Hannah van der Korput
18 maart 2024, 16:15

Delftse studenten werken hard aan de vervoersmiddelen van de toekomst

‘s Werelds meest efficiënte waterstofauto, een boot die over het water zweeft en de hyperloop: volgens studenten van TU Delft zijn het dé vervoersmiddelen van de toekomst. Ze werken hard aan deze innovaties die de mobiliteitssector moeten gaan verduurzamen.

Teamphoto archway Team Hyperloop. | Credits: TU Delft

De technische studenten verenigen zich in Dream Teams en zetten hun studie één jaar op pauze om aan een vinding te werken. Change Inc. ging langs om te kijken waar ze mee bezig zijn.

Een baanwissel maken met de hyperloop

Een team studenten werkt dit jaar voor de achtste keer aan de hyperloop. Het systeem bestaat uit vacuümbuizen waarin zwevende capsules zich dankzij elektromagneten voortbewegen. Omdat er geen luchtdruk is, kan dit razendsnel: met meer dan 1.000 kilometer per uur. Door sommigen wordt het gezien als dé oplossing voor langeafstandsvervoer.

Hoewel een wereldwijd hyperloopnetwerk er nog lang niet is, sorteren de studenten hier wel alvast op voor. Het team ontwikkelt een methode om baanwissels in de toekomst mogelijk te maken. “Als het lukt, is dat een primeur. We zouden de eerste zijn die het voor elkaar krijgen”, zegt teamcaptain Cem Celikbas. “We bouwen de wisselschakel niet op de baan, maar in de capsule zelf. Dat vraagt om minder materiaal zoals koper, waardoor de oplossing goedkoper wordt.”

Naast de technische oplossing richt het team zich ook op de maatschappelijke acceptatie van de hyperloop. Teamgenoot Noor Rinkes: “We willen mensen bekend maken met het concept. Straks is de techniek klaar, maar is de sociale acceptatie er niet. Dat willen we voorkomen. We hebben een pop-upstore op Rotterdam Centraal gehad, waar we veel uitleg hebben gegeven aan treinreizigers. Ook werken we aan een website.”

Wanneer de techniek én de maatschappij er klaar voor zijn, is de potentie volgens Celikbas enorm. “Dan kunnen we ontzettend snel reizen. Er zijn in feite geen grenzen meer. Je kan in Amsterdam wonen en in Parijs werken. Of een kop koffie gaan doen in München. Gaat het om reizen, dan hoor ik vooral vaak dat we moeten minderen. Minder vliegen, minder autorijden. Komen we met een slimmer én duurzamer alternatief, dan hoeft dat helemaal niet. We moeten niet per se minder reizen, maar vooral slimmer reizen. De hyperloop kan daar een grote rol in spelen.”

Half juli doet het team mee aan de European Hyperloop Week in Zürich. Daar gaat het de strijd aan met veertig andere studententeams. “Het is een competitie, maar het is ook bedoeld om van elkaar te leren. Alles is open source, dus we kunnen kijken hoe andere teams bepaalde problemen hebben opgelost. Hartstikke leerzaam”, aldus Rinkes.

Het Eco-Runner Team. | Credit: TU Delft

Met de meest efficiënte waterstofauto de openbare weg op

Elk jaar sleutelen 25 studenten aan een waterstofauto die zo efficiënt mogelijk rijdt. Vorig jaar legde de auto 2.488,5 kilometer af met slechts 950 gram waterstofgas en verpulverde daarmee het wereldrecord. Dit jaar wil het team geen rondjes rijden op een circuit, maar op de openbare weg.

“De focus lag lange tijd op efficiëntie”, zegt teammanager van Eco-Runner Xiaodong Scherpbier. “Die inspanningen zijn vorig jaar bekroond met een wereldrecord. Dat leek ons een mooi moment om eens wat anders te proberen. We willen met de waterstofauto de openbare weg op.”

Daarvoor moet de auto aan heel veel eisen voldoen. “In totaal 1.301”, verduidelijkt teamgenoot Sten de Roon. “Denk aan ruimtewissers, de hoogte van de lichten, verwarming zodat de voorruit niet aanslaat, noem maar op. Er komt veel bij kijken. Qua engineering zorgt dat voor extra uitdagingen. Het wordt moeilijker, maar ook leuker.”

Het team wil nog steeds zo efficiënt mogelijk rijden op waterstof. Al is dat op de openbare weg heel anders dan op een circuit. De Roon: “We krijgen straks te maken met stoplichten, rotondes en regeneratief remmen. Dat maakt dat we extra waardevol met de energie om moeten gaan.”

Welke route de Eco-Runner XIV straks gaat rijden, is al bekend: tien keer de Elfstedentocht, een afstand van 2.056 kilometer. Een bewuste keuze, zegt Scherpbier: “Het is een concreet voorbeeld van klimaatverandering. De Elfstedentocht is al jaren niet meer geschaatst. Daarom willen we het nu gaan rijden met een schone auto. We combineren een nieuwe techniek met een oude traditie.”

Team Hydro Motion. | Credit: TU Delft

De Noordzee oversteken met een foilende waterstofboot

Ook team Hydro Motion ziet potentie in waterstof, maar dan voor de scheepvaart. Het bouwt een waterstofboot waarmee het van Nederland naar Engeland gaat varen. “In de binnenvaart komt waterstof steeds meer op”, ziet teamlid Floor Verhoeven. “Maar wil waterstof een serieuze toekomst hebben, dan moet de infrastructuur op orde zijn. In Nederland is het nu mogelijk om op het water waterstof te tanken. In Rotterdam kan het al en Amsterdam volgt binnenkort. In juli varen we naar Engeland. We hebben contact gezocht met de haven daar en ons plan gedeeld. Onze contactpersoon heeft laten weten dat er in de haven nog geen tankmogelijkheden of regels zijn voor waterstof. Dat is precies waarom we de oversteek gaan maken. We willen laten zien dat het kan en tegelijkertijd de beperkte infrastructuur agenderen. Dat laatste moet namelijk echt beter.”

De boot maakt naast waterstof ook gebruik van de zogenoemde foilingtechniek. Dat houdt in dat er drie pilaren onder de boot worden geplaatst. Wanneer er snelheid wordt gemaakt, komt de voorkant van de boot los van het water. “Daardoor heeft het minder weerstand”, legt Daan Posthumus uit. “Zo kan je sneller varen terwijl je minder brandstof verbruikt. Vooral op open zee, met veel stroming en golven, kan het veel schelen.” De techniek kan volgens hem ook worden toegepast op bestaande boten. “Denk aan speedboten en ferry’s. We zijn in gesprek met Loodswezen, een partij die diverse vaartuigen heeft. Zij willen hun vloot verduurzamen en kijken met belangstelling naar de oplossingen waar wij aan werken. Dat is heel tof, want daar doen we het uiteindelijk voor.”

Lees ook:

Wetenschapper en oud-kok maakt van oeroude schimmel een knisperende vleesvervanger

Bij genetische modificatie denkt men al snel aan horrorverhalen. Aan het monster van Frankenstein of supermenselijke diersoorten die gewelddadig de wereld overnemen. Maar vaak is genetische modificatie juist heel onschuldig en kan het deuren openen naar nieuwe toepassingen van bijvoorbeeld plant- of schimmelsoorten. Dat biedt kansen voor een voedselsysteem dat meer gebruik moet gaan maken van plantaardige bronnen. Vleesvervanger uit schimmel Zo bewijst ook Vayu Hill-Maini, een biotechnicus en voormalig chef-kok, die zich boog over de schimmelsoort Aspergillus oryzae. Die schimmel wordt van oudsher ingezet voor het maken van sake (een Japanse rijstwijn) en sojasaus. Hill-Maini wilde ontdekken of de schimmel ook als vleesvervanger kon dienen. Om dat uit te vinden, gebruikte hij ‘CRISPR-Cas9’, een genetische-modificatietechniek waarmee het DNA van organismen aangepast kan worden (bijvoorbeeld om landbouwgewassen resistent te maken tegen ziektes).De schimmelsoort, links in zijn oorspronkelijke vorm, rechts na de genetische modificatie.Kleur veranderen Het proces bestond uit twee onderdelen. Allereerst, het modificeren van de schimmel zodat deze meer heemverbindingen aanmaakt. Dat zijn moleculen die ijzer bevatten en veel voorkomen in dierlijke vezels, medeverantwoordelijk voor de kleur en herkenbare smaak van vlees. Ten tweede probeerde Hill-Maini de schimmel meer ergothioneïne te laten produceren, een aminozuur dat gezondheidsvoordelen heeft. Dankzij de beide genetische wijzigingen bleek de schimmel van kleur te veranderen, van wit naar rood, en zich bovendien als vleesvervanger te lenen. De wetenschapper ontdekte dat je er burgers van kunt kneden die je met minimale voorbereiding kunt afbakken in de pan.De afgebakken burger van de gemodificeerde schimmel.Structuur van de vezels Hoewel Hill-Maini zich niet uitlaat over de smaak, verschilt het eindproduct qua looks niet anders van een hamburger van rundvlees. En hoewel het project slechts een eerste stap is, biedt het perspectief voor het gebruik van niet-dierlijke eiwitten in ons voedselsysteem. “We denken dat er veel ruimte is om de textuur verder te onderzoeken door met de vezelachtige kenmerken van de cellen te variëren”, vertelt Hill-Maini. “Zo zouden we de structuur van de vezels langer kunnen maken, wat een meer vleesachtige ervaring geeft. En daarna kunnen we denken aan het versterken van de vetsamenstelling voor het mondgevoel en andere vormen van voeding.” Lees ook: Primeur: Jumbo stunt niet meer met vleesEiwittransitie kan losbarsten in Ede dankzij nieuwe fabriekAldi gaat mee met de trend en lanceert plantaardig huismerk