Rianne Lachmeijer 16 november 2021, 15:02

Tientallen miljoenen voor burgers die met energiecoöperatie zonneprojecten opzetten

Energie Samen en SVn lanceren samen met Rabobank, Triodos en ASN Groenprojectenfonds een nieuw fonds speciaal voor energiecoöperaties. Het Realisatiefonds stelt geld beschikbaar voor projecten van 30.000 tot 1.000.000 euro. Vooral burgers die zonneprojecten opzetten zullen hier profijt van hebben, omdat windprojecten vaak duurder zijn. Dat soort projecten is groot genoeg om rechtstreeks bij een bank aan te kloppen, zegt Jean-Pierre van Lin van Energie Samen. “Daar is het Realisatiefonds niet voor nodig.”

Adobe Stock zonnepanelen op een sedumdak Er zijn in Nederland ongeveer 625 lokale energiecoöperaties die duurzame energie opwekken met zonnepanelen of windmolens. | Credits: Adobe Stock

Rabobank, Triodos en ASN Groenprojectenfonds verwachten met het fonds de komende jaren ruim 1.000 projecten van lokale energiecoöperaties te financieren. Volgens Jean-Pierre van Lin van koepelorganisatie Energie Samen gaat het om een totaalbedrag van 110 miljoen euro. Een einddatum is niet vastgesteld. De financiering is gelinkt aan de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) en de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). “Dus ik verwacht dat zolang die subsidies er zijn, de financiers energiecoöperaties zullen ondersteunen met een lening.” SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) beheert het fonds.

Thijs van Daalen, secretaris van de coöperatieve vereniging ZeewoldeZon, vond een andere manier om financiering van zijn zonneproject rond te krijgen. Hoe pakte hij het aan?

Kleine projecten, groot draagvlak

Het fonds richt zich met bedragen van 30.000 tot 1.000.000 euro specifiek op kleinere projecten. Nederlandse energiecoöperaties komen voor dit soort kleinere projecten lastig aan geld. Zonde, vindt Van Lin want juist projecten van lokale energiecoöperaties kunnen een belangrijke schakel vormen in de energietransitie. “Het is van, voor en door de gemeenschap. Lokale energiecoöperaties komen vanuit de buurt. Het zijn enthousiaste mensen die samen de schouders onder de energietransitie in hun omgeving zetten. Burgers zijn zelf eigenaar van het project. Dat in zichzelf is al een hele belangrijke stap in het creëren van draagvlak.”

“Er zijn er ongeveer 625 van die lokale energiecoöperaties”, weet Van Lin. Eén van de bekendste is het Zeeuwse Zeeuwind. Een windproject dus. Zijn windprojecten niet vooral de projecten die om draagvlak vragen? “Absoluut”, zegt Van Lin. Hij merkt dat er ook steeds meer coöperatieve windprojecten bijkomen. “Bijna alle nieuwe windprojecten die wij kennen zijn coöperatief, maar die passen even niet in dit fonds. Want die zijn meestal groter dan 1 miljoen euro.” Dat soort projecten komt vaak al in aanmerking voor reguliere bankfinanciering.

Van Lin verwacht dat het aantal energieprojecten de komende jaren zal toenemen. “Of daar nieuwe coöperaties voor nodig zijn gaan we zien, maar er wordt in ieder geval een hele sterke groei verwacht van het aantal coöperatieve projecten. Dat is ook één van de redenen dat dit Realisatiefonds in het leven is geroepen. We willen daar graag aan meehelpen en nieuwe projecten faciliteren.”

Ziekenhuis, energiecoöperatie of casino: wie krijgt bij netcongestie voorrang op het elektriciteitsnet? Daar moet een debat over komen.

Michiel van den Berg, Eteck: "De gasperikelen maken ons bewust van onze afhankelijkheid van gas"

Wat doet Eteck zoal om de klimaatdoelen van Parijs te halen? “Eteck heeft al twintig jaar naam gemaakt in de warmtetransitie. We bieden alternatieven voor gas in de vorm van warmte- en koudeopslag en all-electric oplossingen. Met meer dan 250 projecten en 65.000 aansluitingen onder contract, zijn we de grootste duurzame warmte-en-koude-exploitant van Nederland. We zitten in bestaande bouw en nieuwbouw, van woningen tot winkels en kantoren. Terwijl er allemaal partijen in of uit deze veranderende markt zijn gestapt, heeft Eteck laten zien dat de energietransitie een succes kan zijn. Dan helpt onze 20 jaar ervaring zeker. Zolang je goed blijft luisteren naar de vraag en altijd met een passende oplossing kan komen. Het feit dat we een volwassen bedrijf zijn geworden zie je ook aan de mensen die we aantrekken. We zijn inmiddels met honderd werknemers en groeien door om de enorme vraag in deze transitie ook straks nog aan te kunnen.”Michiel van den Berg, EteckHoe gaat Eteck de komende jaren bijdragen aan de toekomsteconomie? “Verduurzaming van gebouwen gaat vaak over nieuwbouw en grootschalige renovatie. Maar de 7 miljoen bestaande huishoudens moeten ook transformeren. Dit rendabel doen is een enorme uitdaging. Daarop gaan we ons de komende tijd richten. Ook hebben we net een groeifinanciering van 225 miljoen euro aangetrokken. Daarmee willen we verdubbelen in het aantal aansluitingen richting 2024. Verder moet het vertrouwen bij de eindklant groeien dat er goede duurzamere alternatieven zijn voor gas. Want nu zijn we daar in Nederland nog te afhankelijk van. We zijn techniek-agnostisch – verschillende technieken zijn toepasbaar op verschillende situaties, daarom werken wij techniek-onafhankelijk zodat we altijd de beste lokale oplossing kunnen bieden. Daarbij zetten we maximaal in op het verminderen van CO2-uitstoot. Daar hoort ook het delen van kennis en het creëren van draagvlak bij. Als bedrijf zijn we continu in ontwikkeling om mee te gaan in de veranderende markt. We hebben negen jaar op rij de FD Gazelle gewonnen, maar daar zijn we nu te groot voor. We werken aan verdere structurering en professionalisering. Bij de extra financiering horen ook verplichtingen naar banken, afnemers en klanten. Daar ligt voor mij een enorme kans om aan bij te dragen.” Wat moet er gebeuren om dat voor elkaar te krijgen? “Het klinkt misschien als een cliché, maar als je wilt dat de energietransitie succesvol is, zullen alle betrokken partijen meer met elkaar moeten samenwerken. Allerlei partijen hebben eigen belangen, zorgen en ambities. Maar als je die naast elkaar legt, zie je dat er veel meer overeenkomsten dan tegenstellingen zijn. De energiesector is redelijk eensgezind als het om lobbyen voor beleid gaat, maar in het zoeken naar overeenkomsten is nog ruimte voor verbetering. Bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling; daarin zouden gemeenten, projectontwikkelaars en energiepartijen veel meer kunnen samenwerken. Meer openheid en transparantie onderling voorkomt dat gemeenten steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden. Ook werken veel gemeenten met een tendersysteem (red. systeem waarbij de opdrachtgever bedrijven vraagt offertes in te dienen). Voor warmtepartijen is het lastig om je daarvoor in te schrijven omdat de gestelde eisen binnen de tender te specifiek zijn. Alle relevante partijen moeten juist met elkaar om tafel zitten En het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium om tot het beste resultaat te komen voor alle betrokkenen. Een andere uitdaging is de energietransitie betaalbaar houden voor iedereen. Je ziet nu dat de burger wel wil verduurzamen, maar er niet teveel voor wil betalen. Door de hoge gasprijzen moeten mensen nu flink bijbetalen op hun gasrekening. Energiearmoede is voor een deel van de bevolking een groeiend probleem. Aan de andere kant zorgen de gasperikelen er wel voor dat de maatschappij zich bewust wordt van onze afhankelijkheid van gas. Het is een grondstof die schaars kan worden, om wat voor reden dan ook. Je hoopt dat de energietransitie op gang komt omdat de burger dat wil, voor zichzelf en voor een betere toekomst. Nu zie je dat we sneller stappen kunnen maken als het simpelweg op extra kosten aankomt. Die motivatie kan een flinke boost zijn en bijdragen aan een succesvolle energietransitie.”