Marc Seijlhouwer 06 december 2021, 00:00

Eerste tweedehands zonnepanelen van Nederland liggen in Amsterdam-Noord

Afgedankte zonnepanelen krijgen voor het eerst een tweede leven, op een huis van hergebruik-enthousiastelingen in Amsterdam-Noord. Hergebruik van panelen is nu nog niet populair, maar initatiefnemer Zonnext denkt dat er straks veel meer herbruikbare panelen zijn.

Zonnepanelen op een huis adobe stock 20 procent van de zonnepanelen wordt vroegtijdig weggegooid | Credits: Adobe Stock

Het huis van Pepik Henneman staat vol met tweedehands spullen. Nieuw komt er bij hem niet in. Maar hij wil wel graag duurzaam zijn, met behulp van zonnepanelen. Alleen: die kun je eigenlijk alleen maar nieuw kopen en laten installeren.

Tot nu. De organisatie ZonNext wist een stel goede zonnepanelen te vinden, afkomstig van een gesloopte schuur. De panelen zijn nog geen vijf jaar oud en hebben dus nogminstens 20 goede jaren. Henneman plukt daar de vruchten van, nu zijn huis de panelen herbergt.

Oude zonnepanelen

Roebyem Anders, een van de initiatiefnemers van ZonNext en de oprichter van zonnepanelenpionier Sungevity, voelde zich een sukkel toen ze voor het eerst over tweedehands zonnepanelen hoorde. “Ik had er nooit over nagedacht, maar veel mensen doen hun zonnepanelen weg voor ze aan het einde van hun leven zijn. Bijvoorbeeld omdat nieuwe generaties panelen meer stroom opleveren, die nodig is voor een warmtepomp of elektrische auto.” Nu is dat nog geen groot probleem, omdat zonnepanelen pas kortgeleden massaal doorbraken. “Maar in de nabije toekomst krijg je veel meer afgedankte panelen. Volgens schattingen doet 20 procent van de mensen hun zonnepanelen voortijdig weg.”

Ook de CEO van Groenleven pleit voor hergebruik van zonnepanelen

En die panelen zomaar naar de vuilstort brengen, is eeuwzig zonde. Hoewel zonnepanelen op papier netjes gerecycled worden, valt dat volgens Anders tegen. “In Nederland kunnen de panelen niet ontmanteld worden. Dus gaan ze naar het buitenland, waar vooral de zware materialen, het aluminium en glas, hergebruikt worden. Maar alle zeldzame metalen die in de panelen zitten eindigen gewoon op een grote hoop.”

Verdienmodel

Vandaar dus dat zonnepanelen een tweede leven geven veel beter is. Henneman is de eerste klant, maar er zullen er meer volgen. Er is alleen een probleem: het is niet heel voordelig om tweedehands zonnepanelen te gebruiken. Het demonteren, vervoeren, keuren en installeren komt namelijk geld. “Economisch is het dus niet heel aantrekkelijk. Het is dus meer voor de echte liefhebbers van het klimaat en circulaire economie.”

Uiteindelijk, hoopt Anders, komt er een betere oplossing voor afgedankte zonnepanelen. Ze vertelt over een project van onderzoeksbureau TNO. Zij ontwierpen een fabriek die een zonnepaneel voor 95 procent kan recyclen – inclusief al die zeldzame metalen. “Die recyclingsfabriek kan er binnen een jaar of twee staan”, zegt Anders, “mits er geld komt.” En dat is op dit moment een probleem, omdat de bijdrage voor verwijdering en recycling van zonnepanelen in Nederland heel laag is: 13 cent per paneel. In België is die bijdrage bijvoorbeeld 2 euro, en dat land heeft wel recyclingsfabrieken (ook al zijn die niet zo goed als het ontwerp van TNO). Anders: “Nederland kan voorop gaan lopen in de circulaire economie, in urban mining, in recycling van zonnepanelen. Maar dan moet men daar wel voor kiezen.”

Woningcorporaties

Tot die tijd zal Anders met ZonNext zoveel mogelijk mensen blij maken met tweedehands zonnepanelen. Want de businesscase mag misschien niet optimaal zijn, je kunt ze alsnog op veel plekken toepassen. Een van de taken van ZonNext is om de juiste plekken te vinden. Anders noemt een voorbeeld. “Een woningcorporatie, die oude huizen op korte termijn wil vervangen maar voor die tijd al wat duurzame stroom wil opwekken. Op dat soort plekken kan een oud zonnepaneel uitkomst bieden.”

Het blijkt maatwerk, het vinden van het juiste pand voor een gebruikt zonnepaneel. Maar nu de eerste generatie panelen het einde van hun levensduur bereiken, wordt het aanbod wel groter. Nu maar hopen dat er ook vraag naar blijkt.

“SDG’s vergroten de overlevingskansen van je bedrijf”

Wereldleiders hebben gesproken op de grote klimaattop in Glasgow. Nu is het bedrijfsleven aan zet om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad. Om de klimaatdoelen te halen móéten we verduurzamen. De SDG’s (Sustainable Development Goals) zijn een middel om dat doel te behalen. Maar hoe pas je als onderneming de SDG’s toe in je bedrijfsvoering? Op welke van de 17 SDG’s leg je de focus? Judith Maas, directeur van SDG Nederland, legt het uit. Waarom zijn SDG’s belangrijk voor het bedrijfsleven?“Paul Polman, oud-CEO van Unilever, zei laatst op een conferentie: ‘Als je nu nog geen net zero plan hebt, lig je eruit.' Als jij wil dat je bedrijf in de toekomst bestaansrecht heeft, dan moet je het tot in de kern duurzaam maken. Het SDG-raamwerk is het meest complete raamwerk dat voldoet aan duurzaamheid op alle aspecten, van ecologisch tot sociaal. Als een bedrijf aan de meetlat van de SDG’s voldoet, ben ik ervan overtuigd dat het de overlevingskansen van het bedrijf vergroot.In het kort: wat zijn de Sustainable Development Goals? 193 landen van de VN willen de wereld een betere plek maken. Daarom stelden ze in 2015 een gezamenlijk masterplan op: 17 doelen die aandacht hebben voor mensenrechten, economische groei, vrede, veiligheid en het klimaat. In 2030 moeten al die doelen bereikt zijn.Bedrijven kunnen toch ook zelf hun duurzaamheidsbeleid opstellen?“Er is geen raamwerk zo compleet en breed gedragen als de SDG’s. Alle landen van de VN staan hierachter. Als je de SDG’s gebruikt als kompas, dan maak je geen fouten. Dan koop je niet per ongeluk ‘foute’ zonnepanelen waar de grondstof is gewonnen uit mijnen die mensenrechten schenden.”Hoe helpen jullie bedrijven hierbij? “We werken veel samen met MVO Nederland en VNO-NCW. Nu adviseren we bedrijven nog individueel, maar we willen naar een systeem toe waarbij we iedere sector advies geven. Dat is een megaklus, waar ik ook wel van geschrokken ben. Maar tegelijkertijd zie je dat er allerlei adviesbedrijven ontstaan die werken met de SDG’s. Wij wijzen bedrijven door naar die SDG-adviseurs.” Wat is jullie kerntaak als jullie bedrijven doorverwijzen? “Onze rol is vooral het organiseren en verbinden. We willen alle partijen samenbrengen en samenwerkingen tot stand brengen die anders niet zouden plaatsvinden. We hebben zelf ook niet alle wijsheid in pact. Daar is de SDG-agenda veel te complex voor. Maar we kunnen wel handvaten bieden. Als je als bedrijf de diepte in wilt gaan, dan verwijzen we je door. Dat kan bijvoorbeeld MVO Nederland zijn of een duurzame inkooporganisatie. Er zijn 17 SDG’s. Hoe bepaal je als bedrijf wat belangrijk voor je is? “Ik zou alle 17 SDG’s langslopen, want de kans is groot dat je tot hele verrassende inzichten komt. Zo heeft ieder bedrijf bijvoorbeeld te maken met eerlijk werk (SDG 8 red.). Kijk als bedrijf waar je in excelleert, en waar je als bedrijf schade veroorzaakt en werk daaraan."Dat gaat natuurlijk niet in één dag. Het is een ingewikkeld proces. Soms zijn er grote investeringen voor nodig. Daarom ben ik blij dat we steeds meer samenwerken met de financiële sector. Want er is genoeg geld. Het moet alleen op de juiste plek worden ingezet. Want duurzaam investeren rendeert. Bovendien is het ook een bepaalde denkwijze die je jezelf als bedrijf eigen moet maken. Als je eenmaal doorhebt hoe je een bepaalde SDG centraal stelt, dan kun je dat bij veel meer SDG’s doen. De SDG-agenda leert ons dat heel veel oplossingen lokaal en specifiek zijn. Dat maakt een one-size-fits-all oplossing zo lastig.” Hoe komen de SDG’s hoger op de agenda van het bedrijfsleven? “Als je écht iedereen mee wilt krijgen, dan heb je toch wet- en regelgeving nodig. Wat mij betreft mag de overheid die vandaag nog inzetten. Die datum van 2030 hijgt in onze nek en ik kan daar af en toe behoorlijk buikpijn van krijgen. Wij plaatsen koplopers op een podium, waardoor men gaat inzien dat er ook duurzamere alternatieven zijn. Als we zo steeds meer mensen en bedrijven inspireren, volgt de overheid vaak met beleid. Maar 2030 komt steeds dichterbij dus we kunnen niet heel lang meer blijven kijken naar mooie voorbeelden.” Volgens onderzoek zou de focus van bedrijven en overheden in Nederland op SDG14 en SDG15 moeten liggen: leven onder water en leven op land. Gek genoeg blijkt uit eigen onderzoek van Change Inc. dat daar juist de minste aandacht voor is. In plaats daarvan richten bedrijven zich vooral op klimaatactie. Hoe komt dat? “Klimaat is een hele meetbare SDG die hoog op de politieke agenda staat. Je hebt er bovendien heel veel concrete oplossingen voor, zoals het verminderen van uitstoot. Leven op land en leven onder water worden als veel abstracter beleefd. Het is veel indirecter en complexer. Toch kun je daar wel degelijk beleid op voeren en resultaten boeken. Als je als bedrijf bijvoorbeeld windenergie op zee afneemt, kun je dat doen van energiebedrijven die het leven onder water respecteren. Voor leven op land kun je bijvoorbeeld kijken naar duurzame inkoop of waar je afval terecht komt. Bovendien denk ik dat bedrijven door consumenten sneller en harder worden afgerekend op het thema klimaat. Daar móéten ze dus wel op inzetten. Leven op land en leven onder water zijn eerder grote taken voor de overheid, maar er is zeker ook werk te doen bij bedrijven.”Onderzoek van Change Inc. en Journallab Change Inc. werkt samen met de Stichting Journallab en internetonderzoeker Jeroen de Vos in een onderzoek naar de Sustainable Development Goals. In dat gezamenlijke onderzoek kijken we naar het gebruik van SDG’s in het Nederlandse bedrijfsleven, en de verschillen tussen beursgenoteerde bedrijven, familiebedrijven en coöperaties. Ook dit interview met directeur Judith Maas van SDG Nederland is in het kader van het onderzoek afgenomen. We publiceren het verhaal als onderdeel van een drieluik over de SDG’s. Wil je meer weten over de resultaten van het onderzoek dat we uitvoerden, of over de rol van de SDG’s binnen het bedrijfsleven? Lees dan dit artikel over de SDG Action Days.