Emma Rotman 14 april 2020, 07:00

RWE: 'Zonder biomassa gaan we de klimaatdoelen niet halen'

Wind en zon zijn de drijvende krachten achter de energietransitie, maar er is meer nodig om de klimaatdoelen te halen. Biomassa speelt daarin een cruciale rol, zegt Taco Douma, directeur kolen-, gas- en biomassacentrales bij RWE. Door reststromen te gebruiken, kan dat ook op een duurzame manier. Een van die reststromen is bagasse, een vezel van suikerrietafval.

Kw eemshaven 2 rwe

Brazilië is de grootste producent van suikerriet ter wereld; in 2017 produceerde het land er maar liefst 650 megaton van. Er wordt voornamelijk suiker en bio-ethanol van gemaakt. Bagasse is wat overblijft nadat het sap uit de suikerrietstengels is geperst. De term is afkomstig van het Franse bagage en betekent letterlijk afval.

Voorheen werd bagasse ook als zodanig beschouwd, evenals de grote hoeveelheden stro die na verwerking van het suikerriet op het land bleef liggen. Stro werd meteen verbrand, wat naast verspilling van een waardevolle grondstof ook voor veel fijnstof- en CO2-uitstoot zorgde. Bagasse werd op den duur ingezet om lokaal en met relatief lage efficiëntie proceswarmte te produceren. In 2016 introduceerde Brazilië een verbod op het verbranden van dergelijk ‘afval’ in de open lucht. Door voortaan stro te gebruiken in lokale verwarmingsprocessen, kon bagasse vrijgespeeld worden voor hoogwaardige toepassingen.

CO2-vrij regelbaar vermogen

Voor energiebedrijf RWE spelen reststromen als bagasse een belangrijke rol in de energietransitie. Het bedrijf wil in 2040 klimaatneutraal zijn en zet in op een scala aan oplossingen om dat te bereiken. “We breiden ons aandeel wind- en zonne-energie flink uit, dat zijn de belangrijkste dragers in de energietransitie. Maar voor een betrouwbare energievoorziening is meer nodig dan zon en wind”, zegt Taco Douma, directeur kolen-, gas- en biomassacentrales.

Hoeveel wind- en zonneparken Nederland ook installeert, er zullen altijd periodes zijn waarin de zon niet schijnt en de wind niet waait. Daarom wil RWE in Nederland de kolen die het bedrijf nu nog verstookt op termijn vervangen door biomassa. “We moeten een vorm van CO2-vrij regelbaar vermogen hebben om die gaten te vullen. Biomassa is daar een oplossing voor. Maar dan moeten we het wel duurzaam produceren en gebruiken”, stelt Douma.

Reststromen

Het feit dat bagasse een reststroom is, maakt het al een duurzame vorm van biomassa. Maar er zitten meer duurzame kanten aan, volgens het rapport ‘Good farming, good energy’, een onderzoek in opdracht van RWE en Raízen. Suikerriet haalt bijvoorbeeld CO2 uit de lucht en slaat het op onder de grond. Bovendien kunnen de stengels zo afgesneden worden, dat de plant binnen 12 tot 18 maanden weer terug groeit, zonder dat er opnieuw geplant hoeft te worden.

Bij het gebruiken van biomassa staat voorop dat er geen concurrentie plaatsvindt met de voedselketen en dat er verantwoordelijk omgegaan wordt met landgebruik. Dat is ook meteen de reden dat RWE deze reststroom uit Brazilië haalt en niet uit eigen land. “Het gevoel zegt vaak dat lokaal beter is, maar feit is gewoon dat we een relatief klein en dichtbevolkt land zijn”, zegt Douma. “Dat betekent dat we veel grondstoffen ergens anders vandaan moeten halen. Dan is het erg mooi dat we een reststroom uit Brazilië, die anders geen nuttige toepassing heeft, hier kunnen gebruiken voor duurzame energie. Bovendien is het in ontzettend grote hoeveelheden beschikbaar.” Suikerriet is het meest geproduceerde gewas op aarde en bagasse vormt maar liefst 30 procent van het gewicht.

Efficiëntieslag

Die beschikbaarheid kan zelfs nog toenemen als er een efficiëntieslag gemaakt wordt, wordt geconcludeerd in het eerder genoemde rapport. In de Braziliaanse suikerrietteelt wordt bagasse namelijk ook gebruikt voor energieopwekking, met name om de suikerrietmolens te laten draaien. De boilers die de molens van energie voorzien zijn echter weinig efficiënt. Met efficiëntere processen zou er maar liefst 30 procent minder bagasse nodig zijn voor dezelfde lokale energieproductie.

Biobased economie

Bagasse is één van de voorbeelden die laten zien dat de energietransitie veel breder is dan een transitie in de energiesector, stelt Douma. Naast suiker en bio-ethanol levert de suikerrietteelt bijvoorbeeld ook grondstoffen om biobased plastics van te maken. “Uit al die verschillende processen komen reststromen die je weer in andere toepassingen kunt gebruiken. Op die manier worden sectoren aan elkaar gekoppeld”, legt Douma uit.

'Voor een betrouwbare energievoorziening is meer nodig dan zon en wind'

Zelf brengt RWE die sectorkoppeling ook in Nederland in de praktijk. Samen met Nouryon, Avantium, Chemport Europe en Staatsbosbeheer werkte het bedrijf aan een pilotbioraffinagefabriek in Delfzijl. Avantium ontwikkelt daar recyclebare bioplastics, Nouryon maakt er grondstoffen voor de chemische industrie en RWE gebruikt de reststoffen uit de fabriek uiteraard voor duurzame energieopwekking. Douma: “Ik denk dat biomassa een veel bredere toepassing krijgt in de biobased economie. De energiesector loopt in die transitie wel voorop, omdat dat relatief de eenvoudigste omschakeling is.”

Businesscase

Het koppelen van sectoren draagt ook bij aan de businesscase van bagasse. “Je benut stromen die anders verspild zouden worden, waardoor die stromen ook een hogere opbrengst krijgen. Dat is een belangrijk punt, want je moet uiteindelijk concurreren met fossiele energiebronnen. Anders komt de hele energietransitie niet van de grond”, zegt Douma.

Een uitdaging is het feit dat de huidige energievoorziening geoptimaliseerd is met lage kosten. Schaalgrootte, kostprijsverlaging en innovatie zijn daarom essentieel om de businesscase voor nieuwe duurzame energietoepassingen rond te maken. Wederom een reden dat die sectorkoppeling zo belangrijk is, stelt Douma: “We moeten nieuwe ketens met nieuwe samenwerkingen starten om die schaalvergroting te realiseren. Er zijn grote hoeveelheden beschikbaar en we staan nog maar aan het begin van de ketenvorming, dus ik heb er vertrouwen in dat er nog veel te optimaliseren is.”

De economische haalbaarheid hangt ook af van wat de alternatieven kosten. Daarmee doelt Douma op de toekomstige prijs van CO2. “Als gas goedkoop blijft, omdat er veel aanbod is van schaliegas uit de Verenigde Staten of aardgas uit Rusland, dan zullen veel gebruikers dat nog steeds een goed alternatief vinden. Maar het is wel fossiel en zorgt dus voor CO2-uitstoot. Wat voor prijskaartje hangt daar straks aan?”

Lees ook: Zo kan een CO2-belasting eruit gaan zien

Emotioneel versus rationeel

Naast reststromen als bagasse gebruikt RWE ook met name houtresten uit het buitenland in energiecentrales. Hout uit Nederlandse bossen gebruikt het bedrijf niet, wel houtresten uit productiebossen in het buitenland. Over de discussie rondom het bijstoken van biomassa heeft Douma wel wat te melden. “De emotionele kant van het verhaal is dat mensen graag willen dat bomen blijven staan. Maar als houtresten uit bossen verwijderd worden, dan worden bossen daar wel gezonder van. En als hout gebruikt wordt om meubels of papier van te maken of huizen van te bouwen, dan blijft er altijd zaagsel over als reststroom. Dat kun je heel verantwoord gebruiken voor energietoepassingen.”

Douma richt zich liever op de rationele argumenten. Zo speelt biomassa volgens het IPCC een onontkoombare rol in de energietransitie. Maar dat betekent volgens hem niet dat we er geen discussie over moeten voeren. “Het gevaar is dat het heel makkelijk verkeerd toe te passen is. Dat kunnen we voorkomen door gebruik te maken van reststromen, strenge eisen te stellen aan certificering en onafhankelijk te toetsen. Dan zeg je niet alleen dat je de biomassa op een duurzame manier hebt verkregen, maar kun je het ook laten zien.”

'Als je de strenge eisen voor biomassa zou loslaten op gas, zouden we in no time zonder gas zitten'

Volgens Douma is er in Nederland geen grond- of brandstof die aan zulke strenge eisen moet voldoen als biomassa. De productie en het transport van biomassa mag bijvoorbeeld niet leiden tot veel broeikasemissie en er moet worden gegarandeerd dat de bodemkwaliteit en biodiversiteit bewaakt worden. Die strenge eisen vindt hij terecht, maar het zou mooi zijn als ze ook voor fossiele brandstoffen zouden gelden. “Als je deze eisen zou loslaten op gas, dan zouden we in no time zonder gas zitten.”

Lange termijn

Over 20 jaar wil RWE klimaatneutraal zijn, op dit moment zit het bedrijf op een CO2-reductie van 50 procent ten opzichte van 1990. “We lopen dus voor op de Nederlandse doelstelling van 25 procent voor 2020. En onze ambitie voor 2030, naar een CO2-reductie van 70 procent, is hoger dan de Europese ambitie van 55 procent.”

Om die doelen te bereiken, is het volgens Douma belangrijk dat overheden en bedrijven eerlijk communiceren over wat daarvoor nodig is. Een lange termijnvisie helpt daarbij. “Bedrijven investeren voor dertig, veertig jaar. Als overheid kun je dus niet elke vijf of tien jaar van standpunt veranderen. Dan wordt het voor iedereen onzeker. Met als resultaat dat niemand iets doet.” Het Klimaatakkoord is volgens Douma dan ook een belangrijke stap. “Het is nu zaak om dat akkoord consistent uit te voeren.”

Hij besluit: “Als we blijven vasthouden aan het idee dat we met alleen wind en zon de hele maatschappij CO2-vrij kunnen maken en daarmee afstand nemen van elke andere oplossing, dan lukt het niet. We hebben heel veel oplossingen naast elkaar nodig. Zonder biomassa gaan we de klimaatdoelen gewoon niet halen.”

Lees ook: Biomassa kan hoogwaardiger benut worden dankzij grondstoffenstraat

Beeld: RWE

BiomimicryNL: ‘Bedrijven zouden juist nu hun dienstverlening moeten verduurzamen’

Al in 1972 waarschuwde de Club van Rome voor de toename van crises en de impact daarvan op samenlevingen. In hun bekende rapport The Limits to Growth laten ze oorlogen en pandemieën buiten beschouwing, met de opmerking dat deze de wereldwijde groei nog eerder tot een halt zouden roepen. In hun model stopt de groei ruim voor 2100. Zij stelden dat groei eindig is, omdat er een limiet zit aan wat de aarde ons kan bieden. Toch was hun rapport geen doemscenario, benadrukte de hoofdauteur later. ‘Het ging om ​​keuze. Het bevatte zeker een waarschuwing, maar ook een belofte.’ Saskia van den Muijsenberg, directeur en mede-oprichter van biomimicryNL, ziet de huidige crisis als bewijs dat ons systeem langzaam haar veerkracht verliest. De mensheid speelt daarbij een belangrijke rol. Wij dragen in grote mate bij aan het verlies aan planten- en diersoorten. Daardoor kan de natuur bepaalde ecosysteemdiensten niet meer leveren.Zo zijn wij afhankelijk van de natuur voor onze drinkwatervoorziening en voor de bestuiving van onze gewassen. Daarnaast warmt de aarde door ons toedoen op. Door deze klimaatverandering zijn teken langer actief in de noordelijke Europese regionen en kunnen bepaalde muggen uit Afrika ook in zuidelijk Europa overleven. Dit soort dieren speelt een belangrijke rol bij de overdracht van een aantal besmettelijke ziekten. Die door klimaatverandering dus meer zullen voorkomen.Dit betekent niet dat we in kelders het einde der tijden moeten afwachten. De keuze die we in 1972 hadden, hebben we namelijk nog steeds. Wat kunnen we van de huidige crisis leren? Van den Muijsenberg geeft haar visie als directeur van biomimicryNL. Bij biomimicry vormt de natuur de maatstaf. Het gaat erom de beste ideeën uit de natuur te imiteren om menselijke toepassingen uit te vinden, te verbeteren en duurzamer te maken. Hoe kunnen (duurzame) bedrijven de coronacrisis juist als kans benutten?Download en lees het rapport: 'The Limits to growth: a global challenge'Wat valt u op in de manier waarop we de coronacrisis aanpakken?“Wat we nu doen is erg op de korte termijn gericht. Er mogen nu zo min mogelijk mensen dood. En ja, dat is heel logisch. Wij zijn evolutionair gezien ook niet goed in staat om over de heel lange termijn na te denken. We moesten altijd nu beslissen. Ons brein werkt in het heden; het is geprogrammeerd om op harde zekere informatie te reageren. Het kan heel goed op de korte termijn beoordelen of iets levensbedreigend is (denk aan vechten of vluchten), maar bedreigingen op de lange termijn ‘triggeren’ ons brein niet.We zullen pas achteraf weten of alle maatregelen die we nu nemen afdoende zijn. Dat is nu moeilijk om in te schatten. Experts spreken elkaar ook tegen. Bepaalde experts zeggen al dat deze maatregelen op de lange termijn misschien wel veel destructiever zijn voor de gezondheidszorg dan dat de situatie nu is. Als de economie zo lang stil ligt, dan betekent dat uiteindelijk ook minder inkomsten voor de gezondheidszorg. Daar kunnen we op de wat langere termijn juist veel last van krijgen. Ik weet niet of het waar is, dat kan ik niet beoordelen, maar ik denk wel dat iets meer nadenken over onbedoelde consequenties van de maatregelen goed zou zijn.”Welke lessen zijn er vanuit een biomimicry-oogpunt te leren van de coronacrisis?“Als we iets voor elkaar willen krijgen dan zijn we vaak, zoals nu, heel erg gefocust op het snel van A naar B komen. In een rechte lijn. Als er iets is wat ik van de natuur heb geleerd is dat het vaak veel complexer in elkaar zit. Alles heeft invloed op elkaar. Zoals je nu hoort dat het aantal kindermishandelingen stijgt. Dat zijn natuurlijk dingen waar je van tevoren niet aan denkt, want je wil de druk op de ziekenhuizen verminderen. We zijn vaak zo gefocust op één doel dat we uit het oog verliezen wat de bijeffecten zijn.Door meer systemisch te denken en relaties te bestuderen, zoals ecologen doen, kan je nieuwe oplossingen vinden. Dat wens ik ook bedrijven toe. Ik snap heel goed dat bedrijven op dit moment maatregelen nemen die voor de korte termijn het beste werken, maar ik raad hen aan om ook na te denken over de mogelijke consequenties op langere termijn.”Hoe kunnen bedrijven de coronacrisis benutten?“Ik denk dat er vooral veel lessen te leren zijn die te maken hebben met veerkracht en herstel. ‘Wat is de kritische functie van mijn bedrijf?’ Dat is een belangrijke vraag. Datgene moet door kunnen gaan. Dus je moet ervoor zorgen dat je op verschillende manieren nog steeds in die functie kunt blijven voorzien. We leren van de natuur dat veerkracht wordt bereikt door onder andere diversiteit, decentralisatie en redundantie.Een goed voorbeeld (van een menselijke toepassing) vind ik het landingsgestel van een vliegtuig. Dat kan op verschillende manieren worden uitgeklapt en die technieken zitten ook nog eens op verschillende plekken in het vliegtuig. Dat zijn een soort back-up-plannen.Op het eerste oog denk je als bedrijf misschien dat het alleen maar geld kost om die back-up-plannen te organiseren. Maar als het gaat om de kritische functie voor jouw bedrijf, dan kan je dat maar beter wel doen, want anders ben je gewoon te kwetsbaar. Die kwetsbaarheid kan ook te maken hebben met kennis.Er zijn bedrijven waarbij veel essentiële kennis in één persoon zit. Wat doe je als diegene wegvalt? Maar het kan ook zijn dat jij stoffen inkoopt bij één partij en die partij omvalt of niet meer kan leveren. Zoals dat nu bleek dat ziekenhuizen zeer afhankelijk waren van Roche voor coronavirustesten. Dat zijn manieren om anders naar risico en veerkracht te kijken: waar zit het risico en hoe kan je back-ups organiseren.”Heeft de coronacrisis ook positieve gevolgen?“Natuurlijk is het vreselijk voor alle mensen die ziek worden en overlijden, laat ik dat vooropstellen. Tegelijkertijd zie je dat in Venetië het water nog nooit zo blauw is geweest en dat vogels daar weer komen broeden. Het zou fijn zijn als we ons beseffen dat het mooi zou zijn als dat zo zou blijven. Dus misschien helpt de crisis ons wel in die zin. Dat we op zoek gaan naar manieren waarbij we dat deel kunnen behouden en niet meteen weer terugvallen in het oude.'Het feit dat nu alles stil ligt, biedt een kans om veel dingen digitaal te ontwikkelen'Verder zie je dat op het moment dat een systeem omvalt er weer resources of nutriënten vrijkomen. In de natuur wordt daar opportunistisch gebruik van gemaakt, zij werkt met wat makkelijk toegankelijk en in overvloed aanwezig is. Neem het voorbeeld van een bosbrand. Door het verdwijnen van bomen, ontstaat er ruimte in het bos voor een nieuwe invulling. Nieuwe processen komen op gang, en er is plek voor nieuwe planten en dieren, pioniersoorten die snel groeien en verjonging en diversiteit brengen.Dat werkt hetzelfde in bedrijven – wanneer er een lege plek is, ontstaat er ruimte in het bedrijf. En in diens omgeving. Als je die niet te snel opnieuw inkadert maar juist even vrij laat kunnen er mooie nieuwe dingen ontstaan. Het feit dat nu alles stil ligt, biedt een kans om veel dingen digitaal te ontwikkelen. Ook gaan sommige bedrijven verbindingen aan met partijen waar ze nog niet eerder mee samenwerkten.Je ziet ook dat bepaalde sectoren opeens in de plus zitten. Dat overkomt hen natuurlijk een beetje, maar ik denk ook dat er ondernemers zijn die juist nu met nieuwe dienstverlening of businessmodellen komen om klappen op te vangen. Zo las ik dat Thuisbezorgd nog nooit zoveel nieuwe aanmeldingen had. Is dat dan innovatie? Dat denk ik niet, want het bestond natuurlijk al. Maar het is wel zo dat individuele bedrijven zo’n dienst nu ook gaan aanboren.”In hoeverre zet de coronacrisis duurzaamheid op een laag pitje bij bedrijven?“Dat vind ik lastig te beantwoorden. Ik hoorde dat de bouw, die natuurlijk toch al op zijn gat lag door de stikstoftoestanden, nu problemen heeft met arbeidskrachten, omdat veel van hen weer terug zijn naar hun eigen land vanwege corona. En om de bouw als voorbeeld te houden: juist toen het weer een tijdje economisch goed ging na de vorige crisis stapten zij van haar duurzame ambities af. Omdat ze zo snel mogelijk wilden leveren. Ik weet niet of dan nu het omgekeerde waar is, maar laten we hopen dat bedrijven de tijd die zij nu hebben goed benutten.Eén ding wat je van natuur kan leren is dat ontwikkeling en groei altijd samen gaan. Niks groeit alleen maar. Zo stoppen planten ook energie in de ontwikkeling van de wortelsystemen en onze botten ontwikkelen meer botweefsel op de plekken waar kracht op staat.Je ziet vaak dat, een plant meer energie steekt in ontwikkeling als de omstandigheden ervoor zorgen dat hij niet kan groeien. Bedrijven moeten juist nu, als ze misschien niet kunnen groeien en niet veel omzet kunnen genereren, zich bezighouden met de vraag hoe zij hun dienstverlening kunnen verduurzamen. Zodat ze als alles straks weer aantrekt heel snel duurzame meters kunnen maken.”Lees meer over de impact van de coronacrisis op het bedrijfsleven en de mogelijke kansen:'De coronacrisis als businesscase voor systeemverandering' Jan Rotmans over de coronacrisis: "We hebben dit soort crises nodig” Duurzaam ondernemen in crisistijd: Lidl koopt overschot Kipster-eieren voor eerlijke prijs Afbeeldingen: Adobe Stock | Portretfoto: Sergio den Heijer