André Oerlemans
15 mei 2025, 10:00

Industrie klaar om schoon ijzerpoeder van RIFT te gebruiken als energiebron: voor € 3 miljard aan contracten op stapel

Een gigaton aan CO2-uitstoot besparen door industrieën wereldwijd te laten draaien op ijzerpoeder als energiebron. Het doel van RIFT komt dichterbij nu de Eindhovense start-up op het punt staat voor 3 miljard euro aan contracten te tekenen met bedrijven die de technologie willen gaan gebruiken. Het team van Bill Gates kijkt mee en is happy.

Mensen voor een fabriek Het team van RIFT bij de nieuwe demonstratiefabriek voor ijzerpoeder in Arnhem. | Credits: RIFT

Na jaren van testen en verbeteren en nog eens testen en verbeteren is het bijna zover. RIFT kan zijn ijzerpoedertechnologie gaan verkopen aan de industrie. Diverse bedrijven hebben al een intentieovereenkomst met de start-up gesloten. De eerste commerciële contracten zullen naar verwachting deze zomer getekend worden. Dan kan de uitrol naar de markt beginnen. “Die contracten hebben een totale waarde van 3 miljard euro”, zegt CEO en medeoprichter Mark Verhagen. “Dat is een flink bedrag, maar we praten slechts over een fractie van de industrie. Het is echt een gigantische markt.”

1 Gigaton minder CO2-uitstoot

RIFT staat voor Renewable Iron Fuel Technology. De start-up is een spin-off van een studententeam van de TU Eindhoven en zag in 2020 het licht. Inmiddels werken er ruim zestig mensen. Doel is de industrie te verduurzamen door de verbranding van ijzerpoeder als schoon alternatief voor olie en gas op de markt te brengen. Die industrie is nu verantwoordelijk voor een derde van de wereldwijde CO2-uitstoot en daarmee een grote veroorzaker van klimaatverandering. Bij het verbranden van ijzerpoeder wordt geen directe CO2 uitgestoten, zodat de technologie in potentie 1 gigaton aan CO2-uitstoot kan besparen in 2050. Dat is zeven keer de huidige uitstoot van Nederland.

Circulair systeem

Het systeem van RIFT bestaat uit twee installaties. De eerste is de brandstoffabriek waar het ijzerpoeder wordt gemaakt. Dat wordt verbrand in een andere installatie, de boiler. De vlamtemperatuur is 2.000 graden Celsius en de temperatuur van de geproduceerde industriële warmte kan oplopen tot circa 1.000 graden, afhankelijk van de toepassing. Van het roest dat daar overblijft, wordt in de eerste fabriek opnieuw ijzerpoeder gemaakt, met behulp van waterstof. Zo is de cirkel rond.

Nieuw ingekocht

RIFT koopt zijn eerste hoeveelheid ijzerpoeder nieuw in. Voor die grondstof is er een grote, bestaande markt. Producenten verhitten oud ijzer in een elektrische oven, die draait op groene stroom. De hete metalen die dan ontstaan worden onder hoge druk bespoten met water, waardoor er kleine druppeltjes ontstaan. Eenmaal afgekoeld vormen die ijzerpoeder. “Dit wordt in de wereld op grote schaal geproduceerd, dus dat kopen we in. Daarna gaan we het circulair gebruiken”, stelt Verhagen.

Abonnement op ijzerpoeder

De demo-installatie van de brandstoffabriek staat nu in Arnhem. Die van de eerste boiler staat in Helmond. Daar levert RIFT energie aan het warmtenet van Ennatuurlijk, waar 6.500 huishoudens op zijn aangesloten. In het businessmodel van RIFT is het de bedoeling dat bedrijven straks zelf een boilersysteem voor ijzerpoeder aanschaffen. Dat komt naast hun huidige systemen te staan, die als back-up blijven fungeren. Vervolgens sluiten ze met RIFT een abonnement voor vijftien jaar af voor de levering van ijzerbrandstof. Dat wordt via een truck aangevoerd en gelost in een silo. Na verbranding gaat het roest terug naar de brandstoffabriek van RIFT om weer tot ijzerpoeder te worden verwerkt.

Bill Gates

RIFT wordt financieel gesteund door de EU via een OPZuid-subsidie en door verschillende investeringsfondsen en partners, waarvan het Breakthrough Energy Fellows-programma van Bill Gates in 2022 een van de meest opvallende was. Ook Gates denkt dat de baanbrekende ijzerbrandstoftechnologie grote impact kan hebben op de verduurzaming van de industrie. De start-up is een van de vijftien bedrijven in de wereld die uitgekozen is voor dit programma. “Van dat geld hebben we twee jaar geleden ons eerste industriële prototype kunnen bouwen. Die hebben we getest en daarna ook weer afgebroken. In plaats daarvan hebben we weer nieuwe systemen gebouwd, zoals onze eerste pilotinstallatie”, zegt Verhagen.

CEO Mark Verhagen demonstreert aan toenmalig minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat hoe ijzerpoeder omgezet wordt in energie | Credit: RIFT

Industrieel gebruik

Met die installaties zijn voortdurend testen gedaan en is steeds een verbeterslag gemaakt. Doel is om met dezelfde hoeveelheid ijzerpoeder steeds meer energie te produceren en bij de productie van dat ijzerpoeder steeds minder waterstof per kilo te gebruiken. De testen moesten ervoor zorgen dat er steeds minder fouten optraden tijdens het proces. Nu draait de installatie foutloos. “Bij dat testen ging er nogal eens wat mis, maar nu zetten de operators ’s avonds de installatie uit omdat ze naar huis moeten. Dat kun je het echt industrieel gaan gebruiken”, stelt Verhagen.

Naar de markt

In september vorig jaar haalde RIFT bij een nieuwe investeringsronde 11 miljoen euro aan groeikapitaal op van een groep investeerders en aandeelhouders, zoals Invest-NL en pensioenfonds PGGM. Met name die bijdrage noemt de CEO bijzonder. Ook het pensioenfonds gelooft namelijk dat ijzerbrandstoftechnologie industriële processen CO2-vrij kan maken. Verder is het een goede energiebron voor warmtenetten. Met die kapitaalinjectie kon RIFT demo-installaties bouwen, laatste testen afronden en de eerste commerciële contracten met bedrijven gaan opstellen.

Concrete projecten

Daarom komt het doel binnen bereik. Toch zal het volgens Verhagen nog even duren voordat alle installaties zijn opgeleverd. “Een brandstoffabriek bouw je niet in een half jaar”, zegt hij. “De fabrieken bij de projecten die we nu realiseren zullen pas in 2028 of in 2029 operationeel zijn. Maar het wordt nu wel echt concreet.”

Kijk hier hoe Mark Verhagen het doel van RIFT uitlegt:

Onhaalbaar

RIFT ziet zijn technologie als dé oplossing voor industrieën die moeilijk van olie en gas kunnen afstappen. Verhagen is al sinds zijn afstuderen bezig met haalbaarheidsstudies naar decarbonisatie van industriële warmte. In eerste instantie focuste hij op verduurzaming via waterstof en elektrificatie. Verhagen: “Ik heb toen heel veel haalbaarheidsstudies gedaan voor allerlei bedrijven, maar 95 procent kwam uit op rood licht. Toen dacht ik: hoe gaan we dit ooit voor elkaar krijgen?”

Goedkope waterstof

Want elektrificatie stokt vaak door netcongestie of gebrek aan voldoende stroom. Ook de productie van groene waterstof komt maar moeizaam van de grond. Vooral de distributie via gasleidingen stuit op problemen. Het ijzerpoeder van RIFT is eenvoudig te produceren en kan gemakkelijk en goedkoop over grote afstanden getransporteerd worden. Een brandstoffabriek kan meerdere boilers bevoorraden. In Nederland, in andere Europese landen, maar ook in de VS, Canada of Noord-Afrika. Ter plekke wil RIFT goedkope waterstofbronnen gebruiken bij de productie van ijzerpoeder. In Noord-Europa kan dat groene waterstof zijn, die met waterkracht wordt gemaakt. In Europa en Noord-Amerika focust het bedrijf op blauwe waterstof, gemaakt van aardgas, maar met afvang en opslag van CO2. Maar ook op witte waterstof, die gewoon in de bodem te vinden is en waarvan grote hoeveelheden zijn gevonden in Frankrijk. In Afrika is groene waterstof gemaakt met zonne-energie een optie.

Happiness

Ondertussen volgen de mensen van Bill Gates’ Breakthrough Energy Fellows-programma de ontwikkeling van RIFT. Eens in de zoveel tijd komen alle geselecteerde bedrijven samen op een centrale locatie. Verhagen komt de miljardair en weldoener dan persoonlijk tegen. “Hij vindt onze technologie interessant, anders waren we ook niet geselecteerd”, zegt hij. “Hij ziet dat we een gigantisch probleem moeten oplossen en als er resultaten worden geboekt dan zie ik bij hem en bij de rest van zijn team de happiness.”

Lees ook:

350 luchtvaart-insiders slaan alarm: 'Ons businessmodel is onhoudbaar'

Het gaat de verkeerde kant op met het klimaat en de luchtvaart neemt daar te weinig verantwoordelijkheid voor. Dat is de boodschap van het nieuwe collectief Call Aviation to Action, een initiatief van vijf luchtvaartprofessionals, waaraan inmiddels bijna 350 bezorgde sectorgenoten zich hebben verbonden.Van de vijf initiatiefnemers is woordvoerder Karel Bockstael de bekendste. Hij werkte ruim dertig jaar bij KLM, de laatste drie jaar als directeur duurzaamheid, en weet dus waarover hij het heeft als hij zegt dat de sector ‘zichzelf in een hoek heeft geschilderd’. Gevangen in systeem Het businessmodel van de luchtvaart klopt niet meer, zegt hij. "De wereldluchtvaart houdt zichzelf gevangen in een systeem van lage prijzen en kleine marges. Het is een vicieuze cirkel: lage prijzen zorgen voor meer vraag, meer vraag zorgt voor meer aanbieders, meer aanbieders betekent meer concurrentie. Meer concurrentie zorgt ervoor dat de prijzen verder dalen en de marges nog meer onder druk komen te staan. Om overeind te blijven in dat geweld, zit er voor luchtvaartmaatschappijen maar één ding op: doorconcurreren en doorgroeien."Als we dat pad blijven volgen, voorziet hij, is de luchtvaart in 2050 verantwoordelijk voor een kwart van de CO2-uitstoot – terwijl Europa juist koerst op netto klimaatneutraal vliegen. "Uiteindelijk krijgt de sector dan het deksel op de neus", zegt Bockstael. "Als de luchtvaart zelf niet genoeg doet om te verduurzamen, wat nu het geval is, zal dat vroeg of laat met harde regelgeving worden opgelegd. Nu heeft de industrie nog de kans om zelf de regie te pakken en de toekomst in eigen hand te nemen." Geen groei, maar schaarste Een toekomstbestendige luchtvaart begint volgens Call Aviation to Action met het op de schop nemen van het businessmodel. "De wereldluchtvaart moet gaan opereren vanuit schaarste, in plaats van oneindige groei. Schaarste die moet worden gecreëerd aan de hand van een mondiaal koolstofbudget voor de luchtvaart", zegt Bockstael. "Volgens het principe van het Parijsakkoord: wat mag de sector de komende 25 jaar nog uitstoten om onder de 2 graden opwarming te blijven?"Zo'n budget is er niet voor de luchtvaart; de sector werd bij het ondertekenen van het Parijsakkoord in 2015 van de afspraken uitgesloten. VN-luchtvaartorganisatie ICAO heeft geprobeerd om de industrie alsnog aan het akkoord te verbinden, maar dat is volgens Bockstael ‘fenomenaal mislukt’."Er zijn nog te veel landen die er geen baat bij hebben om de luchtvaart aan banden te leggen", zegt hij. "De olieproducerende staten, de economieën in ontwikkeling in het mondiale zuiden, waar de luchtvaart letterlijk nog van de grond moet komen. 80 procent van de wereldbevolking heeft nog nooit gevlogen; de helft van de CO2-uitstoot van vliegen wordt veroorzaakt door slechts 1 procent van de mensen." CO2-budget terug op de agenda Call Aviation to Action wil het koolstofbudget, een uitstootplafond dat elk jaar daalt, terug op de agenda krijgen. Dat zou op mondiaal niveau verdeeld moeten worden, vindt Bockstael, waarbij opkomende economieën meer ruimte krijgen."Ook dat is geen nieuw idee", zegt hij. "Dat ligt aan de basis van het Parijsakkoord. De luchtvaart en scheepvaart zijn destijds uitgesloten omdat door de internationale transportbewegingen lastig is om te bepalen aan welk land de emissies moeten worden toegewezen: het land van aankomst of vertrek?"Wil de sector toekomstbestendig blijven, dan zal er volgens Call Aviation to Action toch echt een oplossing voor dit vraagstuk moeten worden gevonden. Op mondiaal niveau. Bockstael: "We hebben in de eerste plaats organisaties nodig die de handschoen oppakken en de budgetten per land vaststellen." Daar ziet hij een rol voor de ICAO, het International Energy Agency (IEA) en de International Air Transport Association (IATA). "Die doelen moeten door de industrie worden omarmd en samen met de overheid worden vastgelegd. De overheid moet ook zorgen voor regulering." Innovatie aanjagen Daarvoor is een combinatie van maatregelen nodig, denkt hij: naast het koolstofbudget gaat het onder meer om vliegbelastingen en strengere regels voor het gebruik van duurzame brandstoffen, maar ook extra investeringen in vliegen op waterstof en batterijtechnologie. Technologieën die nu nog in de kinderschoenen staan.Met een koolstofbudget komt ook de innovatie volgens Bockstael automatisch op gang. "Bedrijven gaan dan vanzelf meer innoveren om de emissies omlaag te krijgen; die willen binnen de beschikbare CO2-ruimte zoveel mogelijk blijven vliegen. Krimp is niet het doel, al zal de verduurzaming de prijs van vliegtickets onvermijdelijk opdrijven. Nog zo’n taboe in de luchtvaart."Het is een heikel punt: om te veranderen, zal de sector allereerst moeten toegeven dat het zo niet verder kan. Dat is volgens Bockstael het voornaamste doel waarmee Call Aviation to Action is opgericht. "We bouwen aan een beweging van luchtvaartprofessionals die deze realiteit onder ogen zien. We willen tot in de bestuurskamers doordringen met het geluid dat het anders moet - in het belang van de industrie." Haaks op de lobby Dat gebeurt nog nauwelijks, ziet Bockstael. "Er wordt simpelweg niet over gepraat. Bestuurders hebben er niet zoveel aan om er publiekelijk voor te pleiten dat het roer om moet, die zullen altijd pleiten voor groei. Terwijl ze er achter de schermen heus van doordrongen zijn dat het anders moet. Die boodschap staat alleen haaks op de huidige lobby."Volgens de luchtvaartexpert is dat geen onwil: de intentie is er wel, maar de financiële ruimte voor radicale verduurzaming ontbreekt. Illustratief zijn de investeringen die wél worden gedaan; maatschappijen steken wel geld in het vernieuwen van de vloot - nieuwe vliegtuigen zijn zuiniger en dus goedkoper – maar nauwelijks in het bijmengen van duurzame brandstof (SAF), omdat dat bijna drie keer zo duur is als gewone kerosine. "Daar zouden luchtvaartmaatschappijen heel snel grote stappen kunnen maken, maar dat kunnen ze zich niet veroorloven, dan prijzen ze zichzelf uit de markt." De mond gesnoerd Hoe dan ook stellen luchtvaartorganisaties het bepaald niet op prijs als medewerkers afwijken van het officiële bedrijfsstandpunt. De 350 ondertekenaars van het manifest steunen het initiatief dan ook op persoonlijke titel, een deel kiest ervoor de naam van de werkgever weg te laten. "Een enkeling is door zijn leidinggevende opgeroepen om zijn naam van de lijst te halen", zegt Bockstael. "Mensen worden soms letterlijk de mond gesnoerd."Dat is – zij het in mindere mate – ook zijn ervaring als directeur duurzaamheid bij KLM. "Het is heel lastig om van de corporate hoofdlijn af te wijken."Bockstael werkt sinds zijn vertrek bij KLM als zelfstandig adviseur en consultant. "Dat maakt het makkelijker om naar buiten te treden", beaamt hij. "We hopen nu het stilzwijgen in de bestuurskamers te doorbreken en hebben de indruk dat dat behoorlijk goed aan het lukken is. We krijgen veel positieve respons."Het zijn ook niet de minsten die zich achter het initiatief scharen, leert een blik op de lijst van ondertekenaars: diverse bestuurders van luchthavens, vliegtuigfabrikanten, brandstofleveranciers en onderzoeksinstituten en – niet verwonderlijk – veel duurzaamheidsdirecteuren van luchtvaartmaatschappijen.Het zijn mensen die het fijn vinden dat de olifant in de kamer eindelijk eens wordt benoemd, zegt Bockstael. "Omdat ze, net als ik, willen dat hun kinderen en kleinkinderen over dertig of veertig jaar nog steeds kunnen vliegen." Lees ook:Multinationals dringen uitstoot zakenvluchten terug, maar reductiedoelen hebben de meeste niet Hoe ziet Schiphol er in 2050 uit? ‘Ook dan is vliegen nog niet klimaatneutraal’ Onderzoekers doen nog een poging om vliegen, varen en rijden op algenolie rendabel te maken