Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 04 april 2012, 19:46

Braziliaanse algenfabriek geeft boost aan biobrandstof

Een auto die rijdt op algen, dat gaat binnenkort werkelijkheid worden. Een samenwerking tussen de Amerikaanse bedrijven Solazyme en Bunge moet een grootschalige productie van biobrandstof op basis van algen opleveren.

3748341049 7ec8880b7d b e1333539367382

Suikerriet, mais, maar ook zeewier en algen zijn vormen van biomassa die omgezet kunnen worden tot biobrandstoffen. Een deel van de biomassa van algen bestaat uit oliën, waarvan biodiesel geproduceerd kan worden.

Gezamenlijk zetten Solazyme en Bunge een grootschalige algenfabriek op in Brazilië. De partijen hebben als doel vanaf eind 2013 jaarlijks 100.000 ton biobrandstof te leveren voor de commerciële markt.

“Door de joint venture wordt Solazyme voorzien van de benodigde capaciteit om hernieuwbare oliën op grote commerciële schaal te kunnen bieden,” vertelt Jonathan Wolfson, CEO van Solazyme.

De joint venture bundelt de innovatiekracht op gebied van hernieuwbare energieproductie van Solazyme met de expertise van Bunge in olie- en suikerrietverwerkingsprocessen.

De schreeuw

Bijna 95 procent van alle producten in de VS wordt nu gemaakt op basis van chemische stoffen zoals olie, aardgas en steenkool.

“De wereldwijde markt voor biobrandstoffen bedraagt momenteel ongeveer € 170 mrd en zal groeien tot meer dan € 380 mrd in 2020,” volgens onderzoeks- en adviesbureau McKinsey.

De markt ‘schreeuwt’ om aardolie-vervangende producten die onder andere de CO2-uitstoot en het gebrek aan biologische afbreekbaarheid kunnen tackelen.

Suikerfeest

Het innovatieve Solazyme produceert hernieuwbare olie en bioproducten door plantaardige suikers om te zetten in brandstof.

Normaal gesproken groeien algen op basis van een fotosynthetisch proces. Tijdens dit proces van het omzetten van licht in energie, vormen de algen bouwstoffen voor hun groei.

In de algenfabriek daarentegen groeien de biobrandstofalgen in dichte tanks. Hier worden de algen gevoed met suiker van de nabijgelegen suikerrietmolen van Bunge, waardoor ze zich vermenigvuldigen. Dit maakt de enorme hectare landbouwgrond, die voor de productie van andere biomassa nodig is, overbodig.

In slechts een paar dagen kunnen enorme hoeveelheden algen geproduceerd worden, wat zorgt voor een aanzienlijk lage kostprijs. Dit maakt een commerciële toepassing haalbaar.

Solazyme stelt dat de algenbrandstof zelfs kosten-concurrerend is met producten op basis van aardolie.

Natuurlijke concurrentie

De markt maakt zich wereldwijd sterk voor grootschalige productie van algen voor biobrandstof.

Begin vorige maand maakte ook het Nederlands onderzoeks- en adviesbureau Ecofys bekend van de Noordzee een ‘zeewierboerderij’ te willen maken. Ecofys heeft hiervoor onder andere een testmodule ontwikkeld om grootschalige zeewierteelt te combineren met windmolenparken.

Daarnaast heeft Sapphire Energy deze week bekend gemaakt bijna € 110 mln te hebben ingezameld om een omvangrijke algenteelt in de Verenigde Staten te realiseren.

Solazyme is het eerste bedrijf wat algenteelt op grote commerciële schaal inzet voor biobrandstofproductie. Onlangs heeft het bedrijf afgesproken vliegtuigmaatschappij United Airlines vanaf 2014 te zullen voorzien van 20 miljoen liter algenbrandstof per jaar.

Bron: SustainableBusiness

Foto: SciDev.Net

En wat blijkt: papier is niet dood

Vorig jaar daagde HP mensen uit om een week zonder print te leven. Daarvoor richtte de Amerikaanse IT-reus onder meer een supermarkt in zonder etiketten. Geen van de deelnemers aan het experiment hield het vol. Denk je maar in: geen enkele manier om de blikken boontjes van de blikken worteltjes te onderscheiden. Hoewel het moeilijke tijden zouden moeten zijn voor printerproducenten als HP is er nog steeds papier. Bruno Zago, environment manager bij HP, weet waarom. “Mensen lezen 10 tot 30 procent sneller op papier en ze onthouden informatie beter. Minder afleiding, denk ik,” grinnikt hij. HP vermoedt dat print het nog wel even vol houdt. Zinnig Dat verhindert HP zich niet de vraag te stellen hoe het duurzamer kan. Met 300.000 werknemers en een omzet van €96 mrd in 2011 is HP het grootste IT-bedrijf ter wereld. Elk jaar geeft het bedrijf €49 mrd uit aan het maken van zijn producten en heeft daarmee de grootste productieketen in de IT-industrie. Dat schept problemen (grondstoffenschaarste) en verantwoordelijkheid (milieu). Maar meteen stipt Zago het dilemma aan. “In tenders waar wij op inschrijven zijn kosten nog steeds veruit het belangrijkste. Zo’n 60 procent van de keuze draait erom.” De klanten van HP dichten gemiddeld 5 procent gewicht toe aan milieu en duurzaamheid – een percentage dat wel toeneemt. Om duurzaamheid een zinnig business model te laten zijn, moet een bedrijf dus kunnen concurreren op kosten. Paperback printer De truc is om duurzaamheid en kostenbesparing samen te laten gaan. Een gemiddelde laserprinter van HP verbruikte in 1984 ongeveer €42,- per jaar aan energie. In 2011 lanceerde HP een laserprinter die gemiddeld €1,30 aan energie per jaar verbruikt. Ze hebben die voor het gemak tot meest efficiënte ter wereld uitgeroepen. HP schrijft ook veel software die bedrijven inzicht geeft in hun printkosten. Tegenover elke euro die een gemiddelde multinational aan energie betaalt, staan tien euro aan papierkosten. Je kan dus beter kijken naar je papierverbruik, dan naar energie. “Van alle paperbacks wordt 40 tot 50 procent nooit gelezen,” zegt Dave Lobato, ook environment manager bij HP. “Oorzaak is dat ouderwetse, analoge printers een minimum aantal drukken moeten doen. Met digitale printers kan je dat beter afstemmen.” Waarom niemand daar ooit opgekomen is? Innovatie blijkt het toverwoord. In veel gevallen komen die uit de categorie ‘waarom is niemand anders daar ooit op gekomen?’ Neem HP’s ‘Auto on, auto off’ systeem dat printers uitschakelt als ze niet worden gebruikt en ze inschakelt als een printopdracht wordt gegeven. Na twee jaar heeft nog steeds geen concurrent een vergelijkbaar systeem. “Dat komt omdat het gepatenteerd is,” zegt Lobato trots. “Het klinkt ook een stuk simpeler dan het is. We hebben veel voordeel van het first mover advantage.” Ook na het gebruik van zijn producten neemt HP zijn verantwoordelijkheid. Zo probeert het bedrijf het recyclen van cartridges en toners zo makkelijk mogelijk te maken. Elke consument kan zijn oude cartridge gratis terugsturen in de doos van de nieuwe. Sinds de start van het recyclingprogramma in 1991 zijn in totaal al 389 miljoen cartridges ingezameld en het plastic wordt hergebruikt. Volgens een onafhankelijk onderzoeksbureau heeft dat geleid tot 33 procent minder CO2-uitstoot. Dun, dunner, dunst Al twee jaar op rij is HP tot één-na-duurzaamste bedrijf ter wereld uitgeroepen door tijdschrift Newsweek. Hoe gaan ze dat behouden? “Product design gaat de grote uitdaging worden,” zegt Zago. “Hoe ontwerp je producten op zo’n manier dat de onderdelen weer makkelijk te hergebruiken zijn?” Voorlopig is de eerstvolgende innovatie ook weer uit de categorie waarom niemand daar ooit opkwam: ‘HP Thin Paper’. Dun papier. In plaats van 75 gram per vierkante meter weegt dit papier nog maar 60 gram per vierkante meter. Maar de gewichtsbesparing van 22 procent betekent nogal wat. “Van alle prints wordt 45 procent gebruikt als backup. Daarvoor is nu minder ruimte nodig. Er is ook minder ruimte nodig bij het verschepen. Twee gevolgen die tot minder kosten leiden.” Betekent minder papier ook een lagere prijs voor de klant? Dat niet. Niet alleen de klanten van HP hoeven er baat bij te hebben. Foto: Ian Alexander Martin