Sabine Sluijters 26 mei 2021, 16:42

“Alleen in samenwerking met de omgeving kunnen we de klimaatdoelen halen”

Sunrock ontwikkelt zonneprojecten op daken. Sinds een jaar waagt het bedrijf zich ook aan zogenaamde grondgebonden projecten in de publieke ruimte. En dat vereist een andere strategie en werkwijze vertelt Maarten de Haas. “Zonne-energieontwikkelaars hebben soms nog een negatief imago. Daar wil ik echt vanaf.”

Beeld sunrock Grondgebonden projecten in de publieke ruimte vereisen een andere strategie en werkwijze, vertelt Maarten de Haas van Sunrock. Beeld: Sunrock

Sunrock is een van de snelst groeiende bedrijven in de Nederlandse energiesector. In drie jaar tijd groeide het bedrijf uit tot marktleider in de grootschalige zonne-installaties in Nederland. Oorspronkelijk ontwikkelde Sunrock alleen grootschalige zonneprojecten op daken, zoals op de distributiecentra van Coolblue en het logistieke vastgoed van DHG. Sinds een jaar komen daar meer grondgebonden en drijvende projecten bij, bij voorkeur op oude vuilstortplaatsen of zandwinplassen. “In elk geval niet op landbouwgrond en altijd in samenwerking met de omgeving”, zegt Maarten de Haas. “Want dat is de enige manier waarop we de klimaatdoelen kunnen halen.”

Volwaardige partner

De Haas is sinds een jaar ‘Director Large Projects’ bij Sunrock en verantwoordelijk voor ‘alles wat niet op daken gaat’. En dat vereist een speciale aanpak. “Wij zoeken heel proactief de samenwerking op met lokale belanghebbenden. We benaderen energie coöperaties en lokale werkgroepen om met hen samen een plan te maken.” En dat werkt. “Eigenlijk zijn ze altijd enthousiast. Dat komt omdat ze merken dat we ze als volwaardige partner beschouwen.”

Het is een mes dat aan twee kanten snijdt vindt De Haas. “Lokale partijen weten veel beter wat er in de omgeving speelt. Maar zij hebben weer moeite hun project rond te rekenen. Of goedkoop financiering aan te trekken. Ik zou willen dat het voor iedereen duidelijk is dat wij, bijvoorbeeld door schaalvoordelen kunnen bijdragen om lokale initiatieven verder te helpen.” 

Wantrouwen

Want iedereen moet kunnen participeren, vindt De Haas. Toch is dat lang niet altijd gemakkelijk, weet hij uit ervaring. Want bij veel lokale partijen overheerst wantrouwen. “Eerdere spelers in de markt zijn cowboys geweest. Die hadden als doel een weiland zo vol mogelijk zetten zonder teveel landschappelijke inpassing, zonder lokaal eigenaarschap. Zonder rekening te houden met de belangen van de lokale omgeving.” En dat heeft de reputatie van de hele zonne-energiesector geschaad. “Zonne-energieontwikkelaars hebben daardoor soms nog een negatief imago. Daar wil ik echt vanaf.”

Meedoen

Volgens De Haas is dat imago ook de reden waarom Sunrock nog te weinig wordt benaderd door lokale partijen. “Mensen zijn argwanend of denken dat de winst naar buitenlandse investeerders gaan. Daardoor willen ze het liever zelf doen. Terwijl je juist als lokale omgeving meer winst kan halen door te werken met een partij die schaalvoordelen heeft.”

De Haas gelooft meer in echt gezamenlijk ontwikkelen. Bijvoorbeeld doordat lokale partijen vanaf het begin risicodragend meedoen, maar dat hoeft niet. Want lang niet iedereen wil financieel participeren. “De behoefte van mensen om mee te doen neemt alleen maar toe. En de aanpak verschilt per project. Soms worden er ontwerpsessies gehouden, of een omgevingsfonds ingesteld.”

Positief doorzettingsvermogen

Maatwerk dus zoals dat zo mooi heet, en dat is lang niet altijd gemakkelijk, beaamt De Haas. “Daar is veel positief doorzettingsvermogen voor nodig. Want het betekent nog een extra stakeholder bovenop de gemeente, de ecoloog, de natuurorganisatie, het waterschap, en de provincie. Maar het helpt wel om lokaal draagvlak te creëren en een zo goed mogelijk resultaat te bereiken.”  

De Haas wil dat wantrouwen wegnemen en het imago verbeteren. “Het is mijn persoonlijke drijfveer om lokale partijen mee te nemen in onze missie, om toe te werken naar een duurzame en slimme manier van omgaan met onze elektriciteitsvraag.” Dat doet hij samen met zijn team op informatieavonden en werkateliers in zaaltjes vol klapstoelen en een scherm met een beamer. “Ik hou oprecht van dat soort avonden. Want daar kan ik in gesprek met mensen om ze te bewegen mee te doen aan een project. Dat vind ik geweldig.”

Snelheid

Ook al stuit hij daarbij op weerstand. “Vaak schrikken omwonenden van plannen voor een zonnepark in hun directe omgeving.” Daar heeft hij alle begrip voor. “Niet iedereen is blij met de energietransitie.” Volgens De Haas komt dat doordat we maar beperkt tijd hebben om de klimaatdoelen te halen. In 10 jaar tijd moeten we de uitstoot halveren die we in 200 jaar tijd hebben opgebouwd. “We hebben gewoon te lang gewacht. En daarom moet het nu zo snel. En die snelheid, dat is wat mensen tegenstaat.”

Zelf denkt de Haas overigens dat de energietransitie veel te traag gaat. “De huidige ambities gaan lang niet ver genoeg. Daar zullen we over twee à drie jaar achter komen. Door de elektrificatie gaan we de komende jaren veel meer stroom verbruiken. De vraag is waar we dat vandaan halen zonder kolen of gas te verbranden. Ik denk dat die doelen over een paar jaar alweer achterhaald zijn.”

Meebewegen

Volgens De Haas bestaat de energietransitie uit twee elementen: het omschakelen naar duurzame energie en het slimmer omgaan met de elektriciteitsvraag. Voor beide is maatwerk en samenwerking met klanten en omgeving geboden. Daarbij zit de grootste uitdaging in het op tijd matchen van vraag en aanbod. “En dat heeft puur met de grilligheid van zon en wind te maken. Om dat zonder batterijopslag goed bij de consument te brengen.”

De trend is dan ook dat steeds meer marktpartijen de hele keten van – opwek- aanbod-opslag-warmtetransitie-levering, beheersen. Bedrijven als het recent opgerichte Groendus maar ook gevestigde namen zoals Greenchoice bewegen in die richting. Ook Sunrock heeft dezelfde ambitie. “Er zullen energiemaatschappijen ontstaan die volledig gebaseerd zijn op een grote portfolio van duurzame projecten van zon en wind en op basis daarvan gaan meebewegen met de klanten. En één ding is zeker: daarvoor is altijd maatwerk en samenwerking nodig.”

Milieudefensie wint klimaatzaak tegen Shell

Milieudefensie en zes andere organisaties waaronder Greenpeace en de Waddenvereniging, hadden Shell voor de rechter gedaagd omdat ze vinden dat het bedrijf zich harder moet inspannen om zijn CO2-uitstoot terug te brengen. De productie en het gebruik van de producten die het olieconcern op de markt brengt zorgen jaarlijks voor een uitstoot van 1,6 miljard ton CO2. Dat is ongeveer 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en negen keer zoveel als de jaarlijkse uitstoot van Nederland in zijn geheel.In de rechtszaak die in december 2020 voor de rechter kwam, stelde Milieudefensie dat Shell weliswaar weet dat het met zijn uitstoot een groot gevaar veroorzaakt, namelijk klimaatverandering, maar desondanks weinig doet om dat te voorkomen. Daarmee handelt het bedrijf in strijd met de Nederlandse wet en de rechten van de mens op leven en een gezond gezinsleven, stelt Milieudefensie.Ernstige bedreiging voor gezondheid en mensenrechtenDe rechter gaf de milieuorganisaties daarin gelijk en oordeelde dat de omvang van de uitstoot een ernstige bedreiging vormt voor de gezondheid en mensenrechten van inwoners van Nederland en het Waddengebied. Shell beschikt volgens de rechter over ‘de invloed en de middelen’ om die CO2-uitstoot terug te brengen. De huidige maatregelen die Shell neemt zijn daarvoor volgens de rechter niet toereikend. Het beleid is ‘niet concreet’ en ‘vol met voorbehouden’.Met de uitspraak verplicht de rechter het bedrijf om zijn absolute uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 45 procent te hebben teruggebracht ten opzichte van 2019. Dat geldt zowel voor de uitstoot die het bedrijf zelf veroorzaakt met de productie, maar ook voor die van zijn toeleveranciers en afnemers (scope 1, 2 en 3). Daarmee moet Shell onmiddellijk beginnen, ongeacht of het bedrijf in hoger beroep gaat.Eigen verantwoordelijkheid nemenIn zijn verweer had Shell in december aangevoerd dat het zich wel degelijk aan het Klimaatakkoord van Parijs houdt, maar dat een bedrijf niet in zijn eentje verantwoordelijk kan zijn voor de energietransitie. “Dat hoeft ook helemaal niet”, oordeelde de rechter vandaag. “Ook staten, andere bedrijven en burgers zijn daar verantwoordelijk voor.” Maar het feit dat ook anderen verantwoordelijkheid dragen, ontslaat Shell niet van de verplichting zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen.Ook zou het voorbarig zijn om verdergaande acties te verlangen van het bedrijf. Want volgens Shell is de energietransitie pas net begonnen en zal de wereld nog heel lang behoefte hebben aan olie en gas. Stoppen met het leveren van die producten zou geen zin hebben omdat andere bedrijven de productie onmiddellijk zouden overnemen. Ook daar was de rechter het niet mee eens. “Ook andere bedrijven, staten en eindgebruikers zullen hun CO2-uitstoot terug moeten brengen.”De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor het bedrijf, want het zal grenzen stellen aan de (fossiele) groei van Shell. Zo zal het bedrijf nieuwe investeringen in het winnen van olie en gas moeten nalaten en de productie en verkoop daarvan beperken. Dat zijn grote offers, erkende de rechter vandaag, “maar ze wegen op tegen het zwaarwegende belang dat wordt gediend met het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering”, aldus de rechter.Kloof tussen woord en daad dichtenDe uitspraak van de rechter komt twee weken nadat het International Energy Agency (IEA) met een rapport Net Zero naar buiten kwam. Daarin doet het agentschap een krachtige oproep om per direct te stoppen met het zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden. Het IEA stelt dat de kloof tussen woord en daad gedicht moet worden, willen we voorkomen dat de temperatuur op aarde met meer dan 1,5 graad opwarmt.Groene golfDat Shell deze verplichting door de rechter krijgt opgelegd, toont aan dat CO2 reductie via de rechter kan worden afgedwongen. Dat kan grote gevolgen hebben voor andere fossiele bedrijven of ondernemingen met een hoge CO2-uitstoot. "De groene golf die vandaag in Den Haag is begonnen zal door bestuurskamers over heel de wereld gaan", zegt Donald Pols, directeur Milieudefensie in een persconferentie achteraf. "Vanaf vandaag zijn klimaatrechtszaken een materieel risico voor alle grote vervuilers in de wereld. Mijn oproep aan deze bedrijven is wacht niet tot je voor de rechter moet verschijnen, maar implementeer nu een ambitieus en rechtvaardig klimaatbeleid."Ook Roger Cox, de advocaat die de rechtszaak voerde namens de organisaties gelooft dat de uitspraak grote gevolgen zal hebben voor andere bedrijven. "Dit vonnis heeft de potentie om revolutionair te zijn waardoor de klimaataanpak in een stroomversnelling kan geraken. Dat is nodig want de komende tien jaar zijn cruciaal bij het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering."Shell heeft aagegeven in hoger beroep te gaan tegen het vonnis. Nu is het de beurt aan banken en pensioenfondsen om bij de oliemaatschappijen met de vuist op tafel te slaan en een ambitieuzer klimaatbeleid af te dwingen, zegt Piet Sprengers, Manager Duurzaamheidsstrategie en Beleid van ASN BankEerder riepen de Shell-aandeelhouders het olieconcern al op om met concretere doelen te komen. Het past in een bredere trend waarbij aandeelhouders zich steeds vaker uitspreken voor het klimaat. Hoe zit dat?Het IEA bracht recent het rapport 'Net Zero' uit waarin het bedrijven en overheden oproept om per direct te stoppen met het zoeken naar fossiele bronnen.