Paul van Liempt 15 januari 2021, 18:12

Moeten we het nog steeds samen doen?

Als ik deze column op donderdagmiddag inlever bestaat de kans dat een demissionair kabinet beslist over een avondklok. Een extreme maatregel, die je alleen kunt nemen met een beroep op de verantwoordelijkheid van ons allemaal. Premier Rutte predikt het heil van de gezamenlijkheid, maar hoe reëel is dat nog?

Column leiderschap paul van liempt

Dat we het samen moeten doen en niet alleen op de experts kunnen bouwen, was van meet af aan duidelijk. Toen eind februari na Italië en China het virus ook Nederland bereikte, liet Ab Osterhaus weten dat 'er geen reden voor paniek is.' Hij zei dat Nederland goed is 'in het indammen van de infectie'. En voegde daar nog geruststellend aan toe dat lang niet iedereen een risico loopt: 'Vatbaar zijn dezelfde risicogroepen als bij griep of influenza. Oudere mensen, maar ook mensen die al ziek zijn. Dat wil zeggen: mensen die een slecht werkend afweersysteem hebben.'

Toen half december de nieuwe, gemuteerde variant van het coronavirus in Zuid-Engeland opdook en ruim duizend mensen besmet raakten, was de reactie van experts op de BBC zeer behoudend. Hoogleraar microbiële genetica Alan McNally van de universiteit van Birmingham zei: 'Dit is iets om in de gaten te houden, maar laten we nou niet hysterisch doen. Het betekent niet dat deze variant meer overdraagbaar, infectieus of gevaarlijker is.'

Niet alleen naar virologen en medici luisteren

Ik roep deze uitspraken in herinnering, om aan te geven dat een leider die koersvast wil zijn, daar ook in de praktijk gehoor aan moet geven. Zoals de financiële crisis duidelijk maakte dat we onze oren niet uitsluitend moeten laten hangen naar economen, zo maakt deze crisis duidelijk dat we niet alleen naar virologen en medici moeten luisteren. De woorden van Rutte indachtig tijdens de Protestantse Lezing op Hervormingsdag begin november, dat we samen sterk staan.

Wie de geesten rijp maakt voor een ingrijpende maatregel als de avondklok en een beroep blijft doen op 'onze gezamenlijke verantwoordelijkheid', betrekt zoveel mogelijk experts uit verschillende disciplines bij zijn besluit en maakt duidelijk hoe de afweging tot stand is gekomen. Met de vinger wijzen naar ons omdat we ons niet aan de regels houden, is een afschuiftactiek die niemand meer accepteert. Het riekt weer naar een achterdochtige overheid die al zijn burgers wantrouwt. Maar zo simpel is het niet.

Mensen die er een slaatje uit slaan

Het in deze tijd vaak aangehaalde boek De Pest van Albert Camus maakt vooral dát duideljk, zegt Denker des Vaderlands Daan Roovers in Het Parool: 'Camus laat zien dat er mensen zijn die anderen helpen en mensen die opportunistisch zijn en er een slaatje uit proberen te slaan. Die aspecten zitten allebei in ons. Het is aan de persoon in kwestie welke impuls je de overhand laat krijgen.

En het is aan een goede leider om de helpende hand te bieden. Om een doel te stellen, dat altijd uitgaat boven het redden van het eigen hachje. Als supermarkten, grote onlineplatforms en mensen in loondienst nu minder zorgen hebben dan de detailhandel, de horeca en de culturele sector, kun je alleen nog maar een beroep op 'samen' doen als je baten en lasten in evenwicht brengt.

Herstel van de middenklasse

Een zware klus, maar een zelfbewuste leider loop er niet voor weg. En die pakt meteen door, met het oog op de toekomst. Investeren in groene werkgelegenheid en onderwijs. In inzetten op herstel van een stevige middenklasse en duurzaam ondernemen. Dan is de inzet op 'Samen' nog decennialang houdbaar.

Directeur en trainee van kennisinstituut ISPT over de energietransitie: “Bedrijven zijn naar binnen gekeerd”

Tjeerd, kun je kort vertellen wat ISPT precies doet?Jongsma: “Het ISPT is een organisatie opgericht door en voor bedrijven die willen verduurzamen in de procesindustrie. Wij verbinden bedrijven aan elkaar en aan kennisinstellingen. Grote bedrijven zijn meestal gefocust op de eigen productinnovatie, want als je de procesinnovatie onder handen neemt betekent dat vaak dat je afscheid moet nemen van de assets die je hebt. Voor procesinnovatie moet je namelijk je fabriek ombouwen. Dat is een risico, want de kwaliteit van een product kan minder worden.Daarom vernieuwen wij als ISPT gezamenlijk die processen. Als één bedrijf het al gedaan heeft zijn de risico’s voor andere bedrijven kleiner. Daarbij is de kern en know how over processen bij bedrijven als Shell, DSM, Unilever en Akzo eigenlijk vergelijkbaar. Of je nou olie produceert of boter maakt, bij allebei de processen scheid je de vetten van water.Omdat we nu midden in de energietransitie zitten is er steeds meer behoefte om die processen te verduurzamen. Van olie en gas als energiebron, moeten we naar elektriciteit en waterstof. We merken dat de meeste bedrijven intern kijken hoe ze dat het beste kunnen doen. Daarom creëren wij een veilige omgeving waar de bedrijven met elkaar kunnen praten en gezamenlijk hun processen kunnen verduurzamen. Bovendien is het makkelijker om in samenwerkingsverband subsidie te krijgen.”En Christa, wat is jouw rol binnen het instituut?De Ruyter: “Sinds maart ben ik trainee bij ISPT. Daar ben ik actief binnen een Europees project waar ik kijk hoe verschillende bedrijven, overheden en organisaties binnen een regio kunnen samenwerken om energie te besparen. Bijvoorbeeld door het gebruik van zonnepanelen en warmtenetten.” Lees ook: Eerste inzendingen groeifonds zijn weinig groenHoe vinden jullie dat Nederland het doet in de energietransitie?De Ruyter: “Nederland heeft natuurlijk een achtergrond met aardgas. Als klein land zonder waterkracht en met die achtergrond heeft Nederland een moeilijke startpositie. Maar er zijn veel projecten gaande, er worden discussies gevoerd. Men heeft door dat er iets moet gebeuren en er ontstaat een drive om de volgende stappen te zetten. Vaak wordt er gezegd dat de jongere generatie duurzamer bezig is. Die eten minder vlees en hebben geen auto. Om mij heen merk ik dat als er eenmaal kinderen komen die auto er ook wel komt, haha. Maar jongeren voelen denk ik wel meer urgentie dat er iets moet gebeuren, omdat klimaatverandering uiteindelijk impact gaat hebben op hun levens.”Jongsma: “De cijfers in Europees verband zijn inderdaad niet zo goed. We focussen in Nederland erg op de eigen opwek van duurzame energie, terwijl dat hier alleen op de Noordzee nog kan. De overheid vergeet dat we hier import- en exporteur van energie en halffabrikaten zijn, het doorgeefluikje, wij zetten olieproducten en gas door naar ons achterland Europa. Nederland heeft daarom ook veel meer energie nodig per capita dan de Duitsers. Toch blijft de focus van de regering om alle energie zelf op te wekken, terwijl dat nooit gaat lukken. We moeten accepteren dat de opgewerkte energie niet allemaal uit Nederland gaat komen. Zonnepanelen in Saudi Arabië en Marokko wekken veel meer energie op, die ook goedkoper is dan energie die uit Nederland. Uit een progonse van een grote windmolenexploitant blijkt bijvoorbeeld dat energie uit een windmolen op de Noordzee tot 3 eurocent per kWh kan zakkken; dat is dan nog drie keer duurder dan bijvoorbeeld zonneenergie in Saoudi Arabië. Je moet je afvragen of je daarmee moet willen concurreren.Wij kunnen in Nederland dus niet veel op het gebied van duurzame opwek, maar wél op het gebied van duurzame productie in de industrie. Alle bedrijven die bij ons aangesloten zijn willen dat graag. En we moeten investeren in het verwaarden van energie en waterstof in ketens die we al hebben. Dan kunnen we daar gidsland in zijn en met die energie groene producten maken.”De Ruyter: “Daar sluit ik mij bij aan. Natuurlijk is de Nederlandse overheid gericht op de situatie in Nederland, maar dat doet geen recht aan de complexiteit. Want als we een bedrijf alleen in Nederland circulair maken, is dat slechts een stukje van de keten.”De Europese doelstelling is ook om in 2050 een CO2-neutraal en circulair continent te zijn. Dan moet de rest van Europa toch ook meedoen?Jongsma: “Dat klopt, maar doelstellingen zijn geen beleid. Het is een wensenlijstje om in dertig jaar te verwezenlijken. En hoe we dat gaan doen, welke concessies je moet doen, dáár zit de crux.”De Ruyter: “In mijn Europese project merk ik ook dat het lastig is om die samenwerking tot stand te brengen. In de regio moet energiesamenwerking ontstaan, maar bedrijven zijn vaak naar binnen gekeerd. Zo wil een bedrijf restwarmte aanbieden, maar dat moet geregeld worden met andere partijen. En dan komen er problemen, want ze moeten contracten opstellen en het is nieuw en dus onduidelijk. Dan laten ze het toch maar zitten. Als het makkelijk zou zijn nemen bedrijven eerder die stap.”Lees ook: Data over groene energie is goud waard, weet dit bedrijfWant hoe lang duurt bijvoorbeeld een totale procesvernieuwing?Jongsma: “Als het plan er na één jaar is, duurt het gemiddeld zeven jaar voordat het getest wordt als pilot, en dan nog een keer tien jaar voordat het echt is ingeregeld. En meestal duurt het nog langer, wat natuurlijk frustrerend is. Voordat ik bij ISPT kwam, werkte ik bij Friesland Campina. Toen ik er begon wist ik al wat ik wilde doen, namelijk direct kindervoeding uit melk maken in plaats van uit de resttromen van de kaasproductie. Het heeft ruim tien jaar geduurd voordat we de eerste demo hadden. Bij een techstartup gaat zo’n proces veel sneller, maar dat komt omdat het geen fysieke infrastructuur nodig heeft, en het heeft dus ook geen minder grote impact. Met grote procesvernieuwingen hangen grote investeringen samen, denk aan 100 miljoen euro. Want je moet fabrieken (om)bouwen. Daarom zitten er ook zoveel stappen tussen.”Welke rol speelt de jongere generatie in het versnellen van de energietransitie?De Ruyter: “Omdat je als jongere nog niet helemaal onderdeel van het systeem bent, kun je makkelijker reflecteren. Je loopt tegen dingen aan en vraagt je af waarom mensen dat zo doen, want het kan tien keer sneller. Als je daar iemand met ervaring naast zet, kan dat worden versterkt en kun je samen tot mooie dingen komen.”Welk advies zouden jullie elkaar willen geven?De Ruyter: “Ik wil graag iets onderstrepen waar Tjeerd al mee bezig is. Je kunt complexe vraagstukken niet oplossen met makkelijke antwoorden, de oplossing moet recht doen aan de complexiteit van het probleem. Daarom heb je veel verschillende invalshoeken nodig binnen je bedrijf: het team moet divers zijn, met mensen van verschillende leeftijden en culturen. Tjeerd moet blijven waarborgen dat we zoveel mogelijk invalshoeken combineren om tot goede oplossingen te komen.”Jongsma: “Ik vind het belangrijk dat Christa zich uit blijft spreken. Dat ze analyseert en duidt, en dat meeneemt in de discussie en de dialoog. Dat is nodig om de eigen geest te blijven slijpen.”Lees ook: De energietransitie volgens de CEO van Gasunie en een jong talent