Hidde Middelweerd 10 juni 2018, 09:07

CEO Transdev: “We zitten allen gevangen in verouderde bedrijfsmodellen”

Openbaar vervoer, taxivervoer, ons eigen vervoer. Het worden of zijn al verouderde begrippen, stelt Bart Schmeink, CEO van openbaarvervoerbedrijf Transdev Nederland. “We moeten het over ‘mobiliteit’ hebben”, zegt hij. “Toekomstbestendig personenvervoer vraagt om een geïntegreerde aanpak.”

Katwijk

Transdev Nederland, moederbedrijf van Connexxion en Witte Kruis, heeft hierin een belangrijke rol te vervullen, vindt hij: “Als groot bedrijf zijn we verplicht om in de gaten te houden welke innovaties voorhanden zijn, waarmee we de mobiliteitssector richting toekomstbestendige en duurzame bedrijfsmodellen kunnen sturen. We willen laten zien dat duurzaamheid en bedrijfsrendement heel goed samen gaan.”

Dat laatste deed Transdev eerder dit jaar al, toen de grootste elektrische busvloot van Europa in gebruik genomen werd op Schiphol. Daar rijden momenteel honderd volledig elektrische bussen rond. Schmeink: “Een huzarenstukje van alle betrokken partijen.”

Dergelijke huzarenstukjes zijn meer dan welkom in de mobiliteitssector, stelt hij: “De maatschappij verandert in razendsnel tempo. Om stedelijke gebieden in de toekomst leefbaar te houden, moet de mobiliteitssector met die verandering mee gaan.”

Verouderd bedrijfsmodel

Veranderen is echter makkelijker gezegd dan gedaan, erkent hij: “Openbaar vervoerders zitten gevangen in hun eigen bedrijfsmodel: we rijden langs palen en hokjes, om te kijken of daar passagiers staan te wachten. Je kan je afvragen hoe houdbaar dat bedrijfsmodel nu eigenlijk is.”

Tegelijkertijd is en blijft openbaar vervoer een essentieel onderdeel van de samenleving. Schmeink: “Mobiliteit is onmisbaar in het behouden van onze sociale verbindingen. Zonder mobiliteit geen school, zorg, familie of vrienden. Openbaar vervoer is hierin altijd al een operator of last resort geweest: als je zelf je mobiliteit niet kan of wil verzorgen, is er altijd nog het OV. Die dienst zou veel breder aangeboden moeten worden.”

Leefbaarheid van steden komt in gevaar

Vooral in steden is de nood hoog, stelt Schmeink. “Ik vind Amsterdam en Parijs bijvoorbeeld geen leuke steden meer. De leefbaarheid komt daar écht in gevaar en mobiliteit is daar een van de hoofdredenen van. Als er geen harde maatregelen worden genomen, zijn die steden binnenkort bedolven onder de mensen. Ik vind het dan ook heel gezond dat Amsterdam praat over het beprijzen van mobiliteit in de binnenstad. Wat mij betreft wordt rekening rijden daar morgen ingevoerd. We kampen nu eenmaal met schaarste aan brandstoffen, ruimte en schone lucht. Dat betekent dat het niet langer houdbaar is dat iedereen zijn eigen auto meeneemt. In een kantoorgebouw stap je toch ook niet allemaal in je eigen lift?”

Voor steden is het dan wel zaak om met goede alternatieven op de proppen komen, aldus Schmeink. Als proposities op het gebied van openbaar vervoer niet voldoen aan de wensen van de consument blijft iedereen voor eigen vervoer kiezen, verwacht hij, ook al realiseert men zich echt wel dat dit niet de meest milieubewuste keuze is. Schmeink: “Wat dat betreft is en blijft de consument een homo economicus. Het is zaak hen te verleiden tot het gebruik van andere mobiliteitsoplossingen, omdat het beter, goedkoper, sneller of op termijn schoner is.”

“Je moet een sterke backbone hebben, die de leefomgeving voortdurend in beweging houdt”

24 uur per dag, 365 dagen per jaar

Maar hoe dan? Schmeink ziet verschillende belangrijke ontwikkelingen, waar we liever gisteren dan vandaag mee aan de slag moeten. Voor stedelijke gebieden pleit hij voor ‘dikke stromen’, die hoog frequent veel volume kunnen verplaatsen van en naar economische centra. “Je moet een sterke backbone hebben, die de leefomgeving voortdurend in beweging houdt”, zegt hij.

Schmeink legt hierbij de nadruk op het woord ‘voortdurend’: “Als je mensen uit hun auto’s wilt krijgen, moet je een mobiliteitspropositie hebben die top of the bill is. Dat betekent 24 uur per dag mobiliteit, 365 dagen per jaar. Het mag niet langer zo zijn dat je om 23.00 uur de laatste metro van de dag moet halen.”

In gebieden waar de vraag naar vervoer lager ligt, is het juist zaak om met vraaggerichte oplossingen te komen. “Als je vier keer per uur met een bijna lege bus door dorpskernen rijdt, ben je niet duurzaam bezig. Ook niet als je dat met een elektrische bus doet. Dankzij digitalisering en nieuwe technologieën kunnen we tegenwoordig efficiënter op de vraag naar mobiliteit inspelen”, aldus Schmeink.

Mobiliteit als fluïde dienst

De CEO verwacht dat mobiliteit zich zal ontwikkelen tot een fluïde dienst, waarbij de consument in de lead komt in het organiseren van al zijn bewegingen. “Op je smartphone zal een subcategorie ontstaan voor mobiliteit: één dienst waarbinnen je al je mobiliteitszaken kan regelen. De technologie hebben we al, maar tot nu toe heeft nog niemand een propositie gevonden die werkt. Ik denk wel dat dit snel gaat gebeuren.”

“Kijk naar Uber. Het bedrijf heeft in mijn ogen een fundamenteel verkeerde richting gekozen en geen enkele bijdrage geleverd aan CO2-reductie, maar laat wel zien welke technologische mogelijkheden we nu al hebben. Die mogelijkheden kunnen we ook benutten om auto’s bijvoorbeeld écht te gaan delen.”

“Ik sta er nog steeds van te kijken als ik ’s ochtends honderden auto’s richting dezelfde snelweg zie rijden”, vervolgt Schmeink. “Zouden zij nu echt niet aan elkaar gekoppeld willen worden via een algoritme, zodat ze comfortabel, veilig en misschien zelfs sneller naar hun eindbestemming kunnen komen? Natuurlijk wel. Maar dan is het nodig dat de consument echt connected wordt en gemakkelijk toegang krijgt tot alle mogelijke vormen van mobiliteit. Dat is in technologisch opzicht al mogelijk, we moeten er alleen nog de juiste proposities voor bouwen.”

"We staan aan het begin van een heel interessante reis"

Integraal onderdeel van leefbaarheid

Deze taak ligt niet alleen op de schouders van het bedrijfsleven; ook de overheid heeft een cruciale rol te spelen. Mobiliteit moet een intrinsiek onderdeel worden van de inrichting van een leefomgeving, stelt Schmeink. Hier missen overheden nogal eens de boot: “Er worden nog steeds Vinex-wijken gebouwd zonder dat mobiliteit meegenomen wordt in het totale design. En dan staan we een paar jaar later gek te kijken als elk huis twee auto’s voor de deur heeft staan.”

Volgens Schmeink moeten overheden mobiliteitsproposities stimuleren die er juist voor zorgen dat consumenten geen eigen auto meer nodig hebben. “Als die proposities op de lange termijn voor rendement kunnen zorgen, gaan bedrijven daar vanzelf in investeren”, zegt hij. “Wij hebben er als Transdev bijvoorbeeld bewust voor gekozen om first mover en first prover te zijn in zero emission vervoer. Daar hebben we honderden miljoenen euro’s in geïnvesteerd, omdat we er een businesscase in zien. Zorg er als overheid voor dat dat perspectief bestaat: niet alleen voor elektrisch vervoer, maar ook voor andere innovaties en concepten op het gebied van mobiliteit.”

De rol van Transdev

Dat de wereld van mobiliteit drastisch zal veranderen, is voor Schmeink een gegeven. Aan Transdev Nederland de taak om mee te groeien. Het vervoersbedrijf doet dit aan de hand van verschillende elementen. Schmeink: “We noemen dat PACE: Personal, Autonomous, Connected, Electric. Dat zijn volgens ons de pilaren die het verschil gaan maken in de mobiliteitssector. Als je relevant wil blijven, is het zaak dat je een leidende rol pakt in de ontwikkeling daarvan.”

Voor Transdev kan dit zomaar eens betekenen dat het compleet nieuwe paden zal bewandelen, besluit Schmeink: “We zijn van oudsher een B2G-bedrijf (business to government, red.): we winnen concessies en voeren die uit. Maar de consument is steeds beter in staat om zijn eigen mobiliteit te regelen. Waar hij vroeger bij een paal moest wachten tot de bus komt, kan hij nu zelf zijn mobiliteit organiseren. Wij moeten onze focus dus steeds meer verleggen, van B2G naar B2C. We staan aan het begin van een heel interessante reis.”

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Stad van de Toekomst. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Foto's: Transdev

Vijf lessen voor betekenisvolle ondernemers

ns. Dit is wat zij leerden.Restaurants die voedselverspilling op de kaart zetten, bakkerijen die bouwen aan een inclusievere samenleving, kapiteins die plastic vissen en slagers die vegetarisch zijn: in de betekeniseconomie vind je deze bedrijven allemaal terug. Door niet financiële, maar maatschappelijke winst voorop te stellen dragen de missiegedreven ondernemingen stuk voor stuk bij aan de oplossing voor een sociaal of ecologisch probleem.  Vallen en opstaanDit gaat echter niet zonder slag of stoot. Het tegelijkertijd nastreven van een maatschappelijke missie én het draaiende houden van je business is immers veel ingewikkelder dan het runnen van een bedrijf dat maar één bottom line heeft: geld verdienen.Voor het boek spraken ze met tientallen ondernemers, zoals Maurits Groen en Jaap Korteweg van De Vegetarische Slager. Uit de gedachtewisselingen kwamen een hele rits lessen voor betekenisvolle ondernemers (in spe) voort.Les 1: Durf je gevoel te volgenHet startpunt van een betekenisvol bedrijf valt niet te plannen. Negen van de tien keer begint een missiegedreven onderneming met het gevoel dat je nú echt aan de slag moet met een bepaald issue. Het enige wat je op zo’n moment kunt doen is de moed opbrengen om je emotionele kompas achterna te gaan. Ook als je verstandelijk niet kunt verklaren waarom je dat zou moeten doen.Zo was Dopper er nooit geweest als Merijn Everaarts na het kijken van een documentaire over de plastic soep niet linea direct aan de slag was gegaan met zijn duurzame bedrijf. Simpelweg omdat hij het gevoel had dat hij niet langer niks kon doen.Laat je als betekenisvolle ondernemer in spe dus nooit uit het veld slaan door een gebrek aan rationele onderbouwing voor je sterke onderbuikgevoel. Want zoals Steve Jobs altijd zei: “Je kunt de stipjes niet verbinden als je vooruitkijkt, alleen als je terugkijkt. Je moet erop vertrouwen dat de stipjes in de toekomst op de een of andere manier met elkaar verbonden zullen zijn.”Les 2: Zorg dat je niet alleen maatschappelijke, maar ook financiële winst maaktEr wordt vaak gedacht dat betekenisvolle ondernemers geen winst zouden mogen maken. Niets is echter minder waar. Missiegedreven bedrijven mógen niet alleen winst maken, nee ze móéten zelfs winst maken.Want, zoals Bartel Geleijnse van The Colour Kitchen het zo krachtig verwoord: “Als betekenisvolle ondernemer heb je de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat je de waarde die je vandaag creëert ook morgen kunt realiseren. En overmorgen. En volgend jaar. En het liefst niet dezelfde hoeveelheid waarde, maar meer. Dat kan alleen als je financiële reserves opbouwt. Om je impact op te schalen of om op te leunen als het even wat minder gaat.”Er is nog een andere reden waarom het belangrijk is dat betekenisvolle ondernemers laten zien dat commercieel en maatschappelijk succes hand in hand kunnen gaan. Om een groot ecologisch of sociaal probleem op te lossen heb je als missiegedreven bedrijf medestanders nodig: bedrijven die, net zoals jij, in actie komen tegen voedselverspilling of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans geven.Betekenisvolle ondernemers laten zien dat het hijsen van de betekenisvolle vlag geen geld hoeft te kosten, en maken impact daarmee ook aantrekkelijk voor bedrijven met puur commerciële doeleinden.Een voorbeeld van een missiegedreven ondernemer die om deze reden expliciet stuurt op financieel succes is Henk Jan Beltman van Tony’s Chocolonely. “Doordat we hard groeien, en we schapruimte van de grote chocoladebedrijven afpakken, zetten we ze aan het denken. We laten zien dat je succesvol kunt zijn juist door je maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.”Les 3: Wees transparant over je tekortkomingen Dat het idee dat één betekenisvol bedrijf een wereldwijd probleem zoals plasticvervuiling wel eventjes kan oplossen op een illusie berust, lijkt wellicht een open deur. Toch is het belangrijk dat missiegedreven ondernemers (in spe) zich dit realiseren. Zodra je onrealistisch hoge doelen stelt, verlies je het overzicht en raak je verlamd. Want waar te beginnen?En als je je op één aspect van het probleem concentreert, bijvoorbeeld preventie, dan kun je niet bezig zijn met iets anders, zoals het opruimen van de huidige rotzooi. Een gevoel dat je constant tekortschiet ligt op de loer. Bovendien is het totaal ineffectief. Wie kan er nou met honderd deeloplossingen tegelijkertijd bezig zijn, en ze allemaal de tijd, energie en aandacht geven die ze nodig hebben om succesvol te worden?Marius Smit van Plastic Whale kent de kracht van kwetsbaarheid als geen ander. Zijn betekenisvolle bedrijf – dat sloepen maakt van Amsterdams grachtenplastic om met steeds meer mensen te kunnen plastic vissen - is namelijk vanuit een hulpvraag ontstaan.“Toen ik begon met Plastic Whale, wilde ik een boot bouwen van plastic afval, maar ik had nog nooit een boot bestuurd, laat staan gebouwd”, vertelt Marius. “Toen ben ik heel hard gaan roepen dat ik het niet in m’n eentje kon. En ook al was het lang niet altijd even gemakkelijk, na drie jaar was de eerste boot van Amsterdams grachtenplastic wel een feit.”Les 4: Sla de handen ineen met corporatesVoor veel betekenisvolle ondernemers is het niet makkelijk om een corporate de hand te reiken. Want waarom zou je vrede willen sluiten met een bedrijf dat willens en wetens waarde onttrekt aan de maatschappij?De crux zit hem echter precies in deze manier van kijken naar corporates. Alsof het één persoon is, één schurk die zich al sinds jaar en dag te goed doet aan de maatschappij, en die er totaal niks voor voelt om daar iets aan te veranderen. Een grootbedrijf is echter een verzameling van duizenden mensen met talloze beweegredenen en idealen. In iedere organisatie werken er mensen keihard om positieve verandering te bewerkstelligen.Bovendien hebben corporates een enorme hoeveelheid kapitaal, kennis, netwerk en ervaring in huis. Daarmee kunnen de bedrijfsgiganten betekenisvolle ondernemingen een enorme boost geven. Vice versa kunnen de kleine en flexibele missiegedreven bedrijven voor de corporates het veld verkennen. Ze ontdekken wat werkt en wat niet, en zetten zo de koers uit voor het grootbedrijf, die vervolgens alleen nog maar langzaam hoeft bij te sturen.Freke van Nimwegen, de medeoprichter van restaurantketen Instock, weet als geen ander hoe een partnerschap met een corporate je als betekenisvol bedrijf in staat stelt om flink meters te maken. Instock kookt namelijk met de verspillingsproducten van voedselgigant Albert Heijn. Het doel van het missiegedreven bedrijf? Een eind maken aan voedselverspilling in alle negenhonderd winkels van de supermarktketen.Les 5: Monetariseer je impactBetekenisvol ondernemen gaat uiteindelijk over de vraag: hoe zit de wereld op dit moment in elkaar en hoe moet hij worden? Dit is niet alleen van toepassing op het specifieke impactgebied waar de ondernemer zich op focust, maar ook op het gehele economische systeem.Door aan de slag te gaan met een nieuwe winstdefinitie kun je als betekenisvol bedrijf een belangrijke bijdrage leveren aan de verschuiving in de manier waarop we naar winst en waarde kijken. Hoe meer missiegedreven ondernemingen laten zien hoeveel duurzaam en eerlijk oplevert, hoe beter.Natuurlijk kan het overweldigend zijn om als bedrijf aan de slag te gaan met het meten en monetariseren van je maatschappelijke waarde. Hoe werkt dat precies? En waar begin je?Uit ervaring weet Volkert Engelsman, de oprichter van de internationale biologische groente- en fruitdistributeur Eosta, echter dat het de moeite uiteindelijk dubbel en dwars waard is. Door correct te rekenen kun je de positieve impact die je als betekenisvol bedrijf maakt namelijk ineens wel heel concreet maken.Volkert geeft een voorbeeld uit de praktijk van zijn betekenisvolle bedrijf: “Eosta exporteert jaarlijks honderden tonnen druiven. We hebben berekend dat één hectare biologische druiven voor 1500 euro bijdraagt aan bodemvruchtbaarheid. De gangbare niet-biologische evenknie vernietigt bodemvruchtbaarheid voor 1000 euro. Dat is dus 2500 euro ecologische winst. Per hectare! Als wij als bedrijf voor biologische groente en fruit dan een paar euro meer moeten neertellen, dan is dat het dus dubbel en dwars waard. Bio is immers niet te duur, gangbaar is veel te goedkoop.”Door je maatschappelijke winst in euro’s uit te drukken kun je als betekenisvolle ondernemer aantonen dat wat je doet daadwerkelijk zoden aan de dijk zet. Zo maak je een grotere vuist tegen het onrecht waartegen je in actie komt. Je laat immers in euro’s zien hoeveel waarde jij met je product en dienst creëert, afgezet tegen de hoeveelheid schade die de ‘gangbare’ variant berokkent. Duidelijker kun je het belang van het bestaan van jouw betekenisvolle bedrijf niet maken.Het boek Pioniers van de nieuwe welvaart is vanaf nu verkrijgbaar.Meer lezen over MaatschapWij? Dat kan hier.Tekst en video's: MaatschappijWij | Afbeelding Dopper