Rianne Lachmeijer 23 december 2021, 18:00

Econoom Kate Raworth over donutstad Amsterdam

Universiteiten willen haar als gastdocent, steden adopteren haar economische model en overal waar ze komt wordt ze aangeklampt voor advies. Kate Raworth is vier jaar na het schrijven van haar boek Donuteconomie nog steeds razend populair. “Iedereen wil dat ik zeg hoe het in donutstad Amsterdam gaat.”

Portret kate raworth aangepast “Iedereen wil dat ik zeg hoe het in donutstad Amsterdam gaat.” | Credits: Kate Raworth

Tijdens de première van een virtual reality-reis naar het heelal was Kate Raworth onlangs eregast. Raworth (kort haar, groene donsjas en gekleurde sneakers) heeft een drukke week achter de rug vol evenementen rondom de Amsterdam Donut Dagen. Amsterdam was één van de eerste steden die zijn duurzaamheidsstrategie aan het donutmodel van Raworth koppelde. “Iedereen wil dat ik zeg hoe het in Amsterdam gaat”, zegt ze. Is ze daardoor geïrriteerd? Dat is moeilijk te zeggen, want ze blijft vriendelijk. En gelukkig maakt ze toch een paar minuten voor Change Inc. vrij.

Wat is de donuteconomie?

In de donuteconomie balanceert de economie tussen een ecologische bovengrens en een sociale ondergrens. Die ondergrens bestaat uit mensenrechten zoals veiligheid, gezondheid en voldoende eten. De ecologische bovengrens gaat over zaken als luchtvervuiling, klimaatverandering en bodemuitputting. De economie is daarmee ondergeschikt aan de planeet. Als je dit model tekent zie je een grote cirkel (de planetaire grenzen) met daarin een kleine cirkel (de sociale ondergrens), vandaar de naam donut-economie. De ruimte tussen die twee cirkels vormt de donut. De ‘sweet spot’: een circulaire economie die goed is voor mens en milieu.

Meer weten? Kijk dan deze zeven korte video’s waarin Kate Raworth haar model uitlegt.

Tja, wij willen dat toch ook graag weten: Hoe vind je dat Amsterdam het doet?

“De gemeente Amsterdam is er verantwoordelijk voor of ze wel of niet in de donut terechtkomt. Het is niet mijn rol om dat te beoordelen. Ik weet dat Amsterdam de donut in april 2020 als onderdeel van haar circulaire beleid aannam. We zijn nu achttien maanden verder en ik hoorde Marieke van Doorninck (duurzaamheidswethouder, red.) zeggen dat ze van plan is om begin 2022 te meten hoe de stad ervoor staat.

De stad moet meetmethoden ontwikkelen om zichzelf te beoordelen en verantwoordelijkheid te nemen. Voor mij draait de diepere vraag niet alleen om meten, maar ook: veranderen we de manier waarop de stad wordt bestuurd, beheerd en gefinancierd? Kortom, het veranderen van de diepe ontwerpstructuren. Want volgens mij is dat de manier waarop we uiteindelijk de echte verandering teweegbrengen. Daarom praat ik altijd over het doel, netwerken, bestuur, eigendom en financiën van een organisatie en een stad.”

“In geen enkel land ontmoet ik tegelijkertijd zo veel enthousiaste en boze mensen als in Nederland”, zei Raworth in een eerder interview. Hoe verklaart zij de reacties op haar ideeën, van boze economieprofessoren tot geïntrigeerde politici?

Welke steden gaan nog meer met de donuteconomie aan de slag?

“Er zijn mensen die dit op buurtschaal doen in Birmingham. En het eiland Barbados doet het op nationaal niveau. Het kan dus op verschillende schaalniveaus. Maar voor mij is de stad de plaats waar het als eerste begint. Bij het donuteconomie actie-lab (een platform dat mensen en organisaties helpt om de donuteconomie in de praktijk te brengen, red.) hebben we nooit iemand gevraagd om over de donut te praten, de donut te gebruiken of de donut te implementeren. Alles wat er gebeurt, is omdat mensen besloten het te gebruiken. Steden lopen hierin voorop. Meer dan landen, meer dan dorpen.

Naast Amsterdam begonnen ook andere steden ermee, dat zorgt voor inspiratie. Maar er zit ook iets in de schaal van de stad waardoor juist steden het oppikken. De stad heeft macht over huisvesting, vervoer en verwarming. Dus de stad heeft mogelijkheden om dingen aan te pakken. Er is ook een limiet aan wat een stad kan doen, omdat de stad is ingebed in de nationale regelgeving, maar toch kan een stad veel doen. En ik denk dat veel mensen zich meer verbonden voelen met hun stad, dan met hun land.”

Hoe nu verder?

“De vraag is, en daar kijk ik echt naar uit, wat eruit komt als Amsterdam in 2022 de balans opmaakt. Misschien kom ik dan weer langs. Dat moet het moment zijn om de vraag te stellen of het circulaire beleid wordt uitgevoerd. Is er enig bewijs dat het ingevoerde beleid Amsterdam binnen de donut brengt? Waar gaat het goed? En waarom? Waar niet? Wat zijn dan de diepe structuren van de stad die de verandering blokkeren? Er is dus nog een lange reis te gaan.”

Change Inc. ging in een documentaire alvast op zoek naar de plekken waar de donuteconomie vorm krijgt. Kennen Amsterdammers de donut eigenlijk wel? Je ziet het in onderstaande docu:

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

De 7 duurzame cryptomunten om in 2022 in de gaten te houden

De totale waarde van de cryptomarkt steeg van 776 miljard dollar begin dit jaar naar circa 2.256 miljard dollar midden december. Dat blijkt uit data van de site Coinmarketcap. Bitcoin en Ethereum zijn voor het grootste deel verantwoordelijk, maar ook andere valuta groeien. Daarnaast blijven er munten bijkomen. Als je naar de grafiek hieronder kijkt valt op hoe enorm de waarde afgelopen jaar toenam. Gaat het in 2022 klappen? “Het is al een keer geknapt hè”, zegt crypto-expert Alex de Vries. “In 2017 hadden we dezelfde situatie: ook een enorme hype gevolgd door een enorme crash.” Maar het blijft koffiedik kijken.De totale waarde van de cryptomarkt steeg van 776 miljard dollar begin dit jaar naar circa 2.256 miljard dollar midden december.Duurzame cryptomunten Naast de totale groei in waarde valt nog een andere trend op: er poppen steeds meer duurzamere alternatieven voor bitcoin op. Dat is niet moeilijk, omdat bitcoin enorm veel stroom verbruikt. De Vries schat op zijn website Digiconomist dat het energieverbruik van de bitcoin inmiddels ruim anderhalf keer zo hoog is als het jaarlijks verbruik van Nederland. Het energieverbruik komt door de methode die bitcoin gebruikt: proof of work. Alternatieven hiervoor zijn gelijk stukken energie-efficiënter. Vaak gebruiken deze alternatieven een proof of stake-methode.Verschil tussen proof of work en proof of stake Bij proof of work ‘minen’ computers de munten. Hierbij proberen computers een winnend getal te raden om nieuwe bitcoins te maken. Als het een computer lukt krijgt de eigenaar ervan een bitcoin als betaling. Deze berekeningen zorgen ervoor dat jouw bitcoin-betalingen of ontvangsten geldig worden. Hoe populairder het systeem, hoe groter de waarde van de beloning de ‘miners’ krijgen en hoe meer computers zij in zullen zetten om de puzzels op te lossen. Dat kost rekenkracht. Dus energie. In comes proof of stake. Dit is een andere methode om het systeem te controleren en nieuwe munten beschikbaar te maken. Daarbij wijst een algoritme bepaalde leden aan die de kans krijgen om tegen vergoeding het netwerk te controleren en dus nieuwe munten te mogen ontvangen. Daar is ook kritiek op. Het zou de kloof tussen arm en rijk automatisch vergroten, omdat degenen die (al lange tijd) veel digitale munten hebben en daarom veel ‘op het spel’ hebben staan meestal voorrang krijgen. (Dezelfde kritiek is nu overigens van toepassing op proof of work, omdat mensen nu enorme servers moeten bouwen om kans te maken op het snel raden van het goede getal).In principe is elke munt die op een proof of stake-systeem draait milieuvriendelijker dan bitcoin. Daar kunnen milieubewuste investeerders die mee willen liften op de positieve cryptogolf op letten. Cryptomunten spelen ook in op die wens van beleggers. Steeds vaker claimen dit soort munten duurzamer te zijn. Dat klopt. Maar het ligt eraan waarmee je het vergelijkt. Het huidige digitale financiële systeem is nog altijd energie-efficiënter dan de cryptowereld. Om alle honderden proof of stake-munten hier op een rij te zetten, gaat te ver. Daarom lichten we er een paar uit die gezamenlijk een beeld geven van waar op te letten. SignumSignum is één van de nieuwe cryptomunten die in 2021 het levenslicht zag. De nieuwe cryptomunt verbruikt 0,002 procent van de energie die Bitcoin gebruikt. Ook benadrukken de Signum-ontwikkelaars dat er door hun systeem veel minder elektronisch afval vrijkomt. De reden daarachter is simpel: doordat er minder rekenkracht nodig is gaan computers minder snel stuk. Dit is een claim die elke munt die niet op het proof of work systeem werkt kan maken. “Ik denk dat alles wat vandaag de dag live gaat een energiezuiniger alternatief gebruikt”, zegt De Vries.FantomFantom zegt 0,00000301 kilowattuur per transactie te gebruiken. Dat is 300 miljoen keer minder energie per transactie dan Bitcoin nodig heeft. Het is moeilijk om dit soort uitspraken te controleren. “Ze kunnen eigenlijk van alles beweren”, weet De Vries. Om het te checken moet je weten hoeveel machines (eigenlijk nodes) er in het netwerk zitten. Dat is voor een kleine munt als Fantom moeilijk te vinden. Vervolgens ligt het eraan wat voor machine(s) er achter een ‘node’ schuilgaan. Is het een kleine computer of een enorme server? Dat maakt een enorm verschil voor het energieverbruik.Binance smart chainBinance smart chain is een voorbeeld van een proof of stake-dienst (die op het systeem van Binance draait) die volgens De Vries wel een tikkeltje duurzamer zou kunnen zijn. Dat komt doordat Binance smart chain de lijst met mensen die nieuwe blokken mogen creëren beperkt tot 21. “En dat beperkt natuurlijk het aantal machines wat in het netwerk kan zitten enorm.” Tegelijkertijd druist dit in tegen het gedachtengoed achter de eerste cryptomunten: een decentraal, openbaar, voor iedereen toegankelijk netwerk. “Als jij het netwerk limiteert tot 21 partijen dan hebben die in theorie de controle over het netwerk.” CardanoCardano is de grootste cryptomunt die beweert de meest milieuvriendelijke te zijn. Het hele netwerk verbruikt jaarlijks 6 gigawattuur aan stroom. Dat valt te gelijken met het stroomverbruik van 6 miljoen huishoudens. Maar ook compensatie is bekend in de cryptowereld. De Cardano Foundation maakte tijdens de Cardano Summit 2021 bekend dat ze in samenwerking met Veritree een miljoen bomen willen planten.Green BeliVoor mensen die van gamen, cryptomunten én de aarde houden is er Green Beli. Om deel te nemen aan het spel moet iemand Green Beli’s kopen. Tegelijkertijd kan een speler Green Beli’s verdienen tijdens het spel. Een deel van de opbrengsten zegt Green Beli te investeren in duurzame projecten. Dit soort claims over resultaat in de echte wereld vragen om controle. Dat roepen makkelijk is in de cryptowereld blijkt uit het voorbeeld van Tether. Dit is een zogenoemde stable coin, omdat elke munt naar eigen zeggen gekoppeld is aan een dollar. Dat betekent dat er voor elke Tether ergens daadwerkelijk een dollar moet liggen. “De enige keer dat ze in een rechtszaal hebben gestaan werd juist aangetoond dat ze die dollars niet hebben”, weet De Vries. Niemand doet daar nu al te moeilijk over. “Maar als dat wel het geval wordt en ze nog steeds geen volledige backing hebben, dan stort het natuurlijk als een kaartenhuis in elkaar.”ECO Coin ECO Coin is een munt waarbij de link tussen de echte en digitale wereld heel direct wordt gelegd. Mensen kunnen deze munten verdienen door duurzaam gedrag te vertonen. Bijvoorbeeld door op de fiets naar werk te gaan, een veganistische lunch te kiezen of de thermostaat lager te draaien. Hoeveel coins je krijgt hangt af van het buurtgemiddelde. “In Nederland is op de fiets gaan veel normaler dan in de Verenigde Staten. Daarom krijg je in de VS ook meer ECO coins voor fietsen dan hier”, legt projectmanager Lewis Just uit op One World. Daarnaast bepalen gebruikers als gemeenschap wat zij duurzaam vinden door daarover te stemmen. Duurzame acties worden geregistreerd door je telefoon (en bijvoorbeeld ook je thermostaat) aan de ECO Coin-portemonnee te koppelen. Terwijl Tether claimt dat elke cryptomunt gelijkstaat aan een dollar, zegt ECO Coin dat over bomen. Voor elke coin staat er volgens de organisatie ergens een boom. Als iemand tien levende bomen op zijn of haar land heeft staan dan kan hij of zij die aanmelden in het systeem. Die gelden als een soort onderpand. In ruil voor de aanmelding komen er tien munten in het systeem, waarvan één voor de boomeigenaar.EthereumDegene die veel van cryptomunten afweten (of dit artikel goed hebben gelezen) zullen verbaast zijn om deze munt in deze lijst tegen te komen. Ethereum is na bitcoin de grootste cryptomunt en draait op het proof of work systeem. Daarmee is het na bitcoin de vieste munt die er bestaat. Maar Ethereum denkt erover om over te stappen naar een proof of stake systeem. “Als ze dat voor elkaar krijgen dan besparen ze zo'n 99,9 procent van hun huidige energieverbruik.” Ze zeggen al jaren dat ze gaan overstappen. Mocht 2022 het jaar zijn dat ze de daad bij het woord voegen dan kan dat verhoudingen in de markt aardig op zijn kop zetten. Daarmee vergroot het aandeel proof of stake-systemen in één klap enorm. Vanwege de grootte van Ethereum verkleint de keuze van de cryptomunt de uitstoot van de complete cryptomarkt. Druk van buitenaf kan helpen bij de keuze van Ethereum. Niet alleen beleggers kijken namelijk naar de energiezuinigheid van munten, maar ook landen. Zo maakte Zweden bekend dat ze het mijnen - zoals in proof of work-modellen gebeurt - willen verbieden. “In China is dit al gebeurd.” Het is afwachten wat mega-munt Bitcoin doet met dit soort druk als de nummer 2 ook al over is naar een ander systeem.De disclaimer Dat Ethereum de hekkensluiter is van deze lijst is geen toeval. Er zit namelijk een disclaimer in. De Vries: “Blockchaintechniek kan per definitie niet energie-efficiënt zijn.” De crux van het systeem is namelijk spreiding van informatie. Dat is veilig en de kern van een decentraal systeem. Op verschillende plekken staat daarom dezelfde informatie. “Dat vereist gewoon meer hardware.” Om dat uit te leggen maakt De Vries een vergelijking met het betaalsysteem van Visa. “Die hebben een datacentrum die alle transacties verwerkt en ze hebben nog een back-up datacentrum. Dat zijn dus twee gebouwen die het hele verkeer van Visa doen. Visa heeft er zelf de controle over. Als je daar een blockchain van zou maken dan zou diezelfde informatie over honderden of duizenden andere plekken verspreid moeten worden.” De infrastructuur van het huidige financiële systeem is dus per definitie energiezuiniger dan de cryptowereld. En binnen de cryptowereld verbruikt proof of stake veel minder energie dan proof of work. Verder moeten (duurzaamheids)-claims met een korreltje zout genomen worden. “Ze kunnen van alles zeggen. Het kan ook puur zijn om mee te gaan in de groene cryptohype. Dat ze zeggen een mooie groene munt te hebben met als doel om daar snel geld mee op te halen en dan zonder iets af te leveren te verdwijnen. Dat zijn reële risico’s.” De Vries ziet het voor zichzelf als een tweestaps-strijd. Eerst focust hij op het belang om over te stappen op proof of stake-systemen. “Dat scheelt alvast een factor 10.000 in het energieverbruik.” De volgende stap is het kritisch onder de loep nemen van de systemen. Lees ook: De voetafdruk van bitcoins, NFT en andere cryptomunten is heel groot. Kan het ook anders?Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.