Emma Rotman 02 april 2020, 07:00

Nieuwe CFO Gasunie kijkt voorbij de cijfers: “We kunnen de energietransitie versnellen”

Het stereotype van CFO’s die de hand op de knip hebben is al lang achterhaald. Janneke Hermes, de nieuwe CFO van Gasunie, moet niet alleen de energietransitie betaalbaar houden, ze moet deze ook versnellen. ‘Het is raar dat Nederland achterloopt op hernieuwbare energie; we hebben juist de ideale positie om koploper te zijn.’

Janneke hermes gasunie

In 2018 was het aandeel van hernieuwbare energie in de totale Nederlandse energieconsumptie slechts 7,4 procent. Daarmee was Nederland van alle EU-landen het verst verwijderd van de doelstelling van 14 procent tegen het einde van 2020.

Dit is te verklaren door Nederlands eigen energievoorziening in de vorm van het gasveld van Groningen. “We zijn lang comfortabel geweest met wat we hadden. En terecht, aardgas was de afgelopen decennia verreweg de beste optie in termen van leveringszekerheid en impact op het milieu. Maar dat verandert nu snel, niet alleen omdat we de energievoorziening CO2-vrij en toekomstbestendig willen maken, maar ook vanwege de aardbevingen in Groningen”, zegt Hermes.

Nieuw energiesysteem

Al voor de aardbevingen in Groningen wist Gasunie dat de overgang naar een nieuw energiesysteem noodzakelijk was. “Het besef dat het gasveld in Nederland er niet tot in lengte van dagen zou zijn, ontstond bij Gasunie al een tijd geleden. Als je de betrouwbaarheid en leveringszekerheid in Nederland op orde wilt houden, moet de infrastructuur daarvoor aanwezig zijn”, zegt Hermes. 

Dit inzicht vertaalde zich in de ontwikkeling van de gasrotondestrategie, die van Nederland een centrale speler in het transport, de opslag en doorvoer van gas in Europa maakte. Onderdeel daarvan zijn de infrastructuur binnen Nederland, maar ook de gasleiding die Gasunie aanlegde tussen Nederland en Engeland, de aardgasbuffer in Zuidwending en de LNG-terminal voor vloeibaar aardgas in Rotterdam, samen met tankopslagbedrijf Vopak.

Hermes: “We zijn uitgegroeid van pure aardgastransporteur naar een brede energieinfrastructuur-onderneming in Noordwest-Europa.” Met de opgedane expertise kan het bedrijf volgens de CFO nu ook de energietransitie aanjagen.

De markt faciliteren

Als gasnetbeheerder wil Gasunie de markt faciliteren door een grootschalige infrastructuur voor duurzame energie neer te zetten. Daarbij is een hoofdrol weggelegd voor groene waterstof. Maar publiek-private samenwerking is nodig om de energietransitie daadwerkelijk te laten slagen, benadrukt Hermes. “We moeten de kennis van verschillende partijen samenbrengen, partnerships sluiten en de risico’s goed verdelen. De overheid is daar een belangrijke speler in, die zorgt voor de wettelijke kaders en de subsidies die deze projecten financieel mogelijk maken. Zo breng je het beste van beide werelden samen en kun je daadwerkelijk die klimaatdoelen halen.”

'Je kunt zeggen: schoenmaker, blijf bij je leest. Maar dan laat je zoveel kansen liggen voor Nederland'

Gasunie speelt zelf een actieve rol in verschillende consortia die de waterstofeconomie van de grond moeten krijgen. Een recent voorbeeld is het project NortH2, dat het grootste groene waterstofproject ter wereld kan worden. Samen met Shell en Groningen Seaports en met actieve support van de Provincie Groningen, wil Gasunie in 2030 maar liefst 3 tot 4 gigawatt aan groene waterstof realiseren uit stroom van wind op zee. Om dit plan te verwezenlijken heeft het consortium steun nodig van businesspartners en overheid.

Er zijn mensen die vraagtekens hebben bij dat plan – niet alleen wat betreft de haalbaarheid, maar ook of Gasunie als overheidsbedrijf en aangewezen aardgastransporteur wel de aangewezen partij is om in dergelijke consortia deel te nemen. Hermes is daar duidelijk over: “Je zou juist boos op ons moeten worden als we dat níet zouden doen. Dat aardgastransportnet ligt er, daar heeft de Nederlandse burger al voor betaald. Daar moet je gebruik van maken. Je kunt zeggen: schoenmaker blijf bij je leest, maar dan laat je zoveel kansen liggen voor Nederland. Daar maak je de energietransitie juist niet betaalbaar mee. Bovendien: het realiseren van een grootschalige infrastructuur voor groene waterstofmoleculen, dat is toch onze leest?”

Een betaalbare energietransitie

Betaalbaarheid is naast duurzaamheid een belangrijk speerpunt voor Hermes. “Het is belangrijk om de maatschappij te laten zien dat we de betaalbaarheid van de energievoorziening heel serieus nemen. Dat is ook een manier om de maatschappij mee te nemen in de energietransitie. Als de Nederlandse burger hier geen goed gevoel bij krijgt, dan gaat het ons ook niet lukken.”

Een belangrijke rol van de CFO is dan ook het zoeken naar gezonde businesscases. “De energietransitie gaat een heleboel geld kosten, dat weten we. Maar zolang iedereen naar zijn eigen portemonnee blijft kijken, wordt het een heel ingewikkeld verhaal.” Dat betekent dat Hermes en collega’s nieuwe partnerships onderzoeken, waarbij partijen de competenties én de risico’s zo goed mogelijk verdelen. Zij rekent ook hier af met het stereotype beeld dat van een financieel directeur bestaat: “De CFO van nu kijkt voorbij de cijfers, het is niet meer het number crunchen van vroeger.”

'Zolang iedereen naar zijn eigen portemonnee blijft kijken, wordt het een heel ingewikkeld verhaal'

Opschaling kan het kantelpunt dichterbij brengen. “We zitten nu in de startfase, maar we moeten heel snel zorgen dat we geen subsidie meer nodig hebben voor deze projecten. Dat betekent opschalen, met name op het gebied van elektrolyse. Zodra je gaat opschalen, je kennis uitbreidt en innovaties toepast, zul je zien dat de kosten omlaag gaan. Dat hebben we ook gezien bij windparken.” Een CO2-taks kan deze ontwikkeling versnellen. “Ik zeg altijd: als we écht uit de fossiele energie willen stappen, dan moeten we zorgen voor gelijke pricing. Dan kunnen de groene energiebronnen en -dragers daadwerkelijk concurreren met de fossiele.”

Samenwerken en systeemintegratie

Opvallend is de samenwerking met TenneT, beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet. Die samenwerking is belangrijk, want in de toekomst gaan de systemen voor elektriciteit en gas steeds meer ‘met elkaar praten’, de zogenaamde systeemintegratie. Gasunie en TenneT onderzochten vorig jaar hoe het gehele energiesysteem er in 2050 uit zou zien. “We zijn het erover eens dat we in 2050 nog steeds tenminste 50 procent van het energieverbruik uit moleculen halen, uit gas dus”, zegt Hermes. “Tegen die tijd zijn die moleculen wat ons betreft natuurlijk wel groen. Zie daar het belang van investeren in waterstof.”

In het energiesysteem van de toekomst wordt energie steeds vaker lokaal opgewekt en gebruikt. Ook wordt energie omgezet van de ene energiedrager in de andere, zoals duurzame stroom in groene waterstof. Meer uitwisseling tussen het elektriciteitssysteem en het gassysteem zorgt ervoor dat die systemen elkaars capaciteit kunnen benutten. Daardoor zijn er minder investeringen nodig in netverzwaringen. Hermes: “Als er investeringen nodig zijn in onze netten, dan kijken wij samen met TenneT wat daar de maatschappelijke kosten van zijn. Vervolgens besluiten we samen of we die investering het beste in de elektriciteitsinfrastructuur of in de gasinfrastructuur kunnen stoppen.”

Samen bouwen aan energiesysteem

Het typeert de veranderende rol van Gasunie in de energietransitie: van het transporteren en opslaan van aardgas naar het bouwen aan het duurzame energiesysteem van de toekomst. “We kijken niet alleen naar onze eigen infrastructuur, maar naar het overkoepelende belang", zegt Hermes.

De CFO is positief over de toekomst. Nederland heeft namelijk alles in huis om een koploperspositie in de energietransitie te verwerven. De ligging zorgt voor een enorme capaciteit voor wind op zee, de chemieclusters kunnen groene moleculen toepassen als energiedrager én grondstof en het gasnet om waterstofgas en groen gas te transporteren ligt er al. “In 2030 moet de ‘waterstof backbone’ er liggen. Daarmee kan de chemische industrie, die moeilijk te vergroenen is, in één klap zijn CO2-uitstoot verlagen. Dat wordt een belangrijke mijlpaal.”

Lees ook: Wind, netwerk, opslag en visie. Onmisbaar voor groene waterstof en Nederland heeft het allemaal.

Portret: Gasunie | Hoofdbeeld: AdobeStock

Machine gebruikt bacteriën om CO2 uit de lucht te halen

De machine komt van de Amerikaanse UC Berkeley, en is al sinds 2015 in de maak. Nu heeft het team een ongekend hoge efficiency gehaald met het apparaat: 3,6 procent van de zonne-energie wordt omgezet in acetaat, onderdeel van een azijn-molecuul. Dat lukte door meer bacteriën tussen de nanodraden te stoppen dan voorheen. Ook wordt het water waar de bacteriën in zwemmen iets zuurder gehouden, zodat ze minder snel last hebben van de productie van acetaat.Bacterie eet CO2Het systeem werkt in principe als volgt: de nanodraden absorberen zonlicht, en zetten dit om in elektronen. Een bacterie (de banaanvormige Sporomusa ovata) gebruikt de elektronen als energiebron om CO2 uit de lucht te halen en samen met water om te zetten in acetaat en zuurstof.Lees ook: CO2 uit de lucht halen met Australisch mineraalIn de proefopstelling met de hoge efficiency kwamen de elektronen niet direct van nanodraden in de bacterie-oplossing, maar van een extern zonnepaneel gemaakt van de draden. De onderzoekers denken dat in de toekomst de draden wel geïntegreerd kunnen worden in de bacteriesoep.MarsHet systeem zou volgens UC Berekley uitkomst bieden op Mars. Aangezien reizen naar Mars lang duren en elke kilo vracht in een raket duur is, kan dit systeem helpen om nuttige materialen te maken uit het acetaat. De atmosfeer van Mars is voor het grootste deel CO2, dus de bacteriën hebben genoeg te eten. Het feit dat de bacteriën zuurstof produceren is een mooie bijkomstigheid; het kan helpen om een kunstmatige atmosfeer te maken waar mensen kunnen ademen.Maar ook op aarde kan een systeem met CO2-slurpende bacteriën uitkomst bieden. Het broeikaseffect wordt mede veroorzaakt door een teveel aan CO2. Als er grote hoeveelheden van het gas uit de lucht gehaald kunnen worden, zal de opwarming van de aarde afnemen. Dit systeem kan daarbij helpen; in tegenstelling tot andere CO2-vangende technieken vraagt het niet om externe stroom of gevaarlijke oplosmiddelen om de CO2 vast te leggen. In feite werken de bacteriën net als een plant: die legt ook CO2 vast en stoot zuurstof uit. Het systeem doet het alleen veel beter: een plant gebruikt 0,4 procent van het zonlicht, dit systeem 3,6.Betere bacteriënMaar deze machine kan pas echt impact maken als het nóg efficiënter wordt. De onderzoekers werken daarom koortsachtig door; ze willen bijvoorbeeld de bacterie aanpassen zodat hij nog meer CO2 absorbeert en andere dingen dan acetaat kan maken. Ook verbeteren ze de nanodraden zodat deze meer zonlicht absorberen en overdragen.Lees ook: Kunnen darmbacteriën CO2 uit de lucht halen?Bron: UC Berkeley | Beeld: Adobe Stock/UC Berkely