Kaz Schonebeek 25 januari 2023, 12:42

Megavlieger zorgt voor megabesparing in de zeevaart

De Franse start-up Airseas trekt zeeschepen voort met een gigantische vlieger. Dit kan 20 procent brandstof besparen, stelt het bedrijf.

Seawing on airbus De Seawing trekt tijdens een testvaart een zeeschip voort. | Credits: Airseas

De Franse start-up Airseas heeft een zeeschip succesvol voorzien van een vlieger. Door een grote kite aan de boeg vast te maken, krijgt het een extra zetje van de wind. Of liever: een flinke zet. Door de ‘Seawing’ te installeren, kunnen zeeschepen zo’n 20 procent brandstof besparen, claimt het bedrijf dat onder de vleugels van Airbus is opgericht.

Op elke boot een vlieger

De Seawing kan in theorie op vrijwel elk groot containerschip worden geïnstalleerd. Op de boeg wordt een module geplaatst waar de vlieger uit tevoorschijn komt. Eenmaal uitgevouwen trekt de vlieger op 200 meter hoogte -waar de wind lekker hard waait- het schip voort. Een computersysteem past continue de hoek van de vlieger aan, zodat de wind optimaal benut wordt. En een in de luchtvaart ontwikkelde routeplanner zorgt ervoor dat het schip een route vaart die voor het vangen van wind ideaal is.

Airseas benadrukt de eenvoud van het systeem. Op dek is er geen extra mankracht nodig om de kite in de lucht te krijgen. Met een simpele druk op de knop in de kajuit ontvouwt de Seawing en trekt het volautomatisch het schip voort. Bij weinig wind, of als het schip bij een haven aankomt, wordt de kite weer automatisch terug in de module gevouwen.

Brandstofbesparing

De 20 procent brandstofbesparing die het bedrijf belooft, is aanzienlijk. De eerste commerciële klanten hebben zich dan ook al gemeld. Een schip van de Japanse reder K Line krijgt volgend jaar de eerste Seawing op het dek en het bedrijf wil op termijn zijn hele vloot van vliegers voorzien.

Brandstofbesparingen komen de scheepvaart niet ongelegen. De sector is goed voor 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. De zeevaart heeft daarnaast een sterke groei doorgemaakt: tussen 2008 en 2018 verdrievoudigde de hoeveelheid spullen die over zee werden vervoerd.

Airseas is zeker niet de enige die containerschepen wil laten profiteren van de wind: onder andere het Nederlandse Econowind werkt aan zeilen die als losse modules op schepen kunnen worden geplaatst.

Meer duurzame scheepvaart:

Dragen mobiliteitshubs bij aan brede welvaart?

“Toegang tot mobiliteit is van groot belang voor iedereen. Het stelt mensen in staat om banen, voorzieningen en sociale contacten te bereiken. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde in oktober 2022 dat reizen per trein of bus voor veel mensen geen optie is om werk of dagelijkse voorzieningen te bereiken, vooral in het landelijk gebied. Voor veel Nederlanders betekent dit dat de auto een onmisbare schakel blijft. Voor mensen die geen rijbewijs of auto bezitten zijn banen en dagelijkse voorzieningen steeds slechter bereikbaar. Mobiliteitsbeleid van overheden is vaak gericht op het bestrijden van files en doorstroming voor de auto. Dit leidt tot investeringen in de autobereikbaarheid, maar niet alle groepen profiteren hier van mee. Daarnaast staan maatschappelijke waarden zoals gezondheid en leefbaarheid onder druk. Overheden moeten daarom meer gaan sturen op brede maatschappelijke doelen. We drukken dit ook wel uit in brede welvaart. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat dit bijvoorbeeld over milieu, leefomgeving en sociale cohesie. Brede welvaart Hoe kunnen we het concept van brede welvaart toepassen op mobiliteit? Het Planbureau voor de Leefomgeving ontwikkelde hiervoor een model. Dit model bestaat uit vier pijlers: leefbaarheid, gezondheid, bereikbaarheid en veiligheid. Deze vier pijlers sturen op een versterking van de brede welvaart en het voorkomen van de negatieve effecten van mobiliteit zoals verkeersonveiligheid en effecten op leefomgeving en milieu. Om te sturen op brede welvaart werken we bij Arcadis aan de transitie van mobiliteit en onze leefomgeving. Wij zetten in op het voorkomen, veranderen en verduurzamen van mobiliteit. We maken daarom eerst ruimte voor voetgangers en fietsers, daarna het OV, deelmobiliteit en dan pas op de privé-auto. We noemen dit ook wel STOMP: Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privé-auto. De ruimtelijke en infrastructurele context van een gebied zijn bepalend voor de juiste keuzes op het gebied van mobiliteit. Niet alle vervoerkeuzes (modaliteiten) zijn voor alle doelgroepen toegankelijk of betaalbaar. Het is dan ook belangrijk dat de mobiliteitsvoorzieningen aansluiten op de behoeften en bestedingsruimte van de beoogde doelgroepen. Mobiliteitshubs Mobiliteitshubs kunnen een belangrijke oplossing zijn. Hubs waar verschillende mobiliteitsopties samenkomen, dragen bij aan de duurzame bereikbaarheid van gebieden, vergroten het aantal mobiliteitsopties en verbeteren de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. Door ook andere maatschappelijke functies te huisvesten in een mobiliteitshub, zoals pakketdiensten, flex-werkplekken en horeca, maak je efficiënt gebruik van de ruimte, waardoor meer ruimte overblijft voor hoogwaardige openbare ruimte zoals groen, spelen of ontmoetingsplekken. In landelijke gebieden, waar het traditionele openbaar vervoer steeds lastiger te realiseren is, kunnen hubs in combinatie met deelmobiliteit de schakel zijn om hoogwaardig openbaar vervoer bereikbaar te maken. Of om makkelijk de deelauto te pakken om vrienden in een dorp verderop te bezoeken. Hiermee krijgen inwoners meerdere keuze-opties op het gebied van mobiliteit. Voor de Provincie Noord-Holland brachten wij op deze wijze in beeld wanneer mobiliteitshubs meerwaarde leveren voor onze leefomgeving, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid. Inclusiviteit Eén van de belangrijkste aspecten om het verschil te maken bij de inzet van mobiliteitshubs is inclusiviteit. Het doel is hubs te creëren die voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn. Op Strandeiland in Amsterdam keken wij daarom naar de maximale mobiliteitsbestedingen van doelgroepen aan de onderkant van de markt. Dat gebruikten we voor het ontwikkelen van het aanbod in de mobiliteitshubs. Een betaalbaar aanbod van mobiliteitsdiensten is van invloed op de kosten en baten van de mobiliteitshubs. Overheden zijn vaak zoekende hoe de hubs betaalbaar te houden voor zowel de verantwoordelijke partijen als de eindgebruikers. Deze puzzel leggen we nu in verschillende projecten, zoals de nieuwe stadswijk Lincolnpark in Hoofddorp en de Utrechtse Merwedekanaal-zone. Mobiliteitshubs zijn een veelbelovend middel om te werken aan brede welvaart, mits wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden. Het aanbod van mobiliteitsdiensten in hubs moet goed passen bij de eindgebruikers en daadwerkelijk een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief vormen voor bijvoorbeeld de eigen auto.”