Marc Seijlhouwer 02 augustus 2021, 15:29

Haven Rotterdam wil jaarlijks miljoenen kilo's waterstof importeren

De haven van Rotterdam wil met de bedrijven Koole Terminals en het Japanse Chiyoda vanaf 2025 miljoenen kilo’s waterstof importeren en opslaan. Die import is nodig om de waterstofeconomie op gang te helpen. In 2025 moet de eerste duurzame brandstof per oceaantanker arriveren in de Rotterdamse haven.

Olietanker zee rotterdam change inc adobe stock Vervoert dit soort olietankers straks duurzame waterstof over de wereldzeeën? | Beeld: Adobe Stock

Het komende jaar doen de bedrijven een haalbaarheidsonderzoek. Daarin kijken ze of het importeren van waterstof uit het buitenland technisch en vooral financieel uit kan. Als dat het geval is, dan wil de haven de nodige infrastructuur opzetten om straks duizenden tonnen waterstof op te slaan.

Het plan hangt op een techniek die Chiyoda bedacht. Waterstof kun je namelijk niet zomaar in een olietanker stoppen. Omdat het bij kamertemperatuur een gas is dat heel veel ruimte inneemt, moet je het op de een of andere manier in elkaar krimpen. Dat kan op een paar manieren: door waterstof koud te maken, of er een ander molecuul van te maken dat wel vloeibaar is. Voor de eerste optie moet je het heel erg koud vervoeren. Dat kost bakken energie, wat zonde is.

Transport van waterstof in een speciaal schip ging in 2019 voor het eerst: van Australië naar Japan

Waterstof als olie

Daarom is het binden van waterstof aan andere moleculen en zo een makkelijk vervoerbare stof maken het eenvoudigst. Dit kan bijvoorbeeld met methanol of mierenzuur. Maar Chiyoda bedacht dat je waterstof kunt vastbinden aan fossiele stoffen. Om precies te zijn tolueen. Door dit te verbinden aan waterstof ontstaat een stof die zich gedraagt als een meer gangbaar chemisch product en op dezelfde manier vervoerd kan worden.

Dat heeft een groot voordeel: het betekent dat alle bestaande tankers die nu af en aan varen straks waterstof kunnen vervoeren. Ook de grote terminals waarin de olieproducten liggen opgeslagen in de haven kunnen zo een duurzamere rol vervullen. Chiyoda heeft de techniek al toegepast: vorig jaar voer een oceaantanker met (vloeibaar gemaakte) waterstof, gekoppeld aan een andere stof, dat in Brunei was gemaakt helemaal naar Japan. Daar werd de waterstof ‘losgeweekt’ van het tolueen, waarna de tanker vol met tolueen terugvoer naar Brunei. De stoffen die nodig zijn om waterstof makkelijk te vervoeren gaan dus niet ‘op’. Het enige nadeel is dat je de tanker niet met andere grondstoffen terug kunt sturen.

Logisch dus, dat de haven van Rotterdam het een interessant idee vindt. Maar houdt zo’n initiatief de fossiele sector niet in stand? “Uit het oog van duurzaamheid denk ik dat het beter is om bestaande infrastructuur en schepen opnieuw te gebruiken voor duurzame doelen. Weggooien zou zonde zijn”, zegt woordvoerder Sjaak Poppe van Port of Rotterdam.

Hoe duurzaam is vloeibare waterstof

Hoe duurzaam de waterstof precies zal worden, moet ook duidelijk worden uit de haalbaarheidsstudie. Wat wel zeker lijkt: de waterstof die de haven straks binnenvaart is ‘groen’: gemaakt met behulp van groene stroom, bijvoorbeeld uit zon of wind, of geothermie. Poppe: “We praten nu met een heleboel landen over de import van groene waterstof. Landen van Australië tot IJsland en het Midden-Oosten tot Canada. Op die plekken is duurzame stroom veel goedkoper dan hier, waardoor de prijs van waterstof ook lager is.”

Er zijn echter meer duurzame hobbels om te nemen. Het vastmaken van waterstof aan tolueen, en het op de plek van bestemming losmaken, kost veel energie. In vergelijking met andere manieren om waterstof te vervoeren zijn de kosten bij de methode van Chiyoda laag, maar er hangt een energetisch prijskaartje aan.

En het is ook de vraag of de schepen die de duurzame brandstof straks vervoeren zelf wel groen zijn. De scheepvaart is net als de luchtvaart een vervuilende sector die moeilijk verduurzaamt. Poppe: “Er zijn een paar schepen die varen op methanol, maar dat staat nog in de kinderschoenen." Qua kosten speelt de scheepvaart een relatief kleine rol, zegt Poppe. "Als je puur kijkt naar kosten, dan is de verscheping een klein deel ten opzichte van het maakproces van tolueen. Daarom maakt het voor de prijs ook weinig uit waar ter wereld de waterstof vandaan komt.”

Waterstof in Nederland produceren?

De ambitie voor waterstof-import is groot: 100-200 kiloton per jaar in de eerste jaren, en 300 tot 400 kiloton in 2030. Toch is dat tegen die tijd maar een klein deel van de behoefte van Nederland. Naar schatting kan Nederland in 2050 wel 7 miljoen ton (7 miljard kilo) waterstof per jaar nodig hebben. Met alleen dit project in de Rotterdamse haven komen we er dus niet. Maar het is wel broodnodig, want er is lang niet genoeg zon en wind in Nederland om alle waterstof te produceren, naast de stroomvraag van mensen.

Een energielabel, maar dan voor boodschappen: bij Lidl laat een letter zien hoe milieuvriendelijk koffie en thee zijn

In de Lidl in het Nijmeegse Oosterhout staat sinds vandaag naast de prijs ook een eco-score op de mokka-koffiepads van Bellarom: een groen blaadje met daarop een gele C. En daarnaast, op de groene thee van Lord Nelson, prijkt een groene A. Kortom, een duurzame- en minder duurzame keuze.Lees ook: Lidl gaat eco-score testen in de Nederlandse supermarktEco-score moet vooral de klant helpen“Het is voor de klant niet altijd even makkelijk om voor duurzame producten te kiezen, omdat ze niet precies weten wat voor impact het heeft”, zegt Renee Bijvoets, duurzaamheidspecialist bij Lidl. “Met Eco-score is het transparant en kun je het eenvoudig zien. Als we alleen de CO2-voetafdruk bij de producten zetten, is dat minder goed te vergelijken. Terwijl dat bij eco-score in de berekening zit, maar het de bredere impact zichtbaar maakt. En doordat je een betere score krijgt als je gecertificeerd bent met een keurmerk, beloon je daarmee ook de leveranciers die daarbij aangesloten zijn.”Eco-score is in Frankrijk bedacht en wordt berekend door te kijken naar de gebruikte grondstoffen, de herkomst van het product, het gebruik van duurzaamheidskeurmerken en het type verpakking. De Product Environmental Footprint, een methode die door de EU is ontwikkeld, vormt de basis van de score. Uiteindelijk komt daar een getal tussen de 0 en de 100 uit, wat de letter van de score bepaald. Lees ook: Alleen nog biologische melk bij supermarkt Plus“Hartstikke goed”Met een eco-score-uitgangbord in het schap, probeert Lidl de aandacht van de winkelbezoekers te trekken. Met een QR-code kan de consument er meer over te weten komen. Marion schuift met haar boodschappenkar langs het schap op zoek naar thee, de eco-score was haar nog niet opgevallen. “Maar ik vind het hartstikke goed dat ze dit doen. Net als met Fairtrade. Daar betaal je dan misschien wat extra voor, maar ik vind het fijn om te weten dat het niet onder erbarmelijke omstandigheden is geproduceerd.” Ook Jeanne van Berkel is enthousiast: “Ik zou daardoor wel een andere keuze maken. En misschien maakt het producenten ook milieuvriendelijker, want die willen natuurlijk geen E scoren.”Even later is Sabine op zoek naar koffie. Het valt haar op dat er op eco-score-gebied voor haar weinig te kiezen valt: alle cups die in haar Nespresso-apparaat passen, krijgen een C. “Als er meer keuze is, zou ik ook echt voor de betere keuze gaan. En het zou goed zijn als het ook in andere supermarkten wordt ingevoerd, zodat je de producten onderling kunt vergelijken. Maar goed, als ik dan weer met mijn auto naar de Albert Heijn moet rijden omdat de koffie daar een A krijgt… dat heeft natuurlijk ook milieu-impact.”Lees hier meer over hoe het havermelkproducent Oatly op de beurs vergaat. DraagvlakDuurzaamheidspecialist Bijvoets legt uit dat er alleen voor koffie en thee is gekozen omdat daarmee de score makkelijk kon worden berekend. “De informatie is nu nog afkomstig uit een Franse database, waar Nederlandse keurmerken nog niet in zijn opgenomen. Daarom hebben we gekozen voor koffie en thee; producten die beiden gebruik maken van internationale keurmerken.”Ze hoopt met de proef vooral te weten te komen of het duidelijk is voor de consument en om erover in gesprek te gaan met bedrijven en partijen zoals Milieu Centraal en de Consumentenbond. “Wij vinden dit een geschikte methode, maar vinden het ook belangrijk om te weten wat stakeholders ervan vinden. Of zij enthousiast zijn is voor ons een belangrijke graadmeter om het wel of niet verder uit te rollen. Want er moet wel draagvlak zijn. En de overheid moet het ook zien als de juiste route.”De proef, die ook in Duitsland en België wordt gedaan, loopt tot eind oktober. Na de zomer komen consumentenorganisaties de eco-score in het schap bekijken. Bas van Ceelen is ook boodschappen aan het doen. Hij vindt het een stap in de goede richting van de super, maar heeft nog wel een tip: “Het verschil tussen een C en een D gaat mij niet bewegen anders te kiezen. Wel als je er alleen een A B of C op zet.”