Jaime Donata 07 april 2020, 17:59

Nederlandse waterstofondernemers doen zaken in Japan

Een maand geleden bezocht een Nederlandse delegatie van bedrijven, samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Waterstofbeurs in Tokyo. Ondanks alle Corona-afzeggingen viel er goed zaken te doen voor Nederlandse bedrijven. We spraken Maria Fennis, CEO HyET Hydrogen B.V., over haar ervaringen in Japan.

Waterstoftankstation

"HyET Hydrogen maakt compressoren  waarmee waterstof op druk kan worden gebracht, een vrij technisch verhaal. Maar nog meer dan bij andere vloeibare of gasvormige energiedragers is het bij waterstof belangrijk om moleculen op hoge druk te krijgen. Waterstof is het kleinste deeltje in het universum. Het wil overal doorheen en heeft zonder druk een groot volume.

Wil je waterstof goed en compact kunnen vervoeren of opslaan, bijvoorbeeld in een autotank, dan moet je het flink op druk brengen. Voor een truck die op waterstof rijdt moet waterstoftank 350 bar aankunnen. Maar een waterstoftank in een personenauto moet wel 700 bar kunnen hebben, anders kun je simpelweg te weinig waterstof opslaan voor een fatsoenlijke rit."

Lees ook: Ons vorige interview over de waterstofreis naar Japan

Wat maakt jullie compressors bijzonder?

"Wij maken waterstofcompressoren met membraantechnologie in plaats van met bewegende delen. Er zijn veel mechanische compressoren in de markt die waterstof op druk brengen met roterende onderdelen. Maar waterstof is een vluchtig gas dat graag door allerlei kieren heengaat die je hebt in mechanische compressoren. Een ander nadeel van mechanische compressoren is dat bewegende van onderdelen slijtgevoelig zijn.

Daarom hebben wij met HyET Hydrogen een elektrochemische compressor ontwikkeld. Uniek aan onze technologie is dat je met behulp van protongeleidende membranen (H+) in combinatie met stroom, de waterstof van lage naar hoge druk kan brengen zonder bewegende delen. In 2019 hebben wij een design freeze ingesteld en onze compressoren worden nu toegepast in tankstations en waterstofterminials."

Hoe kijk je terug op de Waterstofmissie naar Japan?

"Onze deelname aan de missie in Japan was echt de moeite waard. De Waterstofbeurs in Tokyo had veel last van Corona-afzeggingen, maar de partijen die toch kwamen, wilden graag zaken doen. Het was heel effectief. We hebben goede contacten opgedaan  en ik was onder de indruk van de workshops die de Japanse bedrijven gaven samen met NEDO. Je kon duidelijk merken dat ze hun ambities serieus nemen. De Japanse bedrijven die aanwezig waren op de Ambassade waren ook eager. Mensen stapten meteen op je af."

Was er in Japan veel interesse in jullie membraancompressors?

"Ja. Men is in Japan erg geïnteresseerd in elektrochemische compressie – en dat is precies wat wij doen. Onze compressors kunnen namelijk ook natte waterstof op druk brengen en gemakkelijk koppelen aan allerlei verschillende waterstofgeneratoren, zoals electrolysers. Met onze compressors kunnen we tegelijkertijd verontreiningen afscheiden, want ons membraan laat alleen waterstof door. Er gaan echt tonnen gemengde en verontreinigde waterstof rond in de waterstofwereld, dus dat is een grote markt."

Welke kansen zien jullie in Japan?

"Wij zitten met de toepassing aan de infrastructurele kant en kunnen klein beginnen. Het zou leuk zijn als we straks tijdens de Olympische Spelen – die helaas verschoven gaan worden – iets kunnen demonstreren op de Innovatiestraat."

Lees ook: De grootste waterstoffabriek ter wereld

‘Online dorpsplein’ voor webwinkels van bakkers en slagerijen doet goede zaken tijdens coronacrisis

Vandaag startte het digitale dorpsplein van Delden in Overijssel. “De eerste bestellingen vliegen al binnen”, vertelt Matthijs de Graaf, oprichter van het bedrijf Shopforce, dat de webwinkels voor de lokale winkels bouwt. De Graaf begon 10 jaar geleden met het idee: een platform waar bakkers, slagers, groentemannen en lokale tuinders en boeren allemaal samen hun waar aan konden bieden. “Je hebt dan je eigen webshop, maar door bij verschillende winkels in één keer te bestellen, is het net zo makkelijk als bij de grote supermarkten.”  Weinig promotieHet platform van Shopforce probeert sinds 2014 kleine ondernemers te overtuigen om mee te doen. “Maar het was lange tijd best veel moeite om ze over de streep te trekken. En zelfs als ze de webshop hadden, deden ze weinig aan promotie en wilden ze bijvoorbeeld niet gratis bezorgen. Dit zijn mensen die al jaren in een winkel staan; ze zijn niet gewend aan het digitale aspect.”Nu iedereen door de coronacrisis afstand moet houden en thuisblijft, willen alle winkels en gemeenten plotseling wel meedoen. “Gemeenten zien ook dat digitale dorpspleinen zorgen voor sociale cohesie. Dat die kleine, onafhankelijke winkels niet zomaar mogen verdwijnen, anders verlies je de ziel van een dorp.”De dorpen reddenDe Graaf richtte Shopforce op nadat hij een vorig, succesvol softwarebedrijf verkocht. “Ik realiseerde me hoeveel geluk ik had gehad en wilde wat goeds terugdoen. De lokale winkels redden leek me een goed doel.” Met zijn ervaring in het bouwen van software ontstond een programma dat voor bijna elke winkel werkt. “Het is belangrijk dat het fundament van zo’n platform goed is. En dat is zo.” Dankzij dat fundament kan nu, in crisistijd, relatief snel een digitaal dorpsplein gebouwd worden.Voor De Graaf is Shopforce meer dan een platform voor winkels. Het geeft kleine ondernemers en producenten de kans een vuist te maken tegen de grootmachten. “Een zuivelwinkel weet soms niet eens dat er een eierboer om de hoek zit. Het platform brengt ze bij elkaar, geeft de boer een eerlijker prijs voor het ei en laat lokale bewoners betere kwaliteitsproducten kopen.”Lees ook: Coronacrisis en de landbouw: doorbraak voor lokaal voedselsysteem?Duurdere boodschappenDat alles daarmee ook iets duurder wordt, is volgens De Graaf geen probleem. “Je betaalt voor kwaliteit, maar ook voor gemak. Door de webshops van alle speciaalzaken te combineren kopen mensen meer spullen.” Ondertussen helpt de webwinkel volgens De Graaf de structuur van dorpelijk Nederland te versterken. “Ze worden weerbaarder en veerkrachtiger in een digitaliserende wereld.”Dat er een crisis aankwam die De Graaf’s platform goed uit zou komen, had hij niet kunnen bevroeden. “Ik dacht wel dat het kapitalistische systeem dat we hadden op zijn einde liep, maar niet dat zoiets zou gebeuren”. De huidige crisis kan echter wel positieve kanten hebben, ook of vooral voor lokale ondernemers. “Mensen denken, nu ze binnen zitten, meer na over hun leven. Ze gaan minder vliegen, meer lokaal winkelen. Dat zie ik gebeuren.”Lees ook: Van agrobosbouw tot lab-landbouw: De potentie van nieuwe productiesystemenBeeld: Sanne Steentjes