Hidde Middelweerd 24 december 2018, 07:30

Westen versus China: 'Als we niet uitkijken, is het straks game over'

Technologische en culturele veranderingen gaan het bedrijfsleven volledig op zijn kop zetten. Wie niet links en rechts ingehaald wil worden door de competitie, moet zich daar vandaag nog op voorbereiden. Dat geldt niet alleen voor bedrijven, maar ook voor het Westen in het algemeen, merkt Yuri van Geest op: “We verliezen momenteel hopeloos van China. Als we niet uitkijken, is het straks game over.”

Yuri van geest1

De staat van dienst van Van Geest liegt er niet om. Hij is medeauteur van het boek ‘Exponentiele organisaties’, dat inmiddels 300.000 keer over de toonbank ging en vertaald werd naar 20 verschillende talen. De bestseller laat zien hoe een nieuw ras van ondernemingen, in staat om nieuwe technologieën te omarmen en in hun voordeel te laten werken, de competitie ver achter zich laat. Het boek werd door zowel Fortune als Bloomberg beoordeeld als een van de top 5 zakelijke boeken in 2015.

Tegenwoordig reist Van Geest de wereld over om het gedachtegoed van dit boek met de wereld te delen, in de vorm van workshops, trainingen, keynote speeches en persoonlijke coaching. Van Geest is daarnaast expert en adviseur voor het World Economic Forum en oprichter van de Nederlandse tak van Singularity University, een uit Silicon Valley afkomstige denktank op het gebied van snelgroeiende technologieën.

Ook is hij druk bezig met zijn nieuwe boek, dat voortborduurt op de onderwerpen die in ‘Exponentiele organisaties’ werden aangesneden. In een notendop: de wereld verandert razendsnel en bedrijven moeten zich daar zo snel mogelijk op voorbereiden. Van Geest: “Denk aan de impact van algoritmes. Wat betekent dat voor je businessmodel? Maar denk ook aan blockchain: voor een deel een hype, maar voor een deel ook zeker niet. Ook dat gaat veel impact hebben.”

“Maar organisaties gaan ook van binnenuit veranderen, wat allerlei nieuwe uitdagingen met zich meebrengt”, vervolgt hij. “Hoe ga je om met zelfsturende teams? Hoe maak je innovatie een vast onderdeel van je bedrijf? Hoe leid je je werknemers opnieuw op, om ze klaar te stomen voor de toekomst? In het Westen zijn we daar veel te weinig mee bezig.”

Zie je dat wel in andere delen van de wereld?

“Ja, in Azië zie je dat bedrijven veel meer gedreven worden door een gevoel van purpose. De belangrijkste drijfveer voor bedrijven is om de maatschappij, met elkaar, op positieve wijze te veranderen. In het Westen is het tegenovergestelde waar. De individualisering in het Westen is compleet doorgeslagen: teveel ik, te weinig wij. En dat terwijl de rest van de wereld (uitzonderingen daargelaten) juist naar een gevoel van wij verschuift.”

“In Azië zie je compleet nieuwe vormen van samenwerking ontstaan, zowel buiten als binnen organisaties, die tot meer succes leiden. Hier gebeurt dat niet. Het paradigma van waaruit we naar onszelf en de rest van de wereld kijken, is in het Westen volledig achterhaald. Dat is de reden dat we momenteel verliezen van China. En als we niet uitkijken, verliezen we binnenkort ook van India. Ook daar schieten succesvolle en purpose-driven scale-ups inmiddels als paddenstoelen uit de grond.”

Wat moet er anders?

“We hebben meer bedrijven als Unilever en DSM nodig. Bedrijven die beschikken over authentiek leiderschap, een holistisch wereldbeeld hebben en in staat zijn om scherpe keuzes te maken, met de lange termijn in het achterhoofd. Er is in het Westen enorme behoefte aan bedrijven die purpose-driven zijn en hun werknemers kunnen meenemen in dat gevoel; niet alleen met het hoofd, maar ook met hart en ziel.”

“Die shift moeten bedrijven gaan maken, om ook in de toekomst relevant te blijven. Dat vraagt om nieuwe manieren van samenwerken, organiseren en naar de wereld kijken.”

Maar bedrijven zijn van nature winstgedreven. Hoe verenig je dat met purpose?

“Bedrijven met een duidelijke en oprechte purpose, kunnen hun winst met 10 tot 15 procent verhogen. Dat blijkt in de praktijk. Een goede purpose is dus ook bedrijfseconomisch interessant. Het trekt de beste mensen aan en verhoogt loyaliteit, bij zowel klanten als werknemers.”

“Maar daarnaast móéten bedrijven hier wel mee aan de slag. Het is geen keuze meer. Neem Blackrock, het grootste hedgefund ter wereld: die wil in de toekomst alleen nog maar investeren in purpose-driven organisaties. Dat zijn duidelijke signalen."

"Bedrijven moeten een actieve rol gaan spelen in het oplossen van de wereldproblemen, want die liegen er niet om. Klimaatverandering is een van de grootste problemen waar we momenteel mee kampen. Wie op dat gebied zijn verantwoordelijkheid niet neemt, wordt in de toekomst gewoon geboycot. Dat besef begint gelukkig te groeien. Het aantal purpose-driven organisaties wereldwijd is in de afgelopen zes jaar gestegen van 1 naar 7/8 procent.”

"Wie zijn verantwoordelijkheid niet neemt, wordt in de toekomst gewoon geboycot"

Wanneer bestempel jij een bedrijf als purpose-driven?

“Als het gros van de medewerkers de purpose van een bedrijf vanuit hart en ziel heeft omarmd. Als het overduidelijk is dat de purpose vanuit eigen overtuiging ontstaan is en niet om aan een MVO-richtlijn of SDG te voldoen.”

“Om je een voorbeeld te geven: hoeveel bedrijven ken jij die, uit zichzelf, gratis educatieprogramma’s en docenten aanbieden aan het onderwijs? In China gebeurt dat al 10 tot 15 jaar. En niet door één bedrijf, bovengemiddeld veel bedrijven doen dat.”

Je zou het bovenstaande ook kunnen bestempelen als soft en zweverig, zeker in een rationele en harde setting als het bedrijfsleven…

“Daar ben ik me van bewust. Maar ik daag je uit om een willekeurige editie van de Harvard Business Review van de afgelopen vier jaar open te slaan. De helft van de artikelen gaat over cultuur, purpose en holisme. Dit wordt de nieuwe norm: soft wordt het nieuwe hard.”

“Je ziet het ook steeds vaker terug in de praktijk. Veel start-ups hebben dit gedachtegoed vanaf dag één al ingebed in hun businessmodel. De volgende generatie zit compleet anders in de wedstrijd: voor hen is purpose de belangrijkste reden om te werken.”

Waarom zit dit gedachtegoed er in Nederland dan nog niet in?

“Dat heeft met onze cultuur te maken: vooral niet te gek doen. Maar we leven in een tijdperk van grote veranderingen en dat vraagt om grote stappen. Dat bewustzijn is er totaal niet. Daarnaast laten we ons in Nederland nog teveel leiden door de directe effecten van een besluit, niet door de effecten op de lange termijn. Overigens chargeer ik nu natuurlijk een beetje. Er zijn al genoeg uitzonderingen op de regel.”

Het lijkt me erg lastig voor bedrijven om die switch te maken. Hoe moeten ze volgens jou te werk gaan?

“Het is inderdaad lastig. Veel bedrijven willen hier wel mee aan de slag, maar staan onder druk van aandeelhouders, die aansturen op winst op de korte termijn. Dan is er weinig ruimte om je als bedrijf te ontwikkelen of opnieuw uit te vinden.”

“Het belangrijkste is dat je je bewust wordt van wat er echt speelt in de rest van de wereld, in China, in Silicon Valley, in India. Ga ernaar toe, ervaar het en vertaal het naar jouw business, zodat je het vervolgens in de praktijk kan brengen. Dat is een lange termijn-project, waar vele inspiratiesessies, brainstorms en groepsdiscussies mee gepaard gaan. Het gaat om het definiëren van je purpose, om die vervolgens te embedden in elke afdeling van je organisatie. Daar gaat zeker twee tot vijf jaar overheen.”

“Grote corporates en overheidsinstellingen, die vanuit een oude economie komen en denken, zullen de meeste moeite hebben om deze switch te maken. Maar nogmaals, het is geen keuze. Wie hier niet mee aan de slag gaat, verdwijnt simpelweg van het toneel.”

"Door kwantumtechnologie, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie is tegenwoordig alles mogelijk"

Parallel aan bovenstaande trends lopen technologische ontwikkelingen. Ook dat gaat razendsnel. Welke gamechangers verwacht je in de aankomende decennia?

“Nieuwe manieren van energieopwekking zullen zich aandienen. Thorium wordt bijvoorbeeld belangrijker en er worden interessante stappen gezet op het gebied van kernfusie. Maar ik verwacht vooral veel van solar nano-coatings: dunne laagjes die zonne-energie opwekken, op elk oppervlakte aangebracht kunnen worden en radicaal goedkoper worden dan zonnepanelen. Maar ook quantum-tunneling is een interessante: het opvangen van infrarode straling uit het universum (die nu nog verloren gaat) als warmtebron. In China werkt dat al op laboratoriumschaal.”

“Daarnaast verwacht ik dat er nog veel meer technologieën aankomen in de aankomende jaren, die ik nu nog niet eens kan voorzien. Door de razendsnelle opkomst van kwantumtechnologie, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie, die elkaar ook nog eens versterken, is alles mogelijk. China test momenteel 50 miljard nieuwe materialen. Een deel daarvan kan gebruikt worden om CO2 op grote schaal te absorberen. Dat zijn hoopvolle berichten in de strijd tegen klimaatverandering; technologie wordt een belangrijke troef in dat verhaal.”

Is dat meer een bedreiging of een kans voor bedrijven?

“Dat hangt er vanaf: wanneer stap je in? In de aankomende decennia dienen vele nieuwe technologieën zich aan en dat biedt kansen. Voor wie die kansen aan zich voorbij laat gaan, is het logischerwijs een bedreiging.”

Hoe moeten bedrijven zich voorbereiden op deze technologische storm?

“Je moet mee veranderen en innoveren. Dat is niet gemakkelijk. Het is schaken op vier borden. Ten eerste moet je je kernbusiness vernieuwen. Dat kan je natuurlijk niet van de ene op de andere dag radicaal anders doen. Daarom is het zaak om het radicale innoveren juist aan de rand van je organisatie te doen. Dat kan (ten tweede) door start-ups te creëren die jouw bestaande product/dienst aanvullen of op den duur kunnen vervangen. Ten derde moet je een portfolio opbouwen van externe startups, met hetzelfde doel. Ten vierde is het zaak om in te zetten op incubators, hackerspaces, noem maar op, om nog meer externe innovatie naar binnen te halen.”

“Die verschillende schaakborden concurreren op het eerste gezicht natuurlijk direct met elkaar. De innovatie aan de rand bedreigt in feite je kernbusiness, terwijl de omzet vanuit die kernbusiness de innovatie juist mogelijk maakt. Dat is een lastig spelletje. Het is de truc om de concurrentie er uit te halen, zodat ze elkaar juist versterken.”

“Dit is allemaal verre van gemakkelijk. Het gaat om systemische veranderingen binnen je organisatie, je kan dit niet zomaar even doen. Zo moet je alle mogelijke scenario’s helder hebben. Wat als een start-up aan de rand ineens heel succesvol is? Wat doe je dan? Schaal je op of zet je het in de ijskast? Je valt je kernbusiness er immers mee aan.”

"Ik ben voor polderen, maar niet in elke stap van het proces"

Wat zie je in Nederland en de rest van Europa gebeuren op dit gebied? Kunnen we de technologische ontwikkelingen een beetje bijbenen?

“Absoluut niet. Het gaat hier veel te langzaam en we denken te smal. We zijn nog steeds geneigd om te denken vanuit het verleden en de huidige situatie, waardoor we keuzes maken op basis van wat er nu voorhanden is. Maar welke keuzes zouden we maken als we helemaal overnieuw zouden beginnen? Die vraag wordt hier niet eens gesteld, maar is essentieel als het gaat om innovatie. Er moeten radicale stappen gezet worden en daar zijn we nu nog te terughoudend in. China investeert $ 150 mrd in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, terwijl Europa daar enkele miljarden tegenover zet. Dat is vanaf dag één gedoemd om te mislukken.”

Is het een gelopen strijd?

“Ja. Als we op de huidige manier doorgaan, is het game over. Dat heeft met schaal en geld te maken. China is een grootmacht en heeft een enorme voorsprong opgebouwd. Daar kan Europa niet meer tegenop boksen.”

Wat stel je voor?

“Op Europees niveau pleit ik voor een nauwere samenwerking tussen overheden, kennisinstituten en het bedrijfsleven. Dat gebeurt in China al veel meer. Europa heeft daarnaast grote behoefte aan successen zoals Airbus. Dat model zouden we moeten kopiëren naar andere sectoren, zoals kwantumtechnologie, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie. Als we dat doen, maken we een goede kans.”

 “In Nederland moeten we simpelweg eerder inspringen op nieuwe technologieën. Start pilots en proeftuinen over de volle breedte en biedt kansrijke initiatieven vervolgens ondersteuning bij opschaling. Ook daarin loopt China ver op ons voor. Die presenteert een vage roadmap (‘Deze kant willen we op’), waarna allerlei pilots ontstaan. Vervolgens wordt top-down bekeken wat werkt, om dat vervolgens in recordtempo op te schalen.”

“Zie het als polderen 2.0: eerst mag iedereen zijn visie geven en oplossingen aandienen, maar vervolgens moet een kerngroep van stakeholders en experts de ruimte krijgen om keuzes te maken. Ik ben voor polderen, maar niet in elke stap van het proces. Dan krijg je uiteindelijk een compromis dat vlees noch vis is. Daar zit Nederland momenteel in vast: een wereld van compromissen en halve maatregelen. Maar in een wereld die exponentieel verandert, moet je scherpe keuzes maken."

Ed Nijpels: Einde oefening voor niet-duurzame bedrijven

In zijn rol als oud-milieuminister, voorzitter van de borgingscommissie van het energieakkoord en nu als voorzitter van het Klimaatberaad, houdt VVD-er Ed Nijpels al jarenlang de duurzame ontwikkelingen in de gaten. “De vraag is niet of de klimaattransitie gaat plaatsvinden, maar hoe snel men gaat”, aldus Nijpels. Als voorzitter van het klimaatberaad ziet hij toe op de voortgang die aan vijf verschillende ‘sectortafels’ wordt geboekt bij de concrete invulling van het Klimaatakkoord. Als Nijpels het over de klimaattransitie heeft dan doelt hij op het uitvoeren van het Klimaatakkoord van Parijs: een broeikasgasreductie van 95 procent in 2050 ten opzichte van 1990. Om daaraan te voldoen stelt Nederland in het Klimaatakkoord een tussendoelstelling: een CO2-reductie van ten minste 49 procent in 2030. Die tussendoelstelling vergt een flinke verandering. “Dat betekent een complete verbouwing van Nederland”, stelt Nijpels.De voorzitter van het Klimaatberaad vervolgt: “Eigenlijk is het de meest ingrijpende verandering van na de Tweede Wereldoorlog. Veel groter dan dat we Nederland destijds moesten klaarmaken voor het aardgas. Dit is een transitie die op ieder maatschappelijk terrein ingrijpt.”Stel, eind dit jaar is het Klimaatakkoord rond. Wat betekent dat dan concreet voor het bedrijfsleven?“Dat betekent dat het bedrijfsleven als de wiedeweerga aan de slag moet. En voor een bedrijf waar de investeringsbeslissingen worden genomen in een hoofdkantoor in Houston is dat ingewikkelder dan voor een bedrijf waar 50 mensen werken en dat alleen maar vestigingen heeft in Nederland, maar allebei moeten ze het doen.”Is de klimaattransitie vooral een kans of uitdaging voor het bedrijfsleven?“Allebei. Het is een kans omdat we als Nederland in feite een voorsprong nemen op andere landen. Het is niet zo dat we in Nederland meer gaan doen, maar we doen het eerder. Dat betekent dat we een concurrentievoordeel kunnen krijgen, want andere landen moeten ook maatregelen gaan nemen. Daarmee is het een geweldige economische kans voor het bedrijfsleven.'Als Nederland nemen we in feite een voorsprong op andere landen'Als Nederlandse bedrijven technologie uitvinden die je ook in andere landen kunt gebruiken dan kan dat een bijdrage leveren aan de economische groei van Nederland. Tegelijkertijd is het een uitdaging, omdat het wel ingewikkeld is: je moet technologie bedenken en durven investeren. Het is niet zo dat een bedrijf op een knop kan drukken en het dan klaar is.”In hoeverre is er sprake van een strijd tussen verduurzaming en winst maken?“Domme mensen in het bedrijfsleven zeggen dat er een strijd bestaat en de verstandige mensen zeggen dat de weg naar duurzaamheid onontkoombaar en maatschappelijk noodzakelijk is. Je hebt als bedrijf geen bestaansrecht meer als je de bedrijfsvoering niet binnen een aantal jaren weet  te verduurzamen. Bedrijven die dat niet lukt, gaan stuk voor stuk verdwijnen. Dat kun je zien als een waarschuwing voor het bedrijfsleven. Er is uiteindelijk geen plaats meer voor bedrijven die niet serieus aan de slag gaan met en duurzaamheid. Daarvoor geldt: einde oefening.”Welke handvatten vindt u dat de overheid aan het bedrijfsleven moet bieden?“Er zijn drie dingen die de overheid moet doen. Eén, de overheid moet helderheid scheppen over het doel. In het regeerakkoord staat 49 procent CO2-reductie, in de Klimaatwet komt 49 procent te staan en in de opdracht aan de klimaattafels staat ook 49 procent; dus dat doel is helder. Daar kan geen discussie meer over bestaan; geen gemier, die 49 procent staat als een paal boven water.Twee is het hele complex van wet- en regelgeving, zowel in de dwingende als in de faciliterende zin. Soms moet de overheid helpen door regelgeving in te voeren en soms is het zo dat regelgeving eigenlijk niet meer past bij de klimaattransitie; dan moet je de regels aanpassen.En het derde is subsidie. Soms moet het bedrijfsleven worden geholpen met subsidie om ze over een drempel heen te helpen. Maar per definitie is subsidie altijd een tijdelijke zaak als het nou geldt voor de energietransitie, de klimaattransitie of voor iets anders.”Aan de energietafel ligt een voorstel voor CO2-beprijzing. Bij de industrietafel tot nog toe niet, omdat dit de concurrentiepositie zou aantasten. Wat vindt u daarvan?“Ik vind dat het bedrijfsleven soms weleens te gemakkelijk dat concurrentie element naar boven haalt. Ik begrijp vanuit tactisch opzicht dat ze dat doen maar uit internationaal onderzoek blijkt dat als je milieumaatregelen treft dat maar zelden leidt tot verplaatsing. Het gebeurt wel, maar dat is zelden. En dat is ook logisch, want een bedrijf die miljarden heeft geïnvesteerd in een plant in Rotterdam gaat niet zomaar vertrekken. 'Je kunt het bezwaar tegen een CO2-heffing eenvoudig neutraliseren'Ik ben niet blind voor het argument van level playing field, maar ik vind dat het nog weleens te makkelijk uit de kast wordt getrokken om maatregelen af te houden. Overigens kun je het bezwaar van het bedrijfsleven tegen een CO2-heffing eenvoudigweg neutraliseren door het geld  weer terug te geven aan het bedrijfsleven voor investeringen. Daarmee help je de voorlopers en daarmee kun je het in ieder geval op macroniveau neutraal maken.”Het bedrijfsleven moet in de volle breedte aan de slag met de klimaattransitie, merkt u dat de houding ten opzichte van verduurzaming verschilt per segment?“Dat verschilt heel sterk, neem een bedrijf als DSM. DSM is een van de bedrijven die internationaal vooroploopt als het gaat om de duurzaamheid, niet op de laatste plaats omdat ze een CEO hebben die op dat punt naam en faam heeft. Je hebt ook de Dutch Sustainable Growth Coalition, een coalitie van acht bedrijven waaronder Philips die in het kader van de klimaatdiscussie ook pleiten voor een reële CO2-prijs. En je hebt natuurlijk bedrijven waar het verdienmodel juist de klimaattransitie is. Dus je hebt ze in alle soorten, maten en gradaties. Het moeilijkste is dikwijls de energiebesparing voor de wat kleinere bedrijven die vallen onder de wet milieubeheer en maatregelen moeten treffen. Die bedrijven hebben 1,5 man en een paardenkop werken, dus die hebben wel wat anders aan hun hoofd dan energie besparen.”Hoe kan de overheid deze kleine bedrijven helpen?“De overheid helpt die kleine bedrijven bijvoorbeeld door voor sectoren lijsten te maken met voorbeelden van maatregelen die bedrijven moeten treffen. Als ze die invullen op de website voldoen ze automatisch aan de wettelijke verplichting en dan krijgen ze ook niemand op bezoek.Overigens geldt dat de twaalf grootste bedrijven in ons land bij elkaar ongeveer 75 procent van de industriële CO2-emissies veroorzaken. Als je die twaalf bedrijven aan tafel hebt en afspraken kunt maken, dan maak je meters.”Tegelijkertijd kun je stellen dat deze bedrijven vervuilen om aan de behoefte van de maatschappij te voldoen. In hoeverre is het rechtvaardig de taak bij hen neer te leggen?“Het verhaal is onthutsend eenvoudig eigenlijk: Aan het eind van het avontuur betalen wij het altijd als burgers, want alles zit verdisconteerd in de prijzen. Als het nou gaat om de auto, om deze beker of om deze zoetjes. In de eindprijs zitten allerlei verschillende elementen: daar zit de winst in, daar zitten de investeringen in en daar zitten ook de maatregelen in die het bedrijf moeten nemen voor het milieu. Dus daarom is het een diffuse discussie of het bedrijfsleven of de burger betaalt. Uiteindelijk betaalt de burger tenzij het bedrijfsleven de winst vermindert.”In hoeverre moet de arbeidsmarkt een transitie doormaken?“Dat is een groot knelpunt. Er zijn op dit moment 250.000 slecht vervulbare vacatures. Dat betekent dat die arbeidsmarkt een belemmering dreigt te worden voor die energietransitie. We hebben zowel denkwerk als handjes nodig om het werk te kunnen doen. Dat geldt overigens niet alleen voor de energiesector, maar alle sectoren. De SER is al door het vorige kabinet gevraagd om een advies uit te brengen over werkgelegenheid en energiebeleid.”Wat staat er in dat advies?“Dat er zal moeten worden geïnvesteerd in her- om- en bijscholing. En in het kader van het klimaatakkoord is er ook een taakgroep ingesteld onder leiding van de voorzitter van de SER waarin samen met de vakbeweging, de werkgevers en de departementen plannen worden uitgewerkt. Dus daar wordt aan gewerkt, maar het is voor mij wel een van de grootste zorgen bij de uitvoering van een klimaatakkoord.”Welke sectoren maken op dat vlak al stappen?“De industrie is al dikwijls zelf bezig met het organiseren; die zijn in overleg over bepaalde mbo- en hbo-opleidingen. De installatiewereld moet er ook voor zorgen dat mensen worden opgeleid. Zij waren ook betrokken bij het energieakkoord. In het begin presteerden ze goed, daarna zwakte het af, maar ze pakken het nu goed op. De installatiewereld is een heel goed voorbeeld van een branche die de problemen nu zelf aanpakt.De bouw zou een voorbeeld kunnen nemen aan wat de installatiesector doet. De bouw is altijd geneigd om bij ieder probleem te kijken naar de overheid als een grote oplosser, maar de bouw moet ook zelf aan de slag.”Van 1986 tot 1989 was u minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieu. In hoeverre heeft duurzaamheid sinds die tijd een verandering doorgemaakt?“In mijn ogen, vanuit mijn oude verantwoordelijkheid als milieuminister, is het allemaal veel te langzaam gegaan. In 1989 was ik als minister verantwoordelijk voor de eerste wereldwijde Klimaatconferentie op ministersniveau. We zijn nu twintig jaar verder. Ik vind dat het wel heel erg langzaam is gegaan na die tijd, want de problemen waren in 1989 ongeveer wel bekend.Tegelijkertijd weet ik ook dat een psychologische verandering in het hoofd van de mensen heel ingewikkeld is. Mensen laten beseffen hoe ernstig de veranderingen van het klimaat zijn, dat kost tijd.”In het Klimaatakkoord op hoofdlijnen wordt benadrukt dat de bereidwilligheid van de burger cruciaal is, maar is het niet eens tijd dat de politiek zegt: Klimaatverandering is een groot maatschappelijk probleem dat we gewoon gaan aanpakken?“Daar ben ik het helemaal mee eens. Vandaar ook dat dit kabinet heeft gezegd dat ze 49 procent CO2 gaan reduceren en wij vanuit het klimaatakkoord voorstellen zullen aandragen die moeten optellen tot die 49 procent. Het kabinet zou een slechte beurt maken als het opeens zou afwijken van die 49 procent, want dat hebben ze al een aantal keren in verschillende stukken vastgelegd. Daar nu op terugkomen maakt het kabinet politiek ongeloofwaardig.'Draagvlak is dikwijls een vluchtheuvel voor bange politici' Ik vind dat er draagvlak moet zijn bij de mensen, maar ik vind dat draagvlak dikwijls een vluchtheuvel is voor bange politici. Politici roepen heel snel draagvlak, terwijl ze eigenlijk bedoelen dat ze tegen de maatregel zijn. Je kunt maatregelen niet door de strot van mensen duwen, maar soms moet de overheid ook paal en perk stellen.Wij vinden het bijvoorbeeld heel normaal dat we in het verkeer allemaal beperkingen hebben. En als je dat vergelijkt met de gevolgen van de klimaatproblematiek dan kan het niet zo zijn dat we ieder jaar een miljard steken in het verhogen van de dijken om ons te beschermen tegen de verandering van het klimaat en vervolgens niks doen aan de oorzaak. We zijn de vrijblijvendheid voorbij.”Aan vijf sectortafels spraken het bedrijfsleven, de overheid en maatschappelijke organisaties over de invulling van het Klimaatakkoord. DuurzaamBedrijfsleven sprak met de voorzitters van alle vijf de tafels:Diederik Samsom over de kansen voor de gebouwde omgeving Pieter van Geel over de kansen voor agrifood Kees Vendrik over de kansen voor de energiesector Manon Janssen over de kansen voor de industriesector Annemiek Nijhof over de kansen voor de mobiliteitssectorAfbeelding: Adobe Stock | Portretfoto's: SER door Christiaan Krouwels