Jaime Donata 19 mei 2020, 16:09

Ook Duitsland heeft nu plannen voor waterstof op zee

In Duitsland werd deze week een plan gepresenteerd om Helgoland, de eilandengroep in de Duitse Noordzee, een centrale locatie te maken voor waterstofproductie uit windenergie op zee. In Nederland hebben wij ons eigen pilot-project rondom offshore windenergie: PosHYdon. Hoe staat het daarmee?

Offshore noordzee

Als het aan de burgemeester van Helgoland ligt kan de eilandengroep straks 5 gigawatt aan groene waterstof produceren en vervoeren naar het land. Dat moet het geval zijn in 2030, wat betekent dat het Duitse bedrijfsleven en de overheid veel moeten innoveren om offshore waterstofproductie haalbaar te maken.

Nederlandse waterstof

Dat dat lastig is, blijkt wel uit het Nederlandse project om waterstof op zee te maken. Het pilot-project PosHYdon moet de komende jaren duidelijk maken wat de meest robuuste en goedkope manier is om op zee geproduceerde wind-energie aan land te krijgen. Hoge transportkosten van elektriciteit over lange afstanden op zee zijn de belangrijke reden om te kijken naar het op zee omzetten van windenenergie in waterstof.

René Peters is als Business Director Gas Technology bij TNO, betrokken bij PosHydon. "Tot 2030 zullen er waarschijnlijk geen problemen ontstaan voor de inpassing van elektriciteit van offshore wind op het net, maar daarna wel. Zeker als een windpark meer dan 100 kilometer uit de kust ligt, wordt het goedkoper om windenergie om te zetten in waterstof en het via bestaande gasleidingen aan land te brengen. Dat is berekend binnen het North Sea Energy programma."

Lees ook: Gasunie voegt zich bij PosHYdon-project

Wereldwijd voorop

Tijdens het PosHYdon-project krijgt het olie- en gasplatform Q13a van Neptune Energy voor de kust van Den Haag, een electrolyzer om windenergie om te zetten in waterstof. Met het project loopt Nederland wereldwijd voorop, want nergens anders is ooit eerder waterstof geproduceerd op zee. Peters: “Japan en Californië hebben internationaal een leidende rol in waterstof, ze zijn er in ieder geval het eerst mee begonnen. Maar als je kijkt naar de schaal van projecten rondom waterstof gemaakt van wind-energie op zee, dan zijn wij met Nederland leidend, zeker binnen Europa.

De elektrolyzer zal een bescheiden capaciteit van één megawatt krijgen. Wat dat betreft zijn de Duitsers ambitieuzer met een 5 gigawatt-project. Maar waar posHYdon al concrete plannen heeft, gaat het in Duitsland vooralsnog om een wens van Helgoland en haar burgemeester. Pas als Duitsland met een waterstofstrategie komt, zal duidelijk worden wat er echt mogelijk is bij onze Oosterburen.

Ambitieuze planning

De start van de ombouw van het PosHYdon-platform stond oorspronkelijk gepland voor 2020, maar dat bleek al snel een iets te ambitieus tijdspad. En dat heeft niets te maken met de ontwikkelingen rondom het Coronavirus. Peters: “Toen wij vorig jaar electrolyzer-producenten gingen aanschrijven, bleek opeens hoe groot de wereldwijde vraag naar waterstofinstallaties eigenlijk is. Fabrikanten moesten echt ruimte zoeken voor onze aanvragen en hadden het over levertermijnen van anderhalf jaar."

"Bovendien zitten er nogal wat technische complexiteiten aan een waterstof-installatie op zee, waardoor je als producent echt moet poinieren.” Waterstof maken op zee betekent bijvoorbeeld dat een installatie bestand moet zijn tegen zout, water en stormcondities. Robuustheid en een goede besturing op afstand zijn wenselijk.

Peters: “Vanwege de afstand vanaf het land wil je zo min mogelijk reparaties. Bovendien produceert een electrolyzer zuurstof, dat is spannend op een platform waar ook nog steeds olie en gas wordt gewonnen. Al met al stellen we vrij stenge veiligheidseisen aan de nieuwe electrolyser, dus dat betekent dat de engineering en bouw langer duren.”

Subsidie

De aangepaste planning van de PosHYdon-pilot betekent niet dat het project stilstaat. Peters: “We hebben nu subsidie aangevraagd voor ondersteuning, zowel bij de Fuel Cells and Hydrogen Joint Undertaking (een EU onderzoeksprogramma) als bij de DEI+ regeling (Demonstratie van Innovatieprojecten). Daar krijgen we in juli antwoord op – en dan gaan we echt aan de slag met het engineeren. Dit soort projecten is nog niet economisch winstgevend, dus als we geen subsidie krijgen, dan moeten we even kijken hoe we verdergaan. Maar we hebben goede papieren, dus we gaan er even vanuit dat we straks van start kunnen.”

Lees ook: Het grootste Nederlandse waterstofproject op land ging vorig jaar van start

Bron: Rivieramm/PosHYdon | Beeld: Adobe Stock

Flexibel laden ontlast het elektriciteitsnet met 40 procent

De pilot, genaamd ‘Flexibel laden achter de meter’ is opgezet door Maxem, Enexis Netbeheer, Enpuls en ElaadNL. “We verbruiken steeds meer elektriciteit om te rijden, koken en te verwarmen," vertelt Annabel van Zante, projectleider namens Enpuls. “Dit zorgt voor een verwachte stijging in het elektriciteitsverbruik en een toename van het gelijktijdig elektriciteitsverbruik, wat kan zorgen voor overbelasting.”"Het onderzoek laat zien dat het mogelijk is om thuislaadpunten slim aan te sturen via een signaal van de netbeheerder”, vervolgt Van Zante. “Ook kan slim laden helpen om optimaal gebruik te maken van duurzame energie, door auto’s te laten laden op momenten met veel duurzame energie uit zon en wind.”Als er genoeg auto's zijn die flexibel kunnen laden, hoeft de netbeheerder geen extra of grotere elektriciteitskabels aan te leggen. Dat zou de maatschappij een heleboel geld schelen, en uiteindelijk wordt de elektriciteitsrekening ook minder hoog. Veel netbeheerders waarschuwden eerder voor stijgende kosten voor de consument door verzwaring van het net.Lees ook: Amsterdam start grootschalige test met flexibel ladenHet onderzoekIn de twee jaar durende pilot deden 138 huishoudens mee, die allemaal eigenaar zijn van een energie management systeem (EMS), een thuislaadpunt én een elektrische auto. De huishoudens werden verdeeld in vier groepen met verschillende laadstrategieën. Bij de huishoudens die te maken hadden met aansturing via het net laadde de elektrische auto langzamer op bij hoge belasting op het elektriciteitsnet.De pilot heeft laten zien dat het mogelijk is om de piekbelasting drastisch te verlagen. Hiervoor is het wel belangrijk dat de auto’s volledig elektrisch zijn. “In tegenstelling tot plug-in hybride modellen, bieden volledig elektrische auto’s veel flexibiliteit door de grote batterij”, zegt Van Zante. “Daarnaast is het in de praktijk belangrijk dat huishouden geografisch bij elkaar liggen en zijn aangesloten op één transformatorstation.”De deelnemers met een aangestuurde laadstrategie kregen de mogelijkheid om het langzaam opladen te onderbreken door een ‘flex-knop’ in te drukken, waarna hun auto met normale snelheid werd geladen. In de pilot gebruikten de proefpersonen de flex-knop nauwelijks, maar de deelnemers gaven wel aan dat deze optie een noodzakelijke voorwaarde is.Lees ook: Hoe Utrecht de dubbelfunctie van elektrische auto’s optimaal benutFinanciële beloningOok stelden de onderzoekers de vraag of gebruikers ander gedrag vertonen als ze beloond worden voor flexibiltiet. Voor een aantal huishoudens was een maximale beloning van € 50 beschikbaar. Voor elke keer dat de flex-knop te vaak werd ingedrukt, ging er € 1 van de beloning af. Uiteindelijk gaf slechts 23 procent aan rekening te houden met de beloning. Verder was er geen zichtbaar verschil in gebruik van de flex-knop tussen de groepen met en zonder de het beloningsysteem.Lees ook: Elektrisch rijden wordt makkelijker dankzij alles-in-een-appBron: Enpuls | Beeld: Adobe stock