Eva Segaar 23 juni 2021, 10:10

Autonome onkruidwiedrobot krijgt half miljoen om bioboeren te helpen

Start-up Trabotyx krijgt bijna een half miljoen euro om de autonome onkruidwiedrobot verder te ontwikkelen. De robot gaat volgens oprichter Tim Kreukniet in eerste instantie biologische boeren helpen met het wieden van onkruid, zodat dat niet meer handmatig hoeft. “Het heeft veel potentie, omdat het zonder automatisering vrijwel onmogelijk wordt om de Europese doelen te halen.”

Trabotyx founders pictures at workshop leiden Trabotyx oprichters Kreukniet (links) en Boussama met hun autonome onkruidwieder. Beeld: Trabotyx

Oprichter Tim Kreukniet werkte voorheen in het elektrisch vervoer. Maar toen daar de grote transitie voorbij was, wilde hij zich richten op een bredere tak van sport: niet alleen het reduceren van CO2, maar tegelijkertijd de luchtkwaliteit en biodiversiteit bevorderen. “Via Antler, een incubator voor ondernemers die co-founders zoeken, kwam ik in contact met Mohammed Boussama. Hij komt oorspronkelijk uit Tunesië, uit een boerenfamilie, en vertelde dat ze altijd een tekort hebben aan mensen voor op het land.”

Ze bedachten in eerste instantie een robot die ziektes kon detecteren. Maar nadat ze in Nederland boeren hadden geïnterviewd, bleek er toch meer behoefte te zijn aan een praktisch helpende hand. “De conclusie was dat ze het allemaal leuk en aardig vonden, maar omdat ze in het seizoen al meer dan 80 uur in de week werken, hadden ze geen tijd om dat ook nog bij te houden. Ze hebben vooral extra handen nodig voor óp het land.”

Hoe geven we elke Europeaan biologisch eten? Minder vlees en meer stikstofvriendelijke planten.

Automatisch onkruid wieden

Daaruit is de autonome onkruidwiedrobot Trabotyx ontstaan. CTO Boussama, met een passie voor robotica en achtergrond in de lucht- en ruimtevaartindustrie, heeft de robot vervolgens ontwikkeld. Maar hoe werkt het precies? Kreukniet: “De boer zet de robot op zijn land, die op basis van computervisie over de gewassen heenrijdt. Met een speciaal schoffelsysteem schoffelt hij dicht langs het gewas, en drukt hij het onkruid de kop in. Als de robot geen gewassen meer voor zich ziet, gaat hij naar de volgende rij.” En als er iets fout gaat, kunnen Kreukniet en zijn team hem vanaf een afstand, via de cloud, besturen. Zodat de boer zich ook daar niet druk om hoeft te maken.

Een enorme tijdswinst voor biologische boeren, waar dit onkruid allemaal met de hand moet worden verwijderd. Spuiten met bestrijdingsmiddelen is voor hen immers uit den boze. “Een gemiddelde bioboer is minimaal 50 uur per hectare bezig met het handmatig wieden van onkruid. Daar huurt hij mensen voor in, wat geld kost. Laten we zeggen 20 euro per uur. Dat is 1000 euro per hectare.” Kreukniet wil dat de robot 25 procent goedkoper is, dan wat de biologische boer nu betaalt. “Laten we zeggen, 750 euro per hectare.” Een gangbare boer is veel minder geld kwijt, zo’n 300 euro per hectare, omdat spuiten met gif een stuk minder arbeidsintensief is. “Maar omdat glyfosaat onder druk staat door de negatieve impact ervan op gezondheid en milieu, is het slechts een kwestie van tijd voordat ook zij moeten overstappen”, denkt Kreukniet.

Hopelijk in 2022 op de markt

Bovendien is vanuit de Europese Unie opgelegd dat in 2030 25 procent van de landbouwgrond biologisch moet zijn. Dat is nu in heel Europa 8,5 procent en in Nederland slechts 3,7 procent. In heel Europa zijn er al verschillende bedrijven bezig met soorten onkruidwiedende robots, om de bioboeren een handje te helpen. “Omdat er zoveel vooruitgang is op het gebied van machine learing, zijn we de laatste vijf jaar steeds meer in staat om robots zelfstandig het werk te laten doen. Er zijn nu ongeveer 15 partijen in Europa mee bezig, waarvan wij er één zijn.” Kreukniet hoopt dat de robot in 2022 al commercieel beschikbaar wordt voor de boeren. “We hebben nu een jaar om ons te bewijzen.”    

De Europese Commissie (EC) investeert de komende jaren miljarden in de promotie en ontwikkeling van biologische landbouw, om het doel van 25 procent biologisch in 2030 te halen. Het plan is onderdeel van de Green Deal. Lees hier welke stappen op biologisch er de komende jaren worden gezet

Waarom is een wetenschappelijke expertgroep nodig om ABP te adviseren? Zeven vragen aan de voorzitter

Wat gaan jullie precies doen? “We moeten natuurlijk nog aan de slag gaan. Dus we moeten nog met zijn drieën gaan zitten, de toe te passen methodes selecteren et cetera. De agenda is breed: de sustainable development goals, maar we beginnen met het klimaat. Dat is onze focus, omdat dat natuurlijk het meest urgent is. Daarbij kijken we naar de science based targets en de transitiepaden om onder de 1,5 graad opwarming te blijven. Aan de hand daarvan willen wij adviseren over de beleggingsportefeuille.”Wat betekent duurzaam beleggen of verantwoord beleggen eigenlijk?“Dat kun je heel ingewikkeld maken, maar je kunt ook gewoon zeggen: beleggen met het oog op de toekomst. Je moet dus zowel naar financieel rendement als impact kijken. Wij gebruiken de duurzame ontwikkelingsdoelen als anker. Die SDG-agenda gebruikt ABP zelf ook. Dan kun je denken aan thema’s als grondstoffengebruik, biodiversiteit en mensenrechten, maar we beginnen dus met klimaat.”Waarom is een wetenschappelijke expertgroep nodig om ABP te adviseren over maatschappelijk verantwoord beleggen?“Nou, nodig… Er zijn natuurlijk allerlei geluiden uit de wetenschappelijke sector, denk aan collega-academici en studenten die zich uitspreken over ABP. En de VSNU (red. de Vereniging van Universiteiten) dacht erover hoe we deze geluiden kunnen consolideren in een positieve, constructieve bijdrage. Toen besloten zij om te kijken naar de expertise binnen de universiteiten en op basis daarvan hebben ze deze groep samengesteld. Zodat we onze kennis kunnen inzetten om ABP te helpen.”Waarom kan ABP het zelf niet?“Natuurlijk kan ABP dit zelf, maar wij kunnen onze expertise inzetten om het tempo verder op te voeren. En ABP reageerde ook gelijk positief. Zij omarmen de commissie en zijn blij dat we meedenken. Wij gaan natuurlijk niet over de beslissingen, want wij zitten niet in het bestuur van ABP. Doordat zij er positief tegenover staan dat de adviescommissie er komt, heb je een vruchtbare bodem voor interactie en dat komt de kwaliteit van de adviezen ten goede.""Ik ben ook heel tevreden over hoe de VSNU ons team heeft samengesteld. Ik houd me bezig met duurzaam beleggen. Roel Beetsma van de Universiteit van Amsterdam is een uitstekende econoom met pensioenkennis en Heleen de Coninck van de Technische Universiteit Eindhoven schrijft mee aan de IPCC-rapporten over klimaat. Meer kennis kunnen we niet hebben: er is echt moeite gedaan om binnen de academische gemeenschap top-expertises te combineren. In de wetenschap werken we vaak in onze eigen discipline daarom is het heel mooi dat beleggings-, economische en klimaatexpertise nu worden gebundeld. Dat is heel belangrijk als we vooruitgang willen boeken op deze dossiers. Dat is voor ons ook inspirerend. We kunnen van elkaar leren en zo de laatste inzichten meenemen. Dat is natuurlijk ook voor ABP nuttig.”Gaan jullie ABP adviseren om uit fossiele bedrijven als Shell te stappen? En wanneer komt het eerste advies?“Daar kan ik niet op vooruitlopen. Als commissie gaan we met zijn drieën zitten en ons advies maken en dat gaan we op basis van wetenschappelijke inzichten doen. Dus wij moeten nog door dat proces heen. We gaan natuurlijk naar de transitie in de energiesector kijken, naast de andere sectoren. Dat is helder.”Lees ook: Geld van kleine zorgpensioenfondsen draagt bij aan wapenproductie, tabaksindustrie en klimaatvervuilingJullie gaan het advies (twee keer per jaar) vertrouwelijk delen, waarom niet publiekelijk?“Op een gegeven moment gaan we wat dieper het beleggingsproces in, dan hebben we mogelijk te maken met vertrouwelijke informatie. Dat weten we nu nog niet. Ook de adviezen zijn specifiek waardoor ze beleggingsgevoelig kunnen zijn. Dus dat kun je niet zo op straat leggen, dan heb je geen functionele dialoog. We gaan ons advies ook toelichtten bij ABP. We willen het serieus aanpakken: niet alleen een stuk sturen, maar het ook echt bespreken.""Dat de adviezen vertrouwelijk zijn en daarmee niet transparant, erkennen we. Daarom publiceren we jaarlijks een verslag. Dat is voor ons ook een stok achter de deur dat het niet vrijblijvend is wat wij doen. En dat wij ook verantwoording afleggen. We opereren onafhankelijk, maar ik vind het belangrijk dat collega-academici en studenten kunnen zien wat wij doen. Ondanks dat wij niemand vertegenwoordigen. Transparantie is belangrijk als je in zo'n commissie zit.”Wanneer zijn jullie tevreden?“Het achterliggende doel is natuurlijk om de duurzame ontwikkelingsdoelen te halen. Daar heb ik klimaat nu even uitgelicht als eerste speerpunt. Als deze adviescommissie helpt de energietransitie te versnellen, dan zijn wij zeer tevreden. En dat is ook precies wat ABP zelf wil. Die hebben ook doelstellingen in het beleggingsbeleid. Dus we staan voor hetzelfde doel. De kunst is elkaar te helpen met de versnelling aanbrengen.”In plaats van een obstakel in de transitie naar een duurzame economie, kan de financiële sector juist een aanjaagrol spelen, zei Schoenmaker eerder. Met Willem Schramade schreef hij er een boek over. “Er is al veel meer bewijs dan men denkt.”