Romy de Weert 02 december 2021, 11:09

DNA van zalmsperma basis voor recyclebaar en biologisch afbreekbaar plastic

Chinese onderzoekers bedachten een nieuw type plastic. Uit DNA van zalmsperma en plantaardige olie ontwikkelden ze een plastic dat recyclebaar is en weinig energie kost om te maken. Bovendien zijn de grondstoffen die ervoor nodig zijn volop aanwezig.

Adobe Stock 237602801 Uit DNA van zalmsperma en plantaardige olie maken ze een plasticsoort recyclebaar is en weinig energie kost om te maken. | Credits: Adobe Stock

Plastic is onmisbaar in de consumptiemaatschappij, zoals voor verpakkingen, speelgoed en duizend andere dingen. Maar plastic kampt met veel nadelen: het wordt onder hoge temperaturen gemaakt uit olie en het duurt honderden jaren voordat het afbreekt. Slechts vijf procent wordt wereldwijd gerecycled. Allesbehalve duurzaam.

Plastic gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal, zoals zeewier of maïs zijn al een stap in de goede richting. Het nadeel is alleen dat het maken van deze alternatieven veel energie kost. Bovendien zijn ze nog lastig te recyclen.

Recyclebaar plastic

Daarom bedachten Chinese onderzoekers een nieuw type plastic. Uit DNA van zalmsperma en plantaardige olie ontwikkelden ze een plasticsoort die recyclebaar is en weinig energie kost om te maken. Bovendien zijn de grondstoffen die ervoor nodig zijn volop aanwezig.

De onderzoekers koppelden kleine stukjes DNA aan elkaar met een stofje uit plantaardige olie. Zo ontstaat er een zacht, gelachtig materiaal. Als je die gelachtige substantie in mallen giet en het water onttrekt, kun je allerlei vormen maken.

Ook interessant: Beter plastic recyclen met magneten en roze vloeistof

Voor het onderzoek maakten de wetenschappers verschillende voorwerpen: een kopje, een prisma, een puzzelstukje en een DNA-vormig molecuul. Om het te recyclen dompelden ze de voorwerpen onder water. De vaste stoffen veranderen weer in de gelachtige substantie. Dat kun je weer opnieuw in mallen gieten en op die manier steeds hergebruiken.

Biologisch afbreekbaar

Naast dat het plastic recyclebaar en biologisch afbreekbaar is heeft het nog een voordeel. De grondstoffen die ervoor nodig zijn om het te maken zijn volop aanwezig. Voor dit type plastic gebruikten de onderzoekers DNA van zalmsperma. Maar ook ander DNA uit duurzame bronnen, zoals uit voedingsstromen of algen en bacteriën kunnen gebruikt worden. De wetenschappers schatten dat er zo’n 50 miljard ton DNA aanwezig is op aarde.

Bovendien is er niet veel energie nodig om het type plastic te maken. Normaal gesproken wordt plastic gemaakt onder hoge temperaturen, wat veel energie kost. Voor dit type plastic is dat niet nodig. Bij de productie komt zo’n 97 procent minder CO2 vrij dan bij traditioneel plastic.

Verpakkingsmateriaal

Volgens de onderzoekers zit er veel potentie in het nieuwe type plastic. Toch zijn er nog flinke uitdagingen. Het nieuwe materiaal is niet zo sterk als traditionele plasticsoorten en het mag niet nat worden. Anders verandert het weer in gel. Daarom is het volgens de wetenschappers voor nu een goed alternatief om te gebruiken als verpakkingsmateriaal voor bijvoorbeeld elektronische apparaten.

Meer lezen over de ontwikkelingen van plastic? Lees het in dit dossier.

Advies RLI: Boeren worden duurzaam met duidelijkheid en vrijheid

Dat ‘de boer’ duurzaam moet worden is onontkoombaar. Veehouderij en andere landbouw is verantwoordelijk voor 16 procent van de CO2-uitstoot van Nederland. De boeren lijken van dit klimaatbeleid niks te willen hebben, gezien de grote protesten tegen overheidsplannen om uitstoot van CO2 en stikstof te verminderen. Maar voor de RLI is het klimaatakkoord en andere afspraken rond klimaat juist reden om met de boeren te gaan praten. De raad was benieuwd hoe de boeren het best mee kunnen doen met de transitie naar een duurzaam Nederland, en wat ze daarvoor nodig hebben. Het resultaat is een lijst met adviezen. Duidelijkheid, vrijheid en consument Ten eerste moet de overheid vooral duidelijk zijn. Duidelijk over wat de eisen voor duurzaamheid zijn en op welke termijn de boer die moet halen. Er moet daarbij genoeg tijd zijn om nodige investeringen te doen, of het verdienmodel aan te passen. Daarover gesproken: zo’n transitie lukt alleen als ook de mensen met wie de boer te maken heeft, zich aanpassen. De consument moet bijvoorbeeld meer duurzame producten gaan kopen, of een eerlijke prijs gaan betalen waarin ook investeringen in duurzaamheid van de boer zijn meegenomen. Supermarkten spelen hierin een rol (zij kunnen met reclames duurzaam eten stimuleren), maar ook de overheid kan dingen doen, zoals de btw op duurzaam eten verlagen. Ook andere partijen kunnen iets doen; a.s.r, de verzekeraar die een heleboel landbouwgrond bezit, geeft korting aan duurzame boeren. Uit de gesprekken merkte de RLI dat het boeren niet alleen maar om geld verdienen gaat. Ze missen ook waardering uit de maatschappij. Ook denke de boeren dat zij juist bij kunnen dragen aan de voedselvoorziening in een duurzame toekomst. Controleren van de boer Wel heeft de boer baat bij vrijheid. De overheid moet dus duidelijke regels en deadlines opstellen, maar niet bepalen hoe de boer aan de regels moet voldoen. Ook pleit het RLI voor een andere manier van controle. Met certificaten kan een boer laten zien dat hij aan bepaalde eisen voldoet, waardoor de overheid in theorie minder vaak op controle hoeft te komen. Die certificering moet door een onafhankelijke partij worden gedaan. Bijkomend voordeel: de certificaten kunnen meteen dienen als ‘bewijs’ dat de boer iets duurzaam doet. Dat is handig bij het aanvragen van keurmerken of financiering. De adviezen pleiten dus voor een vrije boer, maar wel een die zich aan de regels van duurzaamheid houdt en daarop gecontroleerd wordt. Of zoiets in de praktijk gaat werken? De landbouw gaat niet altijd even netjes met de regels om, met de mestfraude als recent groot voorbeeld. Of die praktijk verbetert als de boer vrij wordt gelaten, zou in de praktijk moeten blijken. Het advies gaat vandaag naar minister Schouten; het is nog onbekend wat zij er mee gaat doen.