Eva Segaar 18 juli 2022, 11:00

Nieuw boeren: Schevichoven voorbeeld van klimaatvriendelijke boerderij met winst

In deze zomerserie gaat Change Inc. langs bij boeren die het anders doen. Echtpaar Maarten en Eliette van Dam willen samen met Jeroen Plesman aantonen dat regeneratieve landbouw niet alleen goed is voor de bodem en biodiversiteit, maar ook voor de portemonnee. Daarmee moet boerderij Schevichoven een voorbeeld worden voor de boeren die willen overstappen naar een nieuwe vorm van landbouw.

Schevichoven 003 De drie pioniers: Eliette (links) en Maarten van Dam samen met Jeroen Plesman. | Credits: Lex van Lieshout

Midden op de Utrechtse heuvelrug, op steenworpafstand van Kasteel Broekhuizen, staat de regeneratieve boerderij van Maarten en Eliette van Dam. “Regeneratieve permacultuur”, zegt Maarten van Dam. “Zo heet het eigenlijk wat we hier doen. Qua marketing is het natuurlijk een lastig woord: 90 procent heeft geen idee wat je ermee bedoelt”, lacht hij. Dus legt Van Dam het graag nog even uit. “Regeneratief betekent dat je de bodem herstelt. Dat doen wij door in plaats van elke keer dezelfde groente te verbouwen juist te werken met verschillende meerjarige gewassen. Kortom, een permanente agricultuur.”

Verschillende gewassen op boerderij Schevichoven met in de verte Kasteel Broekhuizen. | Credit: Lex van Lieshout

Verschil tussen perma- en monocultuur

En dat is pionieren. Want hoe er op Schevichoven gewerkt wordt gebeurt in Nederland nog nauwelijks. Conventionele akkerbouw werkt normaal met éénjarige gewassen en een monocultuur: alle gewassen zijn hetzelfde en staan bij elkaar in een veld geplant. Verderop vind je een veld vol andere eenjarige gewassen, ook in rijen naast elkaar. Zo gaat het al bijna honderd jaar, sinds de opkomst van zaai- en oogstmachines en chemische toevoegingen als kunstmest. Dat is efficiënter en geeft een zo hoog mogelijke opbrengst. Het leek jarenlang de beste manier om te telen, tot we erachter kwamen dat het de bodem uitput en slecht is voor de biodiversiteit.

Op Schevichoven willen ze daarom graag ontdekken hoe je klimaatvriendelijk kunt boeren mét winstoogmerk. Want dat blijkt nog knap lastig. Het moet namelijk concurreren met onze huidige voedselproductie. Deze is heel efficiënt ingericht. En dus heel goedkoop. Een stuk goedkoper dan biologisch, biodynamisch of – en daar is het woord weer – regeneratief.

“Toen we hier zes jaar geleden kwamen wonen, wisten we al dat we het anders wilden doen. We wilden een voorbeeldboerderij worden. Met voldoende schaal. Om te laten zien dat het mogelijk is”, legt Van Dam uit aan de keukentafel van de ruim vierhonderd jaar oude boerderij.

Lees ook: De koeien van FrieslandCampina als eerste in Europa aan de methaanremmers

“Deze besjes smaken naar marsepein, proef maar”, zegt Maarten van Dam. | Credit: Lex van Lieshout

‘Iedereen moet ons kunnen kopiëren’

Dus gebruiken ze op Schevichoven geen subsidies. Zodat gebrek aan financiering geen argument is om niet te veranderen. En zo is de aanpak van Van Dam ook makkelijk te kopiëren. “We hebben geen vrijwilligers of boerderijwinkel en we zijn niet biologisch gecertificeerd – hoewel we in praktijk biologisch plus plus zijn”, zegt Van Dam. “We proberen alle argumenten voor te zijn, want als we ons laten certificeren zijn we alleen een voorbeeld voor biologische boeren. Terwijl we álle boeren willen aanspreken, juist de gangbare.”

Maar het is nogal een uitdaging om zonder subsidie een nieuwe vorm van landbouw winstgevend te krijgen. Waar klop je dan aan voor financiering? Banken zijn terughoudend. “Die kunnen we bellen als we hebben aangetoond dat het werkt. Ze willen zien wat ze terugkrijgen, rechtsonder in de Excelsheet.” Hoewel er volgens Van Dam wel voorzichtig geluiden opgaan dat het langzaam verandert bij de banken, moesten ze toch creatief zijn. Dus komt een derde van de financiering, zo’n 1,5 miljoen euro, uit crowdfunding. “Een derde organiseren we zelf bij investeerders in de vorm van leningen en een derde brengen we zelf in.” De investeerders die meedoen zijn niet van het soort dat na vijf à tien jaar casht. “Je moet net als vroeger bij een boerenbedrijf weer denken in generaties. Zo is het ook ooit begonnen.”

De twee varkens Babi en Pangang krijgen te eten wat er overblijft. | Credit: Lex van Lieshout

Asperges naast de tuinkruiden

Inmiddels is er al zes hectare aangeplant. De frambozen staan naast de tuinkruiden. Uit de strook ernaast poppen de eerste groene asperges op. Eromheen staan stroken met klaver, een plant die stikstof uit de lucht kan binden. Een heel ander gezicht dan de conventionele teelt. “Door de klaver te maaien en op de kruiden en frambozenstruik te laten liggen, heb je milieuvriendelijke kunstmest”, zegt Van Dam trots.

Op Schevichoven gebruiken ze geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Ze geloven dat een systeem zichzelf in stand houdt wanneer het is opgebouwd in verschillende lagen en gewassen. Met vaste planten, kruiden, meerjarige groenten, bessen, vruchten- en notenbomen. Een bosrandcultuur, legt van Dam uit. “Daarmee maak je de bodem gezond, breng je de biodiversiteit terug en heb je een waanzinnig landbouwsysteem.” Maar daarbij moet je er wel rekening mee houden dat minimaal 20 tot 30 procent van de oogst verloren gaat. Omdat de vogels en insecten ervan eten. “Maar dat maakt niet uit”, zegt Van Dam. “Dat calculeren we in. En het komt vanzelf weer terug in het systeem.”

Lees ook: Groene boeren roepen op, ‘kies nu voor de omslag van ons voedselsysteem’

Op het bord kun je zien wat er allemaal is ingezaaid, van rode appel tot Paw Paw, in stroken naast elkaar. | Credit: Lex van Lieshout

Onkruid is onkruid

Het is niet zo dat je de bodem vervolgens niet meer hoeft te onderhouden. Helaas moet er nog steeds af en toe worden gewied, anders verandert de vruchtbare grond langzaam in een beukenbos. Daar heeft Schevichoven twee mensen voor in vaste dienst, om te zaaien, planten, oogsten en onkruid te wieden. Met als flexibele schil nog vier tot acht oproepkrachten plus een aantal loonwerkers. “In Zeeland beheer je met dit aantal mensen zeker 500 hectare. Maar ja, dat is conventioneel hè,” zegt Plesman, die ook aan de keukentafel zit.

Het gaat ook zeker niet allemaal in een keer goed. “We moeten nog een beetje af van het idee dat alles maakbaar is”, lacht Van Dam. “Zo hadden we dinsdag een machine gehuurd en wilden hem dezelfde dag gebruiken om zaaibedden aan te leggen.” Maar de omstandigheden waren die dag eigenlijk niet goed. Het was te nat met veel wind. Toch werden de zaaibedden gelegd. Waardoor je nog maanden kampt met veel onkruid. “Iedere agrariër kan je vertellen dat het een slecht idee is, maar je moet er toch zelf eerst achter komen.”

“We moeten nog een beetje af van het idee dat alles maakbaar is”, zegt Maarten Van Dam (midden). | Credit: Lex van Lieshout

Eerste oogst

Dit jaar worden de eerste theekruiden geoogst, waar de Nederlandse theeproducent Wilder Land 300.000 theezakjes van maakt. Denk aan kruiden als citroenmelisse, dropplanten en venkelloof. Ook verwacht Van Dam de eerste bessen te oogsten en de eerste groente: rabarber. Die producten worden vervolgens via de webshop van Boerschappen verkocht. “En de jaren hierna verwachten we broccoli en andere vruchten”, zegt hij.

Lees ook: “De stikstofplannen van het kabinet raken ook de biologische landbouw”

Om andere boeren te helpen in de overgang naar regeneratief telen, biedt Schevichoven een driejarig-programma aan, speciaal voor agrariërs in de provincie Utrecht. “Alle boeren kunnen zich opgeven, het maakt niet uit wat ze doen”, zegt Plesman. “Het doel is om samen te komen tot een nieuw businessmodel.” Het kan boeren helpen om ondanks de stikstofcrisis te kunnen blijven boeren – maar dan op een andere manier. Het eerste jaar is bedoeld om te inspireren, in het tweede jaar maak je een plan van aanpak voor je boerenbedrijf, en in jaar drie start je. “Dan krijg je coaching van alle professionals in ons netwerk die hebben geholpen Schevichoven neer te zetten. En waar nodig helpen we met de afzet van je producten.”

Want het doel van Schevichoven is om groente en fruit regeneratief te verbouwen in een financieel rendabel systeem. Alleen dan kunnen andere boeren ook de overstap maken. Dat is spannend, geeft Van Dam toe. “Ik weet ook niet of dit dé weg is, maar de huidige weg loopt dood. Dus we moeten iets anders doen, en er ligt genoeg bewijs dat het kan.” De komende jaren gaat het vooral om pionieren, maar uiteindelijk moet er op Schevichoven twintig hectare aan regeneratieve permacultuur liggen. Van asperges tot frambozen en notenbomen. En dat allemaal van dezelfde boerderij.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Nieuwe manier om water te koken

Het is zo simpel: je maakt water warm, en als het 100 graden Celsius bereikt kookt het. Maar water koken is eigenlijk heel inefficiënt. Zeker in grote hoeveelheden duurt het lang voor water op temperatuur is. De knappe koppen van het MIT gingen daarom op zoek naar de verspillingen in het kookproces. Die zit vooral op de plekken waar water contact maakt met een warm oppervlak. Daar ontstaan belletjes, maar te veel belletjes zorgen voor een soort isolerend laagje dat het kookproces vertraagd. Efficiënt verwarmen Die bubbels moeten dus weg. Maar ze moeten ook weer niet helemaal weg, want de bubbels zijn ook een teken dat het verwarmen efficiënt gaat. Veel eerdere pogingen om water efficiënter te koken liepen dan ook mis; als je een inefficiëntie aanpakt, komt er een andere voor in de plaats. Maar met de kennis van natuurkunde en technieken om heel kleine gaatjes te maken wisten de wetenschappers nu wel iets te bereiken. Kleine deukjes, maximaal tien micrometer groot, op een afstand van twee millimeter van elkaar. Ze zorgen ervoor dat de bubbels vrolijk kunnen bubbelen zonder een isolerend laagje te vormen. Lees ook: Vrees over gastoevoer, maar Gasunie voorziet geen problemenMet een hogesnelheidscamera filmden de onderzoekers de bubbelsIndustrie verduurzamen Hoeveel minder energie je precies kwijt bent door deze techniek, blijft onduidelijk in het onderzoek. Wel is de overdracht van hitte, van een heet oppervlak naar het water, 400 procent beter dan zonder de coating. De onderzoekers benadrukken dat hun experiment kleinschalig is, maar dat er mogelijkheden zijn voor de industrie. Als het speciale oppervlak bijvoorbeeld via zandstraling op grote ketels aangebracht wordt, verwarmen die ketels veel efficiënter. Dat kan veel betekenen voor duurzaamheid. Als je een paar procent minder brandstof nodig hebt om een ketel water aan de kook te brengen bespaar je niet alleen geld, je spaart ook het milieu. In de industrie, waar de duurzaamheidsuitdaging groot is, helpen alle kleine beetjes. Deze hightech coating draagt daar mogelijk een steentje aan bij.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.