Anna Roos van Wijngaarden 05 mei 2023, 10:00

Investeren waar het raakt: investeringsfonds Pymwymic doet het zo

‘Pymwymic’ mag dan een hele mond vol zijn voor een investeringsfonds, het vat wel de hele missie samen: ‘put your money where your meaning is’. Laten we kapitaal verstrekken aan bedrijven die een hoger doel dienen, is het idee. Die aanpak leverde indrukwekkende groeitrajecten op voor bedrijven zoals Fairphone en Augmenta. Met bijna dertig jaar ervaring in het vakgebied, weet Pymwymic-partner Maarten van Dam de scaleups met potentie wel te herkennen. Change Inc. vroeg hem naar de laatste succesverhalen.

PAV screenshot8741 Pymwymic investeerde onlangs in het Utrechtse agri-bedrijf Aurea. | Credits: Aurea

Met zijn passie voor food, landbouw, ondernemerschap en MKB kon Maarten van Dam eigenlijk niet missen bij Pymwymic. Het fonds is gericht op duurzame, innovatieve scale-ups in de food en agri sector om aan te tonen dat groene technologieën, oplossingen en bedrijven niet alleen levensvatbaar zijn, maar ook goed renderen. Ze worden begeleid en vervolgens verkocht of op weg geholpen naar de volgende investeringsronde.

Pymwymic

Oorspronkelijk stond het volmondige acroniem voor ‘put your money where your mouth is community’, dus geen woorden maar daden, maar zeven jaar geleden is de tweede ‘m’ vervangen voor ‘meaning’. Van Dam legt uit waarom: “als je je geld steekt in iets waar je hart sneller van gaat kloppen, begrijp je ook beter de risico’s en ben je eerder bereid om ergens hard voor te werken”.

Als impactinvesteringscoöperatie werkt Pymwymic net wat anders dan andere fondsen. De verwachtingen van leden zijn groter dan alleen geld inleggen. Het team helpt ook met het ontwerpen van een ‘theory of change’ – de praktische invulling van impactinvesteren – en speelt een actieve rol in de business development, dus het realiseren van omzet.

Theory of change (ToC)

In het Nederlands ook wel verandertheorie. Deze strategische aanpak is erop gericht om de daad bij het woord te voegen. Als team werk je de concrete stappen uit die moeten plaatsvinden om tot een meetbaar doel te komen. Je bouwt dus een routekaart met tijdstempels, KPI’s en alles wat nodig is om niet te verdwalen in goede intenties alleen. Belangrijk is om vooraf ‘bewijzen’ te identificeren waarmee je kunt aantonen dat die stappen ook echt aansturen op de eindstreep. Om die brug tussen acties en de bedrijfsmissie en -visie te bouwen, wordt vaak gebruik gemaakt van achteruitplannen (backward goal setting).

De geselecteerde scaleups vallen binnen de keten ‘farm-to-fork (boer-tot-bord, red.) en met name upstream, dus rondom de agrarische activiteiten van de boer. Pymwymic ondersteunt hen met groeigeld en de volgende stappen. Startups zijn het niet meer. Dit zijn bedrijven die genoeg potentie hebben om op hun terrein de nieuwe norm te kunnen worden. Ze moeten al behoorlijk uit de testfase zijn, serieuze omzet hebben en vallen onder club late series A of series B – ruim voorbij de seed fase. Van Dam: “Er kunnen best wat ‘family, friends and fools’ of angel investors zijn geweest. Wij willen dan graag de eerste professionele partij zijn”.

Meten is je keten weten

De laatste investering die nét is gedaan, is in OneThird, een foodtech-scaleup die voedselverspilling voorkomt door betere houdbaarheidsvoorspellingen te maken. De naam slaat op het aandeel van het voedselverlies tussen de boer en de markt in Nederland. Het team ontwikkelde een heel precies apparaat dat de houdbaarheid van tomaat, avocado, aardbei en blauwe bes kan achterhalen, “zodat je in de logistieke keten kunt optimaliseren”, legt van Dam uit. “Dan kan je voedselverspilling tegengaan en er ook voor zorgen dat de boer meer gaat verdienen. Nu is het gebruikelijk dat iets snel wordt weggegooid omdat de houdbaarheidsdatum is verlopen, terwijl die producten nog prima zijn.”

Pymwymic heeft het groeigeld geïnvesteerd om OneThird’s commerciële uitrol te doen en het apparaat en de software verder te ontwikkelen voor andere voedingsproducten. Dat kan dan worden verkocht aan boeren, retailers aan distributiepartners die allemaal willen weten wat voor product ze in handen hebben. De financiële en impactdoelstellingen en de weg daarnaartoe zijn in overleg gedefinieerd. “We willen dat dit bedrijf de nieuwe norm wordt. Dan moet je natuurlijk volume maken en we hopen uiteindelijk dat het bedrijf naar winstgevendheid gaat.”

Aurea meet de bloesem van vruchtenbomen om opbrengsten te voorspellen. | Credit: Aurea

Beter bestrijden

Een andere recente investering in de categorie datagedreven is het Utrechtse Aurea. Het bedrijf meet de bloesem van vruchtenbomen om over de gezondheid van bomen te oordelen en opbrengsten te voorspellen. “Met name dat eerste is heel erg van belang”, vindt van Dam, “want het schijnt dat elk appeltje in Nederland minimaal acht keer bespoten wordt om te voorkomen dat die hele boomgaard ziek wordt. Als je per boom kan kijken wat de stand van zaken is, kan je heel gericht spuiten en dat bespaart enorme percentages bestrijdingsmiddelen.”

“Dit gaat over meer dan gewoon omzet halen”, zegt van Dam, “daarom hebben we met heel veel plezier geïnvesteerd.” Dat betekent niet dat winst bij Pymwymic onder doet aan de planeet. “We willen uiteindelijk dat een bedrijf zo goed gaat, dat er op een gegeven moment nog een veel grotere en meer strategische investeerder komt die het overneemt. Als je een sector wil veranderen, kan je niet klein-maar-fijn zijn. Dan moet het substantie hebben.”

Binnenkort in de podcast

Maarten van Dam is onze volgende gast in Today’s Changemakers. Luister vanaf woensdag 10 mei om 12:00 naar zijn verhaal over hoe diverse investeerders een impact kunnen maken en leer meer over hoe bedrijven verantwoord kunnen ‘lenen’ van de bodem en de natuur.

Lees ook:

Er moeten zo'n 155 miljoen bomen en struiken bijkomen, maar waar?

Bomen hebben veel functies zoals het vastleggen van CO2, het versterken van biodiversiteit en de vergroening van steden. Om het groen optimaal te laten werken, is het belangrijk dat de boom past bij de locatie. “De Rassenlijst Bomen is een soort keuzehulp”, legt Joukje Buiteveld uit. Ze is Hoofd Genetische Bronnen Bomen bij het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) en al lange tijd betrokken bij het opstellen van de lijst. Buiteveld: “Je kunt op allerlei plekken en op allerlei manieren bomen en struiken aanplanten, maar als je een bos wilt dat toekomstbestendig is, moet je dat wel bewust doen. Wanneer een boom niet op de goede plek staat, groeit het minder goed en is deze minder gezond.” Rassenlijst De Rassenlijst geeft aanbevelingen over welke boom past bij welke plek. "Vaak weten bosbeheerders al wel welke soort boom ze willen aanplanten. Maar dan ben je er nog niet, zegt Buiteveld. “Zo zijn er veel beukenbomen. De Rassenlijst vertelt meer over de herkomst van de verschillende beuken. Met de herkomst bedoelen we het stuk bos waar de zaden geoogst zijn. De genetische kwaliteit van de moederbomen bepaalt ook de kwaliteit van de zaden en de plantjes die daar weer uitkomen. Wanneer meer bekend is over de herkomst, zegt dat vaak ook veel over de kwaliteit van de toekomstige boom.” Lokaal Naast de kwaliteit van de boom zelf zijn ook het klimaat en de bodem van belang. Volgens Buiteveld is het is belangrijk dat een boom hier goed kan aarden. Daarom hebben lokale bomen de voorkeur. “Daarvan weten we dat ze het goed doen in de omgeving. Als we zaden halen uit Oost-Europa en hier aanplanten, loopt het soms veel te vroeg uit in het voorjaar. Dan lijkt het alsof het warm wordt, maar dan komt er toch nog nachtvorst. Vervolgens vriezen de knoppen kapot. Dat geeft slechte groei, schade of slechte kwaliteit. Om dat te voorkomen, kun je beter lokaal materiaal gebruiken.” Biobased bouwen Het kiezen van de juiste boom hangt nauw samen met het uiteindelijke doel. “De eik is bijvoorbeeld een belangrijke soort voor de houtproductie. Het kan zijn dat we straks echt gaan inzetten op biobased bouwen, bijvoorbeeld met houtbouw. Wellicht dat we dan wat meer hout gaan gebruiken dat we hier zelf kunnen oogsten. In dat geval ga je eiken aanplanten die een goede groei hebben en mooie, rechte stammen geven. Dan kun je er mooie planken uithalen. Met de aanplant kun je daar al rekening mee houden.” Dat vraagt wel om een langetermijnvisie, geeft Buiteveld toe. ”Zo werkt het nou eenmaal in de bosbouw.” Biodiversiteit Een ander streven kan het versterken van de biodiversiteit zijn. “Daar kun je ook eiken voor aanplanten, maar niet van dezelfde herkomst. Voor biodiversiteit zijn rechte stammen niet zo relevant, maar het is wel belangrijk dat een boom al lang in Nederland groeit. Zo’n eik is helemaal aangepast aan het landschap en het milieu, waardoor het een hoge biodiversiteitswaarde heeft.” Klimaatverandering Dan is er nog klimaatverandering. “Met de aanplant van bomen moet je daar nu al op inspelen”, erkent Buiteveld. Het is een uitdaging om bomen aan te planten die in het klimaat van de toekomst ook zullen overleven. Buiteveld doet op dit moment proeven en onderzoek. “We halen materiaal uit andere klimaatzones in Europa. Dat zijn zaden uit bijvoorbeeld Noord-Frankrijk, een gebied met een klimaat waar Nederland in de toekomst mee te maken kan krijgen. Dat planten we hier aan en volgen we de komende decennia om te zien hoe het materiaal het doet. Zo kunnen we in de toekomst niet alleen lokaal materiaal aanbevelen, maar misschien ook uit Frankrijk.” De testen zijn belangrijk. Buiteveld: “Je kunt van alles hierheen halen, aanplanten en maar hopen dat het goed gaat. Dat brengt risico’s met zich mee. Er bestaat een kans dat de bomen zich niet aanpassen. Dan gaat er veel dood en zullen bossen het uiteindelijk niet halen. Daar zitten ook flinke kosten aan. Daarom is het beter om eerst op kleine schaal te experimenteren.” Al kost dat wel veel tijd, geeft Buiteveld toe. “Het zijn inderdaad langlopende proeven. We volgen een proef vaak twintig jaar. Maar bepaalde eigenschappen zoals de bladuitloop kunnen we best vroeg beoordelen, al na zo’n vijf jaar. Dit kunnen we tussentijds delen met beheerders en voorlopige positieve of negatieve aanbevelingen doen.” Dit schreven we eerder over bomen: Onderzoek: door klimaatverandering nemen bomen minder CO2 op dan gedachtMinder slachtoffers door hitte? Verdubbel het aantal bomen in steden, stelt onderzoekOpmerkelijk: Bomen die bellen als ze gekapt worden