Teun Schröder
22 oktober 2021, 11:30

Amsterdam heeft eerste bio-LNG installatie van Nederland

De eerste tonnen bio-LNG zijn inmiddels geproduceerd op het terrein van Renewi, dat samen met Nordsol en Shell de productiefaciliteit in het Amsterdamse havengebied ontwikkelde. Organische resten kunnen vanaf nu in de installatie vergist worden tot biogas, waarna er schone brandstof van gemaakt wordt.

Bio LNG installatie geopend Met speciale membranen en een gepatenteerde technologie kunnen CO2 en methaan in de silo's gescheiden worden. | Credits: Renewi

Niemand minder dan Zijne Majesteit de Koning opende afgelopen week de eerste bio-LNG fabriek van Nederland in het Amsterdamse havengebied. | Credit: Renewi Met een druk op de rode knop werd het plakkaat op één van de grote silo’s van de installatie onthuld: Renewi, Shell en Nordsol gaan hier jaarlijks 3,4 kiloton bio-LNG produceren, waarmee de uitstoot van tien kiloton fossiele CO2 wordt voorkomen. Dat is genoeg voor dertien miljoen wegkilometers. Ter vergelijking: in 2019 reden Nederlanders 122,5 miljard kilometers.

“Voor de circulaire economie hebben we partners in de keten nodig”, zegt Otto de Bont CEO van Renewi. “De grondstof van ons, de kennis en innovatie van Nordsol en het distributienetwerk van Shell zijn allemaal belangrijk voor dit project. Met Renewi zijn we constant op zoek naar innovatieve start- en scale-ups waarmee we afval kunnen verwerken tot nieuwe grondstof.”

Nederlandse start-up haalt miljoeneninvestering op om Europese afvalmarkt te veroveren. Wat doen ze precies?

Wat is bio-LNG?

Bio-LNG wordt gemaakt van organisch afval, bijvoorbeeld producten die over datum zijn uit supermarkten. In de grootste ‘uitpakfabriek’ van Europa, die binnenkort opengaat, wordt het verpakkingsmateriaal van het organische materiaal gescheiden. Vervolgens laat Renewi het organische afval vergisten, zodat er biogas ontstaat. Dit gas bestaat uit ongeveer 60 procent methaan en 40 procent CO2. Daarna komen de slimmigheden van Nordsol om de hoek kijken. Met speciale membranen en een gepatenteerde technologie kunnen deze twee elementen gescheiden worden. Het bijzondere aan deze installatie is dat CO2 en methaan worden ‘schoongeblazen’ met flashgas. Dankzij deze technologie hoeft het biomethaan niet gezuiverd te worden met chemicaliën en is er geen warmte-energie nodig.

De losgemaakte CO2 wordt vervolgens vloeibaar gemaakt en kan als grondstof dienen in de glastuinbouw. Het biomethaan wordt vervloeid onder ‘cryogene’ omstandigheden, wat een chic woord is voor onder zeer lage temperaturen. Het resultaat van dit complexe proces is bio-LNG. Ten opzichte van normale LNG is het stiller, efficiënter (door de hoge energiedichtheid) en schoner. In vergelijking met diesel levert bio-LNG zelfs een CO2-reductie van 80 procent op.

In Nederland specialiseert de afvalrecyclingsector zich steeds meer. Nieuwsgierig waar de sector de komende jaren naartoe beweegt? Met dit artikel ben je weer helemaal op de hoogte.

Niemand minder dan Zijne Majesteit de Koning opende afgelopen week de eerste bio-LNG fabriek van Nederland in het Amsterdamse havengebied. | Credit: Renewi

Meerdere fabrieken

“Twaalf jaar geleden zijn we begonnen met dit traject”, spreekt Jerom van Roosmalen, CEO van Nordsol de aanwezigen toe. “We willen bio-LNG mainstream maken, met meerdere fabrieken in binnen- en buitenland. Er is nog genoeg te doen in de energietransitie.” Op dit moment worden de processen in de installatie op het terrein van Renewi verder aangescherpt. Over enkele weken draait het systeem dan op volle capaciteit.

Tanken bij Shell

Shell distribueert de bio-LNG naar één van de zeven tankstations in Nederland die de brandstof verkoopt. Daar wordt het bijgemengd met gewone LNG waar een deel van het Nederlandse vrachtverkeer nu al op rijdt. Deze vrachtwagens kunnen zonder aanpassingen op het schonere mengsel rijden.

Marjan van Loon, president-directeur Shell Nederland, benadrukt hoe groot de uitdaging is voor het zwaartransport en de scheepvaart om te verduurzamen. “Wij willen klanten helpen met deze verduurzamingsslag door schone brandstoffen te leveren. Dit is de eerste bio-LNG fabriek in Nederland, maar er zullen er meerdere volgen.”

Gerecyclede lithium batterijen doen het net zo goed als nieuwe batterijen. Hoe werkt dit precies?

Uitdagingen biobrandstof

De transportsector staat voor een grote opgave. In 2030 moet een CO2-reductie van 17 procent worden bereikt, en in 2050 60 procent. LNG, of vloeibaar aardgas moet in eerste instantie helpen bij deze reductiedoelen. Uitstoot van deze brandstof valt bijna 20 procent lager uit dan van dieseltrucks. Maar LNG is een transitiebrandstof. Uiteindelijk moet het de maritieme sector en het wegtransport over naar bio-LNG. Probleem is alleen dat bio-LNG nog maar in beperkte hoeveelheden beschikbaar is. Maar de schone brandstof kampt nog met een ander probleem: de prijs kan op dit moment niet concurreren met het fossiele diesel of traditioneel LNG, vanwege de hogere productiekosten. Van Loon van Shell pleit dan ook voor een terugdringing van de accijnzen op (bio)-LNG om de overgang naar duurzamere brandstoffen te stimuleren.

Duurzame brandstof voor de scheepvaart

Voor de scheepvaart kan bio-LNG de veel vervuilendere stookolie vervangen. Jaarlijks stoot de binnenvaart zo’n 1.900 miljoen kilo CO2 uit, evenveel als de stad Amsterdam in zes maanden. “De Amsterdamse haven speelt een belangrijke rol bij de verduurzaming van ons land”, zegt wethouder duurzaamheid van Amsterdam Marieke van Doorninck die ook aanwezig is bij de opening. Vanaf 2050 worden er geen fossiele brandstoffen meer op- of overgeslagen in de haven van Amsterdam en in 2030 stoppen we met steenkool.” Met alle ontwikkelingen op en rond het havengebied wordt de Amsterdamse haven volgens Van Doorninck de ‘duurzame batterij van de stad’.

Een andere windenergie: vlieger produceert stroom op Aruba

Fier trekt de vlieger rondjes voor de kust van de Antillen. Heen en weer schrijft hij achtjes in de lucht. Waarmee deze vlieger een lier aantrekt en een grote dynamo laat ronddraaien. En zo wekt het systeem stroom op voor een microgrid, een klein, autarkisch energienetwerk bij een militaire basis op Aruba. Dit is de lakmoesproef voor de vlieger van Kitepower. Het bedrijf werkt al jaren aan een manier om stroom op te wekken met vliegers. Het idee klinkt simpel: je bindt een vlieger aan een lange kabel, die je vastbindt aan een grote dynamo. De wind trekt de vlieger naar buiten, waardoor de kabel de dynamo rond laat draaien, en zo ontstaat stroom. Maar de praktijk is weerbarstig. Om dit systeem langere tijd te laten werken moet je de kabel constant inhalen en uitrollen. Het inhalen kost minder energie dan het uitrollen oplevert, waardoor er onder de streep wel degelijk energie wordt opgewekt vanuit de wind. Maar zelfs als dat zo is, zijn er nog een hoop moeilijkheden. Hoe zorg je dat de vlieger met verschillende soorten weer kan blijven vliegen? Hoe regel je de besturing, zodat de vlieger ook snel ingehaald kan worden als het te hard gaat waaien? Gerecyclede lithium batterijen doen het net zo goed als nieuwe batterijen. Hoe werkt dit precies? Windenergie op Aruba Voor CEO Johannes Peschel was Aruba een droom die werkelijkheid werd. “In 2015 maakte ik een tekeningetje van een eiland met de vlieger erop. Dat was het ideaal voor Kitepower. Nu hoef ik niet meer te dromen, want het is echt”, vertelt hij via Zoom. Peschel zit nog op Aruba als ik hem spreek, want de twee weken durende test is net afgelopen. Het was een groot succes, vertelt hij. “Een test van twee weken, onder omstandigheden die we niet gewend waren, en alles werkte naar behoren. Als de vlieger het hier doet, op de manier waarop hij het deed, dan weten we dat het systeem werkt”, vertelt hij trots. Eilanden zoals Aruba zijn de meest voor de hand liggende plek om vliegers van Kitepower te installeren. De energieprijs is er hoog, omdat men vaak gebruik maakt van dieselaggregaten. Het transport van olie is een kostbare aangelegenheid, waardoor de (relatief) dure windenergie van Kitepower uitkomst kan bieden. Daarnaast werkt Kitepower al een paar jaar samen met het ministerie van Defensie. Ook het leger moet immers vergroenen, en de vliegers zouden een uitgelezen kans zijn voor kampementen om duurzame stroom te krijgen. De BBC kreeg gelekte documenten in handen waarin staat hoe overheden druk uitoefenen om snelle klimaatactie te voorkomenUiteindelijk wil Kitepower steeds meer energie opwekken met zijn vliegersWindstroom met batterijen De huidige vlieger van Kitepower heeft een piekvermogen van 100 kilowatt. Het wekt ongeveer genoeg stroom op voor 150 (Nederlandse) huishoudens. Lang niet genoeg om een heel eiland van stroom te voorzien dus. “Het zal een techniek zijn die samen met zonnepanelen en windturbines schone stroom levert. Maar de vlieger heeft belangrijke voordelen; het werkt bij windsnelheden waarbij een turbine nog niks doet. Daardoor is er meer leveringszekerheid van stroom, zeker als je ook batterijen gebruikt.” Steeds grotere vliegers 100 kilowatt is niet veel in vergelijking met andere duurzame stroomopwekkers. Ter vergelijking: de krachtigste windturbines hebben een vermogen van 12.000 kilowatt. Peschel realiseert zich dat de vliegers meer moeten opwekken. “Dat is de komende jaren de uitdaging. We gaan in stapjes steeds betere vliegers maken: 250 kilowatt, 500. Tot uiteindelijk 1 megawatt.” Dat vraagt om betere vliegers, maar ook om een slimmer systeem dat het maximale haalt uit de wind. Wanneer zijn die betere vliegers er dan? “De markt verandert snel, en ik kan niet in de toekomst kijken. Ik weet dat het technisch mogelijk is om deze vliegers te bouwen; in principe kunnen wij een energieprijs van drie cent per kilowatt bereiken. De vraag is niet of het kan, maar wanneer. Kijk naar windturbines; daar duurde het 25 jaar voor ze rendabel gebouwd konden worden. Dat kan met vliegertechnologie sneller, maar hoeveel sneller? Dat hangt ook af van overheden en of zij de ontwikkeling willen steunen.” Bouwer van zware voertuigen gaat batterijversie van mijntruck bouwen. Wil je weten hoe dat werkt? Lees hier verder. Snelle innovatie Kitepower is niet de enige die vliegers ontwikkelt. Andere partijen, zoals Ampyx Power, hebben net andere methoden, maar het principe werkt hetzelfde. Hoe kijkt Peschel naar de concurrenten? “Als ik naar de concurrentie kijk, heb ik veel respect. Ik weet hoe lastig het is om deze techniek te ontwikkelen, en ze doen het allemaal op hun eigen manier. Wij kiezen ervoor om kleinschalig te beginnen en dan uit te bouwen. Daardoor kost het niet veel om te falen, en is je systeem robuuster. Daarnaast kunnen wij snel op innovatie inspelen. Onze vliegers doen het maar een jaar. Dat kun je als nadeel zien, maar de techniek gaat zich de komende tijd elk jaar ontwikkelen. Als je dan regelmatig het systeem moet vervangen, zorg je dat er telkens de nieuwste snufjes inzitten. Dat is lastiger als je systeem het 15 jaar doet.”