Kaz Schonebeek 09 augustus 2023, 15:25

Astrid Geerlings, EY: ‘Met design laten we zien hoe je producten en diensten kan verbeteren'

Astrid Geerlings is onderdeel van de designstudio van EY. Ze werkt toekomstscenario’s uit voor haar klanten en maakt deze met design visueel inzichtelijk. Zo wordt duidelijk welke stappen moeten worden gezet om een duurzame toekomst te bereiken.

Astrid Geerlings Astrid Geerlings

Consultants doen veel meer dan het cijfermatig analyseren van bedrijfsgegevens. Dat bewijst Astrid Geerlings, creative stategist bij EY VODW. De designstudio van accountants- en adviesorganisatie EY maakt toekomstige ontwikkelingen voor klanten inzichtelijk door toekomstscenario’s tot in detail uit te werken en visueel zichtbaar te maken.

“Wij richten ons op customer experience – dus hoe klanten in contact komen met een bedrijf. En we ontwikkelen nieuwe producten en diensten, altijd met een duurzaamheidsgedachte in ons achterhoofd. Design zetten we in om te laten zien hoe je producten of diensten kan verbeteren”, vertelt Geerlings. “Veel dingen moeten heel anders georganiseerd gaan worden om duurzaam te zijn. Maar het is moeilijk om te weten waar je aan moet werken als je niet weet hoe het er uit zal zien.”

Focus op consumenten

Het team van Geerlings richt zich sterk op het perspectief van de consument. “Veel duurzame veranderingen bij bedrijven worden op dit moment nog gedreven door wet- en regelgeving. Terwijl consumentenonderzoek laat zien dat van bedrijven wordt verwacht dat ze een voortrekkersrol op het gebied van duurzaamheid nemen.”

Geerlings put in haar werk uit een grote database met consumentenonderzoeken die wereldwijd door EY worden uitgevoerd. De rode draad: consumenten vinden duurzaamheid steeds belangrijker. “69 procent van de consumenten vindt dat bedrijven sociale en duurzame doelen moeten realiseren. Echt een hoog percentage”, zegt Geerlings. “En 42 procent is bereid om meer te betalen voor een product dat duurzaam is geproduceerd. Wat laat zien dat je bij het ontwikkelen van nieuwe, duurzame producten een grote groep voorlopers hebt waar je je op kan richten.”

Het grote en het kleine

“Wij denken altijd vanuit de consument en vanuit onze klant zelf. Uiteindelijk moet wat wij voorstellen voor allebei werken. Wij schetsen het grote plaatje – waar gaat een sector naartoe – en onderbouwen dat met cijfers en analyses. Waar we ook goed in zijn, is klantonderzoek. Zodat je kan laten zien: hier en hier is interesse voor. In de ideale wereld innoveer je zowel op het allerhoogste niveau, als in de allerkleinste dingen.”

Ook buiten haar werk bij EY brengt Geerlings dit in de praktijk. Ze is de drijvende kracht achter een repair café in haar woonplaats Utrecht. Mensen kunnen er terecht om hun kapotte apparaten gratis te laten repareren. “Het is een klein initiatief, maar het laat wel echt zien dat we op een andere manier met spullen om kunnen gaan. En daarmee hoop ik een groter publiek te bereiken.”

Speculative Design

Centraal in het werk van Geerlings staat speculative design – een ontwerpmethode die complexe problemen inzichtelijk maakt door verschillende toekomstscenario’s te schetsen. “Met de nadruk op een gewenst toekomstbeeld. Zodat we daar naartoe kunnen bewegen, in plaats van de huidige status quo handhaven of richting negatievere scenario’s gaan. We merken dat het makkelijk is om te bedenken hoe de wereld vergaat, maar dat het veel moeilijker is om je voor te stellen hoe een duurzame toekomt er over tien, vijftien of twintig jaar uitziet. Wij gebruiken speculative design om onze klanten anders na te laten denken over de toekomst van hun eigen producten. We starten vanuit een gewenste toekomst en bekijken dan welke stappen er nodig zijn om die te realiseren.”

Het team waar Geerlings in werkt laat klanten zien welke veranderingen hun bedrijf of sector door kunnen maken. “Het concreet uitwerken van de opties die een klant heeft, kan helpen om keuzes te maken. En dat hoeft niet altijd direct een heel andere wereld te zijn, maar kunnen juist ook kleine stapjes zijn.”

Waarom vinden mensen het zo moeilijk om zich alternatieve toekomsten voor te stellen?

“Deels heeft dat er mee te maken dat sommige industrieën gewoon lastig zijn om helemaal te verduurzamen. Neem fast fashion. Als je die sector echt duurzaam wil maken, zou je het hele bedrijfsmodel moeten veranderen. Je zou van individuele verkoop over moeten stappen op service-modellen waarbij je kleding leent in plaats van koopt, bijvoorbeeld. Maar dat verschilt zó van het huidige verdienmodel, dat je misschien wel wat extra verbeeldingskracht nodig hebt om stappen in die richting te zetten. Tegelijkertijd wil je het huidige model verbeteren om dingen ook op de korte termijn duurzamer te maken. Maar dat moet altijd naast elkaar bestaan. Je moet kijken naar het nu én naar de verre toekomst. Dat is niet altijd makkelijk om je in te beelden.”

“Daarom is speculative design zo interessant. Het biedt ruimte om totaal nieuwe modellen te onderzoeken en maakt inzichtelijk welke elementen uit zo’n model je vandaag al in de praktijk kan brengen. En soms kom je erachter dat er dingen zijn die je vandaag nog niet kan doen, maar waar je eerst meer mee moet testen en experimenteren. Maar dan heb je in ieder geval al wel een beeld van waar je naartoe aan het werken bent.”

Hoe visualiseer je dat?

“Dat kan op verschillende manieren. Je kan uitwerken welke digitale diensten er in zo’n toekomst beschikbaar zijn. Of je kan kijken hoe een nieuwsbericht er in de toekomst uitziet, waarin er wordt geschreven over een bedrijf. Of je neemt een future video op, waarin je de toekomst van een sector verbeeldt. Of je laat een mogelijke website van een bedrijf zien. Zaken concreet maken en visueel uitwerken laat zien welke stappen er gezet kunnen worden.”

Dat is dus echt een creatief proces.

“Ik denk dat veel mensen niet weten dat we dit bij EY ook goed kunnen en doen. We beschikken over heel veel informatie, zowel op het gebied van klantonderzoeken als onderzoeken naar bredere trends. Die gebruiken we om scenario’s te schetsen: wat als deze specifieke trend ineens veel groter wordt? Hoe ziet de wereld er dan uit? En dat helpt om een beeld te vormen van hoe we daarnaartoe kunnen gaan.”

Wat voor soort trends moet ik dan aan denken?

“In een eerder project hebben we in kaart gebracht hoe een duurzaam voedselsysteem er voor steden uit kan zien. Er is gekeken wat er allemaal niet klopt aan hoe we nu voedsel verbouwen, maar ook welke dingen er al gedaan worden die wél duurzaam zijn. Daar zijn drie concepten uitgekomen.

Eén is de one-hour-food-system: hoe zou het voedselsysteem eruitzien als alles wat je eet op maximaal een uur afstand wordt verbouwd? Dan krijg je veel meer kleine, lokale producenten met misschien wel een verkoopplatform ertussen om die aan elkaar te verbinden. De tweede is de community-food-revolution, waarbij op veel meer plekken in de stad door stedelingen zelf eten wordt verbouwd. We hebben nagedacht over hoe je kaarten en AI kan gebruiken om te zien waar in de stad ruimte is om dat te doen. En welke je diensten kan ontwikkelen om mensen daarbij te helpen. En ze bijvoorbeeld kan helpen om hun voedsel te verkopen aan buren. De derde is de impact-plate die mensen helpt om inzicht te geven in wat de impact is van het voedsel dat ze eten.”

Hoe presenteren jullie dat?

“Dit project heeft de vorm van een website. EY heeft ook een project rondom de toekomst van steden gedaan, waarbij op beurzen fysiek muren van mycelium (materiaal op basis van schimmeldraden, red.) werden getoond. Zodat je het zelf kan voelen en ervaren. Hoe tastbaarder iets is, hoe makkelijker het is om het je voor te stellen dat het werkelijkheid wordt en hoe meer motivatie we hebben om daar dan ook aan te werken.”

“We willen dat de dingen die we laten zien, dichtbij genoeg zijn om naartoe te kunnen werken. Het mag dus geen sciencefiction zijn. Maar het moet ook weer niet zo dichtbij zijn dat je het morgen al kan doen. We zoeken een balans tussen afstand en nabijheid. Wat we laten zien, bevindt zich op een motiverende afstand.”

Lees meer:

Proef! Kaasvervangers voor op vakantie

Wij zijn Nederlanders. Kaaskoppen. Dat maakt Kaasmevrouw Miek ons tijdens het WK Vrouwenvoetbal maar weer eens (pijnlijk?) duidelijk. Het melkproduct zit zo vervlochten in onze dagelijkse keuken, dat veel Nederlands die duurzamer willen leven het lastig vinden om het uit hun dieet te krijgen. Toch is dat wel hard nodig: op de lijst van voedselproducten met de hoogste ecologische voetafdruk, staat kaas op nummer drie, ontdekte onze redacteur Hidde. Inmiddels bevinden we ons diep in de vakantieperiode. Of we je nu treffen op een Nederlandse camping of in een afgelegen berghut; de kans is groot dat je ergens tijdens je vakantie zin hebt in kaas, en misschien ben je dan wel op zoek naar een veganistische variant. Omdat je dan niets hebt aan de beoordeling van slechts één product: hierbij een overzicht van alle kaasvervangers die onze redacteuren over de afgelopen jaren hebben geproefd. Vegan geitenkaas Voor velen vindt het eerste contactmoment van de dag met kaas plaats bij de lunch. Een dikke plak jong belegen, een lik roomkaas, of misschien wel een smeuïge geitenkaas. Maar: niet alleen gelden bij geitenkaas dezelfde milieunadelen als bij andere kaassoorten, ook worden er ieder jaar zo’n 225.000 geitenbokjes afgemaakt in het proces. Tijd voor een alternatief dus. Redacteur Romy probeerde haar liefde voor geitenkaas te botvieren door de vegan variant van Jay & Joy te proeven. De kaasrol, die gemaakt is van amandelmelk, kokosmelk en cashewnoten, is van de buitenkant bijna niet van ‘echt’ te onderscheiden. Maar op smaakgebied wel, blijkt al snel. Het heeft een licht zurige toets die niet onsmakelijk is, maar die niet de smaak van echte geitenkaas evenaart. In de oven, waar Romy hoopte haar extase bij het eten van dierlijke Crottin de Chavignol te benaderen, bleek de kaasvervanger het nog slechter te doen. Hij kwam er taai, uitgedroogd en smaakloos uit. Het eindcijfer, helaas: een magere 6.Vegan geitenkaas van Jay & Joy.Vegan camembert Bij een zomervakantie hoort niet alleen een goed glas wijn of een verfrissend speciaalbiertje, ook de borrelplank mag niet ontbreken. En wat is een borrelplank zonder kaas? Redacteur Hidde proefde veganistische camembert, gemaakt door Mr. & Mrs. Watson. Weer geldt dat de camembert er van buiten uitziet als zijn niet-veganistische evenknie. Net als de geitenkaas is hij voor het grootste gedeelte van cashewnoten gemaakt, en verder van water, zout, gist en kurkuma. De smaak blijkt vergelijkbaar met dikke hummus: korrelig en niet zo plakkerig als echte camembert kan zijn. En wederom is de smaak zurig en moeilijk plaatsbaar. Niet vies, maar ook niet bijzonder. Eindcijfer: een 7.Vegan camembert van Mr. & Mrs. Watson.Veganistische kruidenkaas Nog een borrelkaas dan. Redactiechef Teun vulde zijn ‘guilty pleasure’, de kaasplank, aan met een veganistische kruidenkaas van Max&Bien. Die bestaat uit water, kokosolie, rijst en tapioca (cassavemeel). Bij het los proeven van de kaasvervanger werd Teun verrast door een smeuïg en brokkelig mondgevoel, vergelijkbaar met blauwaderkaas. Op een toastje met wat vijgenjam werd het nog beter. Hoewel positief, denkt hij dat zijn positieve oordeel vooral te danken is aan de berg kruiden die in het product zitten: uienpoeder, knoflook, tijm, basilicum, rozemarijn en dragon. Desalniettemin, het eindcijfer: 7,5.Kruidenkaas van Max&Bien.Veganistische raspkaas Op naar het avondeten. Vooral de vakantiegangers in Italië (die het land nog niet uitgevlucht zijn wegens de ondraagbare hitte, veroorzaakt door klimaatverandering) zullen benieuwd zijn naar een alternatief voor Parmezaanse kaas om over hun pasta te brokkelen. Redacteur Romy proefde de ‘Italian Aged’ van Willicroft: een kaasvervanger op basis van cashewnoten, maïszetmeel, gedroogde gist, zout, knoflookpoeder en natuurlijke aroma. Bovenop een zelfgemaakte pasta pesto komt de smaak erg in de buurt van traditionele Parmigiano Reggiano, al is het wat aan de ‘knoflookerige’ kant. De structuur is een beetje melig, maar geraspt over een pastagerecht is dat niet vervelend. Een goed alternatief dus! Eindcijfer: een mooie 8.Italian Aged van Willicroft.Voor degenen die juist op zoek zijn naar ‘Hollandse’ raspkaas heeft redacteur Anna Roos een plantaardige ‘draadjeskaas’ geproefd, zoals zij die noemt. Een alternatief voor Goudse kaas, gemaakt door de Albert Heijn. De ingrediëntenlijst laat weinig nieuws zien, met bekenden als water, zout, zetmeel, en weer die tapioca. Het oordeel van Anna Roos was helaas niet positief. Het smeltpunt wordt pas laat bereikt en de smaak lijkt niet op normale raspkaas. Eindcijfer, jammer genoeg: een 5.Goudse raspkaas van Albert Heijn.Vegan kaasfondue Tot slot een gerecht dat zonder kaas simpelweg niet zou bestaan: de kaasfondue. Eigenlijk meer een wintergerecht, maar ook tijdens zomervakanties in Zwitserland heb ik het wel eens voorgeschoteld gekregen. Redacteur Romy (je kan inmiddels merken dat Romy naarstig op zoek is naar goede kaasvervangers) probeerde veganistische kaasfondue, wederom van het bedrijf Willicroft. Voor het eerst kwamen er wat afwijkende ingrediënten langs: miso (gefermenteerde sojabonenpasta), rijst, kikkererwten en appelazijn. Wat Romy opvalt is dat er geen geur vanaf komt, terwijl die bij traditionele kaasfondue juist zo aanwezig is. Ook de textuur is iets minder ‘dradig’ dan je zou verwachten. Maar de smaak is verrassend goed en komt zelfs in de buurt van echte kaas. Een goed alternatief voor een gezellige avond prikken in de pan. Eindcijfer: 8.Kaasfondue van Willicroft.Nog meer proeven: Vegetarische seitan kebab van BumiVeganistische Little Willies met meer biteVegetarische nuggets van de Albert Heijn