Emma Rotman 06 juli 2020, 10:16

Een succesvolle energietransitie vraagt om een integrale aanpak. Hoe doe je dat?

De energietransitie is een van de meest complexe opgaven van deze tijd. Toch werken veel organisaties vanuit hun eigen perspectief of businesscase aan die transitie, ziet Jacob Froling. Om tot een integrale aanpak te komen en jong talent daar direct vertrouwd mee te maken bedacht hij het Nationaal Energietraineeship. “Je wil mensen opleiden die het totale speelveld overzien.”

Energietraineeship | Credits: Nationaal Energietraineeship

Froling werkte jaren vanuit een internationaal adviesbureau aan de energietransitie en maakte zich al een tijd druk over het ontbreken van een integrale aanpak. “Deze transitie heeft impact op zóveel verschillende vraagstukken en partijen. Technologische innovatie is nodig, maar het gaat ook over inpassing in het landschap, maatschappelijk draagvlak en betaalbaarheid. Er is niet één partij die al die vraagstukken overziet. Daarom is het belangrijk om veel meer samen te werken.”

Via via kwam hij in contact met het Nationaal Watertraineeship en het Nationaal Bodemtraineeship. In deze programma’s komen jonge talenten in aanraking met een breed netwerk aan organisaties en leren ze dus op een overstijgende manier kijken naar vraagstukken. “Zo’n traineeship is precies wat de energietransitie nodig heeft, dacht ik. Je wil jonge mensen opleiden die het totale speelveld overzien.” Zo kwam hij op het idee voor het Nationaal Energietraineeship.

Netwerk

Het creëren van een netwerk en gezamenlijk jong talent opleiden is een idee dat aanslaat bij organisaties die aan de energietransitie werken. Zij zien ook dat de integrale aanpak ontbreekt, stelt Froling: “Betrokken partijen praten bijna niet met elkaar. Ontwikkelaars zijn bijvoorbeeld verbaasd over de tegenstand die zij op regionaal niveau ervaren, terwijl er een nationaal beleid is. En als je eenmaal een vergunning hebt voor een zonnepark, dan komt het maar al te vaak voor dat de netbeheerder geen ruimte heeft om het park aan te sluiten op het elektriciteitsnet.”

'Jonge talenten leren over de grenzen van hun eigen organisatie en hun eigen expertise heen te kijken'

Volgens Cees de Wit, energietrainee bij Netbeheer Nederland, komt dat doordat partijen veelal vanuit hun eigen rol redeneren. “Een netbeheerder redeneert vanuit de kosten van het aansluiten van een zonnepark, terwijl een ontwikkelaar juist als doel heeft dat zonnepark zo snel mogelijk aan te sluiten.”

Lees ook: Netbeheerder komt met nieuw plan tegen overbelasting van ons stroomsysteem

Open blik

Jonge talenten zijn volgens Froling de ideale doelgroep om een integraal perspectief op de energietransitie te ontwikkelen. “Of je nu wil of niet, je neemt toch de mores over van de organisatie waar je werkt. Als je net begint, heb je nog een open blik. Bovendien is het oplossen van de klimaatproblematiek het grootste thema van deze generatie en de energietransitie is daar een groot onderdeel van. Zij liggen hier ook echt wakker van. Dat doet iets met hun motivatie.”

In het Energietraineeship werken jonge talenten vier dagen per week bij een opdrachtgever. De vijfde dag staat in het teken van hun persoonlijke ontwikkeling. Daarin speelt communicatie een grote rol. “Ze leren zich te verplaatsen in de ideeën, perspectieven en belangen van iemand anders”, zegt Froling.

Ten slotte werken zij in multidisciplinaire teams aan cases die de deelnemende organisaties zelf aandragen. Zo leren ze niet alleen hun eigen werkgever goed kennen, maar ook andere organisaties in de energieketen. “Het traditionele traineeship laat starters kennismaken met verschillende afdelingen binnen een bedrijf, zodat zij kunnen beslissen welke positie het beste bij hen past. Wij gaan nog een stap verder en laten hen de hele keten van organisaties zien. Ze leren over de grenzen van hun eigen organisatie en hun eigen expertise heen te kijken.”

Niet alleen krijgen de trainees zelf verschillende bedrijven te zien; de bedrijven waar zij voor werken vormen ook een netwerk met elkaar. Volgens Paul Pardaan, productmanager bij deelnemend bedrijf Fudura, is dat een groot pluspunt. “Natuurlijk volg je als bedrijf de ontwikkelingen en ga je partnerships aan. Toch kijk je vaak vanuit je eigen ervaring en expertise naar de marktbehoefte. Het mooie van dit programma is het contact met andere partijen. Je scope wordt breder.”

Case: alternatief voor noodaggregaten

De eerste case waar een team van trainees de tanden in mocht zetten was het verduurzamen van tijdelijke energievoorzieningen, aangedragen door Fudura. Deze dienstverlener is onderdeel van netbeheerder Enexis en helpt bedrijven met energiebesparing, verduurzaming en energiezekerheid. De trainees kregen de opdracht een duurzaam alternatief te vinden voor de noodaggregaten die Fudura inzet bij stroomuitval of onderhoud. Die werken nu nog op diesel.

De trainees onderzochten alle bestaande manieren om energie mee te nemen en ergens anders toe te passen. Van opslagtechnieken zoals batterijen, waterstof en waterkracht tot brandstoffen als biodiesel en groen gas. “Daarna volgden twee stappen. Allereerst een sanity check: wat is nu beschikbaar, duurzaam en mobiel genoeg? En vervolgens stelden we gebruiksscenario’s op: hoeveel energie is er nodig, hoeveel vermogen en voor hoe lang? Door die twee factoren te matchen, bleven er een paar oplossingen over”, vertelt Cees de Wit, trainee bij Netbeheer Nederland. Voor de kleinere klanten van Fudura kwamen de lithium- en redox-flow batterijen als winnaars uit de bus. Voor grote vermogens, waartoe de meeste klanten behoren, zien de trainees op termijn potentie in waterstof.

'Het onderzoek van de trainees laat zien dat er meer mogelijkheden zijn'

Voor Paul Pardaan, die de trainees begeleidde, was die uitkomst niet verrassend. Toch heeft Fudura veel geleerd van de trainees. “Wij volgen de ontwikkelingen rondom batterijen nauwlettend, maar brandstoftoepassingen was een nieuwe insteek. Als bedrijf wil je een product snel op de markt brengen, waardoor je soms geneigd bent om de gebaande paden te volgen. Dit onderzoek laat zien dat er meer mogelijkheden zijn.”

Complexiteit van de energietransitie

En wat vinden de energietrainees er zelf van? Voor Emil Noordbruis, trainee bij Fudura, was het netwerk een van de redenen om deel te nemen aan het Energietraineeship. “Je leert niet alleen organisaties in het brede werkveld van de energietransitie kennen, maar ook organisaties die betrokken zijn bij de Water- en Bodemtraineeships. Dat heb je bij een regulier traineeship niet.”

Volgens Bram Ravestein, energietrainee bij Arcadis, laten alle verschillende perspectieven die naar voren komen in het Energietraineeship zien hoe complex de energietransitie is. “Er zijn zoveel verschillende uitdagingen en belangen. Daarover discussiëren met je medetrainees op al die posities is heel waardevol.”

Lees ook: Energietransitie: 'Schaarste op de arbeidsmarkt is geen excuus om niet te bewegen'

Beeld: Nationaal Energietraineeship

Virtuele energiecentrale in Loenen laat de toekomst van elektriciteit zien

Het afstemmen van vraag en aanbod is een van de grote uitdaging voor het grootschalig lokaal opwekken van duurzame energie. Een Virtual Power Plant (VPP) die alle opwek- en gebruikdata verzamelt, kan helpen om inzicht te krijgen, waarmee de vraag beter kan worden afgestemd op het aanbod.Eind vorige maand vielen de Technische Universiteit Eindhoven (TUe) en de stichting Duurzame Projecten Loenen (DPL) in de prijzen met het internationale project rondom de Community-based Virtual Power Plant (cVPP) - een Europees Interreg-project, waarin de TU/e kijkt hoe burgers lokaal aan kunnen haken bij een eigen Virtual Power Plant voor hun gemeenschap.Vanwege de manier waarop burgers in Gent, Tipperary (Ierland) en Loenen (op de Veluwe, red.) de afgelopen maanden zijn betrokken bij hun eigen VPP, ging de TUe naar huis met de 'engagement' publieksprijs van de EUSEW Awards (EU Sustainable Energy Week).Lees ook: Deze ondernemer zet auto's in als virtual power plantsTechnische en sociale innovatieBij het ontwikkelen van een cVPP is het goed monitoren van elektriciteitsopwek en -verbruik van een gemeenschap cruciaal. De cVPP in Loenen werkt via de P1 poort van slimme meters bij het afstemmen van de vraag en het aanbod. Het doel: sturen op een betere balans zodat meer elektriciteit lokaal wordt gebruikt en het net minder wordt belast.Loenen is een dorp van 1300 huizen, waar al veel gezinnen bezig zijn met duurzaamheid. Via het fonds van Loenen Energie Neutraal zijn al veel huizen goed geïsoleerd en er liggen veel zonnepanelen op de daken. Een paar jaar geleden berekende een basisschoolproject rondom de website Zonatlas.nl al dat het dorp genoeg geschikt zonnepaneel-oppervlak op daken heeft om het hele dorp te voorzien van elektriciteit.De energietransitie is volgens Andre Zeijseink niet alleen een technische innovatie, maar ook een sociale. Zeijseink is inwoner van Loenen en managing partner van energie-adviesbureau Translyse BV. Hij was samen met Qirion, (een dochteronderneming van Alliander) betrokken bij de uitvoering van het cVPP-project in Loenen. “Samen met de TUe hebben wij lokaal onderzoek gedaan: hoe wil je als gemeenschap omgaan met de energietransitie? Wat zijn de waarden van waaruit je wil handelen? Moet het goedkoop, wil je minimale CO2 uitstoot, wil je innovatief zijn? Is autonomie belangrijk, wil je dingen samen doen als gemeenschap? De uitkomst van dat onderzoek was dat autonomie en het terugdringen van de CO2-uitstoot in Loenen de centrale waarden waren om zelf groene energie op te willen wekken.”Hoe werkt een virtual power plant?De cVPP in Loenen is begin dit jaar in gebruik genomen en er zijn nu 50 huishoudens op aangesloten. Zeijseink: “Aan het eind van dit jaar willen we 100 huishoudens aangesloten hebben, zodat we nog meer data kunnen verzamelen. Mensen gebruiken de 'slimme meter' die al in huis hangt nu eigenlijk nauwelijks. Je betaalt maandelijks een bedrag en ziet pas aan het eind van het jaar of dat teveel of te weinig was.""Met een cVPP en de slimme meter kun je direct zien wat je eigen zonnepanelen opleveren, hoeveel elektriciteit je gebruikt - en wanneer - en hoe je eigen verbruik zich verhoudt tot dat van anderen. Je kun dus ook direct zien wat je bespaart op het moment dat je een aantal elektrische apparaten uitzet. Ook krijg je inzicht in je gasverbruik, wat goed kan helpen als je alternatieven moet zoeken voor aardgas.” Aangezien Nederland gasvrij moet zijn binnen een paar decennia, kan zo’n functie uitkomst bieden in de toekomst.De 50 deelnemers in de cVPP hebben bij elkaar een totale opwekcapaciteit van 200 kilowatt. Het afgelopen halfjaar liet zien dat er meer elektriciteit is geproduceerd dan afgenomen. Zeijseink: “Met de cVPP hebben we kunnen meten dat er netto 58 megawattuur uit het net is betrokken, maar dat er 68 megawattuur is geleverd. Op zonnige dagen stroomt meer dan 150 kilowattuur terug op het elektriciteitsnet. Daarmee verdienden de deelnemers ongeveer 2000 euro in een half jaar. Dat soort cijfers vergroten het bewustzijn en het engagement. De deelnemers voelen ook echt dat de Power Plant van hen is.”Inmiddels is het enthousiasme in Loenen zo groot dat men bezig is met de bouw van een nieuw groot dak met zonnepanelen dat 900.000 kWh per jaar zal leveren. Het zal daarmee een van de grootste 100 % participatief gefinacierde zonne-daken worden van Gelderland. Eind 2020 kunnen alle zonnepanelen in Loenen al voorzien in 50 % van de energievraag van het dorp.Burgerparticipatie is uniekVirtuele energiecentrales zijn niet nieuw. Maar de manier waarop de cVPP is opgezet in Loenen - van onderop, met inspraak van de burgers - is volgens Zeijseink wel uniek: “Virtual Power Plant-technologie wordt meestal ontwikkeld vanuit een elektriciteitsbedrijf of een netwerkbedrijf. Bij mijn weten zijn er geen andere gemeenschapsprojecten van dit kaliber.” Het succes van het cVPP is ook niet onopgemerkt gebleven. Andere gemeenschappen in Brummen, Lochem en een wijk in Apeldoorn zijn nu ook geïnteresseerd in het ontwikkelen van een cVPP.Lees ook: Deze wijk pioneert met allerlei soorten duurzaamheidZelf is Zeijseink nu aan het kijken hoe het MKB ook meer betrokken kan worden bij de cVPP. Want meten is leuk, maar sturen is de volgende stap in transitie: ”We moeten toe naar een flexibele energiesturing. Stroom en warmte zijn moeilijk op te slaan. Het is technisch ingewikkeld en het kost veel geld. Je betaalt voor de opslag en dat zorgt voor een rendementsverlies van minimaal 10%. Daarom dienen we eerst de vraag naar energie te optimaliseren. De vraag moet toegroeien naar het aanbod.”Elektriciteit voor bedrijfslevenEn dat is waar het bedrijfsleven om de hoek moet komen kijken; ondernemers gebruiken namelijk veel stroom. Zeijseink: “Als je ziet dat de bewoners overdag veel duurzame elektriciteit opwekken, dan zouden koelinstallaties bijvoorbeeld kunnen kijken of ze hun vriezers overdag langer aan zetten en 's avonds uit. Ook het overdag opladen van elektrische auto’s en het overdag opwarmen van warmte-vaten helpt om de energievraag meer naar de dag te verplaatsen.”Het probleem van de onbalans tussen wind en zon-aanbod versus de dagelijkse vraag kan volgens Zeijseink nooit helemaal worden opgelost. “Maar het kan wel kleiner worden als we nauwkeuriger inzicht krijgen in vraag en aanbod.” En dat is volgens Zeijseink nodig, willen de duurzame opwek op termijn betaalbaar houden: ”Nu kun je duurzaam opgewekte stroom nog op het net laten teruglopen, waarbij de hoeveelheid geleverde stroom wordt verrekend met je eigen gebruik door middel van  'saldering' – maar dat systeem gaat vanaf 2023 in stappen worden afgebouwd.“ Na die tijd is het aan innovaties zoals de virtual power plant om het energiesysteem van Nederland gezond te houden.Lees ook: In Hoogeveen komt een woonwijk op waterstofBeeld: Adobe Stock