André Oerlemans
09 december 2022, 13:00

‘Miljarden energiecompensatie beter inzetten voor warmtenetten’

Met de 23 miljard euro die het kabinet volgend jaar uittrekt om Nederlanders te compenseren voor de hoge energieprijzen, kunnen 1 miljoen huizen aangesloten worden op duurzame warmtenetten. Dat zou een veel betere investering zijn in de energietransitie.

Adobe Stock 443787611 In 2030 moeten al 500.000 woningen zijn aangesloten op een warmtenet | Credits: Adobe Stock

Dat stelde voorzitter Teun Bokhoven van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde omgeving van het Klimaatakkoord, de club die binnen dat akkoord werkt aan de transitie naar duurzame warmte, tijdens het eerste ‘Warmte Congrestival‘ van de Stichting Warmtenetwerk in Nijkerk.

Inkomenssteun naar energietransitie

In 2050 moeten in Nederland alle woningen van het aardgas af zijn. In het programma Versnelling verduurzaming Gebouwde Omgeving is als doel gesteld dat in 2030 al een half miljoen bestaande woningen op een warmtenet aangesloten moeten zijn. Daarna moet dit aantal groeien tot 2,6 miljoen in 2050. “We zijn in dit land in staat zijn om 23 miljard uit te geven aan energie-armoede, terwijl driekwart van de mensen dat niet echt nodig heeft. Voor dat bedrag hebben wij bijna de hele opgave gefinancierd en dan kost het helemaal niemand iets. Als je uitgaat van 25.000 euro per woning kunnen we hiermee een miljoen woningen aansluiten”, stelt Bokhoven.

Nederland wil via een energietransitie zo snel mogelijk omschakelen van fossiele brandstoffen naar duurzame stroom en warmte. “Als je het fundamenteel zou willen, kunnen we die miljarden ook investeren om als een speer door dit proces heen te komen. Een jaar inkomenssteun is niet de beste manier om dit te doen”, zegt hij.

Prijsplafond kan 40 miljard kosten

Uit onderzoeken
blijkt dat het aansluiten van 500.000 woningen ongeveer 4,8 miljard euro kost en het aansluiten van de volgende 2,6 miljoen nog eens een totale investering van 40 miljard vergt. Het prijsplafond
voor energie dat het kabinet vanaf 1 januari instelt kost minstens 23,5 miljard euro, maar dat kan bij stijgende prijzen oplopen tot 40 miljard. Dat geld kan de overheid volgens Bokhoven dus beter inzetten voor de benodigde energietransitie.

Regie bij gemeenten

Woningen en andere gebouwen in Nederland stoten volgens het CBS 15 procent van alle CO2 uit, vooral vanwege het stoken op aardgas. Driekwart van die uitstoot komt van huishoudens. Daarom heeft het kabinet in het Klimaatakkoord afgesproken dat woningen in 2050 geen broeikasgassen meer mogen uitstoten en allemaal van het gas af moeten. De aanleg van warmtenetten en het aansluiten van woningen op die netten is daarbij essentieel.

Op 21 oktober stuurde minister Rob Jetten van klimaat en energie een brief naar de Kamer over de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (WCW), die dat mogelijk moet maken. In de nieuwe wet krijgen de gemeenten de regie en stelt de minister dat alle warmtenetten op termijn in publieke handen moeten komen.

Weg vol obstakels

Volgens Bokhoven, ook oprichter en voormalig voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), is het aanleggen van warmtenetten een complexe zaak. “Het is een weg vol obstakels”, stelt hij. Het plan van Jetten om warmtenetten in publieke handen te geven remt volgens hem de aanleg door warmtebedrijven en andere marktpartijen. Sommige hebben al aangekondigd hier niet meer in te investeren. Bovendien hebben die commerciële partijen veel meer ervaring dan gemeentes.

Wethouders hebben geen idee

Veel gemeentes zijn volgens hem nu onbewust onbekwaam. Bokhoven: “Als je nu met wethouders praat dan heeft het merendeel geen idee hoe ze dit moeten doen. Hoe gaan we dit in godsnaam regelen?, vragen ze zich af. Dit is een van de meeste bedreigende ontwikkelingen, die heel snel opgelost moet worden. We willen die half miljoen woningen klaar hebben in 2030. De pijplijn daarvoor is nu goed gevuld met projecten die in voorbereiding zijn. Die moeten snel door kunnen gaan en er moet geen situatie ontstaan waarbij partijen gaan afhaken.”

Jetten moet marktpartijen dan ook snel meer duidelijkheid geven en partijen moeten meer gaan samenwerken. “Niemand kan het alleen. We hebben nu heel veel barrières, maar we moeten proberen de snelweg op te gaan”, zegt hij. “Als we die barrières oplossen heb ik er wel vertrouwen in dat we het nog gaan halen.”

Teun Bokhoven (links) tijdens het warmtecongres | Credit: André Oerlemans

Warmtebronnen schaarser

Voor de warmtenetten zijn verschillende bronnen in beeld. Een van de belangrijkste, biomassa, is echter geen optie. Daar wil het kabinet geen subsidie meer voor geven. Dat is voor de sector een probleem, want houtverbranding in biomassacentrales was een belangrijke bron van warmte in alle berekeningen. “Om van aardgas af te komen hebben we maar een beperkt aantal mogelijkheden. Biomassa zou een geweldige bron zijn, maar die is nu helaas afgeschreven als warmtebron. Dat is zonde, want zoveel alternatieven hebben we niet”, aldus Bokhoven. De branche moet nu aan de slag met geothermie, aquathermie, bodemenergie, zonnewarmte, grote warmtepompen, biogas en restwarmte van bedrijven en datacenters.

Lees hier meer over de subsidiestop voor biomassacentrales

Opslag groene warmte

Bokhoven ziet nog een andere mogelijkheid: opslag van warmte, gemaakt met overtollige groene stroom uit zon en wind. Dat kan via power to heat. Dat geeft een extra warmtebron en lost meteen de netcongestie op het elektriciteitsnet op. “Warmtebronnen hebben ook veel elektriciteit nodig om te kunnen draaien. Opslag via thermische energie is nog onderbelicht, maar kan enorm belangrijk worden”, zegt hij. “Als we warmte kunnen winnen uit duurzame elektriciteit die we op dat moment niet nodig hebben is dat alleen maar winst.”

Warmtepomp of warmtenet

Voor de marktpartijen is de toekomstige ‘onteigening’ door gemeenten niet het enige probleem om rendabele warmtenetten aan te leggen. Als in een wijk veel mensen een eigen warmtepomp hebben, zijn er vaak niet genoeg deelnemers voor een haalbare businesscase. Onlangs stelde het Planbureau voor de Leefomgeving in een rapport dat de overheid hier keuzes in moet maken. Om de onrendabele top van projecten te financieren komt het kabinet daarom volgend jaar april met een subsidieregeling: de warmtenet investeringssubsidie (WIS).

Lees hier meer over het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Gluren bij de buren: deze duurzame bedrijven doen het goed in België

ecoBirdy Het Antwerpse ecoBirdy zamelt oud plastic speelgoed in en recyclet het tot designmeubelen voor kinderen en volwassen. Het nieuwe materiaal bestaat voor 100 procent uit dat afval, waardoor de meubelen zelf ook weer volledig recyclebaar zijn en de cirkel gesloten blijft. Het kostte twee jaar onderzoek om de juiste recycletechniek te ontwikkelen. Elk stuk wordt geleverd met een kinderboek waarin circulair ontwerpen kinderlijk eenvoudig wordt uitgelegd. Doel is om de jonge, voormalige eigenaren van het ingezamelde speelgoed zo al vroeg kennis te laten maken met de circulaire economie en om hen te inspireren om bij te dragen aan een duurzamere toekomst. Het bedrijfsmodel leverde verschillende prijzen op zoals de Henry van de Velde Ecodesign by OVAM Award in 2019. Revive Revive speurt onbenut grondgebied af om het nieuw leven in te blazen – op sociaal en ecologisch gebied. Dat wil zeggen dat het geen groene ruimtes inneemt, maar juist oude industriële omgevingen omtovert tot levendige buurten met veel groen. Daarvoor gebruikt het innovatie en energiezuinige technieken zoals kruislaaghout (CLT) als alternatief voor cement, beton en staal. CLT vermindert de behoefte aan het verwarmen van woningen en het haalt CO2 uit de lucht in plaats van dat het uitstoot veroorzaakt. Een voorbeeldproject is het voormalige bedrijfsterrein van Sidaplex, producent van biopolymeren films. Het industriële terrein maakte in 2021 plaats voor groene gemeenschap ‘RUTE’, met 105 groene huizen, voorzien van warmtepompen en groendaken. Dressr De eerste kledingbibliotheek van België is geopend. In 2020 was de financiering rond en kon het online platform van start. Na jaren puzzelen is het businessmodel levensvatbaar, inclusief complexe operationele kwesties zoals bevoorrading, het wassen van de kledingstukken en logistiek om kleding te laten circuleren tussen verschillende leners. De missie van Dressr is om consumenten over te halen vaker kleding te lenen en zo de overproductie van kleding in te dammen. Klanten kunnen stukken eenmalig lenen voor een periode van 10 dagen óf een lidmaatschap kopen vanaf 39 euro per maand voor 2 items. Het platform onderscheidt zich van internationale concurrenten zoals Rent the Runway door zijn lokale insteek. Het aanbod is beperkt tot duurzame, onafhankelijke merken uit de Benelux. Dressr is dé Belgische kledingbibliotheek om duurzame, onafhankelijke designerkleding uit de Benelux te lenen. | Credit: DressrEcobouwers Duurzaam en energiezuinig (ver)bouwen worden steeds normaler, maar het blijft lastig voor consumenten om te beginnen. Daarom is Ecobouwers opgericht, een informatie- en netwerkplatform voor huiseigenaren en bouwprofessionals in Vlaanderen. Op de site worden nieuwe duurzame oplossingen gedeeld zoals de laatste informatie over zonnepanelen en isolatie. (Ver)bouwers kunnen testen invullen om te zien of hun huis geschikt is voor de warmtepomp of groene warmte. 400 bestaande duurzame huizen kunnen online worden bezichtigd, zoals een ‘pittoreske bio-ecologische woning’, gemaakt met hernieuwbare materialen zoals vlas en leem. Tenslotte helpt een interactief overzicht met alle groene bouwpartners in België om de eerste stap zetten. Soil Capital Soil Capital heeft al 506 akkerbouwbedrijven in Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk geholpen met de transitie naar winstgevende, regeneratieve landbouw. Zo wil het een miljoen hectare grond transformeren voor 2025. Het einddoel van Soil Capital is tweevoudig: de gezondheid en vitaliteit van de bodem in stand houden, waardoor meer CO2 kan worden opgeslagen, en de kwaliteit van de oogst verbeteren. Het bedrijf ontwikkelde ook een ‘Soil Capital Carbon’ programma dat werkt met koolstofkredieten. Boeren die mee willen doen moeten een jaarlijks assessment doen om hun koolstofemissies en koolstofopslag in de bodem te meten. Voor elke ton CO2 ontvangen zij één certificaat met een minimale waarde van ongeveer 27 euro. 80% van de certificaten wordt verkocht op de koolstofmarkt. De rest blijft 10 jaar staan als buffer. Verder lezen? De leenmarkt voor kleding blijft klein en dat is een gemiste kans voor modemerkenInvesteerdersfamilie gaat regeneratief boerenNederland is dit jaar 50 B Corps rijkerSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.