Anna Roos van Wijngaarden 23 februari 2023, 09:30

Kijken naar de Aziatische olifant kan nu op bankje van olifantenpoep

300 kilo olifantenpoep, wat moet je daarmee? Weggooien of composteren, zou je zeggen. Dat laatste deed Artis al en er bleven nog kilo’s over. Daarom kwamen ze met een frisser idee: laten we er bankjes van maken. In vaste vorm doen de uitwerpselen het namelijk prima als bouwmateriaal.

Poepbankje 1920x1080 jpg 1920x1080 q85 crop subsampling 2 upscale Het prototype van het 'poepbankje' bestaat voor 65 procent uit olifantenpoep en 35 procent uit gerecycled plastic. | Credits: Artis

Het prototype in gebruik bestaat voor 65 procent uit olifantenpoep en 35 procent uit gerecycled plastic. Als dit exemplaar naar behoren presteert, volgen er veel meer. Dat meldt Artis in een persbericht.

Het managementteam van de dierentuin kreeg het idee in de schoot geworpen door vijf studenten van het AMS Institute (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions). De ingenieurs, ontwerpers en onderzoekers van dit Amsterdamse onderzoeksinstituut leggen zich toe op duurzame oplossingen in steden. Deze specifieke vondst is ontwikkeld in Artis zelf, in het ‘living lab’.

Verhitten en verharden

Uitwerpselen van herbivoren zijn een circulaire grondstof bij uitstek door hun voedzame kern. Planten zijn moeilijk verteerbaar, dus in olifantenpoep zitten veel onverteerde voedingsstoffen. Daardoor kun je er een hoogwaardige grondstof van maken.

De onderzoekers hebben de mest eerst verhit in een gewone magnetron. Die gedroogde substantie ging vervolgens in een hittepers. Het ‘materiaal’ dat overbleef, is met hulp van afvalverwerkingsbedrijf Circulus vermengd met gerecycled plastic en in die staat verwerkt tot bankje.

Plan voor de hele levenscyclus

De verantwoordelijkheid voor de verdere levenscyclus van het product ligt ook bij Circulus. Als bepaalde onderdelen van het bankje beschadigd raken, zorgt het bedrijf ervoor dat die worden vervangen of worden afgebroken tot een grondstof die opnieuw kan worden gebruikt.

Dat maakt Artis’ nieuwe bankje een mooi voorbeeld van een circulair ontwerp. Daarbij wordt de producent aangespoord om duurzame keuzes te maken op het gebied van materiaal en hoe hij zijn product in elkaar zet. Op die manier kunnen waardevolle grondstoffen na gebruik makkelijk worden teruggewonnen.

Niet nieuw, wel handig

Het idee om uitwerpselen te gebruiken voor meubels is niet nieuw. Er bestaan bijvoorbeeld al krukjes en plantenbakken gemaakt van koeienmest en bindmateriaal. Dat mengsel kan met behulp van een mal in elke gewenste vorm worden gegoten. Je kunt koeienmest ook mengen met klei tot design servies, ontdekte label Merdacotta.

Het bankjesverhaal van Artis gaat dan ook meer over het creatief en lokaal oplossen van een probleem, dan over het ontwikkelen van een nieuw biomateriaal. Dagelijks wordt er 300 kilo poep weggeschept uit het buitenverblijf van de Aziatische olifanten in Artis. Een deel daarvan wordt omgezet in ‘bokashi’, een gefermenteerd mengsel van mest, plantaardig materiaal en andere micro-organismen, dat wordt gebruikt als bodemverbeteraar. Een ander deel eindigt als compost bij nabijgelegen boeren en het restant, daar kunnen bezoekers binnenkort dus op zitten.

Lees ook:

Primeur: deze recyclemachine kan van elke textielvezel stukjes stof maken

Na ’s werelds eerste recycle-oplossing voor schoenen, heeft Nederland nog een recycleprimeur te pakken. Deze installatie verwerkt kleding van allerlei stofsoorten, dus ongeacht de vezel, en zowel het voorsorteren als het verwijderen van vervuiling gebeurt automatisch. Volgens Textiles2Textiles is dat voor het eerst. Kim Poldner, lector circulaire business en duurzame mode-expert, vindt het ook een opmerkelijke innovatie: “Voor zover ik weet bestond deze Trimclean-machine nog niet.” Textiles2Textiles is een partnership tussen sorteerbedrijf Wieland Textiles en software-ontwerper Retail Experts. De laatste heeft de automatisering ingebouwd in het recyclingcentrum, of zoals hij het zelf noemt: ‘Fiber Farm’. Door te recyclen, zijn gebruikelijke ‘farms’ voor bijvoorbeeld katoenteelt namelijk niet meer nodig,Oude kleding uit het hele land wordt gesorteerd en gerecycled tot zuiver textielHoe het werkt De oude, ofwel wel ‘post-consumer’ kleding, die wordt aangeleverd, gaat eerst door de wasstraat. Gedragen textiel bevat namelijk zo’n 10 tot 15 procent aan niet-textiele vervuiling en dat moet eruit. Vervolgens wordt al het niet-herdraagbare textiel gesorteerd naar kleur en samenstelling, een geautomatiseerd proces: de software kan die informatie optisch detecteren en de kleding daarna in groepjes verdelen. Volgens Wieland directeur Hans Bon kan elke soort textiel door de machinestraat, zolang het maar uit één stof bestaat. Dat mag gerust een blend zijn. “Als een bepaalde samenstelling zoals 80-20 katoen-polyester populair is op de markt en vaak voorkomt, kunnen we die zo weer als clipping ( schone stof, red) doorverkopen.” Doordat de reflectie van licht op zo’n stof anders is, kan de machine zo’n mix snel identificeren. Vervolgens gaat het textiel per gesorteerde categorie in een wederom geautomatiseerde cutting & cleaning straat, waarbij alle knopen, ritsen, labels, borduursels eruit gaan. Normaal is dat knipwerk – mensenwerk, wat de schaalbaarheid van recycling belemmert. Textiel recyclen gaat meestal per vezelsoort Er bestaan al recycling-centrales voor textiel, ook op schaal, maar die zijn meestal gericht op een bepaald type textielafval. Zo ontwikkelde het Hong Kong Research Institute of Textiles and Apparel (HKRITA) een machine die katoen-polyestermengsels kan scheiden en recyclen tot nieuwe vezels. En in Zweden staat een plant van Renewcell die katoen afbreekt tot pulp. Modeproducenten maken daar weer viscose van. Dat de trim-clean-technologie van Textiles2Textiles elk type vezel kan detecteren en verwerken, is dus bijzonder.Liefst van stof tot stof Aan het einde van de installatie verschijnen schone stukjes stof, ook wel clippings genoemd, die meteen de verwerkende industrie in kunnen. Textiles2Textiles werkt bijvoorbeeld samen met Nederlands merk Loop.a life, dat de clippings nog verder uit elkaar haalt en het samen met een stuk ‘virgin’ materiaal tot nieuwe garens spint. Bon merkt op dat er veel meer handige toepassingen in gebruik zijn, maar dat die niet circulair zijn, bijvoorbeeld bedrijven die het materiaal gebruiken voor auto-dashboards, matrassen of als isolatie in de muur. De cirkel is pas gesloten op het moment dat oude kleding nieuwe kleding is geworden. ‘Textile-to-textile’ heet dat.Loop.a life is een van de merken die flink gebruik maakt van de nieuwe techniek.Kleding blijft grotendeels niet-recyclebaar De installatie in Wormerveer kan elke soort stof in behandeling nemen, maar niet elk kledingstuk. Het gaat dan specifiek om de items die uit laagjes bestaan. Als voorbeeld noemt Bon een katoenen colbert met een polyester voering. Het uit elkaar halen van die lagen is te complex en werkt nog niet op schaal. “Dan kom je uit bij design voor circulariteit”, zegt Bon. “Die technieken zijn er wel, maar ze wordt helemaal nog niet gebruikt.” Bon doelt op slimme manieren om kleding modulair te ontwerpen, zodat de onderdelen makkelijk uit elkaar kunnen worden gehaald. Belgisch bedrijf Resortecs werkt bijvoorbeeld aan garens die oplossen bij warme temperaturen, wat recycleren makkelijker maakt.Pilot laat zien dat het kan Perfect zijn de machines op de Fiber Farm nog niet. Ze gebruiken namelijk veel elektra en draaien momenteel nog niet op groene stroom. De capaciteit moet ook nog omhoog tot 1500 kilo oude kleding per uur, maar dat is het punt niet, benadrukt Bon. “Het gaat om het aantonen van de schaalbaarheid van zo’n systeem. Zet drie machines naast elkaar en je kunt ineens enorme volumes wegwerken. We willen met wat we in Wormerveer hebben staan laten zien aan de wereld dat het kan, op industriële wijze.”Meer lezen? Nouryon en Renewcell bouwen fabriek voor opschaling textielrecyclingIkea wil zijn oude kussens weer terug hebben: 'Perfect voor recycling'