Paul van Liempt 10 september 2021, 08:00

Vernieuwing omarmen zonder op het bestaande af te geven

Juist in tijden van transitie is een open geest van belang. Goed luisteren en het beste meenemen om beweging te creëren. Dat leidt tot transitie. En je houdt de revolutie buiten de deur, die er vooral is voor oproerkraaiers. Hoe vermijd je de valkuilen en zijn er goede voorbeelden?

Banner paul van liempt1 Columnist Paul van Liempt over leiderschap.

Juist nu het spel op de wagen is, zoek je naar leiders met een serieuze lange termijn visie die ook weten hoe je die in de praktijk kunt brengen. Die daarbij altijd oog houden voor de belangen van een minderheid die er anders over denkt en bij alles wat ze doen zorgen dat er lucht in de discussie blijft. Dat laatste is van belang om de zwaarte te doorbreken die de polarisatie teweeg heeft gebracht. Voormalig hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit Leiden Alfons Lammers gaf een prachtig interview aan NRC Handelsblad, doorspekt met ironie, waarin hij over onbegrip na een ironische grap verzuchtte: ‘Ik bén serieus, maar je moet de dingen lichtvoetig brengen, vind ik.’

Hij geeft ook een voorbeeld van een valkuil die je moet vermijden als je een transitie in gang zet, verwijzend naar de door historici voorspelde situatie in Afghanistan. Want hij verbaasde zich er al in 2015 over dat niemand ziet dat de Taliban Afghanistan zullen heroveren zodra de Amerikanen vertrekken. ‘Daar hebben ze nooit enig misverstand over laten bestaan. De chaos is nu compleet. Kabul is Saigon in het kwadraat. Jammer dat politici nooit naar historici luisteren. Ik heb net weer een boek gelezen over het gevoel van exceptionalisme van de Amerikanen. Wij zijn uniek, wij dragen over de hele wereld de goede boodschap uit. Nou, dat is sinds de Tweede Wereldoorlog voor de zoveelste keer mislukt.’

Leiders die te zeer van het eigen gelijk zijn overtuigd, gaan altijd voorbij aan de nuance en worden te ongeduldig en te agressief. Dat is misschien wel de grootste valkuil voor wie de energietransitie, hoe goed bedoeld ook, in extreem hoog tempo wil voltrekken. Versnellen is één, extreem versnellen is iets anders. Dan is de kans groot dat je in je enthousiasme uit de bocht vliegt en je je goede bedoelingen als een boemerang terugkrijgt. Als het niet snel genoeg gaat wil geestdrift nog wel eens omslaan in woede. Dan is de verandering die je bewerkstelligt niet genoeg, je wil ook graag je ‘fossiele voorgangers’ vernederen en verketteren.

Het voorbeeld van de Nederlandse baggeraar en maritiem dienstverlener Boskalis spreekt boekdelen. CEO Peter Berdowski is in de Volkskrant zeer openhartig. Boskalis is betrokken bij de aanleg van honderd windparken, het versterkt de Brabantse Maasdijk om het achterland te beschermen tegen overstromingen en hoopt binnenkort een contract te tekenen om een eiland op de Malediven te verhogen, om het resistent te maken tegen een stijging van de zeespiegel. Maar het meeste geld verdient het bedrijf met een baggerproject van anderhalf miljard euro voor de aanleg van een nieuw vliegveld op de Filipijnen.

Daarmee kun je Boskalis keihard verketteren, maar als je de argumentatie in het artikel goed leest, kijk je er toch anders naar. Mag je een arm land als de Filipijnen een vliegveld ontzeggen? En wat te denken van de winstgevendheid op lange termijn van dit project voor de baggeraar? Daardoor kan Boskalis meer investeren in de windindustrie. Het maakt zich met dit ‘tweesporenbeleid’ ook minder afhankelijk van de grillen van de politiek. Gun het bedrijf het voordeel van de twijfel, maar hou wel in de gaten of de winst ook in energietransitie wordt gestoken. Schrijf er dan niet alleen over als het niet gebeurt, maar juist ook als het wel gebeurt.

Lees hier meer van Paul van Liempt.

Hoe gaan we werken na deze pandemie? "Nu moet je meer experimenteren"

Het PBL organiseerde vandaag de ‘Nacht van de Leefomgeving’, om de definitieve discussie over het corona-effect te beslechten, als onderdeel van het gepresenteerde rapport van vandaag. Want er is vanaf maart 2020, toen thuiswerken de norm moest worden, een heleboel gezegd over de mogelijke voordelen van corona. Geen files meer, schonere lucht, meer lichaamsbeweging - noem maar op. In de praktijk werd er inderdaad meer thuis gewerkt, maar wel voor een selecte groep. Meer dan de helft van de mensen heeft tijdens de pandemie helemaal niet thuis kunnen werken, omdat ze werk hebben dat niet thuis uitgevoerd kan worden. Daarom bestond de groep thuiswerkers (46 procent van de beroepsbevolking) vooral uit mensen die toch al een dag thuiswerkten, en dat nu uitbreidden tot 4 of 5 dagen.De coronacrisis als businesscase kan zorgen voor systeemverandering Geen files meer door beetje minder auto’s Dat de thuiswerkers een relatief kleine groep vormen, betekent niet dat het geen impact had. De files verdwenen, ook al was er maar een vijfde minder verkeer. Het laat zien dat je met relatief kleine veranderingen al veel problemen kunt oplossen.De grote vraag bij de nacht van de leefomgeving: hoe houden we dit zo? Op het gebied van woon-werkverkeer pleitte NS-directeur Jeroen Fukken voor een tijdslot-systeem. Dan zeggen grote bedrijven dat werknemers tussen 8 en half 9 aan mogen komen, studenten om tien uur, enzovoort. Dat vereist coördinatie van de overheid, denkt hij: zowel de lokale als de landelijke machthebbers moeten ervoor zorgen dat de belangrijke partijen om tafel gaan zitten.Mobiliteitsexpert Anna Nikolaeva (UvA) had twijfels bij de uitvoerbaarheid van Fokkens visie. Zij denkt dat gewoonten hardnekkig zijn en mensen uiteindelijk toch op spitstijden zullen reizen. Ook, zegt ze, omdat de maandag en vrijdag altijd rustige dagen zullen blijven; iemand dwingen om bijvoorbeeld op vrijdag te werken en op donderdag vrij te nemen, voor de spreiding, is lastig. Maar er zal mogelijk wel minder (trein)verkeer zijn, want veel mensen die tijdens corona thuiswerkten willen dat blijven doen. Een 50/50 verdeling tussen thuis en kantoor lijkt de optimale verdeling voor de meeste mensen. Maar dat thuiswerk zal op lange termijn grote implicaties hebben. Zo noemde het PBL dat jongeren vaak moeite hebben om hun carrière vorm te geven, omdat ze niet op kantoor geïnspireerd raken en bepaalde vaardigheden van collega's kunnen leren. En er zijn een heleboel mensen die klein wonen en daardoor lastig een thuiswerkplek kunnen installeren. Ook mobiliteitsexpert Nikolaeva had hier last van. Utrecht Centraal was een van de drukste plekken van het land vòòr coronaNiet meer investeren in infrastructuur? Wat dat betekent voor het verkeer? In het PBL-rapport dat hoort bij de Nacht van de Leefomgeving stond dat er minder investering in weg en spoor nodig is, omdat woon-werkverkeer afneemt. Toch betekent het volgens het PBL niet, zoals verschillende media schreven, dat men niet meer hoeft te investeren. Want de economie en bevolking blijft groeien, en groeit harder dan de afname van het verkeer door corona. Kortom: er zal dus meer asfalt of spoor moeten komen, wil iedereen ook in de toekomst naar werk kunnen. Uit het rapport bleek bovendien dat de vervuiling door verkeer niet per se minder wordt door het nieuwe werkgedrag. Toch verwacht planologe Esther Geuting, directeur bij STEC, wel degelijk dat het kantoor zal veranderen door thuiswerk. Zij sprak verschillende kantooreigenaren en werkgevers over de toekomst van werk. En hoewel het onderzoek nog niet klaar is, kon ze al een tipje van de sluier oplichten: 70 procent van de geïnterviewden wil kantoren die kleinschaliger zijn, met meer ruimte voor ontmoetingen en individueel werken. Kortom, de kantoortuin van de pre-coronatijd lijkt definitief dood. Kantoren worden ook kleiner, waarmee lege ruimte komt. Die zou ingezet moeten worden voor woningen, vonden alle sprekers. Ook omdat kantoren vaak in de stad liggen, op de meest gewilde plekken. Duurzaamheid en corona Hoewel duurzaamheid niet de focus was van de avond, klonk het in alles door. Minder verkeer is minder CO2, tenzij mensen niet de trein pakken maar de auto voor de trips die ze wel maken. En de woningmarkt moet innoveren, om meer ruimte te bieden aan de wensen van na corona (zoals meer of flexibele ruimte), maar moet ook duurzamer worden. Hoe groot is de kans dat we gewoon teruggaan naar het oude normaal? Er is nu al terugveergedrag zichtbaar, dat is niet goed, vindt Jan Hendrik Donkers, topambtenaar bij Infrastructuur en Waterstaat. “Dus nu moet je meer experimenteren, mensen oproepen om het thuiswerkgedrag vol te houden." Het is een teken dat de overheid ook bereid is om mee te werken, om de flexibele en duurzamere manier van werken na corona vast te houden.