Teun Schröder
08 oktober 2021, 14:00

Nederlandse start-up haalt miljoeneninvestering op om Europese afvalmarkt te veroveren

Meer afvalstromen redden van de verbrandingsoven, dat is de missie van het Nederlandse Seenons. De in 2019 opgerichte start-up gebruikt technologie en slimme logistiek om bedrijven te helpen met de recycling van reststromen als koffiedrab, sinaasappelen en olie.

Seenons bakfiets Als het aan Seenons ligt worden bedrijven een handje geholpen bij de recycling van hun afval | Credits: Seenons

“We zijn dit avontuur twee jaar geleden begonnen omdat we zagen dat nog steeds heel veel afvalstromen van bedrijven in de verbrandingsoven belanden.” Zonde, vindt Joost Kamermans, een van de oprichters van Seenons. “Organisaties willen wel veranderen, maar vinden dit lastig. We weten dat er materialen worden weggegooid die anderen kunnen gebruiken. Het probleem is dat data over, en transport voor deze afvalstromen op dit moment ontbreekt. Onze technologie biedt hiervoor een oplossing. We willen een katalysator zijn die de circulaire economie versnelt.”

Recycle match

Seenons ontwikkelde een platform voor fijnmazige afvalstromen. Hierop kunnen ze bedrijven die van hun afval af moeten ‘matchen’ met partijen die iets met dit afval willen. Partijen kiezen zelf de locatie en het tijdstip. Een soort Tinder, maar dan voor afval. Een verzameling aan logistieke partners brengt vervolgens het afval van a naar b. “Idealiter zetten we retourlogistiek in”, zegt Kamermans. “Als je toch al in de binnenstad bent en je hebt een lege bus, dan kun je die ruimte benutten om ergens een reststroom op te halen. Voor kleine volumes gebruiken we elektrische bakfietsen en voor grote volumes elektrische boten of alsnog een perswagen.”

Grote modebedrijven investeren in Finse textiel-recycle start-up. Brengt dit een circulaire mode-industrie dichterbij?

Joost Kamermans (foto) richtte samen met Jorn Eiting van Liempt het bedrijf Seenons op | Credit: Seenons

Sinaasappels en koffiedik

Zo haalt Seenons al sinaasappelschillen en koffiedik op bij de Amsterdamse horeca en levert het de lading af bij likeurmaker Dik & Schil. Maar van koffiedik kan ook heel goed zeep gemaakt worden of gebruikt worden als kweekbodem voor oesterzwammen. Kamermans: “Uiteindelijk kunnen de bedrijven waarbij het afval wordt opgehaald, de producten kopen die ervan gemaakt worden. Zo maken we de cirkel rond.”

Start-ups in afvalmarkt

De specialisatie van de afvalmarkt is een trend die onverminderd doorgaat. Steeds meer start-ups richten zich op de verwerking van specifieke reststromen en snoepen zo massa van de vele verbrandingsinstallaties af die Nederland rijk is. “Twintig jaar geleden waren afvalverbrandingsinstallaties een goed idee”, zegt Kamermans. “En dat zijn ze nog steeds voor materialen waar geen betere bestemming voor is. Maar zoveel als er nu zijn, hebben we in de toekomst niet nodig.”

In Nederland specialiseert de afvalrecyclingsector zich steeds meer. Nieuwsgierig waar de sector de komende jaren naartoe beweegt? Met dit artikel ben je weer helemaal op de hoogte.

Geld en regels

Als spin in het web van de afvalmarkt ziet Kamermans nog veel ruimte voor verbetering in de sector. Volgens hem is het cruciaal voor de circulaire economie dat er funding komt voor start-ups, zodat ze hun innovatieve verwerkingsmethoden kunnen opschalen. En de overheid kan ingrijpen bij de prijsstelling van materialen. “Virgin
(nieuw, red.) is nog steeds veel goedkoper dan gerecycled materiaal. Terwijl we uiteindelijk wel de prijs betalen voor de vervuiling die virgin met zich meebrengt. Het stimuleren, of verplichten van een percentage gerecycled materiaal kan de markt helpen. Verder hoopt Kamermans dat er richtlijnen komen die het gebruik van samengestelde verpakkingen beperken. Plastic verlijmd met bijvoorbeeld papier of aluminium is voor veel verwerkers niet te recyclen, waardoor het alsnog de oven in belandt.

Het tekort aan zeldzame metalen is een dreigend probleem voor de energietransitie. Daarom roepen organisaties op tot mondiale actie.

Circulair in 2050

Een circulair Nederland in 2050 vindt Kamermans niet ambitieus genoeg. “Honderd procent circulair is niet zo belangrijk. We moeten vooral veel sneller.” Inmiddels heeft Seenons plannen om uit te breiden naar de rest van Europa. Het platform haalde deze week nog eens 6 miljoen euro op in een investeringsronde, waardoor de buitenlandplannen en de doelstellingen van zero-waste weer een stap dichterbij zijn.

Zorgt de hoge gasprijs voor een versnelling van de energietransitie?

David Smeulders, hoogleraar Energietechnologie, TU Eindhoven "Het probleem is volgens mij dat we gewoonweg nog te afhankelijk zijn van gas. Elektriciteit in Nederland wordt voor 60 procent opgewekt met gas, en warmte met 75 procent. Dus een hoge gasprijs zorgt meteen ook voor een hoge stroomprijs. Overstappen op een warmtepomp of elektrisch verwarmen zal voorlopig niet lonen, mensen zitten dus klem. Wel is stookhout nu goedkoper dan gas geworden, maar dat zorgt natuurlijk voor meer CO2, fijnstof, en NOx. Hoge prijzen zorgen simpelweg voor minder draagvlak voor welke energiemaatregel dan ook. Mensen maken zich zorgen over het einde van de wereld maar allereerst over het einde van de maand. Als de regering niets doet aan de huidige problemen, hoe kunnen we er dan op vertrouwen dat ze de toekomstige problemen zullen oplossen? De situatie kan wel helpen om wat meer aan energiebesparing te gaan doen." Hans van Cleef, Energie Econoom ABN Amro “Het is niet te zeggen of het goed of slecht is voor de energietransitie. De hoge gasprijs drukt ons weer met de neus op de feiten dat we afhankelijk zijn van een fossiel energiesysteem, en dat we werk moeten maken van duurzame energiebronnen. Dat is een positief effect. Maar tegelijkertijd geven overheden nu veel geld uit aan compensatiemaatregelen voor de hoge gasprijs, terwijl ze dat ook in duurzaamheid hadden kunnen investeren. De huidige situatie, waarin een mogelijk tekort al leidt tot zulke prijsstijgingen, laat zien dat de energietransitie gebaat is bij een soepele overgang. We moeten onze oude schoenen niet weggooien voordat we nieuwe hebben. We moeten aandacht houden voor het huidige fossiele energiesysteem, dat moet stabiel blijven om de transitie daadkrachtig te kunnen uitvoeren.” Brenda Heidinga, Woordvoerder Duurzaamheid, Aedes vereniging van woningcorporaties “Woningcorporaties hebben zelf geen last van fluctuerende prijzen, maar onze huurders voelen dat natuurlijk wel. Wij maken ons daar zorgen over. We weten van onze huurders dat sommigen niet of nauwelijks rond kunnen komen zonder op de meest basale uitgaven (zoals energie) te besparen. Corporaties dragen bij aan goed en betaalbaar wonen door woningen te isoleren, maar dat gaat niet van vandaag op morgen, zeker aangezien ons investeringsvermogen beperkt wordt door de verhuurderheffing. Verduurzamingsprojecten van woningcorporaties worden voornamelijk gecombineerd met renovatie en onderhoud. Dat betekent dat dit planmatig wordt aangepakt, en de hoogte van de energietarieven op die planning geen invloed hebben. De stijgende gasprijzen maken de noodzaak van isolatie wel nog groter, zeker omdat wij mensen met lage inkomens huisvesten die een groter risico lopen om de rekening niet meer te kunnen betalen. Het is overigens niet zo dat door een hogere gasprijs duurzame energiebronnen (relatief) aantrekkelijker worden. Bij de aanleg van warmtenetten zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de kosten. In de Warmtewet staat dat de maximumtarieven afhankelijk zijn van de gastarieven. Dat is geen houdbare situatie. Niet alleen vanwege de fluctuerende prijzen van gas die niet per se een relatie hebben met de kosten van warmtebedrijven, maar bijvoorbeeld ook vanwege actief beleid van de overheid om de belasting op aardgas te verhogen (en op elektriciteit te verlagen) om verduurzaming te stimuleren. Daarom is het vooral van belang dat we overgaan op een andere tariefsystematiek. Dat is voorzien bij de overgang naar de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW), maar die wordt steeds uitgesteld. De overheid moet nu aan de slag en duidelijkheid gaan bieden. Want anders zijn we alleen maar op de korte termijn aan het acteren, in plaats van het systeem op de lange termijn bestendig te maken.” Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems, TU Delft “Er is geen eenduidig antwoord op de vraag of de hoge gasprijs een stimulans is voor de energietransitie. In het algemeen is het zo dat als je een hogere prijs voor fossiele energie moet betalen, dat je dan het gedrag van mensen en bedrijven beïnvloedt en dat ze gaan investeren in duurzame energie. Het probleem is nu dat de prijsstijging zo snel gaat. Dat kun je met investeringen in duurzame energie of energiebesparing niet bijbenen. Het vervelende is dat mensen met een kleine portemonnee, die vaak in slecht geïsoleerde huurhuizen wonen, het meeste benadeeld worden. Die huishoudens kunnen niet zelf investeren in energiebesparing of een warmtepomp. De snelle prijsstijging veroorzaakt een negatief sentiment. Mensen worden angstig en boos, waardoor politici gaan zeggen: laten we méér aardgas gaan contracteren. Voor investeringsklimaat is het belangrijk dat prijzen enigszins voorspelbaar zijn. De hoge prijs van nu is niet per se de prijs van volgende jaar. Op basis van de hoge huidige prijsniveaus kun je als bedrijf of huishouden je investeringsbeslissing niet goed nemen. Als je de energietransitie wil versnellen, is het instellen van quota misschien beter. Dan schrijf je als overheid voor dat brandstof voor 'x' procent moet zijn bijgemengd met hernieuwbare biobrandstof. Maar dat zijn politieke beslissingen." Hans André de la Porte, woordvoerder Vereniging Eigen Huis “Voor veel huiseigenaren zullen de stijgende energieprijzen een extra stimulans zijn om het huis te verduurzamen en energiezuiniger te maken. Veel mensen die zelf financiële ruimte of financieringsmogelijkheden hebben zullen dat doen, of hebben dat al gedaan. Onze zorg zit vooral bij de groep huiseigenaren voor wie de investeringen in isolatie en andere energiebesparende maatregelen, of duurzame opwek zoals zonnepanelen, niet mogelijk is. Denk aan mensen met een bescheiden inkomen (uit werk, uitkering of pensioen) en een oudere woning. Vooral kleinere, oudere woningen in dorpen of oude stadswijken maar ook naoorlogse woningen die nog grotendeels in de oorspronkelijke staat zijn vallen in de categorie ‘tochtig en vochtig’. Daarom dringt Vereniging Eigen Huis er bij de overheid op aan dat er een stimuleringsprogramma komt dat vooral deze groep helpt met het ‘haalbaar en betaalbaar’ verduurzamen. Dat is meer dan een subsidieprogramma: vooral veel oudere bewoners zullen aan de hand moeten worden genomen om de eerste en volgende stappen te zetten. Het zou helpen als gemeentelijke teams de wijken ingaan om met mensen te spreken over isoleren en samen de situatie en de mogelijkheden te bespreken, dus één op één. Er moet dan een koppeling zijn tussen praktische hulp en financiële ondersteuning. Dat helpt mensen meer dan de zoveelste goedbedoelde folder of tv-campagne.”