John van Schagen
06 juni 2024, 16:00

SeaO2 pakt het klimaatprobleem aan door CO2 uit zeewater te vissen

Met de technologie van SeaO2 kan een deel van de wereldwijde CO2-uitstoot ongedaan worden gemaakt. Daarvoor richt de Nederlandse start-up zich op zeewater in plaats van de atmosfeer. “Voor mij staat vast dat dit een enorme industrie gaat worden.”

Seao2 co2 zeewater Het team van de Nederlandse start-up SeaO2. | Credits: SeaO2

Weleens een scheutje azijn in een fles cola gedaan? In de frisdrank zit opgeloste CO2 en als dat mengt met zuur, dan bubbelt het omhoog. Het is precies dit scheikundige trucje dat SeaO2 nabootst. Als we vervolgens proberen te begrijpen hoe het precies werkt, dan ontkomt Ruben Brands er niet aan om het woordenboek met technische kretologie erbij te pakken.

Brands is een van de drie founders van SeaO2. Hij is de marketeer en het uithangbord, Rose Sharifian en David Vermaas zijn de mensen die aan de technologie sleutelen.

Oceaan en atmosfeer in evenwicht

“Onze machine moet je zien als een elektrochemische stack met bipolaire membranen erin. Die delen het water in een zure zijde en een basiszijde. Dit doen we met 100 procent groene energie”, vertelt Brands.

“We hoeven maar 1 procent van het zeewater door de stack te laten gaan. Door het gecreëerde zuur aan de overige 99 procent zeewater toe te voegen verandert de opgeloste CO2 in een gasvorm die wij eruit kunnen halen. Hierna voegen wij ook de gecreëerde base toe. Na dit proces van decarboniseren bevat het water een iets hogere pH-waarde en dat is wat we teruggeven aan de oceaan.”

Maar daarmee is het verhaal nog niet helemaal verteld. De oceaan zal de onttrokken hoeveelheid CO2 namelijk zelf weer aanvullen. Dit is een natuurkundig verschijnsel dat draait om evenwicht. Haal je één ton CO2 uit de zee, dan wordt eenzelfde hoeveelheid door die oceaan weer uit de atmosfeer opgenomen. Dat proces duurt ongeveer 4 tot 12 maanden.

Een betere wereld

SeaO2 is een spin-out van TU Delft en Wetsus, het kenniscentrum voor watertechnologie in Leeuwarden. “Mijn co-founder Rose Sharifian deed daar haar PhD over het filteren van CO2 uit de oceaan. David Vermaas, professor aan de TU Delft, begeleidde haar”, aldus Brands.

Zelf is hij in die periode nog actief als bedrijfsconsultant, een rol waarin er veel duurzame proposities op zijn bureau liggen. “Maar ik wilde meer impact maken en onderdeel worden van de oplossing voor het klimaatprobleem. Dat gevoel werd onder meer aangewakkerd door de geboorte van mijn kinderen”, aldus Brands.

Het is een vriend die hem in 2021 op het onderzoek van Sharifian en Vermaas wijst. Brands stuurt de wetenschappers een LinkedIn-bericht en niet veel later zitten ze samen aan tafel. “Het klikte meteen. De technologie had zich op kleine schaal bewezen, de tijd was rijp om het te commercialiseren. Dat was tweeënhalf jaar geleden, inmiddels zitten we met een team van twaalf mensen en hebben we een prototype draaien.”

Bouw van een pilot-fabriek

Dat prototype staat op de Afsluitdijk, bij REDstack. Dat bedrijf heeft daar een pilotfabriek om energie te produceren door een ingenieus mengproces van zout en zoet water. Voor SeaO2 geldt dit als de ideale plek. Er is water in de buurt en de infrastructuur ligt er al.

Met deze machine kan SeaO2 nu één ton CO2 per jaar uit de oceaan vissen. Dat is voor zo’n jong bedrijf al een prestatie van formaat, maar stelt op wereldniveau nog weinig voor. Ter vergelijking: wereldwijd ligt de uitstoot van koolstofdioxide op zo’n 40 gigaton (12 nullen).

“We bouwen nu aan een nieuwe pilotfabriek met een capaciteit van 250 ton per jaar. Zo groeien we door naar 2,5 kiloton in 2026, 25 kiloton een jaar later en megatonschaal in 2030. Tussen 2040 en 2050 gaat het om minimaal één gigaton. Dan gaan we echt impact maken.”

Waarom richt SeaO2 zich eigenlijk op de oceaan en filter het de CO2 niet rechtstreeks uit de atmosfeer? Daar is een logische verklaring voor. “Water kent een veel hogere CO2-dichtheid dan lucht. Het proces kost minder energie. Daarnaast hoeven we geen chemisch goedje te gebruiken, zoals bij direct air capture wel het geval is.”

De verdienmodellen

Het opschalen van de technologie is niet de enige uitdaging van Brands en zijn team. Minimaal net zo belangrijk is het antwoord op de vraag hoe zij hier geld aan gaan verdienen. SeaO2 wedt in dit stadium nog op meerdere paarden.

Zo verkoopt de start-up al carbon credits, soort CO2-couponnen. Bedrijven die al emissies reduceren zetten die in om hun eigen, overgebleven uitstoot te compenseren. Klarna en Ledgy nemen dit product al van SeaO2 af. Daarnaast ziet Brands een verdienmodel in bedrijven die CO2 nodig hebben.

“Dan kun je bijvoorbeeld denken aan de glastuinbouw en frisdrankproducenten. Maar ook rederijen zijn een potentiële afnemer, waarbij de CO2 wordt gebruikt om synthetische brandstof mee te maken. Deze sector staat nog helemaal aan het begin van een grote verduurzamingsslag.”

Verder is SeaO2 in het bezit van één patent, maar daar komen er waarschijnlijk nog meer bij. Het bedrijf kan die in de toekomst commercialiseren door de technologie aan andere partijen te verkopen.

En dan is er nog een partnership met Paebbl, een Rotterdams bedrijf dat CO2 omzet in steenpoeder. Dat wordt gebruikt als duurzame grondstof voor beton.

Funding opgehaald

Tot nu toe waren er subsidies en betaalden de founders verder alles uit eigen zak. Komende maand verwacht Brands een financieringsdeal bekend te kunnen maken.

Over de deal zelf wil hij nog niks zeggen, behalve dat het om een bedrag van zes nullen gaat. “Voor mij staat vast dat dit een enorme industrie gaat worden. Ik beschouw andere partijen ook niet als concurrenten, we hebben iedereen keihard nodig om het klimaat te redden.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Met nieuwe Energiewet krijgt de transitie een duw in de rug: ‘Raamwerk waar veel acties uit moeten volgen’

Op de SP, JA21 en FvD na, stemde de gehele Tweede Kamer in met de nieuwe Energiewet van demissionair minister Jetten (Klimaat en Energie). In blessuretijd, nota bene; het duurt naar verwachting niet lang meer voor er een nieuw kabinet op het bordes staat. Voor een groot deel is de Energiewet een verschoonde variant van zijn twee voorgangers: de elektriciteits- en gaswet. Die zijn samengevoegd, geactualiseerd en aangevuld met nieuw Europees beleid. Daarmee moet de wet beter aansluiten op de energietransitie en de uitdagingen die daarbij komen kijken. “De oude wetten stammen nog uit 1998”, vertelt Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). “Sommige dingen veranderen in een kwart eeuw niet zo veel, maar ons energiesysteem wel degelijk. Toen de oude wetten werden aangenomen, waren we nog gasexporteur en hadden we misschien een slordige 1 procent duurzame energie. Dat illustreert denk ik goed hoe erg de wereld in de tussentijd is veranderd.” ‘Logisch’ Dat de elektriciteits- en gaswet zijn samengevoegd, vindt Van der Gaag een goede zet. “Het is overzichtelijk zo. Bovendien is het voor de energietransitie ook heel logisch. De beslissingen over gas en elektriciteit staan namelijk nooit los van elkaar. Als je in een wijk bijvoorbeeld hybride warmtepompen wil installeren en die met groen gas wil voeden, dan heb je al te maken met een integratie van gas en elektriciteit. Als die in verschillende wetten zijn opgenomen, kan dat snel tegenstrijdigheden opleveren. Dat soort gedoe zie ik liever niet, dat is allemaal ruis op de lijn.” Aansluiting delen Een belangrijk element van de nieuwe Energiewet is ‘cable pooling’, ofwel het delen van een stroomaansluiting door bedrijven. Voorheen moest ieder bedrijf of duurzaam project bij wet zijn eigen stroomaansluiting hebben. Omdat het stroomnet tijdens piekuren inmiddels flink onder druk staat, zijn netbeheerders spaarzaam met het uitdelen van nieuwe stroomaansluitingen aan bedrijven. Het delen van aansluitingen zou de druk op het net moeten verlagen. Volgens Van der Gaag is het wederom een logische keuze. “Het is goed voor de energietransitie als er meer stroom gedeeld wordt, en ook als er meer data over het stroomnet wordt verzameld. Om netcongestie aan te pakken, is het goed om te weten welke maatregelen effectief zijn op welke plekken. Netcongestie is eigenlijk hetzelfde als file op de weg, alleen kun je het niet met je ogen zien. Daarom is het verzamelen en delen van informatie cruciaal. Dat wordt met deze wet makkelijker gemaakt.” Juridische eenheid Wel ziet hij graag dat de wet in de toekomst uitgebreid wordt, zodat meer soorten partijen – dus niet alleen bedrijven – een stroomaansluiting kunnen delen. “Ook wordt er nu nog van cable poolers geëist dat zij een juridische eenheid met elkaar vormen. Dat vind ik een onnodige ballast. Als een groep bedrijven aangeeft een aansluiting te kunnen delen en de netbeheerder keurt dat goed, dan zie ik niet in waarom je van die bedrijven zou vragen een juridische eenheid te vormen.” Onderling delen Een ander belangrijk aspect van de wet is dat energieconsumenten – dus ook burgers – meer rechten krijgen om als producent van energie op te treden. Dat wil zeggen: wanneer je als huishouden met zonnepanelen duurzame stroom opwekt, mag je die nu verkopen aan iemand anders, bijvoorbeeld een gezin in de straat. Dat geldt ook voor energiecoöperaties die hun stroom aan andere klanten mogen gaan leveren. Voorheen mocht die stroom alleen teruggeleverd worden aan de netbeheerder. Verder worden burgers beter beschermd tegen het gedrag van hun energieleveranciers. Zo mag de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vergunningen intrekken van leveranciers die burgers onaangenaam benaderen met verkooptactieken, en een wervingsstop opleggen wanneer regels worden geschonden. Ook worden burgers beter beschermd in het geval dat hun energieleverancier failliet gaat. Concrete acties Volgens Van der Gaag is het positief dat de Energiewet is aangenomen. Maar uit de uitwerking ervan moet blijken of hij ook zijn beoogde doel bereikt. “Het is een raamwerk waar veel concrete acties uit moeten volgen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat we de doorlooptijd van de ontwikkeling van duurzame-energieprojecten en stroomnetten versnellen. Heel vaak duren die procedures acht tot tien jaar, en die tijd hebben we niet. De bouw zelf duurt uiteindelijk maar zo’n twee jaar, dus ik vind dat het hele proces niet veel langer zou moeten duren dan dat. Zoiets kan natuurlijk niet in deze wet staan, maar het is wel een belangrijke vervolgstap.” De minister moet nu de wet nog door de Eerste Kamer zien te loodsen, al lijkt dat gezien de brede steun onder de partijen in de Tweede Kamer geen probleem. Als de wet het haalt, wordt hij begin 2025 van kracht. Lees ook: Opmerkelijk: aan deze windturbine laad je je elektrische fiets opOffshore windpark levert altijd stroom dankzij opslagtank op zeebodemHoe kolenmijnen de groene transitie een handje kunnen helpen