Marc Seijlhouwer 08 februari 2022, 17:26

Er moet meer subsidie naar duurzame warme huizen

Zowel de belangenvereniging voor duurzame energie (NVDE) als de Nederlandse Bank (DNB) pleiten voor meer subsidie voor duurzame huizen. NVDE zegt dat er 12 miljard euro nodig is voor de ‘warmtetransitie’. DNB waarschuwt dat huizenbezitters vaak geen geld hebben voor verduurzaming.

Warmtepomp illustratie buiten De warmtepomp is hét wapen voor duurzame warmte. Maar ze zijn erg duur | Credits: Adobe Stock

De woningen in Nederland worden maar mondjesmaat verduurzaamt. Hoewel nieuwbouw en sociale huur vaker nul op de meter is, met een warmtepomp, vloerverwarming en topisolatie, blijven bestaande huizen achter. Dat heeft een paar redenen: vaak loont betere isolatie aanbrengen niet, of niet snel genoeg. En zonder goede isolatie heeft een warmtepomp weinig zin. Alleen dingen die relatief snel geld opleveren, zoals zonnepanelen, slaan aan bij de huizenbezitters.

Duurzaam loont niet

Onderzoek van DNB laat zien dat een op de vijf eigenaren geen geld heeft voor verduurzaming. Het gaat vooral om jonge gezinnen die net een huis hebben gekocht. Deze groep zou volgens DNB extra geld moeten krijgen van de overheid. Maar ook bij de mensen die het wel kunnen betalen is er onwil, vanwege de lange terugverdientijd. Ruimhartigere subsidies kunnen helpen die tijd te verkorten.

Er is meer haast nodig dan veel mensen denken. In 2030 moeten 1,5 miljoen huizen van het gas af. Nu staat de teller op 700.000. De komende jaren moeten er elk jaar dus 100.000 huizen de gaskraan dichtdraaien. Dat kan niet alleen via nieuwbouwwoningen, dus moet men verbouwen.

SDE++

Maar volgens de NVDE, die in een persbericht opkomt voor de eigen belangen, zit de rot dieper. De belangrijkste subsidie voor duurzaamheid, SDE++, wees vorig jaar namelijk bijna alle duurzame warmteprojecten af. In plaats daarvan ging de pot van 5 miljard euro naar projecten die op het oog meer CO2-winst halen, of goedkoper zijn. Denk aan CO2-opslag en zonneprojecten. Geothermie, aquathermie en biogasketels moesten het afleggen tegen andere klimaatinitiatieven.


Daarom pleit de NVDE voor veel meer SDE++-subsidie: 12 miljard. Dat is genoeg om, naast alle mooie initiatieven rond CO2-opslag en zon, ook warmteprojecten een kans te gunnen. Want als we in de nabije toekomst op grote schaal duurzaam warmte willen hebben, moeten er nu kleine projecten van start gaan om te leren en te ontwikkelen.

Zo gaan circulaire winnaars Roetz en Janssen de Jong Bouw om met de circulaire economie

“Volgens mij staat de circulaire transitie waar de energietransitie vijftien jaar geleden stond”, zegt Nolet. Er is dus nog een lange weg te gaan. “De circulaire economie is eigenlijk zo ingewikkeld dat we de antwoorden nog niet hebben”, zegt Nolet. Maar die onzekerheid moet ondernemers niet tegenhouden om te beginnen. Het probleem in kleine stukjes hakken en kijken wat er al kan. Dat is Nolet’s advies aan ondernemers die aan de slag willen met de circulaire economie. Puzzelstukjes “De fietsmonteurs en marktkooplui die op het Amsterdamse Waterloopplein tweedehands fietsen aan de man brengen zijn bijvoorbeeld ook een puzzelstukje in dat circulaire ecosysteem”, vindt hij. Zo zijn er heel veel activiteiten die bijdragen. “Het begint bij spullen langer gebruiken of misschien zelfs niet eens aan te schaffen. En het laatste punt is recyclen. Wij zitten daar ergens tussenin met onze dienstverlening.” Roetz reinigt en bewerkt onderdelen van afgedankte fietsen om er nieuwe fietsen van te maken. De uitdaging die Nolet tegenkomt zijn de vele leveranciers van onderdelen in de fietsenbranche met een lineair business model. “Die zijn zo dominant dat je er eigenlijk niet omheen kan. Als deze leveranciers niet meegaan in de circulaire transitie, dan moet je het zelf gaan doen.” Roetz’ oplossing: een eigen designteam dat fietsen ontwerpt. Lokaal de handen uit de mouwen “Circulariteit valt of staat met repareren, demonteren en re-assembleren”, benadrukt hij. “Dat kun je voor een deel automatiseren, maar voor het grootste deel niet. Daarom is het van groot belang dat de overheid de lokale maakindustrie blijft faciliteren en stimuleren. Het heeft natuurlijk geen nut om circulair te werken als je die herbewerkingen allemaal in verre landen moet gaan uitvoeren. Je moet lokale ketens sluiten. En dat betekent ook lokaal de handen uit de mouwen.” Collega award-winnaar Ron Schamp van Janssen de Jong Bouw doet dat. "Wij willen niet op 2050 wachten”, zegt Schamp. Hij doelt daarmee op de ambities van de Nederlandse overheid. In dat jaar moet de Nederlandse economie circulair zijn.Het team van Janssen de Jong Bouw bij de Circular Awards. V.l.n.r. Karel Kalis, Nick Heesakkers, Ron Schamp, Alexander van Kleef.Janssen de Jong Bouw ontwikkelde een bouwconcept waarbij alle onderdelen van een gebouw weer uit elkaar te halen zijn. Schamp zit met zijn collega’s een broodje te eten. De telefoon staat op de luidspreker. Karel Kalis is één van de mannen die meeluistert. Hij vult aan: “Het grote probleem is dat we nu alles met beton aan elkaar storten. Daardoor zijn materialen als staal en hout niet meer uit elkaar te halen. In de praktijk verdwijnt zo 93 procent van de gebouwen die gesloopt worden als verharding onder een nieuwe asfaltweg.” Dat zou je ook een tweede leven kunnen noemen, maar Janssen de Jong Bouw heeft liever dat materiaal in dezelfde vorm opnieuw wordt gebruikt. “Wij zorgen ervoor dat een vloer weer gebruikt kan worden als een vloer. En dat is echt een gamechanger, want dan gaan we van de 7 procent die nu gemiddeld hergebruikt kan worden naar 40 of 50 procent. En in de toekomst naar 100 procent.” Dit jaar moeten de eerste losmaakbare gebouwen er staan: in Kampen.Een impressie van het project in Kampen.De rol van de opdrachtgever in een circulaire economie Opdrachtgevers zetten vaak vooraf precies op papier wat ze willen hebben. Dat is een uitdaging vertelt Kalis, want daardoor kunnen zij hun circulaire methoden niet toepassen. Om toch hun 'losmaakbare' gebouwen neer te kunnen zetten, proberen ze zo vroeg mogelijk met opdrachtgevers in gesprek te gaan. Daarnaast zoeken ze samenwerkingspartners. “Individuele initiatieven willen nog weleens stranden, omdat er te weinig belang is voor dat ene onderdeel in die ene fase.” Gerecycled beton is daar een voorbeeld van. Nu mag 30 procent van het beton gerecycled zijn. Dat is duurder dan traditioneel beton. Door het samen te doen, delen ondernemers de meerprijs en komt het toch van de grond. Wensenlijstje Nolet en Schamp hebben wel een wensenlijstje om de circulaire economie echt van de grond te helpen. Geen btw voor circulaire producten bijvoorbeeld. “Want een circulair product is al een keer op de markt gekomen dus waarom moet je het in een tweede gedaante opnieuw belasten?”, vindt Nolet. Schamp ziet wel wat in de aanpassing van standaarden. Zo mogen bouwers 100 procent gerecycled beton nu nog niet gebruiken. Daarnaast zou een CO2-prijs op beton helpen. “De productie van beton is verantwoordelijk voor 7 procent van de CO2-uitstoot wereldwijd. Ter referentie: alle vliegtuigen bij elkaar komen uit op 1,5 procent. Dus als we morgen stoppen met nieuw beton maken dan hebben we ons hele CO2-probleem opgelost.” Wet- en regelgeving en nieuwe standaarden zouden de ideale oplossing zijn, maar Roetz en Janssen de Jong Bouw bewijzen dat daarop wachten niet nodig is. Schamp: “Gelukkig zijn overheden, gemeentes en woningcorporaties zich er steeds meer van bewust dat zij ook invloed hebben op hoe circulair projecten worden uitgevoerd.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.