Sabine Sluijters 18 augustus 2022, 15:00

Waarom verwerken we niet vaker zonnepanelen aan gevels?

Zonnepanelen verwerkt in gevels kunnen veel energie opbrengen. Ook zijn ze niet veel duurder dan standaard panelen op een dak. Waarom passen we ze niet massaal toe?

Zonnepanelen aan gevels In Nederland is 1.600 vierkante kilometer aan geveloppervlak beschikbaar voor zonnepanelen | Credits: AdobeStock

Zonnepanelen op daken, zeker van hoogbouw, zijn vaak onvoldoende om in de elektriciteitsvraag van het gebouw te voorzien. Maar zonne-energie kan ook opgewekt worden aan de gevel. In Melbourne (Australië) wordt daarom gewerkt aan een kantoorgebouw met 1182 zonnepanelen in de gevel. Het kantoor zal daarmee na oplevering in 2023 meer stroom opwekken dan het zelf nodig heeft.

In Nederland is deze technologie nog relatief onbekend, maar wel in opkomst. “Het begint toe te nemen”, zegt Lenneke Slooff-Hoek. Zij is bij TNO verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma zon op gebouwen. Vooral voor hoogbouw is het een interessante optie. “Want het dakoppervlak van een hoge flat is vaak niet toereikend om in de eigen stroomvraag te voorzien. Energie opwekken met de gevel is dan een goed alternatief. Want het oppervlak van de gevel is vele malen groter dan een dak.”

Veel gevels beschikbaar

Volgens TNO is in Nederland zo’n 1.600 vierkante kilometer aan geveloppervlak beschikbaar, wat betekent dat zeker een derde van het duurzame potentieel van de gebouwde omgeving in 2050 op gevels zou kunnen liggen.

In Nederland zijn her en der voorbeelden te vinden van gebouwen met zonnepanelen aan de gevel. Zo heeft het Solar Lab van TNO in Petten een geïntegreerd gevelsysteem. Hier onderzoekt TNO samen met bedrijven technologische innovaties die het mogelijk maken om zonne-energie op een goed ingepaste manier veilig en betaalbaar op te wekken in bestaande oppervlakken.

Vraag gaat toenemen

De verwachting is dat de vraag naar dit type energieopwekking de komende jaren zal toenemen. Zo moeten kantoren in Nederland vanaf begin volgend jaar energielabel C of hoger hebben. Maar het merendeel voldoet nog niet aan die eis. Ook Europa schroeft de energie-eisen voor gebouwen op. “Wetten en regels rondom energieneutraal bouwen worden aangescherpt. Dat betekent dat kantoren steeds meer hun eigen stroom moeten gaan opwekken”, zegt Slooff-Hoek. “Dan hebben ze ook de gevel nodig. We zien dan ook dat vooral de hoogbouw hier steeds meer interesse in toont.”

Bijkomend voordeel van deze zonnepanelen is dat ze fantasieloze gevels kunnen veranderen in mooie, energie-opwekkende wanden. In het Dutch Solar Design project ontwikkelde TNO de afgelopen jaren in nauwe samenwerking met een aantal Nederlandse bedrijven technologie die dit mogelijk maakt. Dan moet je denken aan zonnepanelen die eruit zien als bakstenen, of waarop een logo van een bedrijf of een prent is afgebeeld.

Subsidieregeling niet gunstig

Zonnepanelen aan gevels hebben dus zeker meerwaarde. Toch worden ze in Nederland nog niet veel toegepast. Dat komt onder andere doordat de subsidieregelingen nog niet zo gunstig zijn voor dit type zonne-energiesystemen. “Die regelingen zijn opgezet voor gebouwen met systemen op het dak. Het levert op de gevel wat minder op en is duurder om te installeren”, zegt Slooff-Hoek. Vaak is er een hoogwerker nodig voor de installatie, en zijn er extra veiligheidseisen waaraan de systemen moeten voldoen.

Hoeveel de zonnesystemen op gevels opleveren is afhankelijk van de stand van het gebouw. Een schuin dak op het noorden zal misschien zelfs minder opwekken dan een gevel op het zuiden. Zonnepanelen kunnen zowel aan gevels in nieuwbouw als aan bestaande bouw gemonteerd worden.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Niet recyclen, maar hergebruiken: Croonwolter&dros geeft peperdure camera’s tweede leven

De werkzaamheden van Croonwolter&dros zijn divers en legio. Het project A15 MaVa (Maasvlakte-Vaanplein), dat tot 2016 een grote reconstructie onderging, illustreert dat. Daar werkte de technisch dienstverlener bijvoorbeeld niet alleen aan het ontwerp en de uitvoering van de reconstructies op het 37 kilometer lange traject. Het is tot en met 2035 ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van alle elektrotechnische installaties. Van verlichting en noodstroomvoorziening tot ventilatoren, detectiemelders en… incident management camera’s. In prima staat Onlangs bleken 73 van deze camera’s aan vervanging toe. “Ze voldoen niet meer aan de eisen die Rijkswaterstaat tegenwoordig stelt”, legt Michiel Doeleman, projectmedewerker bij Croonwolter&dros, uit. “Normaal gesproken gaan oude camera’s linea recta de container in, om verwerkt te worden door een recyclingbedrijf. Maar wij vermoedden dat veel cameracomponenten nog in prima staat verkeerden en vonden het zonde om ze zomaar weg te gooien.” Daarnaast heeft Croonwolter&dros een groot portfolio aan infrastructurele projecten. Met andere woorden: de kans is groot dat de cameracomponenten elders toegepast kunnen worden. Mits ze nog bruikbaar zijn natuurlijk. Om daar achter te komen, werd de hulp van partnerbedrijf Cruxin ingeschakeld. “Die heeft onderzocht hoe het met de afgeschreven camera’s gesteld was”, zegt Doeleman. “In de meeste gevallen bleek de lens inderdaad aan het einde van zijn levensduur. Maar de rest van de camera (ruim 70 procent van de componenten) verkeerde in prima staat.” Reservevoorraad aanvullen Cruxin gebruikt de componenten tegenwoordig dan ook om nieuwe camera’s mee samen te stellen, die op de interne marktplaats van Croonwolter&dros worden aangeboden. Wat bleek: collega’s die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de Coentunnel (op de A10 in Amsterdam) wilden de camera’s graag toevoegen aan hun reservevoorraad. “Zij gebruiken daar precies dezelfde camera’s, met precies dezelfde coax-aansluiting en afmetingen”, verklaart Doeleman. “Die camera’s zijn momenteel best moeilijk te verkrijgen, dus het kwam goed uit. Op deze manier kunnen ze hun voorraad toch uitbreiden.” Overigens kan niet elk onderdeel van de incident management camera’s hergebruikt worden. Naast de lenzen, gaan bijvoorbeeld ook de stalen behuizingen naar een gespecialiseerd recyclingbedrijf. Doeleman: “Ieder project kent andere behuizingen, qua vorm, afmeting en de eisen die eraan gesteld worden. Dat maakt hergebruik helaas lastig en dan is recycling (in dit geval) toch de beste optie.” Voorspellend onderhoud Er zijn inmiddels al zo’n 30 (van de 73) camera’s vervangen, maar Doeleman is nog geen enkele camera tegengekomen die écht helemaal aan het einde van zijn levensduur zat. Olle de Geest, programmamanager duurzaamheid bij Croonwolter&dros, legt uit hoe dat kan: “Bij onze opdrachtgevers staat veiligheid voorop. Zij willen een zo hoog mogelijke beschikbaarheid van hun infrastructuur. Dat is ook logisch. Als een snelweg of tunnel afgesloten wordt, bijvoorbeeld omdat een camera uitvalt of de verkeerscentrale geen goed beeld meer heeft, dan heeft dat meteen enorme gevolgen. Omdat we niet precies weten wanneer installaties uitvallen, worden die daarom vaak (zeer) preventief vervangen. Zo beperk je het risico op uitval. Maar het zorgt er ook voor dat veel componenten het einde van hun technische levensduur misschien nog lang niet bereikt hebben.” Dat is zonde. Croonwolter&dros werkt daarom aan een veelbelovende manier om installaties langer te benutten, zonder dat ze uitvallen. Dat heet predictive maintenance, ofwel voorspellend onderhoud. Een combinatie van dataverzameling (bijvoorbeeld met behulp van sensoren) en analyse van die data maakt het mogelijk om beter te voorspellen wanneer een installatie uitvalt. Op basis daarvan kan preciezer bepaald worden wanneer een installatie aan vervanging toe is. En dat betekent ook dat die langer kan blijven hangen. “Daar zien we veel kansen”, aldus De Geest. Van recycling naar hergebruik Máár… Op den duur moeten installaties hoe dan ook vervangen worden. En volgens de regels van de circulaire economie is hergebruik dan beter dan recycling. Ook daar ziet De Geest juist bij elektrotechnische installaties veel kansen: “Croonwolter&dros werkt veel aan grote infrastructurele objecten, zoals tunnels, bruggen en sluizen, waarbij de levensduur ontzettend lang is. Het zijn juist de elektrotechnische installaties die we relatief vaak vervangen en waar de grootste kansen liggen als het gaat om circulariteit.” Dat geldt dus niet alleen voor incident management camera’s, benadrukt De Geest. Bij alle installaties en apparatuur, van ventilatoren tot verlichting, is de potentie van hergebruik groot. Lees ook: Twee veelbelovende oplossingen voor netcongestie: smart grids en modulair bouwen Samenwerking, uniformiteit en garanties Maar uitdagingen zijn er ook, zeker als hergebruik op den duur op grotere schaal wordt toegepast. De Geest: “Ten eerste is samenwerking essentieel, bijvoorbeeld met leveranciers. Zij hebben immers de productkennis en -kunde in huis om te bepalen of een gebruikt component wel of niet herbruikbaar is. Dat is belangrijk, want een component kan alleen hergebruikt worden als de garantie er is dat het nog een aantal jaren blijft functioneren.” Ten tweede is het belangrijk dat er op den duur meer uniformiteit en uitwisselbaarheid ontstaat in de installatietechniek, zodat componenten op meerdere plekken toepasbaar zijn. Daar is helaas nog een wereld te winnen. Zeker in de infrasector, stelt De Geest: “De installaties in onze sector zijn vaak juist maatwerkoplossingen. Dat rijmt niet met een circulaire economie en staat hergebruik in de weg. Het wordt een enorme klus om daar als sector verandering in te brengen.” Vraag en aanbod matchen Ten derde wordt het een enorme klus om vraag en aanbod aan elkaar te matchen. “In een ideale wereld wisselen alle partijen in de bouw- en infrasector aan de lopende band producten en materialen met elkaar uit. Zowel in Nederland als daarbuiten”, aldus De Geest. “Maar dat kan alleen als het toegankelijk en gemakkelijk is. Bij Croonwolter&dros hebben we daar een interne marktplaats voor. Die werkt goed, maar iets vergelijkbaars rol je niet zomaar uit voor een hele branche.” Bewustwording Genoeg te doen dus. Tegelijkertijd ziet Doeleman op projectniveau al veel positieve ontwikkelingen. Circulariteit leeft steeds meer onder medewerkers bij Croonwolter&dros, merkt hij: “Producten worden niet zomaar meer de container in gegooid. We kijken daar met z’n allen steeds kritischer naar. Dat stukje bewustwording is een mooie ontwikkeling.” Volgens De Geest is die bewustwording ook sectorbreed belangrijk: “Opdrachtgevers en -nemers moeten samen om de tafel om de juiste kaders en spelregels voor hergebruik te bepalen. Op die manier zorgen we ervoor dat zo min mogelijk installaties afgedankt worden wanneer ze nog in goede staat verkeren.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.