André Oerlemans
07 december 2023, 10:00

Deze Nederlandse uitvinding verduurzaamt de zorg en redt baby’s in arme landen

In Nederland zijn herbruikbare medische apparaten een luxe, een middel om de zorg te verduurzamen. In armere landen maken ze het verschil tussen leven of dood. Start-up Layco brengt volgend jaar een eenvoudige, herbruikbare vacuümpomp op de markt die beide doet, maar vooral bedoeld is om moeders in armere landen te helpen bij de bevalling. De pomp zou daar een kwart van de babysterfte kunnen voorkomen.

Layco met groter witrandje De eenvoudige, herbruikbare vacuümpomp Vela van Layco LAYCO. | Credits: LAYCO Medical Devices

Layco Medical Devices is drie jaar geleden opgericht door Dieuwertje Drexhage en Thom Weustink, als spin-off van de ‘Surgery for All’-onderzoeksgroep van de TU Delft. Dat programma wil medische apparaten wereldwijd goedkoper en eenvoudiger maken, zodat ze voor iedereen toegankelijk worden. De missie van Layco sluit daar op aan. Het wil de toegankelijkheid van de zorg vergroten, de klimaatafdruk van de zorg verkleinen en het sterftecijfer van baby’s en moeders tijdens de bevalling terugdringen. De start-up wil daarvoor simpele, gebruiksvriendelijke, herbruikbare apparaten ontwikkelen die iedereen kan gebruiken. De ‘lay’ in de naam staat dan ook voor ‘laymen’ oftewel ‘leken’. Het idee erachter: waarom zou je gecompliceerde apparatuur ontwikkelen als het ook veel makkelijker kan voor de eindgebruiker?

Onnodige babysterfte

In armere landen in Afrika en Zuid-Oost Azië ligt de babysterfte volgens Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) tussen 20 tot 40 op 1.000 bevallingen. In rijkere landen is dat 12. Ook overlijden in armere landen meer moeders tijdens de bevalling: 430 op 100.000 tegenover 12 op 100.000 in rijkere landen.

Biomedisch engineer Dieuwertje Drexhage zag tijdens een stage bij een ziekenhuis in Kenia met eigen ogen een van de grootste problemen: het gebrek aan simpele herbruikbare medische apparatuur. “Van alle medische apparaten in die landen belandt 70 procent op de afvalberg omdat onderdelen kapot gaan. Die zijn vaak te duur of kunnen niet geleverd worden”, vertelt haar compagnon Weustink. “Dat komt omdat er een mismatch is tussen de ontwikkeling van medische apparaten hier in hoge inkomenslanden en wat de rest van de wereld nodig heeft.”

Vacuümpomp van 25 onderdelen

Neem een vacuümpomp, die wordt gebruikt bij bevallingen die te lang duren. Het wordt ingezet als de moeder vermoeid raakt of er zuurstoftekort dreigt voor de baby. Door een cup op het hoofdje van de baby te zetten en die cup via een slangetje met een pompje vacuüm te zuigen, kan de foetus voorzichtig naar buiten worden getrokken. “In hoge inkomenslanden bestaat zo’n pomp uit 25 onderdelen en is het een wegwerpinstrument dat we na één keer gebruiken weggooien”, zegt Weustink. Dat komt onder meer omdat die 25 onderdelen moeilijk te steriliseren zijn na gebruik. In armere landen worden deze apparaten wel vaker gebruikt, weten hij en Drexhage. Ze zijn te duur om al na één keer weggegooid te worden. Maar dat zorgt wel voor grotere risico’s op infectie. Vaak gaan ze na drie hergebruiken alsnog kapot. Daarom wordt er in armere landen beperkt gebruik van gemaakt van deze vacuüm-extractie.

Simpele pomp redt baby’s

Tijdens de coronapandemie ging R&D Engineer Christiaan Bakker van Layco – destijds aan het afstuderen van de TU Delft – samen met gynaecologen en verloskundigen die in Afrika werken op zoek naar een oplossing. Layco heeft nu op basis van twee gepatenteerde technieken een simpele, eenvoudige vacuümpomp ontwikkeld: de Vela. “Die bestaat uit slechts vijf onderdelen en is makkelijk te steriliseren en opnieuw te gebruiken”, zegt Weustink.

Onderzoek
van gynaecoloog Barbara Nolens in Oeganda heeft aangetoond dat door de re-introductie van een dergelijke vacuümpomp de babysterfte bij bevallingen met ongeveer 24 procent kan afnemen. Zelfs al stijgt het gebruik maar van 0,6 naar 2,6 procent van de bevallingen. Ter vergelijking: in Nederland ligt het percentage vacuüm-extractie tussen de 7 en 10 procent. Layco gaat de pomp in armere landen tegen een lagere prijs aanbieden dan in rijkere landen. Het gaat daarvoor samenwerken met distribiteurs die ook voor de WHO, UNICEF en andere NGO’s werken.

Het team van Layco. | Credit: LAYCO Medical Devices

Prijswinnaars

In november won Drexhage met de Vela de Albert Schweitzer Prijs 2023 en werd ze uitgeroepen tot ‘Gezondheidspionier van het jaar’. Deze prijs wordt jaarlijks door het gelijknamige fonds uitgereikt aan jonge gezondheidspioniers met innovatieve ideeën ter bevordering van de gezondheid in Sub-Sahara-Afrika. Layco werd de afgelopen maanden ook geselecteerd als pionier voor het Impact Program van TEDx Amsterdam. “We hebben daar samen met andere pioniers geleerd hoe we ons verhaal beter onder de aandacht kunnen brengen en hoe we investeringen kunnen ophalen”, legt Weustink uit.

Eerste apparaten in juni 2024

Die heeft het bedrijf nodig nu in juni 2024 de eerste serie van duizend apparaten geproduceerd wordt. De start-up heeft de afgelopen maand al 300.000 euro aan financiering gekregen van het Innovatiefonds Noord-Holland. Met dat geld wordt de Vela verder getest, onder meer bij het Amsterdam UMC. De vacuümpomp is de afgelopen maanden al in Nederlandse en Keniaanse ziekenhuizen getest. Het team is een paar keer naar Kenia gereisd om te kijken hoe de Vela daar gebruikt wordt en om feedback te krijgen. De uitkomst is dat het apparaat even goed werkt als de variant met 25 onderdelen. “Van de 70 gynaecologen zei 95 procent dat ze het wegwerpapparaat graag inruilen voor de herbruikbare variant”, zegt Weustink.

Verduurzaming zorg

Niet alleen in Afrika is er enthousiast op de Vela gereageerd, ook in Nederland. Het apparaat is net zo makkelijk te gebruiken als de wegwerpvariant, maar is een stuk duurzamer. De Nederlandse zorgsector zorgt voor behoorlijk wat vervuiling. De sector is verantwoordelijk voor ruim 7 procent van de landelijke CO2-uitstoot, 13 procent van het grondstoffengebruik en 4 procent van het afval. Weustink: “De zorg stoot twee keer zoveel CO2 uit als de vliegtuigsector. Er is dus werk aan de winkel.” Layco heeft een studente van de TU Delft een life cycle assessment (LCA) laten uitvoeren op de Vela. In vergelijking met het wegwerpapparaat van de concurrent zorgt de simpele vacuümpomp voor zo’n 40 procent minder CO2-uitstoot en 98 procent minder afval.

Lees ook:

Een tussenstand: wat heeft COP28 tot nu toe opgeleverd?

1. Vroegtijdig akkoord over een klimaatschadefonds De COP was amper begonnen, of daar was al het eerste akkoord: een loss and damages fund, bedoeld om arme en kwetsbare landen te helpen in hun gevecht tegen de gevolgen van klimaatverandering. Alle landen stemden in met de oprichting van zo’n fonds. Het besluit kwam vroeg, maar gek was dat niet zozeer. Aan het einde van COP27 spraken landen al af dat er een klimaatschadefonds moest komen. Nu is daar specifieker invulling aan gegeven. Meteen zegden landen toe specifieke geldbedragen in de nieuw geopende pot te stoppen. De Verenigde Arabische Emiraten, gastheer van COP28, legden 100 miljoen dollar in (ruim 92 miljoen euro) en zetten daarmee de deur open voor andere landen. De Verenigde Staten zegden een bedrag van 17,5 miljoen dollar toe (ruim 16 miljoen euro). Wopke Hoestra liet als nieuwe Eurocommissaris weten dat de Europese Unie gezamenlijk 225 miljoen euro bijdraagt. Demissionair minister-president Rutte kondigde aan dat het Nederlandse aandeel daarvan 15 miljoen zal bedragen. “Relatief best veel”, noemde hij dat. 2. Olie- en gasbedrijven spreken af om methaanuitstoot te reduceren Vijftig olie- en gasbedrijven hebben COP28 gebruikt om aan te kondigen dat ze hun uitstoot van methaan gaan verminderen. Methaan is, net als CO2, een broeikasgas dat onder meer vrijkomt tijdens de afbraak van organische stoffen en bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Het verschil met CO2 is dat methaan een veel sterker broeikaseffect heeft, en dus meer bijdraagt aan de opwarming van de aarde. De bedrijven, waaronder concerns als Shell, ExxonMobil en BP, hebben afgesproken om hun methaanuitstoot flink te reduceren, tot bijna nul in 2030. Ook gaan ze stoppen met het routineus affakkelen van aardgas. Bij het boren naar olie komt aardgas vrij, dat boorbedrijven vervolgens verbranden. Je kent het proces van de brandende torens op industrieterreinen. Milieuorganisaties zijn niet onder de indruk van het besluit en spreken van een rookgordijn. Dat doen ze in een open brief aan het COP-presidentschap, gesteund door 320 maatschappelijke organisaties (waaronder Greenpeace en WWF International). De organisaties benadrukken het belang van het uitfaseren van olie, steenkool en gas voor het halen van de klimaatdoelen. De vijftig olie- en gasbedrijven hebben niet toegezegd de winning van fossiele brandstoffen terug te schroeven. 3. Mogelijke verdriedubbeling van hernieuwbare energie Een streven om drie keer zoveel hernieuwbare energie op te wekken voor 2030 begint in Dubai aan steun te winnen. Bij het voorstel, dat al voor COP28 begonnen is door de Europese Unie, sluiten steeds meer landen zich aan. Afgelopen weekend bleek dat 117 van de bijna 200 landen zich bij de coalitie hebben gevoegd. Daaronder vallen bijvoorbeeld de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Brazilië en Japan. Ook India en China, die het voorstel nu nog niet steunen, hebben gezegd dat uiteindelijk wel te willen doen. Zij willen alleen niet gedwongen worden hun kolengebruik uit te faseren. De hoop van veel landen is dat een verdriedubbeling van hernieuwbare energie ertoe zal leiden dat er minder fossiele brandstoffen verbrand worden. 4. Financiering voor duurzamere voedselvoorziening De opwekking van energie mag dan de boventoon voeren bij COP28, ook op andere thema’s wordt overlegd door de aanwezigen. Op het gebied van landbouw en voeding werd een afspraak gesloten tussen 134 lidstaten: vanaf nu gaan zij hun voedselproductie en de daarbij horende emissies meenemen in hun klimaatbeleid. Voorheen bestonden er nog geen grootschalige afspraken op dit gebied. De landen spraken tevens gezamenlijk af om voor dit streven 2,5 miljard dollar (2,3 miljard euro) aan financiering beschikbaar te maken. 5. Afwezige paus roept op tot klimaatactie Het was op voorhand misschien wel de grootste VIP van COP28: paus Franciscus. Het zou de eerste keer zijn dat een paus een klimaattop bezoekt. Helaas speelde een luchtweginfectie hem parten, en was hij genoodzaakt een vervanger te zoeken. Dat werd kardinaal Pietro Parolin, na Franciscus de hoogste in rang in het Vaticaan. Parolin verkondigde in Dubai een boodschap die de paus zelf had willen brengen: stop klimaatverandering en kies voor de toekomst. Hij benadrukte dat de vernietiging van het milieu een zonde is die het leven van mensen in gevaar brengt en een conflict tussen generaties dreigt te ontketenen. De verdeeldheid tussen mensen is volgens hem het grootste obstakel om echt verandering te kunnen doorvoeren. Meer over COP28: Vier vragen en antwoorden over COP28Brengt COP28 nieuwe onderwerpen op tafel of is het een feest der herkenning?Opmars hernieuwbare elektriciteit zet door, toch blijft temperatuur op aarde stijgen