André Oerlemans
08 februari 2024, 11:00

Waarom wind en zonne-energie kernenergie te duur en overbodig maken

We krijgen steeds meer zon en windenergie. Zonnepanelen en batterijen worden steeds goedkoper. Hebben we dan nog wel meer kernenergie nodig in Nederland? Nee, zeggen experts. “Zonnestroom maakt kerncentrales onrendabel.”

Zon win en kernenergie met groter randje Nederland wil in 2050 stroom produceren uit zon, wind en kernenergie. | Credits: Adobe Stock

De groei van duurzame stroomproductie in Nederland breekt elk jaar records. Sinds eind vorig jaar is Nederland wereldkampioen zonne-energie en liggen er 3,5 zonnepanelen per inwoner op daken en in zonneparken, blijkt uit het Nationaal Solar Trendrapport 2024 van Dutch New Energy Research (DNE Research). Ook het vermogen van windenergie
groeide fors tot 4,7 gigawatt. In 2030 leveren windmolens op zee alleen al driekwart
van alle benodigde stroom.

Allergoedkoopst

“Zon en wind zijn niet alleen duurzaam, maar ook nog eens het allergoedkoopste”, zei Wijnand van Hooff, algemeen directeur van Holland Solar tijdens het congres ‘Toekomst van Solar’ in Den Haag. De branchevereniging voor de Nederlandse zonne-energiesector denkt dan ook dat kernenergie de concurrentie met zon en wind qua prijs niet meer aankan. “Kernenergie is ongeveer twee tot drie keer zo duur als zonne-energie”, zegt Van Hooff.

Kerncentrales onrendabel

Dat denkt ook Daan Jansen, hoofdonderzoeker van DNE Research. Hij houdt in toekomstscenario’s over energie eigenlijk al geen rekening meer met kernenergie. “Als er al kerncentrales worden gerealiseerd, dan zal dat na 2035 zijn. Zonnestroom is veel goedkoper dan kernenergie. Een kerncentrale moet lang aanstaan, wil je de grote kapitaalkosten terug kunnen verdienen. Ik denk dan ook dat dat zonnestroom kerncentrales onrendabel zal maken.”

Groei stokt

Is dat zo? Wat zeggen alle cijfers en trends? In 2050 wil Nederland 172 gigawatt aan zonne-energie vermogen hebben staan, stelt het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Hierin beschrijft het kabinet het energiesysteem van de toekomst. Om dat doel te halen is een jaarlijkse toename van 5 tot 8 gigawatt aan zonne-energie nodig, maar experts zien die groei de komende jaren juist afnemen. Toch voorspellen alle modellen een groei die dat doel dichterbij brengt.

Steeds goedkoper

Zonne-energie wordt steeds goedkoper. De groothandelsprijs van zonnepanelen daalde in 2023 met 52 procent, blijkt uit het trendrapport. De prijs van batterijen bedraagt nu 139 euro per kilowattuur opslagcapaciteit. Dat is 80 procent goedkoper dan in 2013. Onderzoeksbureau Bloomberg New Finance Energy Finance verwacht dat in 2030 de prijs nog eens 40 procent lager zal liggen. Uit een vergelijking blijkt dat stroom uit gascentrales en kernenergie nu al twee keer zo duur is als uit zon en wind.

Zonne- en windenergie zijn nu al de helft goedkoper ten opzichte van gas en kernenergie | Credit: DNE Research

Mix van elektriciteit nodig

Maar hoewel er steeds vaker overschotten zijn van groene stroom, zullen er altijd periodes zijn dat de zon niet schijnt en het windstil is, de zogeheten ‘Dunkelflaute’. Een combinatie van de Duitse woorden ‘Dunkelheit’ (duisternis) en ‘Flaute’ (weinig wind). Op dat soort momenten dreigt een tekort aan elektriciteit te ontstaan. Voor die periodes is kernenergie nodig, stelde TNO
in 2022 in een onderzoek. Anders komen we niet van kolen en gas af. Volgens het NPE bestaat de Nederlandse elektriciteitsproductie straks dan ook uit een mix van wind-, zonne- en kernenergie en waterstof.

Twee nieuwe kerncentrales

Om aan de toekomstige elektriciteitsvraag te voldoen en minder afhankelijk te zijn van buitenlandse energiebronnen, wil het kabinet twee nieuwe kerncentrales bouwen. Bij voorkeur naast de bestaande in Borsele in Zeeland. Een alternatief zou de Maasvlakte in Rotterdam kunnen zijn. De centrales leveren 9 tot 13 procent van alle elektriciteit en stoten geen CO2 uit. Maar de bouw duurt zes tot tien jaar, de voorbereidingstijd niet eens meegerekend.

Aanbod stroom groter dan vraag

Volgens het eerder aangehaalde TNO-onderzoek stijgt de elektriciteitsvraag van 110 terawattuur in 2022 naar 300 tot 500 terawattuur in 2050. Vooral omdat het verwarmen van woningen (warmtepompen) en industriële processen geëlektrificeerd worden en er waterstof gemaakt wordt van groene stroom. Maar dat was een prognose van voor de energiecrisis. Sindsdien is het stroomverbruik fors gedaald en zijn ook de prognoses bijgesteld. Volgens het bijgewerkte NPE heeft Nederland in 2050 iets meer dan 200 terawattuur aan elektriciteit nodig. Maar volgens de huidige scenario’s wordt er dan bijna 500 terawattuur opgewekt. 2,5 keer zoveel als we nodig hebben. De meeste stroom (365 terawattuur) wordt opgewekt door windmolens, een derde (135 terawattuur) door zon en slechts een tiende (56 terawattuur) door kernenergie. Aardgascentrales bestaan dan al niet meer.

Geen kernenergie maar batterijen

Nederland kan ook met batterijen en waterstof periodes zonder zon en wind doorkomen, bleek eerder uit onderzoek
van netbeheerder TenneT. Ook roepen alle experts dat burgers en bedrijven vooral stroom moeten gaan verbruiken als die wordt opgewekt.

“Dunkelflautes hoef je niet op te vangen met kernenergie. Dat kan ook met waterstof en grootschalige opslag. Zo kun je ook prijsschommelingen voorkomen”, zegt Wilko Schuijff van Eneco. Volgens hem zijn zon en wind complementair en waait het meestal als de zon niet schijnt en schijnt de zon als het niet zo hard waait. Ook Jansen van DNE Research ziet steeds minder periodes zonder groene stroomproductie. “Ook in de winter heb je geen kernenergie meer nodig, want dan wekken we nog veel meer windstroom dan zonnestroom op. Daardoor zijn we relatief in balans qua seizoenen”, stelt hij.

Lees ook:

Woningen verduurzamen gevaarlijk? 'Alles wat innovatief is, geeft risico’s en dat is niet erg'

Schrijf een verhaal over biobased bouwen, elektrisch rijden of zonnepanelen op het dak en op social media krijg je een storm van kritiek. ‘Die houten huizen zullen lekker branden’, ‘Heb je dat vrachtschip gezien met die brandende elektrische auto’s?’ ‘Of die daken vol zonnepanelen die een halve wijk in de as legden?’, klinkt het samengevat. Of zoals dagvoorzitter Harm Edens het tijdens het congres ‘Toekomst van Solar’ in Den Haag verwoordde: “Er kan nog geen stal in de brand staan of er wordt gewezen naar zonnepanelen, terwijl er nog niets onderzocht is en er vaak een andere oorzaak is. Dat is toch gekmakend?” Oorzaak in elektrische installatie Onderzoeker en promotor Ir. Ruud van Herpen van de TU Eindhoven, expert in de brandveiligheid van gebouwen, vindt dat wijzende vingertje ook vaak onterecht. In Nederland zijn er jaarlijks tussen de 15.000 en 20.000 woningbranden. Van Herpen zag dat er drie jaar geleden ineens meer woningbranden plaatsvonden. Dat had vooral te maken met de groei van zonnepanelen op daken van woningen. In Delft brandde in de zomer van 2021 drie keer een woning met zonnepanelen af in dezelfde nieuwbouwwijk. “Maar vaak zijn het niet de pv-panelen, maar de elektrische installatie waar het mis gaat. Dat ligt aan de kwaliteit van de geleverde installaties en de kwaliteit van de installateur die het aanlevert. Dat gaat steeds beter”, zegt hij. Ook TNO kwam al in 2019 tot de conclusie dat dit soort branden vooral veroorzaakt worden door slechte stekkers, bekabeling en andere bedrading. Panelen zijn gemaakt van glas en zand en branden niet. In-dak zonnepanelen dubbel zo gevaarlijk Toen er in 2023 in Arnhem een heel huizenblok afbrandde dat volledig bedekt was met zonnepanelen, werden Kamervragen gesteld en kwam er een onderzoek van de Veiligheidsregio. Dat stelde dat Nederland moet stoppen met de bouw van rijtjeshuizen met een doorlopend dak vol zogeheten in-dak zonnepanelen. Dat zijn panelen die niet op de dakpannen zijn gemonteerd (op-dak panelen), maar die in het dak verzonken liggen, direct op de isolatielaag. Omdat statistieken over woningbranden bij dit soort panelen ontbreken heeft Van Herpen dat zelf zo goed mogelijk onderzocht. Zijn conclusie is duidelijk. “Die in-dak panelen verdubbelen de kans op een woningbrand. Dat klinkt niet zo heel erg, maar dat is heel veel. Onder die panelen zit vaak folie, een houten dak of isolatie. Allemaal brandbaar. En als het mis gaat, gaat het goed mis. Dan loopt het door onder alle woningen tegelijk. Bij op-dakpanelen hebben we ook wel brandjes, maar die gaan nooit de woning in. Dat komt door de dakpannen.” Voorschriften schieten tekort Na een dakbrand met zonnepanelen in Hoofddorp in 2021 werden er ook al Kamervragen gesteld. De VVD wilde toen weten of de verduurzaming van nieuwbouwwoningen niet ten koste ging van de brandveiligheid. Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontkende dat toen. “Ze heeft of de vraag niet begrepen of bewust ontwijkend geantwoord. Ik vermoed dat laatste”, stelt Van Herpen. “Ze zei dat de voorschriften van de bouwregelgeving ook gelden voor de energietransitie, dus is er hetzelfde veiligheidsniveau. Dat is niet waar. Voorschriften hebben niets met veiligheidsniveaus te maken. Die proberen een bepaald veiligheidsniveau te borgen in traditionele gebouwen.” Die voorschriften houden volgens hem geen rekening met nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden. “Als we brandbare gebouwen gaan maken, bijvoorbeeld houten gebouwen of gebouwen met biobased isolatiematerialen, dan hebben we te maken met brandrisico’s die nu niet in de regelgeving zitten. Dan schieten voorschriften tekort”, zegt hij. Brandbare jas Van Herpen ziet nog andere tekortkomingen bij duurzaam bouwen: de nieuwe isolerende schil van gevels van energieneutrale woningen, bij renovatie of nieuwbouw. Van Herpen noemt dat een brandbare jas. In Arnhem stak een vlam uit een keukenraam die isolatie aan en sloeg de brand via het dak meteen over naar het hele blok. Acht woningen brandden af en honderd woningen moesten ontruimd worden. “Dit is in onze regelgeving niet geborgd. Daar moeten we rekening mee houden. Alles wat innovatief is, past niet in regelgeving en geeft nieuwe risico’s. Dat is niet erg, maar daar moeten we wel op anticiperen”, zegt hij. Om dit soort overslaande branden te voorkomen zijn volgens hem fire stoppers nodig. Dat zijn een soort onbrandbare barrières die in gevels en daken aangebracht moet worden. “Maar die zijn niet populair, want die bestaan vaak uit niet-duurzame materialen als steenwol. Ook is die oplossing niet superbetrouwbaar. Bij brand vallen die barrières eruit en heb je er niets meer aan. Ook bij de brand in de Grenfell Tower in Londen vielen alle fire stoppers eruit.”De houten woontoren in de wijk Switi in AmsterdamHouten gebouwen brandbaarder Ook bij de bouw van een woontoren van hout en bamboe zoals in de wijk Switi in Amsterdam zet hij vraagtekens over de brandveiligheid. Bij dat soort gebouwen is het bijna onmogelijk om overal noodzakelijke fire stoppers toe te passen, zegt Van Herpen. Gipsplaten rondom alle houten kolommen kunnen voorkomen dat de houten constructie gaat mee branden, maar dat vinden we meestal niet mooi. Daardoor zijn dit soort gebouwen in vaktaal minder fire resilient. “Het gebouw is brandbaar, maar is niet per se minder veilig. De doelen van voorschriften en regels zijn heel simpel: iedereen moet er veilig uitkunnen en de buurtpercelen moeten veilig zijn. Het gebouw mag gewoon afbranden. Dat gebeurt ook steeds meer”, zegt hij. . Geen ouderen in duurzaam gebouw Duurzame gebouwen van duurzame materialen hebben volgens hem een veel grotere kans op brand dan traditionele gebouwen. “Maar dat wordt pas onveilig als je er bewoners in zet die minder mobiel zijn, want die mensen kunnen niet vluchten”, stelt Van Herpen. Hij denkt aan ouderen met rollators of andere mensen met een fysieke beperking. De oplossing is volgens hem gebouwen ontwerpen, waarin bewoners bij brand in veilige compartimenten kunnen schuilen. Andere daken bedrijven Niet alleen woongebouwen vliegen vaker in brand, ook brandende daken met zonnepanelen van bedrijven op industrieterreinen komen geregeld in het nieuws. In 2023 bijvoorbeeld werd het pand van transportbedrijf Axell Logistics in Etten-Leur door brand verwoest, waarvan het dak vol panelen lag. Dat komt volgens Van Herpen omdat het dak van bedrijven vaak al brandbaar is. Panelen vergoten dan het risico. Na een brand binnen stort het dak in, gaan de panelen mee en worden overal in de omgeving glasdeeltjes verspreid. Dat gebeurde in Etten-Leur ook. De oplossing: betontegels of grond onder de dakpanelen, als de constructie dat toelaat. Of anders een brandwerend dak en sprinklerbeveiliging. “Dat is allemaal te doen, maar die oplossingen kosten geld. Dat zijn wel maatschappelijke kosten die erbij komen”, zegt hij. Lees ook:SolarEdge voorkomt dat zonneparken in brand vliegen‘Houtbouw van nu is niet te vergelijken met de Middeleeuwen’Aantal branden in elektrische auto's neemt toe: zo voorkom je dat het uit de hand looptChangemaker Johan Krijgsman (Waal) ontdekte dat houtbouw ook kan renderen: 'Ik ga dit groter maken'