Hannah van der Korput
16 oktober 2023, 11:29

‘Eiwittransitie levert miljarden op’

Eiwitten zijn een essentieel onderdeel van ons dieet. Maar voor een duurzame toekomst is een eiwittransitie nodig van dierlijke naar plantaardige voeding. Wat levert de eiwittransitie op als het gaat over gezondheid, milieuwinst en dierenwelzijn?

Eiwitten gezondheid Het eten van meer plantaardige producten leidt onder andere tot minder vee in Nederland. | Credits: Adobe Stock

Wageningen Economic Research zocht het uit in opdracht van de Transitiecoalitie Voedsel. Het onderzoek richt zich op verschillende scenario’s. Van alle eiwitten die Nederlanders op dit moment binnen krijgen, heeft 39 procent een plantaardige oorsprong, tegen 61 procent dierlijke oorsprong. De wetenschappers van Wageningen onderzochten wat de impact op verschillende factoren zou worden als deze verhouding verschuift.

Zo wordt in 2020 een basisscenario met 43 procent plantaardig en 57 procent dierlijke eiwitten geschetst. Er is ook gekeken naar de gevolgen wanneer we 60 procent plantaardige en 40 procent dierlijke eiwitten eten. Natuurlijk kan het ook zijn dat we in plaats van meer, minder plantaardige eiwitten binnenkrijgen in de toekomst. Welke maatschappelijke impact dat heeft, werd ook uitgezocht.

Door op dezelfde voet

In het basisscenario wordt de trend van ons huidige dieet voortgezet. Omdat de eiwittransitie al aan de gang is, wordt verwacht dat dit zo zal blijven. Er is berekend dat de consumptie van vlees in 2030 zal dalen met 18 procent en die van zuivel met 15 procent. Daarentegen stijgt de consumptie van vlees- en zuivelvervangers met 50 procent. De geschatte verhouding is 43 procent plantaardige tegenover 57 procent dierlijke eiwitten in 2030.

Dit leidt onder andere tot minder vee in Nederland. Het aantal melkkoeien, varkens en pluimvee in Nederland vermindert in 2030 met 19 procent, 38 procent en 29 procent. Hierdoor daalt de Nederlandse vlees- en melkproductiereductie fors met zo’n 40 en 17 procent. Dit heeft ook invloed op het grondgebruik. In 2020 werd bijna de helft van de Nederlandse akkerbouwproductie gebruikt als veevoer, maar door de inkrimping van de dierstapel daalt dat aandeel tot ongeveer een derde. Zo komt er meer ruimte om plantaardige producten te verbouwen zoals aardappelen en peulvruchten.

De milieu-impact zal in dit scenario afnemen met 18 tot 28 procent tussen 2020 en 2030. Wanneer de veestapel inkrimpt, is dat ook goed nieuws voor het dierenwelzijn. De WUR schat in dat de maatschappelijke kosten voor dierenwelzijn dalen met 3 miljard euro.

40 procent dierlijk tegenover 60 procent plantaardig

Om tot de verhouding 40 procent dierlijke en 60 procent plantaardige eiwitten te komen, moeten we ons dieet fors veranderen. Maar wanneer dat lukt, daalt de milieu-impact nog verder. De afname van milieuschade levert een welvaartsgroei op van 8 miljard euro.

Ook voor dierenwelzijn valt nog meer winst te behalen, omdat bijvoorbeeld de zuivelproductie daalt. De eiwittransitie heeft ook voordelen voor de menselijke gezondheid. Door plantaardig te eten, neemt de consumptie van groente en fruit met ruim 50 procent fors toe. De consumptie van rood en verwerkt vlees neemt in 2030 sterk af. De verwachting is dat door een gezonder eetpatroon de zorgkosten zullen gaan dalen, wat zorgt voor besparingen voor de maatschappij.

Eiwittransitie stokt

Het kan ook zo zijn dat we na verloop van tijd in plaats van meer, minder plantaardige eiwitten zullen gaan eten. Wanneer de afname beperkt blijft, geldt hetzelfde voor de gevolgen. Maar wanneer we veel meer dierlijke producten gaan eten, zal dat op termijn ook weer negatieve gevolgen hebben voor dierenwelzijn en milieu-effecten.

Transitiecoalitie Voedsel

Met het rapport pleit Transitiecoalitie Voedsel voor een extra stimulans voor de eiwittransitie: het levert de samenleving namelijk veel op. De coalitie wijst onder andere naar de rol van supermarkten en horeca binnen de eiwittransitie. Ook zien ze een rol weggelegd voor ‘true pricing’. Producten met nadelige effecten voor milieu, mens en dier moeten in de prijs extra belast worden. Mensen kunnen zo worden verleid tot een duurzamere keuze, is het idee.

Lees ook:

De zee als energiebron van de toekomst? Vier vragen en antwoorden over elektriciteit uit water

Hoe kun je energie opwekken uit water? Naast de waterkrachtcentrales in rivieren en stuwen, waarvan visvriendelijke varianten in Nederland ontwikkeld worden door Fish Flow Innovations en Deep Water Energy, zijn er verschillende manieren om energie op te wekken uit de zee. Daarvoor zijn grofweg vier categorieën te onderscheiden: getijdenenergie, golfenergie, osmose en Ocean Thermal Energy Conversion. Bij getijdenenergie wordt elektriciteit opgewekt door gebruik te maken van stroming in de zee. De zon en de maan trekken aan het zeewater, waardoor stroming veroorzaakt wordt en er continu een veranderend waterniveau wordt gecreëerd, variërend tussen laag water (eb) en hoog water (vloed). Hier houdt onder andere SeaQurrent zich mee bezig, het bedrijf van Berkhout. SeaQurrent wekt energie op door een soort vlieger onder water te plaatsen, de TidalKite, die beweegt doordat de vleugels van de vlieger energie uit het stromende water benutten. Naast vliegers zijn er ook getijdenturbines, als het ware windmolens onder water, zoals Water2Energy en Tocardo deze ontwikkelen. Bij golfenergie wordt energie opgewekt door een continu variërend verschil in waterniveau, dat ontstaat door de deining van golven. In Nederland zijn Weco, Slowmill, Teamwork Technology en Wavehexapod hierin gespecialiseerd. Binnen de golfenergie bestaan weer allerlei manieren om energie op te wekken, legt Berkhout uit. “Sommigen gebruiken een drijflichaam op de golven, bevestigd aan een bodemanker. Tussen deze elementen ontstaat door de golven een kracht waaruit elektriciteit geproduceerd kan worden. Andere gebruiken in plaats van de bodem een paal of windturbine, of een golfbreker aan een dijk. En je hebt ook ‘osciliating water columns’, waarbij gebruik wordt gemaakt van lucht die door de golven omhoog geduwd wordt.” Bij osmose wordt gebruik gemaakt van het verschil in zoutgehalte tussen zoet en zout water. Deze techniek laat zoet en zout water langs membranen stromen, die selectief deeltjes doorlaten. Daardoor ontstaat een positieve en negatieve zijde, vergelijkbaar met een batterij. In Nederland werkt het bedrijf Redstack aan het opwekken van energie door middel van met osmose. Tot slot is Ocean Thermal Energy Conversion een methode die energie opwekt middels het verschil in temperatuur tussen warm oppervlaktewater en koeler zeewater op diepte. Maar, geeft Berkhout aan, deze techniek is niet toepasbaar dichtbij Nederland. De temperatuurverschillen zijn vaak niet groot genoeg en de benodigde diepte ontbreekt. Waarom hebben we energie uit water nodig? Om weg te stappen van het verbranden van fossiele brandstoffen, is een volledig duurzaam energieproductiesysteem nodig. Wereldwijd worden er al flinke stappen gezet met wind- en zonne-energie, maar daarmee kan niet op elk moment van de dag en het jaar voldoende energie worden opgewekt. In aanvulling op energie uit wind en zon zijn daarom andere vormen van duurzame energieopwekking nodig. Energie uit water is een geschikte kandidaat, omdat water immers altijd in beweging is. Er kan dan dus direct stroom worden geleverd, ook op de momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait. Berkhout legt uit dat we, a posteriori, misschien wel ons duurzame energienet vanaf het begin anders in hadden moeten richten. “We zijn ooit begonnen met de vraag: het maakt niet uit hoe en waar, maar kan iemand in godsnaam duurzame energie maken,” zegt hij gekscherend. “Uit die vraag zijn uiteindelijk zonnepanelen op daken en windenergie op zee en land boven komen drijven. Maar we hadden, terugkijkend, ook kunnen zeggen: in 2050 willen we 100 procent duurzame energie, tegen die tijd verwachten we een bepaalde vraag vanuit consumenten, iets meer overdag en in de winter, iets minder ’s nachts en in de zomer – wie kan dat profiel aan energie leveren? In dat geval hadden we vanaf het begin van de energietransitie al veel meer gekeken naar een mix van meerdere oplossingen. Het kan natuurlijk wel met zonne- en windenergie, maar daarbij heb je ook veel opslag nodig. Bij bijvoorbeeld getijdenenergie is dat veel minder het geval. Je kunt dan direct die energie leveren.”Een paar maanden geleden organiseerde Invest-NL samen met Change Inc. een webinar over de winning van elektriciteit uit water. Maarten Berkhout schoof hierbij als een van de deelnemers aan tafel. Invest-NL en Change Inc. organiseerden deze webinar om te onderzoeken wat er nodig is om de opkomende sector te helpen. Hier is komende jaren veel kapitaal voor nodig. Hoe kunnen we de Nederlandse expertise uit de maritieme en offshore-sector inzetten voor duurzame energietechnologie die internationaal schaalbaar is? Klik hier om meer over deze webinar te lezen en klik hier om hem terug te kijken. Of bekijk de hele webinar onderaan dit artikel.Is het duur om energie uit water op te wekken? Die vraag kan op verschillende manieren beantwoord worden. Doorgaans wordt, om de kosten van energiebronnen te vergelijken, gebruik gemaakt van de Levilised Cost of Energy (LCoE). Die maatstaf wordt berekend door de totale kosten van een energiebron te delen door de hoeveelheid geproduceerde energie, beiden over de gehele levensduur van de bron. Puur naar de LCoE gekeken: ja, dan is energie uit water momenteel een dure techniek, vergeleken met bijvoorbeeld wind- en zonne-energie. Dat komt onder meer omdat windmolens en zonnepanelen al lang in ontwikkeling zijn en er veel subsidie is besteed aan het opschalen van deze technieken, waardoor ze veel kostenefficiënter zijn geworden. “De LCoE van energie uit water is hoger omdat de technologie aan het begin van de leercurve staat”, legt Berkhout uit. “Vergelijkbaar met windmolens in de jaren zeventig. Toen was de potentie van windmolens nog heel klein.” Maar in isolatie naar de LCoE kijken, vindt Berkhout te oppervlakkig. “De LCoE kijkt puur naar de opbrengst van energie, het aantal kilowattuur. Maar op welk moment krijg je die energie? De kosten van de energieopwekking kunnen wel goedkoop zijn, maar wat is er aanvullend nodig om de productie van energie op de vraag te kunnen laten aansluiten? Als je bijvoorbeeld alles op basis van zonne-energie zou doen, moet je grootschalige energieopslag aanleggen. Dat kost veel geld. Daarom pleiten wij voor minimaal een vergelijking op basis van de value-adjusted LCoE. Als je die andere kosten namelijk allemaal meeneemt, wordt het een heel ander verhaal.” Graag kijkt Berkhout zelfs nog breder, naar wat het voor Nederland economisch kan opleveren. Als in eigen land projecten worden uitgerold om energie uit water op te wekken, levert dat duurzame banen op voor inwoners en kan het een economisch sneeuwbaleffect teweegbrengen. Dat zou je dan kunnen vergelijken met de import van zonnepanelen uit China, waarbij dat soort effecten minder optreden. “Hoe we leveringszekerheid meewegen is wel weer een uitdaging, maar het is duidelijk waar de plus ligt. En dit onderwerp staat heel hoog op de agenda in Europa sinds de Russische inval in Oekraïne en de wens om Russische gasafhankelijkheid niet in te ruilen voor de afhankelijkheid van Chinese zonnepanelen en batterijen.” Hoe kijkt de Nederlandse overheid naar energie uit water? Het valt te stellen dat er tot op heden niet veel ingezet is op energie uit water door Nederlandse kabinetten. Zoals gezegd, ligt de focus toch vooral op de LCoE, en op basis daarvan komt waterenergie nog niet goed uit de verf. Dat was ook de reden dat in 2021 toenmalig minister Bas van ’t Wout (Economische Zaken en Klimaat) geen reden zag om bestaand, terughoudend kabinetsbeleid te wijzigen. “Heroverweging van bestaand nationaal beleid, c.q. van het vergroten van de nationale inzet op energie uit water, [is] op dit moment niet wenselijk”, schreef hij destijds aan de Tweede Kamer. “De overheid stuurt op massa en kosteneffectiviteit”, legt Berkhout uit. “Dat zijn de twee pijlers voor de energietransitie. De Nederlandse Branchevereniging voor Energie uit Water probeert daar ook leveringszekerheid bij te krijgen. Maar de uitdaging is dat het daardoor ingewikkelder wordt. Het wordt al snel heel complex om het hele systeem door te rekenen, en bovendien zijn er dan veel aannames nodig. Dat lijkt de reden dat veel mensen zeggen: dat kunnen we niet meer overzien.” Toch is Berkhout ervan overtuigd dat energie uit water wel degelijk toegevoegd moet worden aan de toekomstige energiemix. De fossiele energiemix is met steenkool, olie en gas namelijk ook gediversifieerd – dat zou met duurzame energiebronnen niet anders moeten zijn. Meer over energie en water: Vader en dochter runnen start-up: goedkoop zonnestroom opslaan met wateraccuGigantische waterbatterij in Zwitserse Alpen moet het Europese net gaan balancerenWetenschappers maken met zonne-energie drinkwater van zeewater: 'Goedkoper dan kraanwater'