Rianne Lachmeijer 10 oktober 2019, 08:39

Directeur Arcadis: ‘Je kunt duurzaamheid niet blíjven aanjagen’

Arcadis Nederland wil niet alleen in de eigen onderneming duurzaamheid op orde hebben, maar ook de branche in beweging brengen. Daarvoor is doorpakken noodzaak, weet algemeen directeur Gert Kroon. ‘Op een gegeven moment moet je de volgende ontwikkelingsstap zetten, want anders vallen mensen terug in hun oude patroon. Wij zitten op zo’n kantelpunt.’

Arcadis

Industry game changer worden. Dat is het eindpunt dat Arcadis voor ogen heeft. Het is het zesde en laatste ontwikkelstadium op het gebied van duurzaamheid in het schema dat de advies en ingenieursorganisatie volgt. Arcadis bevindt zich nu tussen stap twee en drie in. Doorpakken is noodzaak, stelt algemeen directeur Gert Kroon. Niet alleen voor Arcadis zelf, maar elk bedrijf moet maatschappelijk verantwoord ondernemen in de organisatie doorvoeren en nastreven in de toevoer- en afzetketen om relevant te blijven.

  Niet elk bedrijf hoeft daarbij een industry game changer te worden. Het is ook geen doel op zich, maar voor ons een middel om onze missie te realiseren. De kwaliteit van leven verbeteren staat namelijk sinds de oprichting van de organisatie centraal; toen in 1888 een aantal landeigenaren bij elkaar kwamen om het leven op het platteland te verbeteren door de landbouw te moderniseren. “Dat is het fundament onder het bedrijf. 130 jaar later is ’Improving quality of life’ nog steeds onze missie. Je kan allerlei strategieën hebben, maar een missie legt een fundament onder een bedrijf.”

Kroon benadrukt dat het belangrijk is voor Arcadis om in te zetten op duurzaamheid om relevant te blijven. “Als we dat niet doe dan verlies ik de wedstrijd om de beste mensen aan onze organisatie te binden. En als ik die mensen niet heb dan ben ik als bedrijf ten dode opgeschreven.” Als hij een praatje voor geïnteresseerde studenten, potentiële Arcadis-medewerkers, houdt dan gaan de vragen niet langer over arbeidsvoorwaarden en leaseauto’s, maar over het duurzaamheidsbeleid en hoe Arcadis inzet op maatschappelijk verantwoord ondernemen.

“Als ik daar geen goed antwoord op kan geven, dan gaan die mensen niet bij Arcadis werken en als die mensen niet bij mij werken dan heb ik niks. Zoals onze allerhoogste CEO Peter Oosterveer zegt: ‘Ons meest waardevolle bedrijfsmiddel zijn onze mensen’. Die lopen elke avond de deur uit en dan moet je hopen dat ze morgen weer terugkomen. Dus die moeten terug willen komen, omdat ze het mooi vinden om hier te werken.”

Welke meerwaarde levert het inzetten op duurzaamheid op voor medewerkers, klanten en de maatschappij?

“Mensen werken bij Arcadis, omdat ze iets willen terugzien van wat ze doen. Wat wij adviseren en ontwerpen dat wordt buiten gerealiseerd, zeg ik altijd. Dus als ik buiten rondloop kan ik zeggen aan die brug of dat station hebben we gewerkt. Mensen willen in toenemende mate ook het gevoel hebben dat ze bijdragen aan een betere wereld, dus onze duurzaamheidsdoelstellingen sluiten aan bij de ambities en de passies van de mensen die bij ons werken. Die willen eigenlijk niet tegen hun kinderen zeggen: ‘Papa heeft de vergunning geregeld voor deze kolencentrale’. Dat voelt niet lekker. Natuurlijk is er een grijs gebied: wij werken ook nog aan minder duurzame projecten zoals industrieën die CO2 uitstoten. Maar in de overgang naar een economie, dat voor het overgrote deel op duurzame energiebronnen draait, zijn wij nog van deze industrieën, afhankelijk.

'Wij werken ook nog aan minder duurzame projecten'

Ook voor klanten is het belangrijk om zich te realiseren dat we niet door kunnen gaan op de manier waarop het nu gaat. We moeten duurzaamheidprincipes omarmen om relevant te blijven. Iedereen moet natuurlijk voor zichzelf vertalen wat dat betekent. Dat is voor een postbedrijf anders dan voor een spoorbedrijf, maar ieder kan voor zichzelf nagaan: wat is mijn positie over tien à twintig jaar als ik blijf doen wat ik nu doe, ben ik er dan nog? Nee, is het antwoord daarop. Als je niet mee verandert, dan ben je er niet meer.”

Hoe kijken medewerkers die al langer in dienst zijn tegen duurzaamheid aan?

“Ik hoor bij die groep. Ik werk hier al 27 jaar. Ik denk dat iedereen een zekere mate van duurzaamheid heeft. Dat sluit aan op de missie die wij al 130 jaar hebben. Dus ook de mensen die dertig jaar geleden bij ons bedrijf kwamen, zijn een beetje besmet met, wat ik noem, het improving quality of life-virus. Maar je ziet wel dat de generaties die nu komen meer bevlogen zijn dan mijn generatie.”

Een makkie dus om duurzaamheid te integreren? Of niet?

“Ik ben er ook heel optimistisch over dat we die stappen gaan zetten. Wij doen al heel veel en we stoppen er ook heel veel energie in. Het moet nog steeds worden aangejaagd door de duurzaamheidsmanagers. Op het moment dat je niet doorpakt, dan gaat het op een gegeven moment verslappen, want je kunt niet blijven aanjagen. Op een gegeven moment moet je de volgende ontwikkelingsstap zetten, want anders vallen mensen terug in hun oude patroon. Wij zitten op zo’n kantelpunt.

'Ik ben heel optimistisch over de stappen die wij gaan zetten'

Wij willen er naartoe dat duurzaamheid geïntegreerd is in alles wat we doen. Dat duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van een project net als het managen van tijd en geld. Dat is best lastig, want dat betekent dat je in alles wat je doet, in al je processen en afwegingen, duurzaamheid meeneemt. Dat is lastig administratief gezien. Als we duurzaamheid willen gaan meten dan moeten we zaken gaan registreren. Alleen dan maak je vooruitgang inzichtelijk, kun je rapporteren, leren en verbeteren. Een hoop mensen vinden het harstikke mooi om duurzame dingen te bedenken, maar vervolgens moeten ze die zaken ook registreren. Die processen moeten op gang komen, zodat mensen het normaal gaan vinden. Dat is ook bij de bevlogen mensen een lastige hobbel om te nemen. Daarom staan we ook nog ‘pas’ op stap drie.

En het betekent bijvoorbeeld dat als je bij een klant komt, de vraag moet stellen: Willen we voor deze klant werken? Voldoet hij aan onze duurzaamheidseisen?”

Hebben jullie al eens potentiële klanten afgewezen?

“Wij proberen heel nadrukkelijk met klanten in gesprek te gaan door ze met hun eigen doelen te confronteren. ProRail is een mooi voorbeeld, dat is een zeer gewaardeerde klant van ons. ProRail heeft zichzelf een aantal doelen gesteld. En één daarvan is: alle stroom die we nodig hebben om treinen te laten rijden willen we zelf opwekken.

Dus toen wij de plannen zagen voor station Eindhoven stelden wij hen de vraag: waarom zien wij geen duurzame energieopwekking in deze plannen? We gaan een enorm groot dak realiseren, dan denken wij aan zonnepanelen. Toen zij vertelden dat het een monument is waardoor het aangezicht niet mag veranderen, zeiden wij: ‘Als wij het zo veranderen dat wij zonnepanelen integreren op een manier waarop zij niet zichtbaar zijn, is het dan wel goed? En is er dan ook budget?’. Dan trigger je de klant. Uiteindelijk is dat ook gebeurd en is daar een heel mooi station gerealiseerd, waarbij een belangrijk deel van de elektriciteit wordt opgewekt binnen het station zelf. Dat is een voorbeeld van hoe wij onze klanten wel proberen aan te spreken op hun gedrag.

'In Polen hebben we een opdracht voor een kolencentrale uitbreiding geweigerd'

Klanten echt weigeren is natuurlijk spannend. Hoewel ik me kan voorstellen dat we klanten die er aantoonbaar een potje van maken en grote vervuilers zijn, zouden weigeren. Wij hebben in Polen een opdracht geweigerd voor een uitbreiding van een kolencentrale. Wij werden gevraagd om daar de vergunning voor te regelen en wij hebben tegen die klant gezegd dat het te ver afstaat van onze missie. Eigenlijk vinden we dat kolengestookte centrales moeten stoppen, dan moeten we niet gaan meewerken aan een vergunning voor een uitbreiding van een kolengestookte centrale.”

Arcadis heeft vijf duurzaamheidspilaren gedefinieerd: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit en duurzame mobiliteit. Heeft een bepaald onderwerp de overhand?

“Dat heb ik tot nu toe nog niet ervaren. De uitdaging is juist om meerdere duurzaamheidsthema’s te combineren en te integreren in onze oplossingen, vanuit de behoeften van onze klanten en eindgebruikers. Op deze manier creëren we waarde en maken we een zo groot mogelijke impact. Je hebt natuurlijk wel trends in duurzaamheid. Als je nu kijkt wat de ‘hotte’ thema’s zijn, dan gaat circulair nu heel sterk opkomen en is plastic een thema dat enorm speelt. Wij hebben bijvoorbeeld alle cateraars de opdracht gegeven om vanaf half oktober geen plastic meer in onze kantines te gebruiken. Dan doe je dus mee aan wat op dit moment belangrijk is. Maar je moet oppassen dat je dat niet inlevert tegen de oude doelen.

Wij hebben bijvoorbeeld een heel harde doelstelling voor CO2-reductie, die blijft belangrijk. Tussen 2010 en 2020 gaan wij 40% van onze footprint verlagen en wij willen uiteindelijk zo dicht mogelijk bij nul komen met onze uitstoot door allerhande maatregelen. We zijn goed op weg. Tot en met 2018 hebben we al 39% reductie gerealiseerd. Daar ben ik trots op.”

Wat voor maatregelen gaat het om?

“Door kantoren bij IC-stations te plaatsen en al onze medewerkers aan NS-business card te geven. De elektriciteit voor kantoren moet allemaal groen zijn. En we willen uiteindelijk onze hele autovloot door elektrische auto’s vervangen of misschien zelfs uitbannen.

'Een maatregel om niet meer te vliegen is niet realistisch'

We vliegen ook nog weleens. We hebben een contract gesloten met KLM over biobrandstof. Dat is niet ideaal, maar beter dan dat het was. Zo moet je op een gegeven moment ook pragmatisch zijn. Een maatregel om niet meer te vliegen is niet realistisch. We zullen moeten vliegen, laten we dan kijken hoe we het zo duurzaam mogelijk kunnen doen. En misschien kunnen we KLM in de toekomst nog verder stimuleren om met technologische ontwikkelingen op korte afstanden elektrisch te vliegen.”

Arcadis is actief in de bouw- en infrastructuur. Een traditionele markt. Hoe is die in beweging te krijgen?

“Om die traditionele bouwsector duurzaam te maken, moet je goed kijken hoe het systeem in elkaar zit. Heel veel aannemers hebben bijvoorbeeld eigen asfaltcentrales. Die centrales moeten draaien, dus zij hebben er belang bij dat in de projecten asfalt wordt gebruikt. Dus de structuur van die sector moet anders. Het moet niet jouw belang zijn om veel asfalt te draaien, nee je moet juist proberen om zo min mogelijk asfalt nodig te hebben. Dat vraagt om omdenken. En dat begint met dat ter discussie te stellen.”

In hoeverre is het mogelijk om nu al als game changer te acteren?

“Het verhaal moet zodanig zijn dat je de aannemer kunt uitleggen dat het op de lange termijn voor hem ook beter is. Hij moet het niet doen omdat Arcadis het wil. Dat is geen driver, maar hij moet het doen omdat hij het inzicht heeft gekregen dat dit de enige toekomst is. Dat een andere toekomst eindig is en dat die eindigheid veel sneller nabij is dan we met elkaar dachten. Dat is ook zijn belang.

'Nemen de Google‘s en de Amazon’s het werk van ons over?'

Een ander voorbeeld: Qua CO2-uitstoot is de productie van beton buitengewoon slecht. Beton heeft natuurlijk een aantal hele mooie eigenschappen. Daarom wordt het als bouwmateriaal gebruikt, maar je kan natuurlijk een heel groot deel van het probleem al verminderen of mitigeren als je het bestaande beton hergebruikt, want dan hoef je niet steeds weer nieuw te produceren. Dit kan tot 70 procent aan CO2 uitstoot schelen. Dus die hele circulariteitsgedachte is cruciaal voor de bouw.”

Hoe ziet de sector er over vijftig jaar uit?

“Vijftig jaar is heel ver weg. Wij kijken nu naar 2030. Er is een aantal hele grote bewegingen gaande waarbij mij nog niet 100 procent duidelijk is waar die toe gaan leiden. We hebben natuurlijk steeds verdergaande digitalisering. Een deel van het werk dat wij nu doen houdt op te bestaan als zijnde mensenwerk. Dat gaat overgenomen worden door automatisering en computers. Hoe ver dat gaat dat durf ik niet te voorspellen, kan het zo zijn dat computers bruggen en tunnels gaan ontwerpen? De tweede grote invloed is de vraag wie straks onze klanten zijn. Wij werken nu bijvoorbeeld voor Rijkswaterstaat en ProRail. Dat is business to business, maar we zien dat de consument steeds belangrijker en ook steeds mondiger wordt, omdat hij de tools heeft om zich te organiseren via internet en social media. Misschien werken wij straks niet voor ProRail, maar voor de reiziger.

Ten slotte verandert de omgeving waarin we actief zijn. Straks woont 80% van de wereldbevolking in steden. Dat betekent dat ons werkveld dan leefbare en gezonde steden wordt. Vanuit diezelfde missie: ‘Improving quality of life’, maken we dan meer en meer de shift van het landelijke gebied naar de gebouwde omgeving. Zijn wij dan de partijen die die vraagstukken oplossen, of nemen de Google‘s en de Amazon’s het werk van ons over? Hier denken we nu over na en anticiperen we op.”

Bestaat Arcadis dan nog wel?

“Dat hoop ik wel. Het zou weleens een heel ander type bedrijf kunnen zijn, maar wel vanuit dezelfde missie en in hetzelfde type vraagstukken actief.”

Lees ook: ‘Technologische oplossingen houden stad van de toekomst leefbaar’

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeelding: Arcadis

Elke dag 'dag van de duurzaamheid': Marjan Minnesma tikt nog steeds beren van de weg

Velen kennen Minnesma waarschijnlijk van haar activistische kant. Ze staat vaak op de bühne en wandelde in 2015 (met duizenden anderen) naar de Klimaattop van Parijs, om aandacht te vragen voor klimaatverandering. In datzelfde jaar won ze de welbekende Klimaatzaak tegen de overheid, die het internationale nieuws haalde.Maar Minnesma is ook ondernemer. Urgenda zette de Nederlandse markt voor zonnepanelen bijvoorbeeld in gang, met een collectieve inkoopactie van 50.000 zonnepanelen (de prijs van deze zonnepanelen lag 30-40 procent lager dan de norm op dat moment). Een vergelijkbare truc haalde ze uit met elektrische auto’s. Momenteel maakt de stichting huizen energieneutraal voor € 35.000, om aan de rest van Nederland te laten zien dat het kan. Minnesma: “Zo gauw we worden nageaapt, zijn we blij en storten we ons op de volgende uitdaging.”Bovenstaande inspanningen zijn allemaal belangrijk, vervolgt ze: “Klimaatverandering is een noodsituatie en dat dringt nog niet bij iedereen door.” Minnesma reist daarom stad en land af (in haar elektrische auto) om jaarlijks honderden speeches te geven, voor iedereen die het horen wil: “Eerst moet je snappen hoe ernstig en urgent klimaatverandering is. Daarna kun je aan de slag.”Klimaatwandelingen, collectieve inkoopacties, honderden speeches per jaar… Hoe hou je het vol?“Het heeft deels met m’n calvinistische opvoeding te maken (hard werken is belangrijk). Daarnaast ben ik van nature gezegend met een overschot aan energie. Dat is mazzel. Maar de belangrijkste reden is het onderwerp waar ik me mee bezig hou: ik vind mijn werk leuk en interessant, maar bovenal noodzakelijk. Als je écht snapt hoe urgent het probleem van klimaatverandering is, kun je niet langer achterover leunen.”Hoe is die urgentie bij jou ontstaan?“Als kind vond ik de natuur al interessant en belangrijk. Als tiener vertaal je dat naar de wens om dierenarts te worden, maar daar zag ik uiteindelijk toch vanaf (dierproeven, he). Na bedrijfskunde en filosofie, ben ik milieurecht gaan studeren. Toen kwam ik voor het eerst met het onderwerp klimaatverandering in aanraking.In eerste instantie benaderde ik het cerebraal: een interessant en uitdagend probleem om op te lossen. Langzaam maar zeker kwam daar een intrinsieke motivatie bij. Ik heb tien jaar onderzoek gedaan op de universiteit naar dit onderwerp, waardoor ik in aanraking kwam met de knapste koppen ter wereld. Die maakten zich allemaal ontzettend zorgen over dit onderwerp. Dat zet je aan het denken.De geboorte van mijn kinderen maakte het echt urgent. Die halen naar alle waarschijnlijkheid het jaar 2100 wel. Als je naar de huidige statistieken kijkt, leven ze dan in een wereld die je niemand toewenst. Daarom wil ik nú iets doen.”Waarom stelt jouw positie bij Urgenda je in staat om het klimaatprobleem aan te pakken?“Het is hartstikke belangrijk om te praten en discussiëren over klimaatverandering, maar uiteindelijk moeten we oplossingen in de praktijk brengen. Het liefst vandaag nog. Dat is het doel van Urgenda: laten zien dat iets kan en de rest van Nederland meekrijgen, net zolang tot die kartrekkersrol niet meer nodig is.Dat vind ik ook het leukst: markten in gang zetten en projecten uit de grond trekken, zelfs als anderen er geen vertrouwen in hebben. Eén voor één alle beren van de weg tikken; dat vind ik heerlijk.”Welke rol zie je voor jezelf weggelegd in de transitie die Nederland moet maken?“Wat we nodig hebben, is een systeemverandering. Dat krijg je niet voor elkaar met één innovatie of maatregel. Je moet aan verschillende knoppen draaien, in verschillende sectoren en op verschillende schaalniveaus. En ook nog eens tegelijkertijd. Het is dus essentieel om partijen uit verschillende hoeken met elkaar te verbinden. Dat is lastig. Ze zitten vaak in hun eigen cocon, hebben hun eigen jargon en snappen elkaars denken niet.Ik heb een brede achtergrond: drie verschillende studies (bedrijfskunde, filosofie en rechten, red.) en werkervaring bij NGO’s, overheden, universiteiten en het bedrijfsleven. Dat helpt me om uiteenlopende partijen met elkaar verbinden. Dat is belangrijk: pas als je verschillende mensen en partijen aan dezelfde tafel zet, forceer je verandering.”Hoe staat het ervoor met die systeemverandering in Nederland?“Het visierapport van Urgenda heet ‘100 procent duurzame energie in 2030. Het kan als je het wilt’. De eerste versie daarvan schreef ik in 2012, toen hoefde ik niet eens over die titel na te denken. Maar het is inmiddels 2019 en Nederland bungelt nog steeds onderaan als het gaat om CO2-uitstoot en biodiversiteit. Het kan nog steeds (dus die titel blijft gewoon staan), maar dan moeten we echt versnellen.”Waar schort het momenteel aan?“Polderen heeft ons in het verleden veel gebracht, maar de tijd van praten is nu echt voorbij. We hebben te maken met een noodsituatie en dat vraagt om daadkracht. Dat mis ik in Nederland. We hebben een leider nodig die de urgentie van de energietransitie duidelijk maakt en tegelijkertijd het vertrouwen schept dat het kan. Rutte trapt nu juist op de rem, dat maakt mensen onzeker. Dan denkt men al snel ‘doe maar niet’, terwijl we juist iedereen mee moeten krijgen.”Hoe krijg je mensen dan wél mee?“Ik heb geleerd dat je mensen een doel moet geven. Een aantal jaar geleden had ik het idee om met 25 mensen op een plein in Nederland te gaan staan, om aandacht te vragen voor klimaatverandering. De bedoeling was dat iedereen 5 mensen uit zou nodigen voor het volgende evenement. Het werkte. we stonden de volgende maand met 125 man op een ander plein. Ik was enthousiast: ‘Als dat zo doorgaat staan we hier over drie keer meer met ruim 10.000 man.’ Maar dat gebeurde niet. Men vond het lastig anderen uit te nodigen: ‘Wat doen we dan op dat plein? Is er een marktje? Rijden we ergens heen met een stoet van elektrische auto’s?’Ik realiseerde me dat het niet genoeg is om op een plein te staan voor het klimaat. Mensen hebben behoefte aan een duidelijkere aanleiding en een duidelijker doel. Zo is het idee voor de klimaatwandeling naar Parijs ontstaan. Een activiteit met een duidelijk doel (Parijs) en een duidelijke aanleiding (het Klimaatakkoord). En ja hoor: er liepen duizenden mensen mee.”Je houdt je inmiddels decennialang met duurzaamheid en klimaatverandering bezig. Merk je dat de houding van de gemiddelde Nederlander ten opzichte van dit onderwerp veranderd is?“Ik woon in de Beemster en we organiseren elk jaar een burenborrel tijdens oud & nieuw. Daar ging het tien jaar geleden echt niet over duurzaamheid, maar tegenwoordig vang ik gesprekken op over zonnepanelen en elektrische auto’s. Twee buren hebben hun huis onlangs zelfs energieneutraal gemaakt.Zonnepanelen zijn niet langer weggelegd voor de voorlopers, ook de middenmoot haakt aan. Dat stemt hoopvol: als duurzaamheid in rurale gebieden begint te leven, dan weet je dat Nederland rijp is voor verandering.”Naar je stip op de horizon hoef ik niet eens te vragen, he?“100 procent duurzame energie in 2030. Zolang dat mogelijk is, blijf ik erop hameren. Als wij het (als fossiel landje) kunnen, dan kan de rest van de wereld het ook. Laten we die voorbeeldrol vooral pakken.”Dag van de duurzaamheidTien jaar lang nam Urgenda het initiatief voor de Dag van de Duurzaamheid. Bij het jubilieum vorig jaar kondigde de stichting aan dat voortaan elke dag een Dag van de Duurzaamheid is. De coöperatie Leren voor Morgen ​roept 10 oktober 2019 tot de Dag van de Duurzaamheid voor het onderwijs uit. Ook vinden er in sommige gemeenten zoals Amstelveen, Velsen en Loppersum op die dag activiteiten plaats in het kader van duurzaamheid. Foto: Josje Deekens