Emma Rotman 24 februari 2020, 07:00

Zonnepark Oranjepoort: stroom voor 8.500 huishoudens en werk voor lokale ondernemers

Met een capaciteit van 30 megawatt is Zonnepark Oranjepoort niet meer het grootste van Nederland, maar de lokale aanpak die ontwikkelaar GroenLeven hanteerde, maakt het project uniek. Het zonnepark is gebouwd door lokale ondernemers; ook schonk de ontwikkelaar een halve megawatt aan bewoners van omliggende dorpen. “Alles wat we lokaal konden doen, is lokaal georganiseerd.”

Zonnepark emmen oranjepoort groenleven

De aanleg van een zonnepark is voor omwonenden vaak een ingrijpende situatie. Voor GroenLeven een reden om de buurt vanaf de tekentafel te betrekken en langs de deuren te gaan. Projectleider Luuk Hofstra van GroenLeven legt uit: “Als je wilt laten zien dat de buurt ertoe doet, dan moet je beginnen met de omwonenden. Daarna volgt de rest.”

Private aanbesteding

GroenLeven plaatste de 88.000 zonnepanelen op het terrein van de Vereniging Parkmanagement Bedrijventerreinen Emmen (VPB), de initiatiefnemer van het zonnepark. De VPB behartigt de belangen van zo’n 300 bedrijven in Emmen. De kavel is eigendom van de gemeente Emmen. “Het idee om op dit terrein een zonnepark te realiseren kwam ook van hen”, vertelt directeur Herman Idema van de VPB. Hij zag direct kansen, maar had wel een voorwaarde: “Wij wilden zelf de aanbesteding doen.”

'Lokale ondernemers zijn met hun ervaring, vakmanschap en lokale expertise de meest gewenste partner'

Een private organisatie kan namelijk veel meer aanbestedingsregels opnemen dan een overheid. De VPB nam in de aanbesteding op dat lokale ondernemers zoveel mogelijk betrokken moesten worden bij de bouw van zonnepark Oranjepoort. Een voorwaarde die perfect aansluit bij de visie van GroenLeven. Hofstra: “De regio betrekken is altijd onze insteek, het is voor ons een voorwaarde om de energietransitie te kunnen realiseren. Daar hoort lokaal ondernemerschap bij.”

Lokale aanpak

Van het bouwbord met ‘aanvang bouw’ tot de grondwerkzaamheden; alles wat GroenLeven lokaal kon doen, werd lokaal gedaan. Zo voerde Firma Fuhler uit Emmen het grondverzet uit. De beveiliging en camerabewaking werd gedaan door het Drentse JenS Security. De onderconstructie van het zonnepark komt uit het noorden. “Vaak komen alle materialen voor de bouw van zonneparken van buiten de landsgrenzen, wij hebben ervoor gekozen om deze juist uit de regio te halen”, legt Hofstra uit. “Lokale ondernemers hebben wij voor diverse werkzaamheden gevraagd. Zij zijn met hun ervaring, vakmanschap en lokale expertise de meest gewenste partner.”

Littekens

Voor de gemeente Emmen was het vanaf het begin betrekken van de omgeving een belangrijke eis. Dat komt voort uit ervaringen met een voorgaand traject rondom de ontwikkeling van windenergie. In het Energieakkoord is landelijk vastgelegd dat de provincie Drenthe 285 megawatt aan windenergie moest installeren. De provincie wees daar vier gemeentes voor aan. Emmen kreeg 95,5 megawatt voor haar rekening; er was geen discussie mogelijk.

Wethouder René van der Weide is blij dat de nieuwe aanpak, de Regionale Energie Strategie, anders vormgegeven wordt. “Het zou niet uit moeten maken of je als gemeente voor zon of voor wind kiest, het gaat om de geproduceerde duurzame energie. Gelukkig hebben we in Nederland geleerd van het vorige traject, maar een aantal gemeentes zit wel met de gebakken peren. Je merkt dat als je nu opnieuw met een project naar de samenleving toe gaat, dat er op sommige plekken littekens zitten.”

Postcoderoos

Zonnepark Oranjepoort laat volgens Van der Weide zien dat het ook anders kan. Door middel van een postcoderoos profiteren inwoners van de omliggende dorpen Oranjedorp en Nieuw-Dordrecht direct van het zonnepark. GroenLeven schonk hen 1.455 zonnepanelen, goed voor een halve megawatt aan duurzame energie.

De ontwikkeling van duurzame energie kan op veel meer draagvlak rekenen als bewoners zelf kunnen participeren, denkt Van der Weide. “We hebben inmiddels bijna 120 hectare aan zonnepanelen gerealiseerd of vergund. Daar zijn nauwelijks zienswijzen (bezwaren, red.) op ingediend. Dat zegt iets over de acceptatie.” 

Innovatie stimuleren

Voor de gemeente was zonnepark Oranjepoort bovendien een kans om innovatie te stimuleren. Emmen beschikt namelijk over een chemisch cluster en wil koploper worden in de biobased economie. Een deel van het zonnepark wordt daarom ingericht als ‘fieldlab’, waar onderwijsinstanties, startups en bedrijven experimenteren met duurzame energie en biobased oplossingen.

Het concrete plan voor het fieldlab ontstond toen GroenLeven in contact kwam met een Emmense aanbieder van biobased onderconstructies. Hofstra: “We zagen dat als een mogelijke oplossing voor het zonnepark. Maar toen bedachten we: eigenlijk moeten we dat eerst testen.” Het resultaat wordt een testlocatie, waarbij lokale bedrijven nieuwe producten in de markt kunnen uitproberen.

Naast het fieldlab legt GroenLeven een halve hectare zonnepanelen aan. Die moeten zorgen voor inkomsten om het fieldlab draaiende te houden. In het lab kunnen bedrijven en opleidingen technische experimenten uitvoeren met verschillende soorten zonnepanelen of biobased onderconstructies. Ook kan er onderwijs gegeven worden, bijvoorbeeld over de economische kanten van een zonnepark of vraagstukken rondom biodiversiteit.

“Het is bedoeld om te inspireren door middel van onderwijs en experimenten”, vertelt Hofstra. “En als je iets met duurzame techniek wil doen, hoe mooi is het dan om hier stage te lopen en te ervaren wat er allemaal bij zo’n zonnepark komt kijken?”

Lokaal moet de norm worden

GroenLeven past de lokale aanpak nadrukkelijk toe in haar projecten. Zo ontwikkelde het bedrijf voor diverse energiecoöperaties zonneparken en zonnedaken. Ook maakt GroenLeven in het hele land boerderijdaken geschikt voor zonnepanelen. “Wij kennen zelf een bouwbedrijf dat die daken kan verstevigen. Maar als een boer een lokaal bouwbedrijf wil aandragen, dan kan dat.”

De mate waarin dit in het project Oranjepoort is gelukt, komt volgens Hofstra door de unieke samenwerking tussen de VPB, de gemeente Emmen en GroenLeven. “Daardoor konden we dit project op deze manier opleveren. Het is letterlijk het meest lokale zonnepark van Nederland.”

Hofstra vindt dat het betrekken van lokale ondernemers een standaardvoorwaarde moet zijn. “De VPB heeft ons ontzettend geholpen bij het betrekken van lokale ondernemers. Zij hebben al hun leden aangeschreven en waren echt ambassadeur van het zonnepark.”

Lees ook: Waarom duurzame inzetbaarheid essentieel is voor de transitie naar een duurzame economie

Trots

Idema is ontzettend trots op ‘zijn’ zonnepark. Voor de VPB is het een aanjager van verduurzaming. De vereniging wil nu ook 100 vierkante meter dakoppervlak van ondernemers voorzien van zonnepanelen. “Het energieverbruik van al die bedrijven samen is hoog, vergeleken daarmee is de energieopbrengst van een zonnedak natuurlijk klein. Maar begint eer ge bezint.”

'Veel partijen praten erover, wij laten het gewoon zien'

Emmen is volgens hem vaak te bescheiden; in een eerder interview noemde hij zijn stad ‘te Drents’. “Dit is een van de eerste operationele fieldlabs waar scholen echt kunnen ‘klooien’. Een Emmer bedrijf heeft de eerste biobased loopbrug gebouwd voor dierenpark Wildlands. Dat zijn mooie ontwikkelingen! We hoeven het ook niet van de daken te schreeuwen, maar ik wil wel zeggen: veel partijen praten erover, maar wij laten het gewoon zien.”

Luister ook de Green Leaders podcast met Roland Pechtold, CEO van Groenleven, over zijn geloof in onmogelijke transities.

Beeld: GroenLeven

Recycling in Nederland groeide de afgelopen jaren hard, vooral dankzij circulaire bouw

Het onderzoek keek naar het materiaalgebruik van Nederland in de periode van 2000 tot 2018. Daaruit bleek dat Nederland een voorloper is qua recycling en circulariteit. Alleen in Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk gebruikt men gemiddeld minder materiaal. Ook is Nederland kampioen recyclen, met 1,7 ton gerecycled afval per jaar. 29 procent van ál het materiaal dat Nederland consumeert is gemaakt van gerecyclede spullen.Bouwafval grootste bijdrageDit komt niet doordat de Nederlandse burgers beter hun afval scheiden en meer tweedehands kleding kopen. Het onderzoek kijkt naar gewicht, waardoor de bouw een enorme bijdrage levert aan de recylingcijfers. “Puinbeton weegt een heleboel en wordt veel hergebruikt. Dat levert verreweg de grootste bijdrage aan de circulariteit van Nederland in onze cijfers”, vertelt onderzoeker Frank Notten.Lees ook: Hoe krijgen we de circulaire bouw van de grond?Dat betekent dus dat de 29 procent van het ‘geconsumeerde materiaal’ voornamelijk bestaat uit tweedehands beton dat in nieuwe gebouwen zit. Zo verklaart Notten het ook: “Omdat Nederland dichtbebouwd is, moet er vaak iets gesloopt worden voor er een nieuw gebouw kan komen. Het sloopafval uit het oude gebouw kan je dan misschien weer opnieuw gebruiken.”Sinds 2008 daalt het materiaalgebruik in Nederland gestaag:Minder infrastructuur door bevolkingsdichtheidDat Nederland minder materiaal gebruikt, komt volgens het CBS ook doordat we een dichtbevolkt land zijn. “De steden liggen dicht bij elkaar. Het is een beetje gissen, maar als je minder wegen hoeft te bouwen verbruik je veel minder materiaal”, aldus Notten. Waarom de bouw minder nieuw materiaal is gaan gebruiken sinds 2000, kan hij niet met zekerheid zeggen.Lees ook: Beton kan 80 procent minder CO2 uitstotenWel is bekend dat hergebruik van beton een steeds populairder idee is in de bouw. Het scheelt geld én het is duurzamer, want bij het maken van vers beton is veel warmte nodig, en het opwekken van warmte produceert CO2. Vooral voor wegen is puin goed te gebruiken, omdat de structurele eisen van het wegdek minder streng zijn dan die van een (kantoor)gebouw.Export en afvalHoewel ‘we’ veel hergebruiken, produceren we ook veel afval; 700 kilo meer dan de gemiddelde Europeaan. “Dat komt door bedrijven die veel afval produceren in Nederland, en de goederen vervolgens naar het buitenland exporteren. Denk aan de landbouw en de industrie.”Lees ook: Europa zet in op circulaire landbouwNieuwe metingenDe CBS-cijfers geven een positief beeld van Nederland ten opzichte van de rest van Europa. De vraag is of meten aan de hand van gewicht de beste methode is. Het legt immers de zwaarte bij de bouw, waar qua kilo’s de meeste materialen in omgaan. “Dat is een discussie die gevoerd kan worden. Als de politiek wil dat we het anders gaan doen, bijvoorbeeld aan de hand van de waarde van materialen, dan moet het kabinet ons daar de opdracht toe geven”, denkt Notten.Bron: CBS | Beeld: CBS/Adobe Stock