Marc Seijlhouwer 10 januari 2022, 17:15

Nieuw kabinet heeft miljarden voor duurzaamheid en tegen stikstof, wat kun je er mee?

Aan geld geen gebrek in het nieuwe kabinet Rutte IV: 35 miljard voor duurzaamheid en 25 miljard tegen het stikstofprobleem. Maar is het genoeg om de problemen van de energietransitie op te lossen? Over duurzame dingen en wat ze kosten.

Nederland molen windmolen ouderwets nieuwerwets change inc Windenergie is een van de belangrijke groene stroombronnen. | Credits: Adobe Stock

Het is dan wel een nieuwe post in het nieuwe kabinet, maar de kersverse Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten (D66) heeft geen eigen budget. Zijn post valt namelijk onder het ministerie van EZK. Wel krijgt hij de coördinatie over het klimaatfonds van 35 miljard dat werd aangekondigd door het nieuwe kabinet. Dat geld is bedoeld voor bedrijven en andere initiatieven die duurzaamheid stimuleren. Wat kan Jetten doen met die pot? Change Inc. geeft vier ideeën:

1. Kernenergie

Een onderwerp waarover de kogel eindelijk door de kerk lijkt te zijn is kernenergie. Het nieuwe kabinet is van plan twee kerncentrales te (laten) bouwen. Maar dat is niet gratis. Volgens TNO kost een kerncentrale 10 miljard euro. Bovendien vergt een centrale elf jaar ontwikkel- en bouwtijd. Met twee centrales ben je dan 20 miljard kwijt. Als Jetten dat allemaal zelf moet voorschieten is dat een wel heel grote hap uit zijn budget. De verwachting is dat de overheid een deel financiert – mede omdat kernenergie per kilowattuur op dit moment duurder is dan duurzame stroom uit zon en wind. Projectontwikkelaars zouden de rest van de investering moeten dragen. Maar zijn die wel zo happig? Veel West-Europese kernprojecten liepen de afgelopen jaren in de soep. De bekendste was het Britse project Wylfa Newydd plant. Hoewel de regering twee derde van de bouwkosten voorschoot, stapte investeerder Hitachi uit het project omdat de kosten te hoog opliepen. Een verlies van 2,8 miljard dollar.

2. Waterstof

Met het geld dat overblijft na de investering in kerncentrales zou Jetten mooi de waterstofeconomie aan kunnen jagen. Hoeveel geld dat uiteindelijk gaat kosten, en wie die bedragen moet betalen, is voorlopig nog onduidelijk. Het waterstofplan van kabinet Rutte III deed weinig toezeggingen op het gebied van subsidie en investering vanuit de overheid. Daar lijkt verandering in te komen. En dat is nodig ook, want als Nederland een (groen) waterstofland wil worden moet er veel gebeuren. Gasleidingen omgebouwd, grote waterstoffabrieken gebouwd, en natuurlijk grote wind- en zonneparken die de nodige stroom leveren. Dat kost geld, veel geld. Een flinke investering is nu op zijn plaats. Zoals directeur Coby van der Linde van het Clingendael International Energy Programme (CIEP) eerder tegen Change Inc. zei: “De plannen zijn er, maar het budget om een goede start te maken ontbreekt”. Zij pleit voor minstens twee tot drie miljard euro om een begin te maken met de waterstofeconomie.

Bekijken we het van de andere kant, namelijk vanuit de markt, dan is er nog een optie. De overheid kan gebruik van groene waterstof subsidiëren zodat het even duur is als waterstof gemaakt van aardgas. Dan zou de industrie groene waterstof afnemen, waardoor er een markt ontstaat. Dan zouden de kosten afnemen en de beschikbaarheid toenemen. Maar een snelle rekensom leert dat dat een dure strategie is. De Nederlandse industrie gebruikt nu 800.000 ton grijze waterstof. Groene waterstof is twee tot drie keer duurder dan grijze: 5 euro per kilo versus 2 euro per kilo. Het verschil van 3 euro op 800.000 ton compenseren met subsidie kost dan 2,4 miljard euro per jaar. Dan gaat het alléén om waterstof die de industrie als grondstof gebruikt. Moet groene waterstof ook als vervanging van aardgas dienen, voor warmteproductie, dan zijn de kostenverschillen nog veel groter. En toch: in vergelijking met kernenergie zijn de kosten voor waterstof behapbaar. Wel moet er haast gemaakt worden, want de waterstofcapaciteit in Nederland moet in 2025 500 keer groter zijn dan nu.

Lees ook dit artikel: wordt 2022 het jaar van waterstof?

3. Stroomnet uitbreiden

Een van de belangrijkste publieke infrastructuren is het stroomnet. En het staat onder druk: door netcongestie kan duurzame stroom op steeds meer plekken niet altijd het net op. Ook zal er, door warmtepompen en elektrische auto’s, meer vraag naar elektriciteit komen. We hebben dus een net nodig dat meer stroom aan kan. Maar het aanleggen van nieuwe kabels is een tijdrovend en duur proces. Volgens onderzoekscentrum ECN kost het tussen de 20 en 70 miljard. Nu kan dit bedrag uitgesmeerd worden en het is de vraag of zulke structurele kosten uit een klimaatfonds moeten komen. Maar het laat wel zien hoe hoog de kosten van een samenleving die op duurzame stroom draait kunnen zijn.

4. Boeren uitkopen

En dan is er nog het stikstofprobleem. Er komt 25 miljard beschikbaar om dit probleem grotendeels op te lossen: in 2030 50 procent minder stikstof dan in 2019. Er zijn allerlei manieren om dat te doen, van technische innovatie tot andere manieren om huizen te bouwen. Maar misschien wel de simpelste is ook een van de meest controversiële: het uitkopen van boeren. Uiteindelijk is de agrarische sector, en in het bijzonder de veehouderij, namelijk verantwoordelijk voor het grootste deel van de problematische stikstof.

Dat uitkopen is misschien omstreden, het is ook nog eens heel duur. Boeren moeten immers ruim gecompenseerd worden voor gedorven opbrengsten in de jaren waarin hun bedrijf nog actief zou zijn. Schattingen voor de kosten lopen uiteen, maar 20 tot 30 miljard euro in een paar jaar tijd is niet ondenkbaar. En dat is alleen zo als de boeren daadwerkelijk uitgekocht willen worden.

Hoewel met zo’n actie het hele stikstoffonds in een keer leeg zou zijn, lost het veel op. Boeren zorgen namelijk voor 60 procent van alle stikstofemissies in Nederland. Een snelle oplossing, die ook laat zien dat geld niet altijd naar high-tech bedrijven hoeft te gaan om iets op te leveren. De grote vraag is: durft het kabinet het aan om boeren te onteigenen, of kiest het toch voor andere oplossingen?

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Vanaf nu mengt KLM duurzame brandstof bij en de consument betaalt er voor

Voor KLM is deze stap een volgende voorzichtige mijlpaal op het pad naar meer duurzame luchtvaart. Het gaat om een half procent voor alle vluchten vanaf Amsterdam. De meerprijs in de tickets is nodig omdat SAF op dit moment veel duurder is dan gewone kerosine - twee tot zes keer. Dat komt onder andere omdat er over kerosine geen belastingen worden geheven, maar het is ook omdat de productie van duurzame brandstof nog relatief kleinschalig is, in tegenstelling tot de fossiele industrie. Maar juist door standaard SAF af te nemen kan de markt groeien, zo hoopt KLM. Een vaste vraag geeft de producenten (zoals het Nederlandse SkyNRG) zekerheid waarmee ze meer kunnen investeren in grotere fabrieken, zo is het idee. Hoe duurzaam is SAF? Hoeveel is 0,5 procent SAF? Een Boeing 747-100 kan 183.000 liter kerosine tanken. Als een half procent daarvan SAF is, gaat het over 915 liter. Uit onderzoek bleek eerder dat KLM voor elke 36 passagierskilometers (dus om 36 mensen een kilometer te laten vliegen) een liter brandstof nodig heeft. Aangezien er makkelijk 360 mensen in een groot vliegtuig passen vlieg je met 915 liter SAF ongeveer 90 kilometer. Het is dus een druppel op de gloeiende plaat, maar het moet snel leiden tot het gebruik van meer SAF. Voor Air France, de wederhelft van KLM, geldt sinds 1 januari dit jaar al een bijmengplicht van 1 procent. De Amsterdamse vluchten van KLM zouden vanaf Charles de Gaulle dus niet eens mogen vertrekken. Maar in Europese context is KLM een voorloper, want de EU zinspeelt op een verplichting van 2 procent SAF in 2030. Tegen die tijd wil Air France-KLM 10 procent SAF bijmengen. Om dat te bereiken zonder dat de ticketprijzen veel hoger worden moet de prijs van SAF de komende jaren snel omlaag. Frituurvet en biomassa Of er genoeg SAF is hangt niet alleen af van de vraag of vliegtuigmaatschappijen het willen kopen; ook de grondstoffen kunnen een probleem worden. Nu gebruikt men vaak gebruikte frituurolie of biomassa om SAF te maken. Maar los van alle andere nadelen van het gebruik van biomassa als brandstof, is het verbruik van de luchtvaart zo hoog dat het maar de vraag is of er genoeg grondstoffen geleverd kunnen worden. Qua duurzaamheid lijkt het erop dat duurzame brandstof voor 75 procent minder CO2 zorgt. Het is volgens KLM dan ook het belangrijkste middel om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Voorlopig valt die vermindering echter tegen, want met een half procent SAF zorgt dat op een volle tank voor nog geen 0,4 procent minder CO2-uitstoot.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.