Sanne Bode 11 december 2019, 14:33

Plantaardige hotdogs en softijs: what’s next voor IKEA?

Jaarlijks brengen maar liefst 680 miljoen klanten over de hele wereld een bezoek aan de restaurants van IKEA. Ze komen niet alleen voor de traditionele hotdogs en Zweedse gehaktballetjes, maar tegenwoordig ook voor de veggie dog en plantaardige softijsjes. De transitie naar plantaardige voeding is volgens country food manager Marcel Ruttgers een verantwoordelijkheid, maar ook een commerciële uitdaging.

Ikea restaurant hr 51

IKEA heeft een ambitieuze duurzaamheidsstrategie, ook op het gebied van voedsel. “We kunnen niet blijven consumeren op de huidige manier. We moeten naar een duurzamer voedselsysteem met alternatieve manieren om onszelf te voeden”, zegt country food manager Marcel Ruttgers, die al zeventien jaar bij IKEA werkt. In zijn functie als country food manager is hij verantwoordelijk voor het ontwikkelen van duurzame en gezonde voeding binnen alle Nederlandse vestigingen.

Wijzen met het vingertje

Ruttgers ziet voor IKEA een grote rol weggelegd als aanjager van gezonde en duurzame voeding. “Op een drukke dag bezoeken 5.000 tot 10.000 klanten één winkel. Mondiaal brengen jaarlijks 680 miljoen klanten een bezoek aan onze restaurants. Als wij de klant kunnen inspireren met duurzame alternatieven, dan is dat een enorme winst. Wij kunnen een groot verschil maken door de markt te beïnvloeden.”

Wijzen met het vingertje naar de klant en zeggen: ‘je moet minder vlees eten’, dat is volgens Ruttgers niet de juiste aanpak. “We willen de klant aanmoedigen om duurzamer te leven. Daarbij hoort ook het maken van gezonde voedselkeuzes. Door die aan te bieden in ons restaurant, willen we de horizon van de klant verbreden. Zodat die na een bezoek zegt: ‘Vandaag heb ik toch zo’n gezonde en smakelijke vleesvervanger gegeten bij IKEA, ik ga voortaan vaker vegetarisch eten.’”

Vega in de stad  

Behalve dat de Zweedse retailer het als een grote verantwoordelijkheid ziet om duurzamer en gezonder te eten in de toekomst, ziet IKEA het ook als een commerciële uitdaging. In Nederland zijn er volgens Ruttgers veel kansen weggelegd voor plantaardige alternatieven vanwege het bewustzijn dat elk jaar toeneemt, met name in stedelijke gebieden. Ruttgers: “Voeding is een thema dat in Nederland volop in de belangstelling staat. Wij willen daar proactief op inspelen.”

De vraag naar gezond en duurzaam voedsel verschilt volgens de country food manager per land en zelfs per regio. “In stedelijke gebieden zoals in de Randstad, is de belangstelling voor het onderwerp aanzienlijk. In provinciale gebieden zien we dat het moeilijker is om met traditionele eetpatronen te breken. Daar worden vegetarische alternatieven nog weleens geassocieerd met het idee dat er iets aan de maaltijd ontbreekt, namelijk vlees. En we willen juist niet dat de klant bij het eten van een plantaardig alternatief verlangt naar een stukje vlees", zegt Ruttgers.

Smakelijk en betaalbaar

Bij het ontwikkelen van plantaardige alternatieven gaat veel aandacht uit naar de smaak. “We kunnen niet tegen de klant zeggen: probeer deze vegetarische optie eens en ze iets laten proeven dat niet lekker is.” Daarnaast is een belangrijke voorwaarde dat het product betaalbaar is. “De prijzen in biologische supermarkten zijn vaak hoog, waardoor het niet altijd voor iedereen te betalen is. Wij zijn er voor iedereen, als we willen dat meer mensen duurzamer gaan eten, dan moet het betaalbaar zijn.”

"Voeding is een thema dat in Nederland volop in de belangstelling staat"

IKEA introduceerde onlangs ook wisselende plantaardige gerechten. Hoofdingrediënt van de Thaise curry, Indiase korma en de pasta bolognese zijn pulled oats, een plantaardige eiwitbron gemaakt van tuinbonen, haver en erwten. “Door met smaak en textuur te experimenteren en gasten dit te laten proeven, konden de gerechten tot in detail worden verfijnd”, vertelt Ruttgers. Het duurt zo’n drie tot zes maanden om een nieuw voedselproduct te ontwikkelen. “Pas toen we echt tevreden waren, zijn we gaan opschalen.”

Een ander voorbeeld is de veggie dog, een plantaardige hotdog, die vorig jaar is geïntroduceerd. “We begonnen met een verkoopaandeel van slechts 10 procent, inmiddels is dat verdubbeld. Dat betekent dat bijna een vijfde deel van de hotdogs, die nu worden verkocht, vegetarisch is.”

Voedselverspilling

Een ander belangrijk thema waar de retailer impact mee kan maken, is voedselverspilling. Om die reden is het ‘IKEA Food Waste Initiative’ geïntroduceerd, dat door middel van data-analyses dagelijks bijhoudt hoeveel voedsel er wordt weggegooid in de restaurants.

Dat wordt enerzijds gemeten aan de bereidingskant doordat werknemers bijhouden wat er niet is verkocht. “Dat geeft ons inzicht en op basis daarvan kunnen we bijvoorbeeld de hoeveelheden aanpassen.” Door deze maatregel is het percentage voedsel dat wordt weggegooid in sommige restaurants met wel 50 procent verminderd. “Het voordeel is dat we hierdoor van te voren beter nadenken over het aantal porties dat we moeten bereiden”, zegt Ruttgers.

Meer over IKEA en duurzaamheid lezen? IKEA over circulariteit: ‘De hele organisatie werkt naar een circulair businessmodel toe’

Daarnaast wordt er bijgehouden wat er na de maaltijd op de afruimband blijft liggen. “We houden bij wat de klant op het dienblad heeft laten liggen. Op basis daarvan kunnen we beslissen of de porties bijvoorbeeld kleiner mogen.” De preconsumptie data-analyses worden overal ter wereld toegepast, de postconsumptie analyses vooralsnog alleen in Nederland. De retailer onderzoekt op dit moment samen met andere bedrijven hoe ze voedselverspilling in de toekomst nog beter kunnen tegengaan. Zo is het in Eindhoven en Haarlem onlangs een samenwerking gestart met het initiatief Too Good To Go.

Toekomst

In de toekomst wil IKEA haar CO2-voetafdruk nog verder verlagen om uiteindelijk klimaatpositief te worden. Dat betekent volgens Ruttgers dat er de komende jaren vooral geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van vegetarische en plantaardige gerechten. “Voor de producten die wel rood vlees bevatten geldt dat we willen dat dit afkomstig is van lokale bedrijven, zoals een lokale boer en dat het van zeer goede kwaliteit is. Op die manier verlagen we onze negatieve impact in de voedselketen.”

“We willen het bewustzijn van klanten verhogen, maar niet voor hen beslissen”

De Zweedse retailer wil de komende twee tot drie jaar haar aanbod met plantaardige alternatieven uitbreiden tot 50 procent van het gehele aanbod. Toch zal de keuze voor een vleesgerecht of een plantaardig alternatief altijd aan de klant worden overgelaten. “We willen het bewustzijn van onze klanten verhogen, maar niet voor hen beslissen”, aldus Ruttgers, die zelf fervent vleeseter is. “Door me in dit onderwerp te verdiepen, ben ik tot mijn grote verrassing enorm enthousiast geworden over plantaardig voedsel”, bekent hij.

Volgens Ruttgers is dat doel zeker haalbaar zolang het verhaal rondom eerlijk, gezond en duurzaam voedsel goed aan de klant wordt overgebracht. Zo is die zich bewust van wat hij eet en op welke manier het is geproduceerd. “We willen een statement maken zodat de klant weet waarmee wij bezig zijn en wordt aangespoord om in de toekomst onze plantaardige alternatieven uit te proberen”, besluit Ruttgers.

Lees ook: IKEA-restaurants serveren volledig vegetarisch menu op Eet Geen Dierendag

Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Food & Health. Lees ook:

Beeld: IKEA. 

Deze zes Green Leaders veranderen het voedselsysteem

Jaap Korteweg, De Vegetarische Slager, biedt een andere optieEen vegetarisch product presenteren als vleesvervanger een slecht idee? Niet als je Jaap Korteweg heet. Met zijn kipstuckjes en gehacktbal maakt de oprichter van De Vegetarische Slager de link juist overduidelijk. Tegen de stroom ingaan past bij zijn karakter. Zo was hij al tijdens zijn schooltijd. “Ik deed vooral weinig. En wat ik deed, was niet de bedoeling. Ik was vooral de zaak aan het ontregelen.”Ook de verkoop van zijn bedrijf aan Unilever is tegendraads en riep kritiek op. Maar dit is dé manier om de grootste slager ter wereld te worden, aldus Korteweg. Hij heeft ondertussen alweer een nieuwe ambitie: veganistische melk ontwikkelen.Louise Vet, NIOO-KNAW, maakt de businesscase door te verbindenAls we duurzame voedselproductie en florerende natuurgebieden succesvol willen combineren met biodiversiteitsherstel, dan zijn nieuwe verdienmodellen nodig. Als drijvende kracht achter het Deltaplan Biodiversiteit bracht Louise Vet belangrijke spelers samen aan tafel.Met resultaat. Door stapeling van kleinere bijdragen (van lagere rente tot een hogere melkprijs) ontstaat een bedrag waarmee boeren veranderingen kunnen doorvoeren. “Je moet met elkaar het probleem oplossen dat we ook met elkaar hebben veroorzaakt”, vindt zij.Als wetenschapper staat Vet niet aan de zijlijn. “Ik ben een doener”. Ze houdt zich al lange tijd bezig met duurzaamheid. “De belangrijkste boodschap voor mij is altijd dat duurzaamheid breed is. Het is meer dan een energietransitie.”Ruud Zanders, Kipster, breekt de traditionele pluimveehouderij openHet bedrijf Kipster is gebaseerd op een zo efficiënt mogelijk voedselsysteem waar alle vruchtbare gronden gebruikt worden voor granen en groente voor menselijke consumptie. De reststromen gaan naar varkens en kippen, die dit omzetten in vlees en eieren. Op de marginale gronden, waar niets anders groeit dan gras, lopen de dieren die melk en vlees leveren. Daarnaast introduceerde Zanders met zijn bedrijf het eerste klimaatneutrale ei ter wereld. Buiten de gebaande paden treden is voor Zanders een belangrijk ingrediënt van groen leiderschap. Openstaan voor alles, zonder daarbij te wachten tot de perfecte oplossing zich aandient. “Je moet voortdurend die aanjagersfunctie willen hebben. Misschien heb je dan niet meteen de beste oplossing, maar dat is wel de manier om stappen te zetten.”Lees het volledige interview: Ruud Zanders van Kipster wacht niet tot de perfecte oplossing zich aandientKees Aarts, Protix, loopt voor op de wet- en regelgeving Eiwittekort is één van de problemen die op ons afkomt. Kees Aarts presenteert samen met Tarique Arsiwalla een oplossing. Hun bedrijf Protix kweekt grootschalig insecten op voedselresten en verwerkt deze vervolgens onder andere in voer voor vissen en kippen. Dit levert een significante CO2-reductie op en kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van eiwittekorten bij een groeiende wereldbevolking. “Wij vergelijken ons nooit met andere bedrijven, want wij zijn compleet nieuw.”Het bedrijf is zo vernieuwend dat er nog geen passende wet- en regelgeving bestond toen het startte. Op Nederlands en Europees niveau hebben Aarts en Arsiwalla, met hulp van de provincie, nieuwe wetgevingskaders ontwikkelen. “In feite konden wij helemaal niet bestaan.”Henk Jan Beltman, Tony’s Chocolonely, maakt chocolade slaafvrijHonderd procent slaafvrije chocolade: dat is het doel van chocolademerk Tony’s Chocolonely. CEO Henk Jan Beltman staat sinds 2010 aan het roer van het bedrijf. Hij wil dat niet alleen de chocola van Tony’s Chocolonely zelf slaafvrij is, maar ook de chocola van concurrenten. Daarom heeft hij de missie aangepast naar: ‘Samen maken we 100% slaafvrij de norm in chocolade.’In de cacao-industrie is Tony’s Chocolonely één van de vele spelers. Daarmee is de impact van het bedrijf beperkt. Zo werkt het bedrijf met 7.500 cacaoboeren op een totaal van 2 miljoen boeren in West-Afrika. Beltman vergelijkt de rol van zijn bedrijf in de markt met die van een loods en een olietanker, waarbij de olietanker de rest van de sector is. “Wij willen de loodsboot zijn die ervoor zorgt dat de olietanker echt van koers gaat veranderen. We willen coöperatief een nieuwe route inslaan.”Mike Venekamp, Atlantis Handelshuis, transformeert het voedselsysteemMet zo kort mogelijke ketens een transitie van het voedselsysteem verwezenlijken; dat is de missie waarmee Mike Venekamp groothandel Atlantis Handelshuis oprichtte. Hij begon zijn carrière in de horeca. Door een ontmoeting met de mannen van de Tres Hombres, maakte hij een switch. “Ik ben eigenlijk een man die het in de praktijk geleerd heeft.” Voor Mike Venekamp staat een duurzame economie voor een gezonde economie. “En het gekke is: dan snappen mensen het ineens." Interview: Paul van Liempt | Afbeelding: Marijn de Wijs