Kaz Schonebeek 09 december 2022, 15:46

Groene stroom op land in de lift, maar geplande projecten worden steeds vaker afgeblazen

Nederland is goed op weg om de doelen uit het klimaatakkoord voor elektriciteit uit wind- en zonne-energie op land te halen. Maar het aantal geplande windmolens en zonneparken neemt af. Het steeds voller lopende stroomnet is de grootste boosdoener.

Adobe Stock 391727334 Het aantal geplande windparken is volgens het PBL met 30 procent afgenomen. | Credits: Adobe Stock

Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde gisteren een rapport waarin de voortgang van de Regionale Energiestrategieën (RES) onder de loep is genomen. In deze akkoorden hebben gemeentes, provincies en waterschappen afspraken gemaakt over het opwekken van energie uit wind en zon. Het doel om in 2030 minimaal 35 terawattuur per jaar op te wekken met windmolens en zonneparken lijkt gehaald te gaan worden. Maar het aantal geplande projecten neemt af. Hierdoor raken ambities zoals het CO2-neutraal maken van de energievoorziening voor 2045 uit zicht.

Volgens het Planbureau is de opbrengst van de zon- en windprojecten die onderdeel zijn van de RES het afgelopen jaar met 4 terawattuur naar 21 terawattuur gegroeid. De verwachting is dat dit in 2030 jaarlijks 41 terawattuur kan zijn. Daarmee wordt de doelstelling van 35 terawattuur ruimschoots gehaald. Maar tegelijkertijd is het afgelopen jaar 4 terawattuur aan toekomstige projecten op de tekentafel gesneuveld.

Netcongestie

Het steeds voller rakende stroomnetwerk is hier volgens het Planbureau de belangrijkste oorzaak van. In grote delen van Nederland is er op dit moment geen ruimte op het stroomnet om grote zonneparken aan te sluiten. Hierdoor worden projecten afgeblazen of uitgesteld. Bij windmolenparken speelt dit probleem in mindere mate. De ontwikkeling daarvan duurt langer, waardoor netbeheerders meer tijd hebben om aansluitingen te organiseren. Windmolenparken lijden dan weer sterk onder verzet van burgers tegen het plaatsen van grote windturbines in de buurt.

Lees ook: Wat zijn de korte termijn oplossingen voor netcongestie?

Bestuurlijke koudwatervrees

Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), ziet koudwatervrees bij gemeentelijke en provinciale bestuurders om werk te maken van de energietransitie. Naast dat zij zich laten afschrikken door boze burgers, hebben zij volgens hem onvoldoende oog voor de mix van verschillende energiebronnen. Hierdoor zijn er relatief veel zonneparken aangelegd, wat netcongestie uiteindelijk in hand werkt. “Wethouders en gedeputeerden kijken naar wat goed ligt bij de bevolking, en niet naar wat goed is voor de energiemix. Zij worden op geen enkele manier beloond voor het efficiënt inrichten van het energienetwerk.”

Van der Gaag pleit voor meer ambitie bij het verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening. “Het gevoel van urgentie lijkt te zijn weggezakt. Toen de RES startte lagen er allemaal mooie plannen die de verwachtingen overtroffen. Door de voortvarende start is het gevoel ontstaan dat we al min of meer klaar waren.” Maar, benadrukt Van der Gaag, de doelstellingen voor 2030 zijn pas het begin van de verduurzaming van de stroomvoorziening. “Als we 35 terawattuur groene stroom opwekken, zijn we nog lang niet klaar. In vrijwel alle sectoren gaat de vraag naar elektriciteit de komende decennia alleen maar toenemen.”

Lees ook: Aanleg zonneparken stagneert door hoge kosten

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

‘Miljarden energiecompensatie beter inzetten voor warmtenetten’

Dat stelde voorzitter Teun Bokhoven van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde omgeving van het Klimaatakkoord, de club die binnen dat akkoord werkt aan de transitie naar duurzame warmte, tijdens het eerste ‘Warmte Congrestival' van de Stichting Warmtenetwerk in Nijkerk. Inkomenssteun naar energietransitie In 2050 moeten in Nederland alle woningen van het aardgas af zijn. In het programma Versnelling verduurzaming Gebouwde Omgeving is als doel gesteld dat in 2030 al een half miljoen bestaande woningen op een warmtenet aangesloten moeten zijn. Daarna moet dit aantal groeien tot 2,6 miljoen in 2050. “We zijn in dit land in staat zijn om 23 miljard uit te geven aan energie-armoede, terwijl driekwart van de mensen dat niet echt nodig heeft. Voor dat bedrag hebben wij bijna de hele opgave gefinancierd en dan kost het helemaal niemand iets. Als je uitgaat van 25.000 euro per woning kunnen we hiermee een miljoen woningen aansluiten”, stelt Bokhoven. Nederland wil via een energietransitie zo snel mogelijk omschakelen van fossiele brandstoffen naar duurzame stroom en warmte. “Als je het fundamenteel zou willen, kunnen we die miljarden ook investeren om als een speer door dit proces heen te komen. Een jaar inkomenssteun is niet de beste manier om dit te doen”, zegt hij. Prijsplafond kan 40 miljard kosten Uit onderzoeken blijkt dat het aansluiten van 500.000 woningen ongeveer 4,8 miljard euro kost en het aansluiten van de volgende 2,6 miljoen nog eens een totale investering van 40 miljard vergt. Het prijsplafond voor energie dat het kabinet vanaf 1 januari instelt kost minstens 23,5 miljard euro, maar dat kan bij stijgende prijzen oplopen tot 40 miljard. Dat geld kan de overheid volgens Bokhoven dus beter inzetten voor de benodigde energietransitie. Regie bij gemeenten Woningen en andere gebouwen in Nederland stoten volgens het CBS 15 procent van alle CO2 uit, vooral vanwege het stoken op aardgas. Driekwart van die uitstoot komt van huishoudens. Daarom heeft het kabinet in het Klimaatakkoord afgesproken dat woningen in 2050 geen broeikasgassen meer mogen uitstoten en allemaal van het gas af moeten. De aanleg van warmtenetten en het aansluiten van woningen op die netten is daarbij essentieel. Op 21 oktober stuurde minister Rob Jetten van klimaat en energie een brief naar de Kamer over de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (WCW), die dat mogelijk moet maken. In de nieuwe wet krijgen de gemeenten de regie en stelt de minister dat alle warmtenetten op termijn in publieke handen moeten komen. Weg vol obstakels Volgens Bokhoven, ook oprichter en voormalig voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), is het aanleggen van warmtenetten een complexe zaak. “Het is een weg vol obstakels”, stelt hij. Het plan van Jetten om warmtenetten in publieke handen te geven remt volgens hem de aanleg door warmtebedrijven en andere marktpartijen. Sommige hebben al aangekondigd hier niet meer in te investeren. Bovendien hebben die commerciële partijen veel meer ervaring dan gemeentes. Wethouders hebben geen idee Veel gemeentes zijn volgens hem nu onbewust onbekwaam. Bokhoven: “Als je nu met wethouders praat dan heeft het merendeel geen idee hoe ze dit moeten doen. Hoe gaan we dit in godsnaam regelen?, vragen ze zich af. Dit is een van de meeste bedreigende ontwikkelingen, die heel snel opgelost moet worden. We willen die half miljoen woningen klaar hebben in 2030. De pijplijn daarvoor is nu goed gevuld met projecten die in voorbereiding zijn. Die moeten snel door kunnen gaan en er moet geen situatie ontstaan waarbij partijen gaan afhaken.” Jetten moet marktpartijen dan ook snel meer duidelijkheid geven en partijen moeten meer gaan samenwerken. “Niemand kan het alleen. We hebben nu heel veel barrières, maar we moeten proberen de snelweg op te gaan”, zegt hij. “Als we die barrières oplossen heb ik er wel vertrouwen in dat we het nog gaan halen.”Teun Bokhoven (links) tijdens het warmtecongresWarmtebronnen schaarser Voor de warmtenetten zijn verschillende bronnen in beeld. Een van de belangrijkste, biomassa, is echter geen optie. Daar wil het kabinet geen subsidie meer voor geven. Dat is voor de sector een probleem, want houtverbranding in biomassacentrales was een belangrijke bron van warmte in alle berekeningen. “Om van aardgas af te komen hebben we maar een beperkt aantal mogelijkheden. Biomassa zou een geweldige bron zijn, maar die is nu helaas afgeschreven als warmtebron. Dat is zonde, want zoveel alternatieven hebben we niet”, aldus Bokhoven. De branche moet nu aan de slag met geothermie, aquathermie, bodemenergie, zonnewarmte, grote warmtepompen, biogas en restwarmte van bedrijven en datacenters. Lees hier meer over de subsidiestop voor biomassacentrales Opslag groene warmte Bokhoven ziet nog een andere mogelijkheid: opslag van warmte, gemaakt met overtollige groene stroom uit zon en wind. Dat kan via power to heat. Dat geeft een extra warmtebron en lost meteen de netcongestie op het elektriciteitsnet op. “Warmtebronnen hebben ook veel elektriciteit nodig om te kunnen draaien. Opslag via thermische energie is nog onderbelicht, maar kan enorm belangrijk worden”, zegt hij. “Als we warmte kunnen winnen uit duurzame elektriciteit die we op dat moment niet nodig hebben is dat alleen maar winst.” Warmtepomp of warmtenet Voor de marktpartijen is de toekomstige ‘onteigening’ door gemeenten niet het enige probleem om rendabele warmtenetten aan te leggen. Als in een wijk veel mensen een eigen warmtepomp hebben, zijn er vaak niet genoeg deelnemers voor een haalbare businesscase. Onlangs stelde het Planbureau voor de Leefomgeving in een rapport dat de overheid hier keuzes in moet maken. Om de onrendabele top van projecten te financieren komt het kabinet daarom volgend jaar april met een subsidieregeling: de warmtenet investeringssubsidie (WIS). Lees hier meer over het rapport van het Planbureau voor de LeefomgevingSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.