Kaz Schonebeek 07 juni 2023, 16:57

Koperdiefstal op zonneparken: tonnen schade en maanden geen stroom

Nederlandse zonneparken zijn steeds vaker het slachtoffer van koperdieven. Wat is het effect daarvan op de sector?

Adobe Stock 173426561 Zonneparken vallen steeds vaker ten prooi aan koperdieven. | Credits: Adobe Stock

Nederlandse zonneparken zijn steeds vaker het slachtoffer van diefstal. Dit zeggen exploitanten, verzekeraars en de brancheorganisatie. Koperen stroomkabels die tussen zonnepanelen lopen, zijn het doelwit. Schades lopen in de tonnen en zonneparken zijn soms maandenlang buiten werking.

Vorige week nog werd er 100 kilometer koperkabel gestolen van een zonnepark in Deurne. Eerder dit jaar zijn er diefstallen geweest in onder meer Vroomshoop, Den Ham, Tolbert en Goor – eigenlijk door heel het land. “Er vinden wekelijks diefstallen plaats op zonneparken”, zegt Harry Wolkenfelt, directeur van verzekeringskantoor Solarif Insurance.

Van zonnepanelen naar koperkabels

Tot een aantal jaar geleden werden op zonneparken vooral zonnepanelen gestolen. Diefstal richt zich nu primair op de koperen bekabeling. Dit heeft mogelijk te maken met de relatief hoge koperprijs, in combinatie met een scherpe daling van de prijs van zonnepanelen.

“Het is een dun lijntje waar ondernemers overheen lopen om de businesscase voor zonneparken rond te krijgen”, zegt Wijnand van Hooff, directeur van branchevereniging Holland Solar. “De kosten voor extra beveiliging en hogere verzekeringspremies zijn aanzienlijk.” Volgens hem liggen de gemiddelde schadebedragen tussen de honderd en tweehonderdduizend euro. Dit staat in schril contrast met de opbrengsten van de gestolen waar: de koperen leidingen leveren zo’n vijfduizend euro op.

Verzekeren

Veel zonneparken zijn niet alleen verzekerd tegen de diefstalschade zelf, maar ook tegen vervolgschades. Het verlies aan inkomsten doordat parken minder stroom opwekken, wordt dus vaak wel vergoed. Herstelwerkzaamheden duren enkele weken, of zelfs maanden. Beperkte beschikbaarheid van materialen en arbeidskrachten drijft de hersteltermijnen op.

De afgelopen twee jaar zijn verzekeringspremies voor zonneparken 20 á 30 procent gestegen, vertelt Wolkenfelt. Hij ziet deze trend voorlopig niet keren. Ook denkt hij dat de eigen risico’s flink verhoogd zullen worden. Deze liggen nu rond de vijfduizend euro per schadegeval, maar dit zou volgens hem kunnen oplopen tot vijftigduizend of zelfs honderdduizend euro.

Beveiligen

Zonneparken liggen vaak afgelegen, waardoor ze een makkelijke prooi zijn voor kwaadwillenden. Lang niet alle zonneparken zijn even goed beveiligd, ziet Wolkenfelt. “Tot een paar jaar terug werden zelfs parken zonder beveiligingscamera’s verzekerd. Maar ook nu nog zijn er parken met alleen een hek eromheen – of helemaal geen hek.” Het ontbreken van een omheining heeft vaak te maken met vergunningen – gemeentes willen voorkomen dat omwonenden tegen een lelijk hek aankijken. In zulke gevallen wordt er soms een brede sloot om de parken heen gegraven.

Exploitanten van zonneparken geven aan naar het uitbreiden van beveiligingssystemen te kijken, zoals camera’s met bewegingssensoren, hittecamera’s, en lampen die aanspringen als iemand het zonnepark op komt. Ook wordt geëxperimenteerd met een systeem waarbij er een extra kabel langs de elektriciteitsdraden wordt getrokken die alarm slaat als de bekabeling wordt doorgeknipt. Zelfs beveiliging met drones wordt ingezet: deze kunnen worden uitgerust met zoeklichten en luidsprekers om dieven op heterdaad te betrappen én streng toe te spreken.

Lees ook:

Miljoenen voor oesterbanken op windmolenparken

De Noordzee is een van de drukste zeeën ter wereld. Vaarroutes, windmolenparken, visserij en gaswinning strijden om de schaarse ruimte. En niet te vergeten, de Noordzee is óók een natuurgebied. Het is zelfs het grootste natuurgebied van Nederland. Maar door economische activiteit staan ecosystemen er onder druk. Door economische activiteit te combineren met nieuwe natuur ziet De Rijke Noordzee kansen ontstaan. Het samenwerkingsverband tussen Natuur & Milieu en Stichting de Noordzee doet al enkele jaren onderzoek naar de ecologische waarde van offshore windparken en hoe zij biodiversiteit kunnen bevorderen. Voor dit onderzoek heeft de Nationale Postcodeloterij deze week 2,6 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ecologische waarde van windmolenparken “Windparken worden in natuurverarmde gebieden geplaatst. En dat is een goede keus. Maar je mag er ook niet over de bodem vissen”, vertelt Conny de Groot, communicatiemedewerker bij De Rijke Noordzee. “En dat is een belangrijk inzicht. Want door de visserij, door het over de bodem schrapen van boomkorren (verzwaard sleepnet dat over de zeebodem schraapt, red.) en netten, verandert de bodem van de Noordzee in een zanderige massa waar nauwelijks leven mogelijk is.” Op windmolenparken is visserij niet toegestaan omdat op de bodem zware, kwetsbare elektriciteitskabels liggen. De ‘bodemrust’ die daardoor ontstaat, is essentieel voor het herstel van maritieme ecosystemen. “Je hebt riffen nodig voor het opbouwen van een ecosysteem in een wateromgeving”, legt De Groot uit. “Schelpdieren hebben plekken nodig waar ze zich kunnen vestigen, waar ze kunnen vergroeien en zich voortplanten.” Ook veel vissen zijn voor hun voedsel en voortplanting van deze riffen afhankelijk. Oestertafels Windturbines blijken goede plekken voor het ontstaan van riffen. Onder water kunnen planten en schelpdieren zich aan de masten hechten. En op de zeebodem ligt rond de windmolens, als onderdeel van de fundering, een wijde cirkel aan steenachtig materiaal. Voor zeeleven zijn dat geschikte omgevingen om zich in te nestelen. Maar dit proces komt niet in alle gevallen vanzelf op gang. Grote delen van de Noordzeebodem bestonden vroeger uit oesterbanken, maar die zijn door intensieve visserij vanaf het einde van de negentiende eeuw vrijwel geheel verdwenen. Omdat oesters zich slechts over heel korte afstanden kunnen verspreiden, brengt De Rijke Noordzee de inheemse platte oester nu zelf naar windmolenparken toe.Oesters vastgekleefd aan de oestertafel.De Rijke Noordzee ontwikkelt hiervoor zogenaamde oestertafels: rekken van metaal en beton waar volwassen oesters aan kleven. Deze worden bij windturbines op de bodem geplaatst, waarna de volwassen oesters larven produceren. Deze baby-oesters hechten zich aan materiaal in de omgeving en vormen zo het begin van een nieuwe oesterbank. De oesterbanken trekken op hun beurt weer allerlei ander onderwaterleven aan. “Met pilots onderzoeken we welke methodiek het meest geschikt is”, vertelt De Groot. “En dat verschilt ook weer van gebied tot gebied. Want de Noordzee is niet eenvormig, zoals op land gebieden ook van elkaar verschillen. Sommige stukken zijn vrij statisch, terwijl andere delen een heel dynamische bodem hebben waardoor er grote zandgolven voorkomen. Dat zijn allemaal factoren waar je rekening mee moet houden.” Wet- en regelgeving De Rijke Noordzee werkt met ontwikkelaars van offshore windparken zoals Vattenfall en Eneco samen om de oesterbanken mogelijk te maken. Wettelijk zijn er echter nog geen verplichtingen om het onderzeeleven op windparken te stimuleren, merkt De Groot op. “Wat wij willen is dat het in wetgeving wordt vastgelegd dat natuurversterking verplicht wordt bij de aanleg van windmolenparken. Want achteraf iets toevoegen is altijd veel duurder dan het vanaf het begin meenemen.” "Wat hierin meespeelt", vervolgt De Groot, "is dat Nederland aan het eind van dit jaar 4,7 gigawatt aan windmolens in de Noordzee heeft staan. Maar in 2050 moeten we ruim 70 gigawatt gerealiseerd hebben. Dat is bijna 15 keer zo veel. Dat heeft natuurlijk een gigantisch effect op de natuur. Daarom moeten we duurzame energie en natuurversterking hand in hand laten gaan." Lees ook: Shell en Eneco mogen windpark bij Hollandse Kust West gaan bouwenStenen rond stroomkabels moeten plek geven voor zeeleven in NoordzeeBeschermd Noordzeegebied in één klap ruim zestien keer zo groot