André Oerlemans
21 mei 2025, 14:00

Nieuwe technologie maakt grootschalige productie van goedkope, groene waterstof mogelijk

Gestandaardiseerde waterstoffabrieken midden tussen wind- en zonneparken die 10 tot 20 procent goedkoper zijn en wereldwijd op grote schaal groene waterstof kunnen produceren. Betekent deze nieuwe technologie van het Australische bedrijf Intercontinental Energy de doorbraak in de noodzakelijke energietransitie?

Intercontinental Energy 3 CEO Alexander Tancock mocht tijdens de waterstof-top in Rotterdam de technologie achter de nieuwe waterstoffabrieken van Intercontinental Energy toelichten | Credits: André Oerlemans

“Om grootschalige, groene waterstofprojecten ook echt te kunnen uitvoeren, moeten we meedogenloos innoveren en moeten de kosten van waterstof naar beneden worden gebracht. We kunnen niet voldoende volume leveren door kleine projecten te bouwen in de buurt van steden. Dat moet van grote projecten in afgelegen gebieden komen”, stelde CEO Alexander Tancock van Intercontinental Energy tijdens de zesde editie van de World Hydrogen Summit & Exhibition 2025. In Ahoy in Rotterdam zijn drie dagen lang 15.000 politici, investeerders, grote bedrijven, wetenschappers, experts en technische instituten bijeen om zaken te doen, de nieuwste technologieën te bewonderen en nieuw beleid uit te stippelen.

Legoblok

Een van de cruciale innovaties voor grootschalige productie van groene waterstof is het nieuwe gepatenteerde P2(H2)Node-systeem van Intercontinental Energy, dat Tancock op de eerste dag van de waterstoftop mocht toelichten. Het is het resultaat van jaren onderzoek en ontwikkeling. Volgens de CEO kan de modulaire fabriek net zo’n revolutie in de productie van groene waterstof veroorzaken als de container dat heeft gedaan voor het goederenvervoer in de scheepvaart. De fabriek komt midden in grote wind- of zonneparken te staan, zodat stroom voor de elektrolysers direct gebruikt kan worden waar die wordt opgewekt. “Het is ons legoblok, dat we kunnen toepassen bij onze projecten en dat van partners, overal ter wereld”, zegt hij.

Kostenverlaging

Het systeem kan de kosten van groene waterstof met 10 tot 20 procent verminderen, onder meer door lagere investeringskosten (capex), minder energieverlies en meer efficiëntie. Om die reden is alle hoogspanningsapparatuur uit het ontwerp gehaald en is de productie van groene stroom zo dicht mogelijk bij de elektrolyser gezet. De waterstof wordt naar de klant vervoerd via pijpleidingen, die tegelijk als energieopslag dienen. “Wat Microsoft was voor de PC, zou dit systeem kunnen worden voor de grootschalige productie van groene waterstof”, stelt Tancock.

Schaal is belangrijk

Het bedrijf uit Perth zet al sinds zijn ontstaan in op grootschalige projecten voor groene waterstof. “Sommige beschuldigen ons ervan om te ambitieus te zijn, maar wij geloven dat schaal belangrijk is. Dat was het in de mijnbouw, in olie en gas en dat zal het ook bij waterstof zijn. Het is een manier om kosten te besparen en om genoeg volume te produceren voor klanten”, stelt Tancock.

Zo zal het recente besluit van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) om de CO2-uitstoot van schepen te verminderen de vraag naar groene waterstof explosief vergroten is Tancocks verwachting. “Scheepvaart wordt een belangrijke klant voor groene brandstoffen. Dus moeten we onze productie opschalen”, zegt hij.

Het nieuwe gepatenteerde P2(H2)Node-systeem voor goedkopere, grootschalige, groene waterstoffabrieken bij wind- en zonneparken. | Credit: InterContinental Energy

130 miljard investeringen

Nederland heeft een sterke relatie met Australië als het om schone energie gaat, benadrukte minister van energie en decarbonisatie Amber-Jade Sanderson van West-Australië tijdens de top. Zij noemt groene waterstof het ‘wondermolecuul’. West-Australië heeft genoeg ruimte voor zon- en windparken en elektrolysers en wil in deze markt een belangrijke rol spelen. “Alleen al de productie van groen staal met waterstof kan de CO2-uitstoot van de wereldwijde staalindustrie met 8 procent verminderen”, zegt ze. “De komende vijf jaar is het tijd voor actie. Australië investeert 130 miljard dollar in waterstofprojecten, waarvan een derde in West-Australië. Wij willen een belangrijke rol spelen in deze nieuwe technologie die de wereld gaat veranderen.” Haar staat werkt hierin nauw samen met de haven van Rotterdam en de Duitse regering, waar het groene waterstof en ammoniak heen wil exporteren.

Grote projecten

Intercontinental Energy heeft samen met partners drie grootschalige projecten in ontwikkeling. In de Australian Renewable Energy Hub (AREH) is vanaf 2027 tot wel 26 gigawatt aan groene stroom uit zon en wind beschikbaar – een derde van alle elektriciteit in Australië – om jaarlijks 1,6 miljoen ton groene waterstof of 9 miljoen ton groene ammoniak te produceren. Dat maakt het een van de grootste projecten ter wereld. In die categorie valt ook de Western Green Energy Hub (WGEH). Daar wordt het P2(H2)Node-systeem voor het eerst toegepast. Eenmaal operationeel kan dat project jaarlijks 3,5 miljoen ton groene waterstof uit zon en wind produceren, onder meer voor Zuid-Korea.

Het Green Energy Oman (GEO)-project zal in de eerste fase 150 kiloton groene waterstof per jaar produceren uit 4 gigawatt hernieuwbare elektriciteit. De ambitie is om op te schalen naar een productie van 1,8 miljoen ton uit 25 gigawatt groene stroom. Twee van de drie projecten worden geleid door oliemaatschappijen BP en Shell. “Deze projecten gaan een belangrijke rol spelen in het opschalen van wereldwijde productievolumes”, stelt Tancock. “Partnerschappen zijn daarbij cruciaal. Geen enkel land of bedrijf kan dit alleen.”

Verwachtingen te hoog

De rol van waterstof in de energietransitie is volgens hem relatief nieuw. Het eerste, gigantische groene waterstofproject in de wereld verrijst in de Saoedi-Arabische stad van de toekomst NEOM en is pas in aanbouw. Deze megafabriek gaat straks per dag 600 ton waterstof in de vorm van groene ammoniak produceren voor transport en industrie.

Volgens Tancock zijn de verwachtingen voor groene waterstof te hoog geweest en het voorgestelde tempo voor de ontwikkeling ervan te snel. “We zijn gegaan van concept, naar hype, naar bubbel, naar waar we nu zijn: projecten ontwikkelen op een meer realistische manier”, zegt hij.

Geweldige prestatie

Maar vergeleken met andere energiebronnen gaat het nog relatief snel. Het eerste transport van LNG was in 1966. Nu levert het vloeibare gas 5 procent van de wereldwijde energie. Rond dezelfde tijd startte de nucleaire energiesector. Ook die levert nu 5 procent van alle energie. Wind- en zonne-energie begonnen al in de jaren 80 en leveren nu 3 procent van alle energie. “Ze groeiden allemaal in hetzelfde tempo: 0,07 procent van de wereldwijde energievoorziening per jaar”, rekent Tancock voor. Volgens hem kan waterstof in 2050 ongeveer 2 procent van alle benodigde energie leveren. “Dat is een geweldige prestatie, al zullen mensen in het publiek teleurgesteld zijn”, zegt hij.

Lees ook:

Friese aanpak voor circulaire economie trekt wereldwijde aandacht

Voor John Vernooij, algemeen directeur van afvalverwerker Omrin, is de wekker vroeg gegaan. De Fries is in São Paulo, Brazilië, voor het World Circular Economy Forum, dat op 13 en 14 mei plaatsvond. Het is half 8 ‘s morgens als hij ons op vrijdag vanuit zijn hotelkamer te woord staat. Op de achtergrond baden wolkenkrabbers in het grijze ochtendlicht. Het vroege tijdstip deert hem niet, lacht hij. “Ik loop nog op Nederlandse tijd.”Naast directeur van Omrin is Vernooij voorzitter van Vereniging Circulair Friesland (VCF). In die hoedanigheid was hij afgelopen week in Brazilië - om te vertellen hoe zijn provincie vorm geeft aan de circulaire economie. In een tijd waarin de druk op circulaire bedrijven groeit, doet Friesland dat namelijk verrassend succesvol, blijkt uit een rapport van Circle Economy. Bovengemiddelde scores Dit impact-adviesbureau doet jaarlijks wereldwijd onderzoek naar de status van de circulaire economie. Dit jaar is op verzoek van Vereniging Circulair Friesland voor het eerst ook een provincie – hun provincie – in de benchmark meegenomen. Daaruit blijkt dat Friesland bovengemiddeld scoort ten opzichte van nationale en globale gemiddelden.Bijvoorbeeld op het gebied van hergebruik van materialen: in Friesland is 10,6 procent van alle grondstoffen die worden geconsumeerd afkomstig uit hergebruik, tegen 9,8 procent in ons land en 6,9 procent op wereldschaal. Ten opzichte van andere Nederlandse provincies is ook het aandeel groene energie (25 procent) relatief hoog - met uitzondering van Flevoland, dat richting een aandeel van 50 procent gaat. Gestructureerde regionale aanpak Ook het Friese ecosysteem, de mate waarin de regionale overheid het bedrijfsleven ondersteunt inbegrepen, wordt beter beoordeeld dan het Europese gemiddelde (117 tegenover 100 punten). Dat is geen toeval, zegt Tjeerd Hazenberg, beleidsadviseur circulaire economie bij de provincie Fryslân, maar het gevolg van een gestructureerde, regionale aanpak.Hazenberg belt in vanuit Leeuwarden. Hij is net terug van een bezoek aan het Zweedse Värmland, een regio die de circulaire economie eveneens hoog op de agenda heeft staan. Een treinreis van bijna twintig uur, dat was nogal een trip. “Maar wel een heel leuke ervaring.” Friesland loopt voor in de transitie naar een circulaire economie, blijkt uit het Circular Gap Report. Vroeger keek Friesland voor inspiratie naar zulke gebieden, tegenwoordig gebeurt het ook andersom. De sleutel zit volgens Hazenberg en Vernooij in de manier waarop de Friese transitie naar de circulaire economie georganiseerd is, of specifieker, dat die transitie überhaupt georganiseerd is, met de Vereniging Circulair Friesland als spil.De VCF brengt 180 leden vanuit verschillende hoeken samen: bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties. “Een brede beweging die gezamenlijk doelen stelt, oplossingen bedenkt en strategieën bepaalt om daar te komen”, zegt Vernooij. “Dat heb ik in Nederland nog bijna nergens gezien. Niet op deze manier.” Kompas voor bedrijven Het gedachtegoed van Vereniging Circulair Friesland steunt in totaal op zeven pijlers. Naast gebruik van water en grondstoffen en de opwek van hernieuwbare energie wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar het versterken van de biodiversiteit en inclusief werkgeverschap.Voor de leden gelden die pijlers als een soort kompas, vertelt Vernooij; bedrijven proberen ze ook een plaats in de eigen bedrijfsvoering te geven. “Wij hebben op ons eigen bedrijventerrein, Ecopark de Wierde, net 6.000 bomen geplant. Ik heb zelfs een ecoloog in dienst die de faunastand in de gaten houdt. En we bieden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een leer-werkplek aan.”Vereniging Circulair Friesland begint in 2015 op initiatief van zeven bedrijven, waaronder Omrin, die sneller willen verduurzamen. “Ik geloof in verandering van onderaf”, zegt Vernooij. “Ik heb de telefoon gepakt en andere ondernemers gebeld met de vraag of ze mee wilden doen. Ik zei: ‘Luister, het kost je 5.000 euro, je moet je voor drie jaar aan de club verbinden en wat het oplevert weet ik nog niet. Maar het wordt wél leuk.’ Toen we 35.000 euro bij elkaar hadden, zijn we naar de provincie en gemeenten gestapt met de vraag of ze het initiatief konden ondersteunen en ons met de juiste partijen konden matchen.” Mkb als ruggengraat Wat hielp is dat Omrin, een publieke afvalverwerker, al de nodige politieke lijntjes had. Het bedrijf werkt in opdracht van 36 gemeenten, bij de aandeelhoudersvergadering zitten 36 wethouders aan tafel. En wat ook hielp, is dat Friesland volgens Vernooij en Hazenberg een redelijk ‘egale’ bedrijfsstructuur heeft, met andere woorden, geen grote spelers als ASML die min of meer in hun eentje de dienst uitmaken. Mkb’ers vormen de ruggengraat en die zijn zich er ‘zeer bewust’ van dat ze het met elkaar moeten doen.Voor de provincie was het initiatief een zegen, zegt Hazenberg. “Omdat we wisten: top-down beleid is niet efficiënt. Vereniging Circulair Friesland bundelde de ambitie en energie die er al in de regio was en stelde ons voor de vraag hoe we dit het beste met beleid konden ondersteunen.” Tjeerd Hazenberg (links) en John Vernooij: 'Samenwerking is de sleutel.' | Credit: Provincie Fryslân, Omrin Vertrekpunt was een analyse van Urgenda, waarmee in kaart werd gebracht op welke gebieden Friesland al sterk was en waarop kon worden voortgebouwd. Voorbeelden zijn de bouw, infrastructuur, watertechnologie, agrifood en (plastic) afvalverwerking en –recycling – het terrein van Omrin. Vernooij stelt dat Vereniging Circulair Friesland een cruciale bijdrage heeft geleverd aan het hoge afvalscheidingspercentage van het bedrijf: bijna 80 procent, waar het Nederlandse gemiddelde 57 procent is. Duurzaam Fries gas Organisch afval wordt vergist en het biogas dat daarbij vrijkomt, wordt opgewerkt tot aardgas. Ook op dat vlak blijken de korte lijnen met de politiek waardevol; Omrin levert dit groene gas aan Ovef, de inkoopcoöperatie van de Friese overheden, waarmee alle panden van de provincie en gemeenten worden verwarmd. Tot 2022 had Friesland een contract bij Gazprom, maar de provincie moest in 2022 verplicht overstappen vanwege de sancties tegen Rusland. Het alternatief was ook veel beter, lacht Vernooij. “Duurzaam Fries gas, lokaal opgewekt. Daarmee worden we als provincie direct onafhankelijker.”De productie van groen gas is onderdeel van een langetermijnstrategie die niet louter winstgedreven is, vervolgt de Omrin-directeur. “De eerste tien jaar heeft het ons alleen maar geld gekost, in die zin dat onze kostprijs lager was geweest als we de investeringen – in de vergisting, in de opwerkinstallatie - niet hadden gedaan. Maar inmiddels plukt iedereen er de vruchten van.” Klassiek kip-ei-verhaal Een ander voorbeeld van een samenwerking over verschillende lagen heen is de Fryske Vezelhennepdeal, waarbij boeren, bouwers en woningcorporaties de handen ineenslaan om isolatie met biobased materialen op de kaart te zetten. Zoals vezelhennep, dat CO2 opslaat en lokaal kan worden geteeld, waarmee het een duurzamer alternatief is voor gangbare materialen als glas- en steenwol.Ook hier geldt het klassieke kip-ei-verhaal: zonder (grootschalige) beschikbaarheid nemen architecten vezelhennep niet mee in hun ontwerpen en kopen bouwbedrijven het niet in, maar zonder afzetmarkt gaan akkerbouwers geen hennep verbouwen. Vernooij: “Dus is gezamenlijk besloten om Friese vezelhennep te gebruiken bij de isolatie van ten minste duizend woningen.” De Fryske Vezelhennepdeal is bedoeld het gebruik van biomased materiaal in de bouw te stimuleren. | Credit: Vereniging Circulair Friesland En de rol van Vereniging Circulair Friesland bij de totstandkoming van die deal? Eigenlijk is dat heel simpel, voegt Hazenberg toe. “Zij zorgen dat iedereen met elkaar om tafel komt en regelen de koffie. Daar begint het mee.” Opschaling evident Het zijn stappen die snel schaal kunnen krijgen, denkt Vernooij. “We zijn begonnen met 200 hectare vezelhennep, dit jaar gaan we naar 1.000 hectare, over vijf jaar moet dat 5.000 hectare zijn. Dan kan het materiaal op grote schaal worden ingezet – ik stel me voor dat gemeenten het op termijn voor de ontwikkeling van hele wijken gaan voorschrijven.”De noodzaak van opschaling is evident. Want ook al gebeuren er in Friesland mooie dingen, de weg naar een écht circulaire economie is volgens de VCF-voorzitter nog lang. “Nederland wil in 2050 voor 100 procent circulair zijn. Wij zitten hier nu op zo’n 10 procent, een tiende van wat nodig is. Daarmee mogen we koploper zijn, maar eigenlijk is het helemaal niet zoveel.”Vernooij moet afsluiten; zijn dag gaat beginnen, het World Circular Economy Forum roept. Gisteren mocht hij het internationale publiek op het podium al vertellen over de Friese inspanningen op het gebied van circulariteit. Een beetje flauw, maar wisten de aanwezigen eigenlijk wel waar Friesland lag? Hij schiet in de lach. “Je zou ervan staan te kijken. We maken naam in de wereld van de circulariteit. En we leren steeds beter om daar niet te bescheiden over te zijn.” Lees ook:Bouwers en boeren werken in Friesland samen aan biobased huizen: ‘Duizend woningen gaan we makkelijk halen’ Kabinet doof voor noodkreten en alarmbellen: leningen gaan plastic recyclingbedrijven niet redden Groene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven?