Sabine Sluijters 14 juni 2021, 14:20

De kracht van getijdenenergie: hoe eb en vloed ons van duurzame stroom kunnen voorzien

Met de sloop van het Tidal Technology Center lijkt getijdenenergie (stroom opgewekt door eb en vloed) in Nederland in zwaar weer te verkeren. Maar internationaal wordt het idee steeds populairder, en ook in Nederland blijft deze innovatieve bron van duurzame stroom op de radar.

Turbine zoals toegepast in zeeland in aanbouw Turbines zoals deze kunnen straks langs de kust genoeg stroom opwekken voor heel Zeeland | Beeld: Tocardo

Schuimend en sissend spoelen de golven rondom de 65 betonnen pijlers van de Oosterscheldekering. De dam is onderdeel van de Deltawerken en beschermt Zeeland sinds de afronding van de bouw in 1986 tegen hoogwater. Veiligheid, dat is waar de kering voor is gebouwd. Maar het waterwerk doet meer dan dat. Want onzichtbaar voor het oog en onhoorbaar voor het oor, wekt de dam energie op.

Enkele meters onder het kolkende wateroppervlak hangen vijf turbines tussen de kolossale pilaren. Daar trotseren zij het zoute water en laten ze zich ronddraaien door de stroming die ontstaat door eb en vloed. De energie die zij daarmee opwekken, gaat via een flexibele kabel naar het elektriciteitsnet op het vaste land. Gezamenlijk leveren de onderwatermolens elke dag genoeg stroom voor duizend huishoudens.

Onhoorbare opwekking

Getijdenenergie spreekt tot de verbeelding. Net als zon en wind, wordt een natuurverschijnsel gebruikt om energie op te wekken. Maar de techniek heeft een aantal grote voordelen ten opzichte van de andere methodes van duurzame energieopwekking. Om te beginnen is getijdenenergie voorspelbaar. De cyclus van de maan die het tij aanstuurt, kent weliswaar net als zon en wind een variabel patroon, maar in tegenstelling tot zon en wind is dat regelmatig. “En het is op de minuut te voorspellen”, zegt directeur Andries van Unen van Tocardo, het bedrijf dat de turbines in de Oosterschelde ontwikkelde en exploiteert. “Omdat de elektriciteitsvoorziening steeds afhankelijker wordt van variabele bronnen naarmate de energietransitie vordert, is dit een groot pluspunt.”

“In Zeeland zit genoeg energie in het water om alle huishoudens van stroom te voorzien.”

Daarnaast is het een onzichtbare en onhoorbare vorm van energie-opwekking. Ook dat is een groot voordeel, zeker in Nederland waar ruimte schaars is en de toename van duurzame energie-opwekking op groeiende weerstand stuit vanuit de samenleving. Naar het effect van de turbines van Tocardo op zeeleven is veel onderzoek gedaan en tot nu toe zijn er geen negatieve gevolgen gevonden. “Vissen en zelfs bruinvissen zwemmen erdoorheen of mijden de momenten dat het hard stroomt”, zegt Van Unen.

Energie met potentie

Getijdenenergie heeft dan ook veel potentie als aanvulling op wind en zon. De Europese Unie heeft als doelstelling om in 2025 100 MW geïnstalleerd vermogen in het water te hebben wat tot 2030 moet oplopen tot 1 GW en in 2050 tot 40 GW. De afgelopen jaren stijgt het aantal projecten. Vooral in het Verenigd Koninkrijk gaan de ontwikkelingen snel.

Zo werd dit jaar in Schotland met miljoenen overheidsgeld de krachtigste, drijvende centrale voor getijdenenergie geïnstalleerd. De Orbital 02 gebruikt de sterke stroming rond de Orkney eilanden ten noorden van Schotland om energie op te wekken en heeft een vermogen van 2 MW. Dat klinkt niet veel, maar zou het begin kunnen zijn van veel meer. Volgens experts herbergt het water in dit gebied een vermogen van 1200 MW aan getijdenenergie. Ook de stroming rond Wales en de Isle of Wight zouden heel geschikt zijn voor het opwekken van energie. Andere hotspots zijn de westkust van Frankrijk en rond de kanaaleilanden.

Drukke Noordzee

Daarnaast zit er in de Nederlandse wateren veel winbare energie. Dat kan worden gedaan op open water, zoals bij de Orbital 2 of door het bouwen van een 30 tot 50 kilometer lange dam loodrecht op de kust. Deze techniek, de zogenaamde Dynamic Tidal Power (DTP) kan in potentie enorme hoeveelheden energie opwekken. Onderzoekers van CE Delft berekenden dat twee dammen van 50 kilometer in 55 procent van de elektriciteitsvraag van Nederland kunnen voldoen.

Nadeel is dat de dammen een enorm effect zullen hebben op de ecologie voor de kust. Ook zijn dammen van deze omvang lastig in te passen in de drukke Noordzee. Dat is anders wanneer de turbines in reeds bestaande kunstwerken zijn verwerkt. Vooral de Deltawerken bieden een uitgelezen mogelijkheid om op deze manier energie te oogsten. Volgens dezelfde onderzoekers kan in Nederland voor 100 MW aan installaties gerealiseerd worden die gezamenlijk goed zijn voor een kleine 1 PJ per jaar. Het grootste deel daarvan zal moeten komen van turbines in de Oosterscheldekering.

Ambitieuze energie

De provincie Zeeland heeft dan ook flinke ambities als het gaat om getijdenenergie en wil, als het technisch en ecologisch haalbaar is, uiterlijk in 2030 turbines hebben in de Brouwersdam, Oosterscheldekering en de Grevelingendam. Gezamenlijk kunnen die stroom produceren voor tienduizenden huishoudens in Zeeland en Zuid-Holland.

Een reële ambitie, vindt Van Unen. “In Zeeland zit genoeg energie in het water om alle huishoudens van stroom te voorzien.” Op een totale productie van duurzame energie in Zeeland van 11 PJ is 1PJ een bescheiden bijdrage, erkent ook Sander des Tombe. Als Dutch marine energy ambassador werkt hij namens het Dutch Marine Energy Centre aan de bekendheid van onder andere getijdenenergie. “Maar die 100 Megawatt kan voor de technologie wel een belangrijke doorbraak betekenen.”

Kosten en baten van getijdenstroom

Want voor de verdere ontwikkeling van getijdenenergie is schaal nodig. “Getijdenenergie loopt 10 jaar achter op windenergie”, zegt Des Tombe. “Maar de techniek kent een groot innovatiepotentieel waardoor de kosten omlaaggaan en de opbrengsten omhoog.” Dat is een trend die al is ingezet. Cijfers van de Europese Commissie laten een kostendaling in de sector van 40 procent in drie jaar tijd zien. En dat is nodig, want de kosten zijn een van de problemen die de doorbraak van getijdenenergie parten spelen.

Want alle ambities ten spijt, zijn tot nu toe alleen de vijf turbines van Tocardo in gebruik. “De kostprijs is nog hoog omdat de schaalgrootte van de projecten nog klein is”, zegt Van Unen. “Ook wordt de waarde van de voorspelbaarheid van deze vorm van energie nu nog niet meegerekend. Die voorspelbaarheid wordt in de toekomst alleen maar belangrijker en dus kostbaarder.”

Bovendien biedt de ontwikkelde techniek exportkansen naar andere landen. Want Nederland heeft nog altijd een grote naam op het gebied van maritieme en offshore industrie. Maar die voorloperpositie wordt bedreigd, denkt Des Tombe. “Om aan te haken op de versnelling die in het buitenland plaatsvindt hebben we op korte termijn projecten nodig in Nederland.” Daarvoor is niet meteen veel publiek geld nodig. “De overheid moet vooral voor de juiste randvoorwaarden zorgen. Want het belangrijkste is zekerheid over locaties en vergunningen. Dan stapt de markt er echt wel in.”

Duurzaamheid in de kledingindustrie: ‘Fast fashion is de grote burn-out’

Volgens Anneke Smelik, hoogleraar visuele cultuur aan de Radboud Universiteit, is de kledingindustrie als de mammoettanker die vast zat in het Suezkanaal. “Zo'n schip van richting laten veranderen vergt nogal wat. De kledingindustrie is zo’n mondiaal systeem, dat verander je niet zomaar.”De industrie wordt gedomineerd door problemen op het gebied van milieu, mensenrechten en het consumentenpatroon. Maar er zijn duurzame veranderingen op komst, voorspelt Smelik. Duurzaamheidslabels worden belangrijker, de industrie wordt transparanter en ook de consument lijkt zich meer bewust te worden van hoe kleding wordt gemaakt. “Fast fashion is de grote burn-out van de mode-industrie. Doordat alles een lange tijd stil lag door corona, is dat besef enorm gegroeid.”DuurzaamheidslabelsKleding krijgt steeds vaker een duurzaamheidslabel. Toch valt er nog wel een en ander af te dingen op die labels. Vaak zijn ze gericht op de milieu-impact en minder op mensenrechten. Daarnaast is een kledingstuk met een duurzaamheidslabel nagenoeg nooit volledig duurzaam. Milieu Centraal zette de meest voorkomende duurzaamheidslabels voor kleding op een rij:Artikel gaat verder onder de foto.Smelik legt uit waarom het lastig is om een kledingstuk duurzaam te noemen: “Elk item bestaat uit verschillende stoffen en onderdelen. Niet alles van deze materialen is duurzaam." Maar ook de duurzaam gelabelde materialen missen de nuance: “Duurzaam geteeld katoen heeft nog steeds enorm veel water nodig. Meren en rivieren raken daardoor uitgedroogd.” Zo droogde door de katoenteelt het op drie na grootste meer ter wereld, de Aralzee in Kazachstan, binnen tientallen jaren op tot een meertje.TransparantieIs het dan greenwashing om kleding duurzaam te noemen? In zekere zin wel, volgens Smelik. “Sommige bedrijven zijn er serieus mee bezig, maar het blijft in de marge. Het is nog maar een klein percentage van de industrie. En het maakt kledingstukken nog niet volledig circulair. Maar goed, ze proberen het en je moet ergens beginnen.”Het productieproces inzichtelijk maken is één van de eerste veranderingen waar Smelik voor pleit. “De industrie is weinig transparant. Hoe kan je er dan op vertrouwen dat een kledingstuk duurzaam is en een bedrijf niet doet aan greenwashing?”Er zijn initiatieven die werk maken van transparantie in de kledingindustrie. Bijvoorbeeld de website van Provenance, waarop je de volledige productieketen van onder andere kleding kan inzien. Ook het initiatief Good On You geeft per merk, van H&M tot Versace, inzicht in de impact op mens, dier en natuur.Kleding koesterenHoe goed deze initiatieven ook zijn, het probleem ligt niet alleen maar bij de kledingindustrie. “Voor systeemverandering moeten we echt naar de consument kijken. Kleding is hoe je jezelf uit, het is sterk met je identiteit verbonden,” vertelt Smelik. “Deze emotionele band die we hebben met kleding moet nog wat stappen verder gaan, willen we verandering zien.”Volgens de hoogleraar moeten we af van het vele kopen en het snelle weggooien. En dat kan door kleding te koesteren: “We moeten het moeilijk gaan vinden om iets weg te gooien en nog doordachter omgaan met nieuwe aankopen.”Waar moet je beginnen om de transitie te maken? Smelik: “Het begin ligt in het midden, want er is geen begin of eind. Met veel kleine stapjes tegelijkertijd komt er beweging in.” Die stapjes moeten van alle kanten komen: nieuwe duurzame initiatieven, meer transparantie in de kledingindustrie en meer bewustwording bij de consument. “Net zoals bij die mammoettanker in het Suezkanaal: je moet aan alle kanten trekken om hem in beweging te krijgen."