Sabine Sluijters 17 mei 2021, 14:00

"Zonder kernenergie halen we de klimaatdoelen niet"

Met zon en wind alleen redden we het niet. Vanuit die overtuiging richtte Rogier Spape energiebedrijf Kernion op, dat 100 procent kernenergie gaat aanbieden. Twee weken geleden kreeg zijn bedrijf toestemming van de ACM om kernenergie te leveren aan consumenten. Kernion is daarmee in Nederland de enige zelfstandige aanbieder van kernstroom. Eind deze maand wil het bedrijf zijn eerste klanten aansluiten.

Kerncentrale in duitsland adobe stock Kerncentrale in Duitsland. Na de kernramp bij Fukushima besloot de Duitse overheid alle kerncentrales te sluiten. Beeld: Adobe Stock

Kernion stapt daarmee in de markt die Atoomstroom in 2016 verliet. “Na de ramp bij Fukushima viel het draagvlak voor kernenergie helemaal weg en zijn ze gestopt”, zegt Rogier Spape (33), oprichter van Kernion. “Maar de laatste jaren komt dat draagvlak terug. Dat zie je in de media, de politiek en in onderzoeken onder consumenten.” Opvallend daarbij is dat het vooral jongeren zijn die kernenergie weer zien zitten. “Zij voelen niet de weerstand die oudere generaties voelen. Bij ouderen is kernenergie meer historisch beladen. Zij leggen het verband met kernwapens en de Koude Oorlog sneller.”

Kernenergie is CO2-arm

Dat het draagvlak voor kernenergie toeneemt komt volgens Spape doordat klimaatverandering en de strijd tegen CO2 hoger op de agenda staat. “Kernenergie is een CO2-arme vorm van energieopwekking die we heel goed kunnen gebruiken in de strijd tegen klimaatverandering. Niet in de laatste plaats omdat we het met zon en wind alleen niet gaan redden zolang we geen betaalbare en betrouwbare vorm van opslag hebben.” Een alternatief als waterstof is nog te klein om in die behoefte te voorzien. Daarnaast moet er een overschot aan groene stroom zijn om groene waterstof te kunnen maken. En tot die tijd is kernenergie ‘het missende stukje van de puzzel’, denkt Spape.

Spape, die van huis uit econoom is, heeft een grote affiniteit met natuurkunde. Hij zette het bedrijf op samen met Martijn Baarda. “Wij delen onze passie voor de strijd tegen klimaatverandering. Daarom zijn we samen in kernenergie gestapt.” Hij ziet kernenergie dan ook nadrukkelijk als noodzakelijke aanvulling van hernieuwbare energie. “We hebben een energiebron nodig die ons van stroom voorziet als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Zodra er voldoende aanbod van groene stroom is en we een betaalbare methode hebben om die energie voor de lange termijn op te slaan, dan zeggen we wat mij betreft kernenergie gedag. Maar totdat het zover is, denk ik dat we het heel erg nodig hebben.”

Is er een markt voor kernstroom?

Of er daadwerkelijk een markt is voor kernstroom moet nog blijken. “We zijn nog niet begonnen, maar we verwachten dat wel natuurlijk.” Daarbij baseren ze zich op hun eigen marktonderzoeken maar ook op de historische resultaten van Atoomstroom. “Die hadden op hun hoogtepunt 20.000 klanten.” Vergeleken met Vandebron, dat 200.000 klanten heeft, is dat weinig. “Het is een kleine steen in de vijver. We hebben niet de illusie dat we over vijf jaar een Vattenfall zijn.”

Kernion gaat niet voor de klanten die zo goedkoop mogelijk energie willen kopen. “We gaan ons richten op mensen die al overtuigd zijn van het belang van kernenergie. We denken niet dat we mensen die pertinent tegen zijn kunnen overtuigen.” Ook moeten ze bereid zijn om iets meer te betalen want kernenergie is niet per se de goedkoopste optie. “Als het je echt om prijs gaat, dan kun je beter elk jaar van energieleverancier wisselen.”  

Hoe groot is het draagvlak

De kernstroom die Kernion gaat leveren komt uit Nederland. “Van Borssele, dat is de enige centrale die nog draait. Borssele mag nog leveren tot 2033.” In de tussenliggende periode zou er een nieuwe kerncentrale bij kunnen komen denkt Spape. Met de oprichting van Kernion wil hij de kans daarop vergroten. “Het is nu aan de markt of er partijen zijn die de investering willen doen en een nieuwe reactor willen bouwen. Als Kernion gaan we dat niet doen, maar als wij veel klanten aansluiten is dat een mooie manier om te laten zien dat er maatschappelijk draagvlak is voor een nieuwe centrale.”

Spape komt van Vandebron, dat lokaal opgewekte duurzame energie levert en te boek staat als een van de meest duurzame bedrijven van Nederland. “Voor mij is het geen onlogische overstap, van Vandebron naar Kernion. Mijn drijfveren zijn hetzelfde. Kernion heeft ook de ambitie om zo duurzaam mogelijke energie te leveren en daarmee de energietransitie te versnellen”, zegt Spape. “Kernenergie is CO2 arm en is een goede aanvulling op zon en wind, omdat het ons continu van energie kan voorzien. Want als de zon niet schijnt en de wind niet waait is er nog altijd een energiebron nodig die ons van stroom voorziet. Op dit moment zijn dat kolen- en gascentrales.”

Emotie kan hoog oplopen

Hoe logisch het ook voelt voor Spape, toch moet hij zijn overstap nog vaak uitleggen. “Kernenergie roept bij mensen een emotie op. Rampen zoals Tsjernobyl en Fukushima komen snel naar boven.” Zelf had Spape ook even nodig om de waarde van kernenergie in te zien. “Als je mij vijf jaar geleden had gevraagd of we meer kernenergie moeten hebben, had ik ook geaarzeld. Maar als je je verdiept in de risico’s en onderzoekt wat er daadwerkelijk is gebeurd, valt het enorm mee.”

Volgens Spape is kernenergie een van die onderwerpen waar de wetenschap en het maatschappelijk sentiment mijlenver uit elkaar liggen. “De WHO heeft onderzoek gedaan naar de langetermijn effecten van rampen als Chernobyl en Fukushima. Bij de ramp in Chernobyl zijn er dertig mensen door straling omgekomen, op lange termijn zullen dat drieduizend mensen zijn. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Maar kolencentrales stoten hun afval gewoon uit. Dat heeft volgens wetenschappelijk onderzoek tot 50 tot 100 miljoen doden geleid in de afgelopen vijftig jaar. Dat gaat geleidelijk, dus dat zie je niet zoals een kernramp. Daarom willen mensen liever naast een kolencentrale wonen dan naast een kernreactor. Dat is een discrepantie die onderbelicht is. “

Kernafval grootste uitdaging

Volgens Spape is het afval dat bij de productie van kernstroom vrijkomt het belangrijkste argument om tegen te zijn. “Het is de grootste uitdaging voor kernenergie. Maar het is een acceptabel nadeel want de hoeveelheid is ontzettend beperkt. Borssele produceert in een jaar tijd drie kubieke meter kernafval dat radioactief blijft. Bovendien zijn er ook andere sectoren die kernafval produceren zoals de zorg. Er moet dus sowieso een oplossing komen, ongeacht of we meer kernenergie gaan opwekken.”

Zonder het te willen bagatelliseren denkt Spape dat het afvalprobleem bovendien dankzij innovatie in de toekomst kleiner wordt. “Er zijn nieuwe reactoren die het kunnen gebruiken als brandstof waardoor het restproduct nog maar enkele honderden jaren radioactief blijft. Maar dat is wel nog toekomstmuziek.”

Energiemix

Volgens Spape weegt het voordeel van CO2 vrije energieproductie op tegen de nadelen. Bovendien is het weinig zinvol om op deze manier naar energiebronnen te kijken. “Want aan elke energiebron die je in isolement beschouwt zit, als je het goed bekijkt, een waslijst aan nadelen. De discussie zou meer moeten gaan over hoe we klimaatverandering kunnen oplossen en welke mix aan bronnen we daarvoor nodig hebben.”

En volgens Spape is kernenergie daarin onmisbaar. “Klimaatwetenschapper André Faaij heeft onderzocht dat als we alle plannen voor het opwekken van wind en zon voor CO2 opslag uitvoeren, dat we de klimaatdoelen van 2050 kunnen halen. Maar dan moet alles slagen, terwijl de weerstand tegen windmolens en zonnepanelen toeneemt. Het is een enorm complexe puzzel en zon en wind zijn niet het enige antwoord. Kernenergie is onderdeel van die oplossing in Nederland.”

Lees ook: Tsjernobyl wekt weer energie op, maar nu wel duurzaam

'Huidige CO2-reductieplannen zorgen voor méér uitstoot in transport: een toename van 16 procent in 2050'

Sinds de coronapandemie is er fors minder verkeer op de weg, waardoor er minder broeikasgassen vrijkomen. Maar hoe ziet het verkeer eruit na het herstel van de pandemie? Volgens het ITF is dit hét moment om de mobiliteitssector te verduurzamen. “Nu we de pandemie achter ons laten, moeten we niet streven naar eenzelfde transportsector als voor de crisis. De sector moet een nieuwe vorm krijgen waarbij het bijdraagt aan het beschermen van het klimaat", zegt Young Tae Kim, Secretaris-Generaal in een persconferentie.Met de huidige plannen en het beleid van overheden om de CO2-uitstoot van transport terug te dringen neemt de transportuitstoot juist met 16 procent toe, zélfs als alle plannen en doelstellingen worden waargemaakt. Ook het aantal transportbewegingen zal fors stijgen: de verwachting is dat in 2050 de transportactiviteit verdubbelt ten opzichte van 2015.CO2-uitstoot in steden kan 80 procent minderVerkeer in de stad zorgt voor 40 procent van alle CO2-uitstoot in de mobiliteitssector. Driekwart van alle uitstoot in de stad is afkomstig van personenauto’s. Als landen hun huidige beleid aanhouden zal het aantal kilometers met personenauto’s twee tot drie keer toenemen in 2050. Met een ambitieus beleid kunnen steden tegen 2050 de CO2-uitstoot van vervoer met 80 procent kunnen verminderen.Duurzaamheid, flexibele mobiliteit, digitalisering én elektrisch rijden zijn de trends die in 2021 doorzetten. Meer weten? Lees hier verder.Bij regionaal vervoer, zoals met de trein, bus of lange afstandsritten met de auto en het vliegtuig, kan de uitstoot van broeikasgassen onder strenger beleid, gehalveerd worden. Toch is het volgens het ITF een stuk lastiger om lange afstandsritten per auto of vliegtuigen te verduurzamen. Nieuwe technologieën op het gebied van brandstof moeten daaraan bijdragen. Daarnaast zal een focus op het verbeteren van toegankelijkheid helpen om mobiliteit efficiënter te maken en dus minder vervuilend.Zes aanbevelingen voor verduurzamen mobiliteitHet ITF doet zes aanbevelingen voor overheden om hen op weg te helpen naar een duurzamere mobiliteitssector, waardoor de afspraken in het klimaatakkoord van Parijs 'meer in zicht komen'. Allereerst stelt het ITF dat de herstelplannen van de pandemie rekening moeten houden met het tegengaan van klimaatverandering. “Het biedt een unieke kans om economische ontwikkelingen te combineren met veranderend mobiliteitsgedrag en opschaling van koolstofarme technologieën”, staat in het persbericht.Daarnaast moeten overheden veel ambiteuzer beleid implementeren waardoor de CO2-uitstoot niet toeneemt, maar afneemt. Daarbij moeten overheden verschillende strategieën toepassen op diverse vervoerssectoren. Niet alle strategieën om CO2 te vermijden, verschuiven en verminderen zijn op dezelfde manier toepasbaar in de sector.Technologische vooruitgang is van cruciaal belangOok raadt het ITF aan om innovatie en technologische ontwikkelingen te stimuleren. Technologische vooruitgang is van cruciaal belang om het vervoer effectief CO2-vrij te maken, vooral in gebieden die anders moeilijk koolstofarm worden, zoals de luchtvaart en het goederenvervoer over lange afstand.De focus van het beleid moet worden verplaatst van 'het vergroten van de mobiliteit' naar 'het verbeteren van de toegankelijkheid'. Hierdoor kan sneller worden gewerkt aan duurzame ontwikkeling en menselijk welzijn. Een grotere capaciteit wordt in de transportwereld vaak in verband gebracht met een betere bereikbaarheid, maar steeds verder reizen betekent niet dat burgers gemakkelijker toegang hebben tot waar ze heen moeten. Tot slot adviseert het ITF om samenwerking tussen transportsectoren, publieke en private organisaties te intensiveren. "Het koolstofarm maken van vervoer is onlosmakelijk verbonden met ontwikkelingen in andere sectoren. Duurzame mobiliteit is alleen mogelijk als we samenwerken", zegt Secretaris-Generaal Tae Kim.Subsidies voor duurzame oplossingen in NederlandHet kabinet maakte vandaag bekend 150 miljoen euro beschikbaar te stellen om onderzoek naar schone en slimme mobiliteit te stimuleren. Bedrijven en kennisinstellingen in de auto-industrie, luchtvaart en maritieme sector kunnen gebruik maken van extra ondersteuning gericht op onderzoek en innovatie in de mobiliteitssector. Als gevolg van teruglopende omzetten tijdens de coronacrisis staan investeringen in onderzoek en ontwikkeling in deze sectoren onder druk. “Met gerichte financiële ondersteuning kan de mobiliteitssector nog tijdens de coronacrisis beginnen met de ontwikkeling van nieuwe, slimme en duurzame oplossingen. Dat draagt niet alleen bij aan het concurrentievermogen van Nederland, maar ook aan economisch herstel op de lange termijn", zegt Mona Keijzer, staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat. De regeling is gericht op het stimuleren van samenwerkingen tussen het mkb, grote bedrijven en kennisinstellingen in de mobiliteitssector. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn van groot belang voor het innovatievermogen en leveren een belangrijke bijdrage aan de verduurzamingsopgave van de sector. Utrecht introduceert als eerste ter wereld een grootschalig bidirectioneel laadsysteem dat bijdraagt aan energietransitie. Wil je weten hoe dat eruit ziet? Je leest het hier.