productie in Nederland opschalen naar 17.500 stuks per jaar.”

Het recyclen van spullen en die aan daklozen geven is niet nieuw. General Motors maakte bijvoorbeeld jassen van flessen.

Gerecyclede materialen

Na de Sheltersuit is daar dus onlangs de Shelterbag bijgekomen. Deze rugzak is lichter dan zijn voorganger en beter geschikt voor warm weer. “Beide ontwerpen worden gemaakt van resten afkomstig uit de textielindustrie, zoals tentdoekfabrikant Ten Cate”, zegt Timmer. “Als hier een weef- of verffout inzit, ontvangen wij ze. Verder gebruiken we (tweedehands) slaapzakkenof halen we ze op bij festivals. De banden van de rugzak worden gemaakt van autogordels en Auping levert nu de matjes.”

Hoeveel daklozen zijn er op de wereld?

Het is heel lastig om een accuraat beeld te krijgen van het aantal
daklozen in de wereld. Definities verschillen en grip krijgen op mensen
die niet op een adres ingeschreven staan is complex. Een mondiaal
onderzoek uit 2015 gaat uit van 150 miljoen mensen.

‘Verborgen dakloosheid’ is al helemaal ingewikkeld te tellen. Dit
zijn mensen die veel rondzwerven, regelmatig bij anderen slapen, of zich
in sloppenwijken, parken of onder bruggen settelen. Daarom is de
verwachting dat metingen in de praktijk vaak hoger uitvallen.

In Nederland hebben we de laatste jaren te maken met een enorme
stijging van het aantal daklozen. Het CBS concludeerde dat het aantal
daklozen is gestegen van 17,8 duizend in 2009 tot 39,3 duizend in 2019;
een stijging van 120 procent. Opvallend is de stijging onder de groep
van 18 tot 30 jaar en mensen met een migratieachtergrond. Beiden zijn
het afgelopen decennium verdriedubbeld.

Vluchtelingen en daklozen

Alle materialen zijn gedoneerd en worden door eigen medewerkers
geupcycled tot Sheltersuits en -bags. Met ateliers in Nederland en
Zuid-Afrika heeft de NGO inmiddels meer dan 112 banen voor vluchtelingen
en voormalig daklozen gecreëerd.

“Inmiddels lopen zo’n 15.000 daklozen met een van onze twee
producten”, vertelt Timmer. “Naast Nederland leveren we in andere delen
van Europa, zoals Lesbos, Samos, Frankrijk, Italië, Schotland en
Engeland. Ook zijn we onderweg naar Zuid-Amerika en Los Angeles.”

Shitshow

Het succes van Sheltersuit geeft tegelijkertijd een gigantisch
probleem bloot, weet Timmer. “Hoe meer je weet, hoe schrijnender het
eigenlijk is. Zoveel personen leven in mensonterende situaties. Van LA,
tot Lesbos en Den Haag, het is best wel een grote shitshow. In de ideale
wereld zijn er geen daklozen, maar ik vraag me af of dat realistisch
is. Maar zolang mensen buiten leven, zullen wij ons best doen ze te
beschermen.”

Wil je weten welke Nederlandse bedrijven bezig zijn met de circulaire economie? Vind ze in onze database

Ook de trein ruilt diesel in voor batterijen, laat proef in Oost-Nederland zien

Het is de vervoerders een doorn in het oog: de laatste dieseltreinen van Nederland. Hoewel de Nederlandse Spoorwegen overal spoor met bovenleiding hebben, gevoed met stroom uit windenergie, zijn er nog een paar trajecten waar geen bovenleiding is. Hier baten bedrijven als Arriva de dieseltreinen uit. Maar ook hier moet diesel op termijn verdwijnen, en dus kijken de treinpartijen naar alternatieven. Een van die alternatieven is een batterij. Om te weten of dat kan werken, testen Prorail, Arriva en de provincies Overijssel, Friesland en Gelderland in het najaar een trein met een batterij. Het is een WINK-trein, een nieuw model dat naast een dieselmotor ook een stroomafnemer en kleine batterij aan boord heeft. Deze is normaal bedoeld om rem-energie terug te leveren, en stroom te geven aan de trein als deze stilstaat. Opladen aan de bovenleiding Maar de partijen hopen dat de batterij ook op kan laden aan de bovenleiding, om vervolgens de trein voort te stuwen op stukken zonder deze leidingen. Dat zou uitkomst bieden in Oost-Nederland, waar kleine stukjes spoor van enkele tientallen kilometers geen bovenleiding hebben. “Allereerst willen we laten zien dat het kan”, vertelt Michiel Deerenberg, projectleider bij ProRail. “Dat je een trein kunt laten rijden op een batterij. Dat de batterij kan opladen terwijl de trein met een stroomafnemer aan de bovenleiding rijdt. En dat je goed kunt overschakelen.” Het concept lijkt op dat van de moderne trolleybussen die in Arnhem rondrijden. Ook deze gebruiken de bovenleiding die door de stad loopt om op te laden, waarna ze elektrisch kunnen rijden op de stukken waar geen kabels in de lucht hangen. Door zo op te laden, hoeven de bussen niet langere tijd stil te staan bij een laadpaal, wat tijd scheelt. Waterstoftrein Als dat allemaal werkt, is het vervolgens aan het ministerie en de provincies om te kiezen voor de batterij, of voor iets anders zoals het aanleggen van bovenleidingen of een waterstoftrein. In Groningen vonden succesvolle tests plaats met de waterstoftrein, waarop de provincie Groningen er vier aanschafte. “Maar de situatie is overal anders. Groningen wil de waterstofeconomie aanjagen en heeft grote stukken zonder bovenleiding. In Overijssel zijn de afstanden korter.” De laatste optie, een bovenleiding aanleggen, is relatief duur en vraagt om veel koper, wat de voetafdruk groot maakt. Voor de test van start ging, deden de partijen al studies naar de milieu-impact en de kosten van de verschillende CO2-vrije alternatieven voor diesel. Hier kwamen batterijen het beste uit de bus. Voor Overijssel dringt de tijd een beetje. In 2026 of 2027 komt er een nieuwe concessie die emissieloos moet zijn, dus voor die tijd moeten de partijen kiezen wat ze de beste oplossing vinden. Lees ook hoe een van onze verslaggevers een ritje maakte in de waterstoftrein in Groningen