Anna Roos van Wijngaarden 21 april 2023, 16:30

10 jaar na fabrieksramp Rana Plaza: dit heeft het Bangladesh Akkoord gedaan voor de mode-industrie

Op 24 april is het precies tien jaar geleden dat de Rana Plaza fabriek in Bangladesh instortte. Bij de ramp kwamen ruim 1.200 textielarbeiders om het leven en dat zette de grote modeproducenten aan het denken. Als gevolg zetten zo’n 220 merken hun paraaf onder het Bangladesh akkoord. Tijd om de balans op te maken: wat hebben de veiligheidsafspraken betekend voor de mode-industrie?

656c4ff0 d2a6 420a ac8a 8251b06635d5 Een ingestort Rana Plaza op 24 april 2013.

Het Bangladesh-akkoord, sinds 2021 ook wel ‘International Accord’, staat sinds 2013 garant voor mensenrechten in kleding- en textielfabrieken. Het gaat om veiligheidsafspraken tussen kledingmerken en vertegenwoordigers van textielarbeiders, in de eerste plaats over brand- en instortingsgevaar. Tijdens de pandemie moesten extra regelingen ook Covid-gerelateerde ontslagen en looninhoudingen aanpakken.

Duizenden inspecties

Eén decennium, drie versies en één uitbreiding naar Pakistan verder, wordt de impact van het akkoord zichtbaar – en meetbaar. Volgens Joris Oldenziel, die de implementatie van de laatste versie aanstuurt, staat de teller van het aantal inspecties in Bangladesh op 40.000. Ze vonden plaats in ruim 1.800 fabrieken waarin zo’n twee miljoen arbeiders kleding maken voor ondertekenaars.

De veiligheidsschendingen waren van verschillende aard, 130.000 soorten om precies te zijn. Meer dan 90 procent van de fabrieken ondergingen al renovaties, gefinancierd door de merken. Dat gaat van simpele elektriciteitsproblemen tot het instaleren van complexe alarmsystemen. “Je kunt nu stellen dat Bangladesh een van de veiligste landen is om in te produceren”, zegt Oldenziel op een persconferentie van de SKC ter herinnering van Rana Plaza.

De Bengaalse kledingproductie telt ruim 4 miljoen arbeiders.

Klagen met steun

Naast inspecties door derden, verplichte veiligheidscomités, trainingen en arbeidersvergaderingen, biedt het akkoord een formeel klachtenmechanisme. Arbeiders kunnen veilig klachten indienen als hun gezondheid of veiligheid op de werkvloer in gevaar is. Bijvoorbeeld als naaimachines schokken geven of als brandtrappen zijn geblokkeerd.

Die klachten worden in behandeling genomen door de RMG Sustainability Council (RSC). “Dat vergt natuurlijk wel dat een arbeidster klaagt, maar gelukkig weet men het klachtenmechanisme steeds beter te vinden”, weet campagnecoördinator Christie Miedema van de Schone Kleren Campagne (SKC). Slechts 1 fabriek is uit het akkoord gezet omdat er na een klacht geen actie werd ondernomen.

Het akkoord is geen garantie voor goede arbeidsomstandigheden. Leefbare lonen vallen bijvoorbeeld buiten het akkoord. Miedema: “Als de klacht alleen over lonen gaat, is het moeilijk om via het akkoord iets te doen en wordt de klacht doorgestuurd naar de verantwoordelijke merken en de vakbonden. Als er ook geweld in het spel is, kan er meer gedaan worden, omdat dat ook de veiligheid en gezondheid van arbeidsters in het geding is.”

Baanbrekend verschil

“Dit akkoord maakte voor ons een fenomenaal verschil”, zegt vakbondsactivist Kalpona Akter op de persconferentie van SKC. Ze was vanaf het begin betrokken bij de implementatie van het akkoord en zag grote veranderingen. “De Rana Plaza was niet het eerste ongeval in Bangladesh, er waren er al veel meer. Het akkoord legde de verantwoordelijkheid bij de merken – bij de business – en dat heeft de werkomgeving van twee miljoen textielarbeiders veiliger gemaakt. Van de ruim 100.000 gevaren is het maximale getemperd.”

Volgens Akter zijn de prestaties van het akkoord heel concreet. “Arbeiders hebben geleerd hoe ze ‘nee’ kunnen zeggen tegen onveilig werk. Als iemand een scheur in een gebouw ziet, kunnen ze dat werk afslaan en het probleem bekend maken in naam van het akkoord. Voor de intrede van het akkoord kon dat niet.” Het klaagmechanisme is uniek in de zin dat het anoniem en veilig kan. Arbeiders die bezwaar maken kunnen niet zomaar hun baan verliezen.

Het International Accord moet ook buiten Bangladesh en Pakistan gaan gelden. | Credit: Adobe Stock.

Willen merken (nu) wel betalen?

Uitdagingen zijn er zeker nog, allereerst in de fabrieken van merken die niet hebben ondertekend. Daarin werkt nog altijd de helft van de Bengaalse textielarbeiders. Bovendien helpt het akkoord niet met lonen of de zwakke positie van vakbonden. Als je er zo naar kijkt, had er in tien jaar wel meer vooruitgang kunnen worden geboekt. Geld verklaart deels waarom dat niet het geval is, duidt Scott Nova, directeur van de Worker Rights Consortium (WRC) op de persconferentie.

De ingrepen die nodig zijn in Bengaalse fabrieken zijn geen goedkope fiks. Ondertekenaars gaven tot nu toe ruim 70 miljoen dollar uit aan administratie- en inspectiekosten. “De realiteit is dat de merken in die tijd (van Rana Plaza, red.) niet bereid waren om de financiële kosten en vertraagde productie die horen bij reparaties op zich te nemen”, zegt de directeur. Door bewustzijn na de Rana Plaza ramp, veranderde dat – al dan niet tijdelijk, want bij de tweede versie van het akkoord haakten al twintig grote merken af.

Geen kwestie van rotte appels

Bijna elke fabriek had toen in 2013 de stand werd opgemaakt een gebrek aan effectieve brandtrappen en veel verdiepingen stonden op instorten, omdat ze nooit op veiligheid waren gebouwd. Het was, zoals Nova zegt, geen kwestie van een paar rotte appels: het was een structureel probleem. “Het akkoord heeft dat aangepakt met bindende afspraken”, concludeert Nova. “Die vervingen de vrijwillige controles van merken die arbeiders niet goed hebben beschermd. Door dit programma zijn merken contractueel verplicht om de noodzakelijke stappen te ondernemen om fabrieken veilig te maken. Toen onder het akkoord inging, was dat in de meeste gevallen de allereerste keer dat een gekwalificeerde ingenieur een stap in die fabrieken zette.”

Wat veiligheid betreft, zien Oldenziel, Akter en Nova het akkoord dus als een groot succes met veel potentie voor de hele industrie. “En toch zien we heel weinig vooruitgang op andere gebieden van arbeidsrechten”, vervolgt Nova. “We zien lonen die veel te laag zijn, enorme obstakels voor arbeiders om zich in vakbonden te organiseren, en andere veiligheidsdilemma’s. Ook daarvoor moeten dus bindende afspraken komen, en dan niet alleen in Bangladesh, maar in heel Zuidoost-Azië.” De eerlijke vraag blijft: komen merken zonder Rana Plaza 2.0 nogmaals over de brug?

Lees meer:

Wat is duurzamer, lange of korte productieketens? Drie take-aways

“Wat is in de regel duurzamer, korte of lange ketens?”, vroeg presentator Werner Schouten aan de sprekers. De meningen zijn daarover verdeeld. Anne Mieke van der Werf, directeur Business Development bij Invest-NL en Renco Schipper, medeoprichter van Snack with Benefits, gingen tijdens het Changemaker College het gesprek aan. “Lang of kort is niet altijd beter. Het allerbelangrijkste is dat de keten inzichtelijk is”, vindt Van der Werf. De jonge ondernemer ziet dat anders. “Korte ketens zijn onmisbaar bij de verduurzaming van de economie.”Lokaal versus globaal: wat is duurzamer? Als het gaat om de duurzaamheid van productieketens, is er geen pasklaar antwoord op de vraag of korte of lange ketens duurzamer zijn. Korte productieketens hebben over het algemeen een kleinere ecologische voetafdruk, omdat de producten van minder ver hoeven te komen. Bovendien hebben korte ketens vaak een positief effect op de lokale economie en zorgen ze voor transparantie. Aan de andere kant kunnen lange productieketens soms efficiënter zijn, door de manier waarop de keten is ingericht. Bovendien kan een lange productieketen bijdragen aan de ontwikkeling van internationale handel en economische groei.Hoe denken Van der Werf als impactinvesteerder en ondernemer Schipper daarover? Dit zijn de drie take-aways van het Changemaker College: lokaal versus globaal. 1. Korte ketens zijn onmisbaar bij de verduurzaming van de economie Van der Werf is het daar niet mee eens. "Korte ketens zijn bepalend voor de implementatietijd, de snelheid en het succes van de duurzame transitie. Maar echt onmisbaar? Nee, dat niet. Je hoeft niet altijd binnen de grenzen van een land of een regio te kijken als je duurzaam wilt opereren. Je moet een breder perspectief houden dan alleen maar heel lokaal." Schipper: "Korte ketens zijn onmisbaar in de verduurzaming van de economie. Een korte keten helpt als je een bedrijf wilt opzetten en optuigen. Het is heel efficiënt om met bepaalde leveranciers in direct contact te staan. Dat merk ik zelf ook in ons traject met Snacks with Benefits. Wij kunnen heel snel schakelen omdat ik aardappelboer Henk nog uit mijn netwerk ken. Zo helpen wij hem van zijn reststromen af en gebruiken het als krokant laagje voor onze groentesnacks."2. Met korte ketens naar het buitenland. Hoe doe je dat? Schipper: "Opschalen met korte ketens is zeker mogelijk. We groeien snel met ons bedrijf. Stel dat wij morgen in Spanje willen beginnen, dan willen we het liefst lokaal net zo'n ecosysteem opzetten als in Nederland. Daar zit namelijk onze kracht. Het is een reden voor de consument en de horecaondernemer om voor onze producten te kiezen. Als ik in Spanje het verhaal vertel over de reststromen die we gebruiken van aardappelboer Henk, dan slaat dat waarschijnlijk niet aan. Maar stel dat we de overgebleven aardappels van het grootste Spaanse chipsmerk El Torres gebruiken, dan kunnen we mensen wel enthousiast krijgen. Door lokaal te opereren haal je in eerste instantie verspilling uit het systeem. Bovendien weet je veel beter wat er speelt en kun je beter inspelen op wat de markt vraagt. Zo zal bloemkool misschien niet aanslaan, maar avocado's waarschijnlijk wel."3. Lange ketens zijn een kans om de arbeidsomstandigheden in andere landen te verbeteren Van der Werf: "Daar ben ik het mee eens. Als je het inzichtelijk kunt krijgen wat je impact is als bedrijf, dan is het een investeringsmogelijkheid voor bedrijven die dat belangrijk vinden. En er zijn steeds meer bedrijven die arbeidsomstandigheden en sociale duurzaamheid belangrijk vinden, onder andere omdat de consument daar naar vraagt. Maar je moet dat inzichtelijk kunnen maken. Lange ketens zijn dus een kans om dat te verbeteren."Schipper: "We blijven altijd deels afhankelijk van langere ketens. Kijk bijvoorbeeld naar koffie. Dat kunnen we hier in Nederland nog niet maken. Er wordt hard gewerkt aan alternatieven, maar zolang die er nog niet zijn, kun je beter werken aan een duurzame keten in het buitenland. Maar als je kijkt naar het voedsel dat hier in de Nederlandse schappen ligt, dan komen sommige producten die hier heel goed geteeld kunnen worden uit het buitenland. Dat is natuurlijk gek. Alles wat in Nederland gemaakt kan worden, moet vooral hier vandaan komen. Want ik denk dat een korte keten altijd duurzamer is dan een lange keten. Dan zijn er toch nog genoeg producten die niet als een korte keten mogelijk zijn, maar we wel willen consumeren. Dan hebben wij die verantwoordelijkheid om die arbeidsomstandigheden te verbeteren, en daar heb je true price voor om dat in kaart te brengen." Woensdag 26 april verschijnt de podcast met Anne Mieke van der Werf en Renco Schipper online op Change Inc. Wil jij hem automatisch ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief.