Change Energie

Joulz

Energiebedrijf Joulz heeft als missie om zijn klanten te helpen met de energietransitie. Het levert daarvoor energie, meetapparatuur, laadpalen, helpt bij het bedenken, uitvoeren en onderhouden van duurzame oplossingen. Je kan t zo gek niet bedenken of Joulz is ervan.


Joulz was tot 2019 onderdeel van Stedin, tot het werd overgenomen door de Britse investeerder 3i Infrastructure. Sindsdien is Joulz een zelfstandig energiebedrijf met drie hoofdactiviteiten: infradiensten, zoals het aansluiten van zonneparken of bedrijven op het elektriciteitsnet en het aanleggen van noodstroomvoorziening voor bijvoorbeeld distributiecentra of fabrieken. Daarnaast levert Joulz van oudsher meetdiensten zoals het meten van gas en elektragebruik. En sinds april 2020 is Joulz actief als aanbieder van laadpalen na de overname van de laadpalendivisie van Greenflux.

Joulz levert deze diensten aan gemeentes, waterbedrijven, ziekenhuizen, maar ook datacentra, projectontwikkelaars en industrie. Het bedrijf staat onder leiding van directeur Jan Verheij. Bij Joulz werken ongeveer 150 medewerkers.

Artikelen over Joulz

Agenda voor een betere toekomst

Change Circulaire economie

Agenda voor een betere toekomst

Europa heeft zich gecommitteerd aan de ambitie om in 2050 volledig klimaatneutraal en circulair te zijn. Dat betekent dat het gebruik van steenkool, aardolie en aardgas de komende dertig jaar volledig moet worden uitgebannen en dat alle grondstoffen op hoogwaardige wijze worden hergebruikt. Een gigantische opgave.   De transitie van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen is al jaren in volle gang. Windparken worden uit de grond (of uit de zee) gestampt en zonnepanelen verschijnen op daken van distributiecentra, kantoren en woonhuizen. Recycling en circulariteit krijgen steeds vastere voet onder de grond. Overheden, bedrijven en particulieren investeren er miljarden in. Infarct door corona    En toen kwam in maart corona. De pandemie zorgde voor een infarct van het zorgsysteem, dwong halve en hele lockdowns af, legde wereldwijde toeleveringsketens stil, en veroorzaakte enorme economische schade. De pauzestand waarin bedrijven gedwongen werden, zorgde ook voor reflectie. Dit was hét moment om duurzame investeringen een zetje te geven om ervoor te zorgen dat we beter uit de crisis zouden komen dan dat we erin waren gegaan. Never waste a good crisis. Er moest geïnvesteerd worden in de toekomst, niet in het verleden. Er zou een groen herstel komen.   Het idee van een groen herstel vindt nog steeds veel weerklank. Want waarom zouden we de situatie niet aangrijpen om versneld af te stappen van de fossiele economie? Het feit dat we massaal thuis zijn gaan werken, en de auto en het vliegtuig laten staan, is een illustratie dat het kán.   Maar de werkelijk laat inmiddels een ander beeld zien. Volgens ING is het investeringsniveau sinds de uitbraak van de pandemie fors ingezakt. “De investeringsvraag is minder dan de helft van vorig jaar. De vraag naar duurzame investeringen loopt daarmee in de pas”, constateert Annemein Kolk, directeur zakelijk bij ING Nederland. Brancheorganisatie MKB Nederland meldde in september op basis van een onderzoek onder zijn leden dat 60 procent van de mkb-bedrijven investeringen in verduurzaming van de energiehuishouding uitstelt, verlaagt of zelfs volledig van de baan schuift.   Wat nu?  De vraag is wat we – het bedrijfsleven, de overheid, de burgers – alsnog kunnen doen om een groen herstel te realiseren? Wat moeten en kunnen we doen om een betere toekomst te creëren? Change Inc. sprak met vele tientallen bedrijven, die een voortrekkersrol willen spelen in de innovatierevolutie waar de transitie naar een duurzame economie om vraagt. Wat is de agenda van de Changemakers van Nederland?   1. Hervorm het belastingstelsel  Femke Groothuis pleit met haar stichting Ex'tax al sinds 2009 voor de hervorming van ons belastingstelsel. De belasting op arbeid moet worden verschoven naar belasting op grondstoffenverbruik, zodat de vervuiler meer betaalt. Wouter Bos, CEO van staatsinvesteringsfonds Invest-NL, is het in principe met Groothuis eens: “Iedere belastinggeleerde kan je uitleggen dat je beter belasting kunt heffen op vastgoed en kapitaal dan op arbeid. Maar dat zijn hele heikele punten in Nederland”, zegt de voormalige minister van Financiën, die twijfelt aan de haalbaarheid op korte termijn daarvan. “Er wordt al decennia over gesproken.”   Bos is wel enthousiast over de CO2-belasting, die het kabinet heeft opgelegd aan het bedrijfsleven, bovenop de Europese CO2-prijs. “Goed dat die belasting er komt. De olieprijs is nu laag, dus het doet geen pijn. En het maakt het wel interessant om in besparende CO2-technologieën te investeren. De rubicon is overgestoken en dat is goed.” Dat de industrie er anders over denkt, maakt geen indruk op Bos: “Hun handtekening staat onder het klimaatakkoord. Dat zullen we toch moeten uitvoeren. Je moet de kalkoen niet altijd vragen wat ie voor kerst wil eten.”   2. Zet steunmaatregelen groener in  Om de coronacrisis duurzaam te boven te komen, vindt algemeen directeur Jan Verheij van Joulz dat de overheid de miljarden aan steunmaatregelen ‘gerichter’ moet inzetten. “Ik zou bedrijven, die middels groene investeringen proberen te overleven, extra willen stimuleren. We moeten een regeling hebben waarbij je stom bent als je niet investeert in de duurzame toekomst. Sommigen zien duurzaamheid nog als een kostenpost, terwijl het een investering is in de houdbaarheid van je bedrijf. En je draagt daarbij ook nog een steentje bij aan het hogere doel: een duurzame wereld.”   CEO Gert Kroon van Arcadis is het daarmee eens. “Investeer in die dingen, die bijdragen aan de doelen die we in Parijs hebben afgesproken. CO2-reductie en circulariteit. De huidige fondsen zijn nog te generiek. Hoe specifieker je het geld oormerkt, des te beter het werkt. Als de overheid voor alle bouwprojecten voorschrijft dat er alleen nog maar met circulaire bouwmaterialen gewerkt mag worden, dan breng je wat op gang.” De overheid mag, wat CEO Volkert Engelsman van Eosta betreft, ook meer sturen op duurzaamheid. “Hoezo Booking.com in leven houden? Bedrijven steunen prima, maar dan wel als ze ook people en planet meenemen. Bij het nieuwe normaal hoort: geen duurzaamheidsplan, geen steun.”  Programmadirecteur Alice Krekt van de Rotterdamse ondernemersvereniging Deltalinqs heeft een concreet idee waar de overheid in moet investeren: de waterstofinfrastructuur. “Als we daadwerkelijk met een groen herstel uit de coronacrisis willen komen, dan moet de overheid vooral investeren in de infrastructuur van de toekomst. Als de overheid zorgt voor een waterstofinfrastructuur, dan gaan bedrijven op enig moment echt wel van het aardgas af.”  Nederland heeft volgens CFO Janneke Hermes van Gasunie alles in huis om van waterstof een grote economische sector te maken, die ook nog eens maatschappelijk zeer relevant is. Hermes: “We hebben de Noordzee voor de windmolens, we hebben de infrastructuur voor het transport en de opslag, de havens voor import. Alles ligt op tafel om van aardgasrotonde naar waterstofrotonde te ontwikkelen.”  Een groen herstel vraagt volgens Krekt om meer regie van de overheid. “Het lijkt me goed als er naar analogie van de deltacommissaris een klimaatcommissaris komt, die over de ministeries heen kan optreden. De opdracht: alle obstakels overwinnen om het klimaatakkoord op tijd uitgevoerd te krijgen.”  3. Maak milieukosten inzichtelijk   Kroon van Arcadis pleit voor ‘true pricing’. “Als je álle kosten toerekent aan producten, ook de milieukosten, dan kom je op een hele andere prijsstelling. Dan worden duurzaam geproduceerde producten veel concurrerender”, aldus Kroon. “Als alle kosten worden meegeteld, dan verdienen duurzame investeringen zich terug. Dan is er een grotere bereidheid om de benodigde investeringen te doen. Daarvoor staat de overheid aan de lat, want die moet niet arbeid maar producten gaan belasten.”  De post-corona wereld vraagt om een systeemverandering van de economie, vindt ook Engelsman van Eosta. “In die wereld schuiven we verborgen kosten niet langer door naar onze kinderen, en rekenen we onszelf niet langer rijk.”   In de financiële wereld ziet Engelsman al een kentering. “De klimaatstresstest, zoals De Nederlandsche Bank die hanteert, heeft grote gevolgen. Grote beleggers zeggen doodleuk tegen oliemaatschappijen dat hun miljardeninvesteringen een tikkende tijdbom zijn.” Beleggers spreken in dit verband over ‘stranded assets’, investeringen in olie- en gasinstallaties die door de groei van duurzame alternatieven hun waarde dreigen te verliezen, wat tot miljardenafschrijvingen kan leiden.   Ook directeur Arie Koornneef van ASN Bank denkt er zo over: “ExxonMobil heeft laatst zijn toekomstplannen bekendgemaakt. Wat bleek? De CO2-uitstoot gaat toenemen de komende jaren. Dat kan niet waar zijn. Dat moeten we echt naar beneden reguleren, bijvoorbeeld via CO2-beprijzing. Als bedrijven en overheden er voor kiezen om geen stappen te zetten, dan vind ik dat dat in de kostprijs moet doorklinken. De natuur is niet gratis.”    4. Biodiversiteit niet vergeten  Marlies van Wijhe van Koninklijke Van Wijhe Verf benadrukt dat er meer gedaan moet worden aan het herstel van de biodiversiteit, dat volgens haar nog ‘veel belangrijker’ is dan het klimaat. “Zonder biodiversiteit is er geen redden meer aan. Het klimaatprobleem is in combinatie met de energietransitie heel belangrijk, maar het krijgt in vergelijking tot biodiversiteit teveel aandacht.”   Van Wijhe staat daarin niet alleen. ASN Bank is mede-initiatiefnemer van de ‘Biodiversity Pledge’. 26 Instellingen wereldwijd ondertekenden deze belofte om zich in te zetten voor biodiversiteit. Via kredietverleningen en beleggingen gaan ze eisen stellen aan bedrijven en projecten op het gebied van biodiversiteit. Ook roepen ze regeringsleiders op om het proces van natuurverlies aan te pakken. De financiële sector is op een breder front actief op dit vlak. Binnen het Platform Biodiversiteit Accounting Financials (PBAF) werken zes Nederlandse financiële instellingen samen om de impact op biodiversiteit te meten en de meetmethode met elkaar aan te scherpen. De zes partijen hebben samen 255 miljard euro onder beheer, en kunnen daarmee grote invloed uitoefenen.   5. Ondernemers de toekomsteconomie vorm laten geven  Vlak voor de coronacrisis, eind 2019 begin 2020, bleek uit een groot klantenonderzoek van ING dat meer dan 50 procent van de mkb-bedrijven en meer dan 65 procent van het grootbedrijf actief bezig waren met ‘verduurzaming’. “Dat was een heel positief signaal’, stelt directeur Kolk van ING. “Dat onderzoek gaan we nu herhalen. Is de sense of urgency nog hetzelfde? Ik geloof daar eigenlijk wel in. Maar de vraag is of ondernemers bereid zijn daarin te investeren. Ik verwacht niet dat corona hierbij een trendbreuk is, hooguit een tijdelijke dip.”  De verwachting van Kolk vindt weerklank. Alle ondernemers en bestuurders, die zich de afgelopen maanden in de campagne van Change Inc. hebben opgeworpen als frontrunners van de toekomsteconomie, leggen de bal vooral bij zichzelf neer. Bedrijven moeten het doen.   Kroon van Arcadis is één van die topbestuurders, die vindt dat het bedrijfsleven een eigen verantwoordelijkheid heeft. “Ik ben positief over de interne drive binnen veel bedrijven. Wij zitten als Arcadis in een aantal gremia, zoals de club Anders Reizen, dat een groener mobiliteitsprofiel nastreeft. Je ziet dat nu enorm groeien.”   Voor Van Wijhe betekende de pandemie een bevestiging dat de transitie naar een duurzame economie ‘noodzakelijk’ is. “Zelf houd ik van én-én. Het één doen (overleven) en het ander niet nalaten (onze duurzaamheidsambities doorzetten). Laten we deze kans nou gewoon pakken.”  Wim Betten van Cono Kaasmakers heeft last van de crisis, die onder meer lagere prijzen tot gevolg heeft gehad. “Maar Cono gaat in ieder geval gewoon door met alle duurzame ontwikkelingen. We hebben een weg ingeslagen met duurzaamheid en dierenwelzijn als kompas, en daar blijven we op koersen. De richting is heel duidelijk.”   Koornneef van ASN Bank is optimistisch over de energie en de motivatie in het bedrijfsleven: “Via ons duurzaamheidsplatform www.voordewereldvanmorgen.nl spreek ik regelmatig startende ondernemers met een duurzaam idee. Mensen die hun baan hebben opgegeven omdat ze geloven in de potentie van hun duurzame businessplan. Geweldig! De problemen zijn heel groot, maar ik word geïnspireerd en ik ben geraakt door mensen die laten zien dat het ze interesseert. Dat geeft mij hoop.”   Ook Kolk van ING heeft de moed verre van opgegeven. Als de crisis op enig moment achter de rug is, verwacht ze een versnelling van duurzame projecten en initiatieven. “Er komt een stimulans om te verduurzamen en te digitaliseren. Ook in sectoren die hard geraakt zijn, daar is het besef dat er iets moet veranderen echt wel doorgedrongen.” Bedrijven in de meest geraakte sectoren, zoals de reisbranche, de horeca en de non-food retail, zullen zich volgens Kolk allemaal beraden hoe ze hun bedrijfsmodel structureel gaan aanpassen. “Daar wordt hard nagedacht over duurzaam en structureel herstel.”  De ING-directeur signaleert een kentering in de BV Nederland. “Het puur financieel denken, het primaat van de aandeelhouderswaarde, dat kom ik eigenlijk veel minder tegen. Ik zie weinig ondernemers, die duurzaamheid niet relevant vinden. Op de lange termijn is het sowieso profijtelijk om te investeren in zuinigere en dus duurzamere bedrijfsvoering.”   Dat heeft ook een zichzelf versterkend effect. Kolk: “Steeds meer grote bedrijven stellen eisen aan hun toeleveranciers. Als die niet kunnen bewijzen dat ze duurzaam werken, zetten ze zichzelf buiten spel.” Bedrijven realiseren zich dat een duurzame strategie ook nog andere voordelen heeft. “Bedrijven met een duurzaam profiel zijn aantrekkelijker voor jong talent.”   De coronacrisis is volgens Bos van Invest-NL een ‘hapering van één of twee jaar’, die voor de structurele transitie weinig impact heeft. “Heel veel innovaties hebben grote impact op de lange termijn. Daar doet corona niks aan af. Ook de financierbaarheid van dat soort ontwikkelingen blijft moeiteloos overeind.” 

Leestijd 12 minuten

Meer informatie over
Joulz

“Duurzaamheid is geen kostenpost, maar een investering in de houdbaarheid van je bedrijf”  

Energiebedrijf Joulz maakte zich los van netwerkbedrijf Stedin. Als traditioneel infrastructuur- en meetbedrijf ontwikkelt het bedrijf zich op een breder front van de energiemarkt. “We leggen nu ook laadpleinen aan, installeren zonnepanelen en zorgen voor energieopslag.”     

Joulz maakte tot 2019 deel uit van netwerkbedrijf Stedin, dat tot 2017 onderdeel was van energiebedrijf Eneco. Na de wettelijke afgedwongen splitsing van de energiebedrijven, ging Eneco verder als commerciële productie- en leveringsbedrijf, terwijl Stedin achterbleef bij de gemeentelijke aandeelhouders. Als overheidsbedrijf mocht het geen marktrisico’s lopen. Dat hinderde Joulz, als Stedin-dochter in zijn ontwikkeling. Het bedrijf werd daarom begin vorig jaar verkocht aan de grote Engelse investeringsmaatschappij 3i Infrastructure.   

Actief op meerdere fronten 

“Netbeheerders mogen niet handelen in energie”, vat algemeen directeur Jan Verheij van Joulz het samen. “Sinds we onderdeel zijn van 3i Infrastructure kunnen we doen wat we eerst niet mochten: breed actief zijn op het gebied van de energietransitie. We doen meer dan energiemeters plaatsen en werken ook aan infrastructuur. We leggen nu ook laadpleinen aan, installeren zonnepanelen en zorgen voor energieopslag.”  

Het was dankzij de overgang naar 3i Infrastructure dat Joulz in april de laadpalendivisie van GreenFlux kon overnemen. “Onze aandeelhouder ziet grote toekomst in de energietransitie. De overname van de GreenFlux-divisie is daar een voorbeeld van. Er gaan meer overnames volgen. We willen graag uitbreiden op meerdere gebieden in de energietransitie zoals zon, opslag en warmte.”   

Veel Nederlandse bedrijven hebben de ambitie om hun eigen bedrijfsvoering te verduurzamen, constateert Verheij. “Het begon met de directeur, die een Tesla kocht en een laadpaal op het parkeerterrein liet installeren. Nu zijn dat bedrijfsbrede projecten geworden. Wij spelen daarop in. Het balanceren van de productie en de consumptie van duurzame elektriciteit is waar het in de toekomst om draait.” 

Missie  

De missie van Joulz is “klanten helpen om hun energieambitie te realiseren. Om de veranderende, toekomstsbestendige en duurzame energiebehoefte in te vullen”, aldus Verheij. “Bedrijven willen duurzamer en onafhankelijker zijn. Willen meer zelf opwekken, misschien wel ‘peer2peer’ (direct stroom uitwisselen met andere bedrijven, red.) gaan acteren.” 

Joulz werkt veel voor mkb-bedrijven en ook voor ziekenhuizen, universiteiten, productiebedrijven, gemeenten en distributiecentra. “Zonnepanelen op distributiecentra is gangbaar geworden. Op termijn komt daar ook laadinfrastructuur bij, want de fijnmazige distributie vanuit die locaties zal meer en meer elektrisch worden.” Een andere markt die zich snel ontwikkelt, is het openbaar vervoer. “Vanaf 2030 moeten alle bussen volledig emissievrij zijn. Wij denken mee hoe we duurzame alternatieven kunnen organiseren.”  

Sommige bedrijven verduurzamen om zich commercieel ‘groen’ te kunnen profileren of om financiële voordelen te behalen. “Als een bedrijf zonnepanelen op het dak wil in ruil voor lagere operationele kosten, dan vind ik dat prima. Duurzaamheid is dan niet per se de drive, maar het leidt wel tot verduurzaming.” 

Bedrijven, die zelf de investering niet willen doen, kunnen ook bij Joulz terecht. “Wij kunnen de investering voor de klant doen, en leveren dan ‘energy as a service’. Die constructie kan echt een versnelling geven, zeker bij bedrijven die het bijvoorbeeld vanwege corona zwaar hebben. Die hoeven hun spaarzame geld niet zomaar in duurzaamheid stoppen. Overleven is altijd prioriteit één.” 

Wezenlijk andere strategie 

Joulz volgt een wezenlijk andere strategie dan de meeste installatiebedrijven. “Die doen de installatie en soms nog onderhoud. Wij doen in principe geen projecten, als er geen huur of onderhoud en beheercontract aan vast zit voor de lange termijn. Zonnepanelen zijn een makkelijk voorbeeld. Deze liggen minstens vijftien jaar, maar meestal 25 jaar. Daar zijn oplossingen voor de lange termijn nodig. Maar wij doen dat ook voor infrastructuren (transformatoren), meetinstallaties en laadoplossingen. Zo kunnen we grote investeringen voor de lange termijn wegzetten op ‘energy as a service’-basis.” 

Die lange termijnrelatie is relevanter en veel leuker, meent Verheij. “Je hebt andere gesprekken. Wat wil die klant eigenlijk bereiken? Heeft het wel zin om duizend panelen op je dak te leggen als dat een hele zware infrastructuurinvestering vergt? Misschien is het slimmer om er achthonderd te installeren of een combinatie met een balanceringsoplossing met je laadpalen aan te leggen? Dat is een ander gesprek dan honderd zonnepanelen leveren of tien laadpalen installeren, wat we overigens ook doen.”   

Extra stimulans nodig 

Om de coronacrisis ook duurzaam te boven te komen, vindt Verheij dat de overheid de miljarden aan steunmaatregelen ‘gerichter’ moet inzetten. “Ik zou bedrijven, die middels groene investeringen proberen te overleven, extra willen stimuleren. We moeten een regeling hebben waarbij je dom bent als je niet investeert in een duurzame toekomst. Sommigen zien duurzaamheid nog als een kostenpost, terwijl het een investering is in de houdbaarheid van je bedrijf. En je draagt ook nog een steentje bij aan het hogere doel: een duurzame wereld.” 

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazine


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu